Puzzel

In mijn krant staat een leuke rubriek waarin lezers andere lezers helpen. Dat helpen varieert van ‘ik heb 30 jaargangen van het blad Knip op zolder liggen, gratis op te halen’ tot ‘ik zoek een Nederlandstalige handleiding van een Tsjechische trekharmonica uit 1936’. Onlangs werd een vraag gesteld die mij buitengewoon intrigeerde. Ik citeer: ‘We hebben er een jaar over gedaan om de Nachtwacht van 5000 stukjes in elkaar te puzzelen. We missen twee stukjes. Wie heeft dezelfde puzzel incompleet en wellicht de twee stukjes?’

Laten we beginnen met De Nachtwacht. De heer Rembrandt van Rijn had een grote voorkeur voor donkere kleuren. Die hele Nachtwacht is een verzameling van donkerbruine tinten met hier en daar wat zweempjes rood en wit. En dan ga je geheel vrijwillig een puzzel van maar liefst 5000 stukjes in elkaar zetten, terwijl je weet dat je uren bezig zult zijn om al die donkerbruine puzzelstukjes in de juiste volgorde te leggen? Geen wonder dat je daar een jaar mee bezig bent geweest! En waar lag die puzzel? Op de eettafel, die dan behoorlijk groot moet zijn geweest? Of staat er een heuse puzzeltafel op zolder?

En dan die twee puzzelstukjes. Waarom zijn die verdwenen? Heeft de hond ze opgegeten, zijn ze per ongeluk van tafel gevallen en opgezogen door de stofzuiger of zaten die stukjes sowieso niet in de doos omdat het een misdruk is? Er ligt dus ergens in Nederland een puzzel van 4998 stukjes te wachten op twee missende stukjes. Wat mij echter het meest intrigeert, is dat men vraagt of iemand een incomplete puzzel heeft. Je kan toch beter vragen of iemand de puzzel compleet heeft, dan weet je zeker dat je de missende stukjes gaat vinden. Stel, iemand stuurt diezelfde puzzel op. Gaan de puzzelaars dan al die  stukjes uit de andere doos stuk voor stuk bekijken, op zoek naar het missende stukje?
‘Nee, dit is niet het juiste bruin en er mist een oogje links.’
‘Als je het stukje een kwartslag draait, dan zit het oogje wel links.’
‘O ja… maar het past niet.’
En dan kom je er maanden later achter dat ook in deze doos dezelfde twee stukjes missen. Dat zou toch buitengewoon frustrerend zijn.

Maar, wat als de twee missende stukjes gevonden worden en de puzzel eindelijk compleet is. Wat gaan ze dan doen? De puzzel een jaar laten liggen, zodat iedereen hun levenswerk kan bewonderen? Of de boel vastplakken op een stuk hardboard en ophangen aan de muur? Of, wat de meeste mensen zullen doen, de hele mikmak in de doos vegen en opruimen. Is dat laatste het geval, dan zou ik die 4998 stukjes meteen in de doos flikkeren en de puzzel doneren aan de kringloop. (Met een briefje erbij om de vermissing van twee stukjes te melden, dat is wel zo netjes)

Uitspraak

Als laatste wil ik toch even aandacht besteden aan de uitspraak van het woord ‘puzzel’. Officieel wordt het woord uitgesproken met een korte ‘uh’ en niet met een lange ‘uu’. Taalnazi’s willen daar het volk nogal eens op wijzen. Nu is er op internet genoeg informatie te vinden waarom het misschien wel logisch is dat de meeste mensen het woord toch met de lange ‘uu’ uitspreken. Ik ben een van die mensen en ik wijt het aan mijn afkomst. Wij Groningers zijn namelijk dol op klinkers. Als we ze niet inslikken (kijk’n, voel’n), of inslikken met een paar lekkere medeklinkers (Grunn i.p.v. Groningen), dan willen we ze graag langdurig rekken. Zoals dus bijvoorbeeld puuuuzzel’n of vlaaaaa. Het is maar even dat u het weet.

Geneuzel

De wereld wordt geteisterd door natuurrampen, iets waar je je best wel een beetje zorgen over mag maken, maar ‘gelukkig’ bestaan er nog mensen die zich liever druk maken over futiliteiten. Zoals woordgebruik of de uitspraak van bepaalde woorden. Het moge duidelijk zijn dat ik mij daar minder druk om maak, ik vind verkeerd taalgebruik erger. Ik begin spontaan te huiveren als iemand ‘als mij’ zegt, terwijl er ‘dan ik’ wordt bedoeld. Maar goed, even terug naar de futiliteiten. Het zal mij werkelijk een zorg zijn hoe de woorden auto en zeven worden uitgesproken. Zelf ben ik daar heel flexibel in, ik gebruik in beide gevallen alle gangbare varianten. Oftewel, auto/oto en zeven/zeuven. Het is maar net waar ik zin in heb of met wie ik in gesprek ben. Ik las onlangs een tweet van iemand die vond dat alleen Jort Kelder ‘zeuven’ mag zeggen, van andere mensen accepteert ze dat niet. Belachelijk, waarom Jort Kelder wel en de rest van de wereld niet? Ik citeer hier Onze Taal:  “De uitspraak ‘zeuven’ is ontstaan in dialecten – verspreid over het hele taalgebied, van Groningen en Noord-Holland tot Vlaanderen. Maar deze uitspraak is ook min of meer ingeburgerd geraakt in de standaardtaal, en dat heeft te maken met het (vroegere) telefoonverkeer. Bij het doorgeven van cijfers via de telefoon was met name in de begintijd van de telefonie het verschil tussen zeven en negen niet altijd duidelijk; ter onderscheiding ging men zeven daarom uitspreken als ‘zeuven’. Ook voor bijvoorbeeld juni en juli werd een onderscheid bedacht, dat ook nu nog wel wordt gehanteerd: ‘juno’ versus ‘julij’.”
Ha! En  ‘auto’ mag je gewoon als ‘oto’ uitspreken, wat zo’n azijnzeiker er ook maar van mag vinden.

Ander dingetje. Het gezeik of het ‘friet’ of ‘patat’ moet zijn. De ene keer heb ik zin in friet, de andere keer in patat en dat heeft niets te maken of ik nu voor een frietkot of in een cafetaria sta. Trouwens, er zijn in Nederland veel cafetaria’s die ‘Friet van Piet’ heten. Ben er nog nooit eentje tegengekomen die ‘Patat van Fat’ heet. En je gaat je cafetaria natuurlijk niet ‘Zat van Patat’ noemen. Hoe dan ook, friet en patat is gewoon hetzelfde. Bord/puntzak/milieuverontreinigend plastic bakje met patatfrietjes leeg eten en ophouden met zeuren. En neem er een kroket bij. Of is het croquette?