Plaatsvervangende schaamte

De eerste lockdown was in mijn herinnering nog maar net gestart toen de eerste wanhoopskreten uit thuiswerkend ambtenarenland al te horen waren. Men kwam plots tot het besef dat er ook thuis gepiest en gepoept moest worden en dat men zelf verantwoordelijk was voor de aanschaf van toiletpapier. Toiletpapier, het populairste hamsterproduct in de maand maart en ook best prijzig als je je billen wenst af te vegen met 4-laags puppypapier. Kortom, men was van mening dat de werkgever maar moest betalen voor toiletpapier en, niet te vergeten, de koffie. Koffie, ook al zo’n duur product.

Nu maak ik sinds begin dit jaar weer deel uit van een ambtenaarsgilde en helaas vonden enkele collega’s dat ook zij recht hadden op een pleepapiervergoeding. Ik kreeg er plaatsvervangende schaamte van. Een paar maanden later kwam men tot de ontdekking dat er ook stroom werd verbruikt en dat het verwarmen van een huis niet niets kost, dus ja daar moest dan toch echt een vergoeding tegenover staan. Nu kan ik natuurlijk niet in de portemonnee van een ander kijken en zullen er ongetwijfeld mensen zijn die het geld goed kunnen gebruiken. Om andere redenen dan het moeten thuiswerken. Persoonlijk lijkt het mij een stuk lastiger om te moeten werken aan de keukentafel, omringd door thuiswerkende partner en je kinderen die online hun schoollessen volgen, dan dat je moet overstappen op 1-laags toiletpapier van het schurende soort.

Ik wil die thuiswerkvergoeding dus niet, want ik vind dat ik niet mag klagen. Het thuiswerken heeft ook voordelen: je hoeft niet te reizen en je kan tussen de bedrijven door iets huishoudelijks ondernemen. Ik heb een dak boven mijn hoofd, heb werk en krijg mijn salaris elke maand keurig overgemaakt op mijn rekening. Er komt brood op de plank en ik hoef ook niet te bezuinigen op de aanschaf van toiletpapier en koffie. Om mij heen zie ik kleine zelfstandigen worstelen om het hoofd boven water te houden, gaan prachtige bedrijven failliet en verliezen mensen hun werk. En wat te denken van de jongeren die in deze tijden geen stageplek kunnen vinden om hun opleiding goed af te ronden? Dus nee, ik mag als ambtenaar zeker niet klagen.

In november heb ik mijn thuiswerkvergoeding ontvangen en deze heb ik overgemaakt aan twee goede doelen op het gebied van gezondheid. Voor mij is dat het enige juiste dat ik kon doen met het geld. Ik voelde me doodongelukkig met die thuiswerkvergoeding, wetende dat anderen het een stuk zwaarder hebben in hun leven in deze Corona-tijden. Wat ik mis in mijn leven is van immateriële aard en dat valt überhaupt niet te vervangen.  Ik hoop dat anderen hun thuiswerkvergoeding daadwerkelijk gaan besteden aan toiletpapier, koffie, het inrichten van een goede werkplek en de gas- en lichtrekening. Een mens mag hopen.