Waar is het feestje?!

Na een fijn appartementje in Milaan, een gastvrij hotel in Turijn, een onpersoonlijk doch goed hotel in Parma en een luxe onderkomen in Bologna, zijn we aanbeland in een top appartement in Negrar. Met enige moeite, want we moeten een steil geitenpad nemen om bij het huisje te geraken. Gelukkig heeft Tom Tom altijd gelijk. We hebben in ieder geval een mooi uitzicht over de wijnvelden, de heuvels en in de verte de stad Verona. Onze gastheer Gianni verwelkomt ons hartelijk met een flesje Corona en salsamuziek. Wij wanen ons in Zuid-Amerika en al gauw wordt duidelijk dat de echtgenote van Gianni uit Colombia afkomstig is. De voertaal in het huishouden is een mix van Spaans en Italiaans, om het spannend te houden. Gianni spreekt niet zo goed Engels, maar met handen, voeten en Google Translate komen we een heel end. We krijgen uitleg over het gebruik van de diverse sleutels, een rondleiding door het appartement en een richtingaanwijzing naar het dichtsbijzijnde restaurant. ‘ You go zoe ze woods and go down, 200 metres.’  We zien een donker gapend gat en een pad vol met gaten en losliggende stenen. Nog een geitenpad! De afdaling blijkt lastig te zijn, maar is goed te doen zolang je geen naaldhakken aantrekt. En op de terugweg is het toch fijn dat er een zaklantaarnfunctie op de mobiel zit.

Kortom, we zitten in de rimboe en dat vinden we best wel fijn voor een paar dagen. Lekker rustig ook, denken we. Helaas blijken de Gianni’s  een zoon te hebben die een feestje geeft voor zijn vrienden. In het appartement onder de onze begint laat op de avond een hels kabaal van onverstaanbaar brommende rappers en boink boink boink gedreun. De “muziek” staat zo hard, dat de jongeren elkaar niet kunnen verstaan en enthousiast beginnen te schreeuwen. Ergens is het dan lastig om in slaap te vallen en slaapdronken blèren wij zo nu en dan HAKKUH! mee. Niemand die het hoort, dus dat mag best. Gelukkig houdt het feestgedruis om 5 uur in de ochtend op, kunnen we toch nog een paar uurtjes slaap pakken voordat we om half 10 bij het ontbijt aanschuiven.

Gianni heeft een geweldig ontbijt voor ons gemaakt en vraagt bezorgd of we niet teveel last hebben gehad van de jongens. Het was de 19e verjaardag van junior, vandaar en de rest van de week zal het rustig blijven. Wij liegen braaf dat het allemaal wel is meegevallen, wij hebben altijd van die enorme wallen onder de ogen, en samen zijn we het erover eens dat boink boink boink geen muziek is. Ik geloof best dat het de komende dagen lekker rustig zal zijn, maar ga uit voorzorg mijn oordopjes opsporen. Voor het geval dat junior een onbetrouwbare factor in het huishouden blijkt te zijn.

Geitenpad

Het geitenpad naar het restaurant in Negrar

Toerist

Lieve inwoners van Barcelona,

Als deeltijd-inwoner van Amsterdam begrijp ik heel goed dat jullie de toeristen liever zien gaan dan komen.  Laten we eerlijk zijn, toeristen vormen samen met duiven en ratten de top 3 van overlast veroorzakende beesten. Met hun rolkoffertjes sjokken de toeristen door de stad, veroorzaken ze  verkeersopstoppingen omdat ze menen dat ze in een openluchtmuseum rondlopen en het heel normaal is om de boel uitgebreid te gaan bekijken. Met de selfie stick in de aanslag staan ze midden op straat stil, zonder er erg in te hebben dat er mensen in onze steden wonen en werken. Toeterende automobilisten en scheldende fietsers krijgen een verwijtende blik toegeworpen; hoe durft men de toerist te storen tijdens de sightseeing. Ik heb menig Japanner uit de spaken van mijn fiets moeten bevrijden, omdat ze domweg niet uitkijken waar ze lopen. Voordeel van Japanners is dat ze altijd vriendelijk blijven lachen, ook al liggen ze volkomen in de kreukels.

Het wordt pas echt vervelend op het moment dat de toerist besluit om een fiets te gaan huren. Wij weten allemaal dat de toerist niet kan fietsen. Je ziet ze al van verre aankomen: ze fietsen langzaam, ze slingeren over de weg en ze nemen voorrang, omdat ze denken dat ze altijd voorrang hebben. Dat, of ze weten niet hoe er geremd moet worden. Ik heb regelmatig op het punt gestaan om zo’n idioot van de fiets af te meppen, helaas heb ik een keurige opvoeding genoten en mag ik van mijn moeder geen mensen slaan.

Prohibido orinar

Zomaar een mededeling in het centrum van Barcelona

En dan het gedrag op straat. Op zomerse dagen, die zijn er in Barcelona iets meer dan in Amsterdam, loopt de toerist het liefst halfnaakt rond. ’s Avonds verandert dat in driekwart naakt en straalbezopen. Door het vele gezuip moet er ook veel gepiest worden en in Barcelona, zo heb ik geroken, gebeurt dat bij voorkeur gewoon op straat. In Amsterdam hebben we dan nog het ‘geluk’ dat de mannen hun zaakje graag boven de gracht hangen. Het nadeel daarvan is dat ze vaak zo dronken zijn, dat ze al zeikend in het water donderen en dat loopt niet altijd goed af.

Ook irritant: je moet van tevoren kaartjes bestellen voor de populaire musea, anders sta je uren in de rij. Als het erg tegenzit, zit er een timestamp op je kaartje. Kortom, de toerist veroorzaakt enorm veel overlast. Diezelfde toerist brengt echter ook veel geld in het laatje. Toeristen bezoeken de bezienswaardigheden van onze steden, overnachten in hotels, boeken rondleidingen, kopen souvenirs  en maken uitgebreid gebruik van de horeca.  Stel je eens voor dat dat allemaal weg zou vallen, dan zou toch menig bedrijf over de kop gaan, met (nog meer) werkloosheid tot gevolg. Hoewel ik trouwens vind dat er in Amsterdam een overschot is aan zaken die kaas en stroopwafels verkopen. Al met al mag het in beide steden wel een tandje minder met die toeristen. Nergens is het leuk als je over de koppen kunt lopen en je moet zoeken naar een rustig plekje om te genieten van het moois dat de stad te bieden heeft. Laten we maar hopen dat de maatregelen die beide steden nu nemen om het toerisme terug te dringen, succesvol zullen zijn. Zodat in de toekomst zowel de inwoner als de toerist kan genieten van de schoonheid van onze steden. Tot die tijd zullen we ons er, letterlijk, doorheen moeten slaan.

Adéu!

Tourist go home!

In Barcelona is men niet dol op de toerist

Treinleven

Ik zal het maar eerlijk toegeven, ik vind het reizen met de trein helemaal niet erg. Oké, de reis gaat niet altijd zonder vertragingen, maar je maakt genoeg mee onderweg. Dus vind ik het tijd worden dat ik jullie ga vertellen over de verbazingwekkende, irriterende, ontroerende en al dan niet grappige belevenissen in het treinleven.

  • De trein staat op het punt te vertrekken en dan zijn er van die mensen die langs de trein blijven rennen omdat het blijkbaar te lastig is om bij de eerste de beste openstaande deur naar binnen te springen. Belachelijk!
  • De trein is best vol, maar er zijn voldoende zitplekken beschikbaar. En dan zijn er van die mensen die dan door de treincoupés blijven stampen, op zoek naar een plekje waar ze alleen kunnen zitten. Vervolgens komen ze na een kwartier terug sjokken, om dan toch maar naast iemand anders te gaan zitten. Al zuchtend en steunend, alsof de wereld vergaat. Plof toch verdorie gewoon meteen ergens neer! Denk je dan dat je alles hebt gehad, dan heb je van die pipo’s die bij iedere stop van plaats verwisselen. Om vervolgens geïrriteerd te gaan zitten kijken als iemand de euvele moed heeft om naast hem (of haar) plaats te nemen.
  • Mensen die slapen in de trein. Lijkt me heel fijn als je dat kan, maar het ziet er meestal niet erg charmant uit. Mond open, kwijl dat over de wangen loopt, bungelend hoofd en als het meezit gaat persoon in kwestie ernstig snurken. Als de slaper pech heeft, zit er iemand in de trein die er een foto of filmpje van maakt. Doet het altijd goed op YouTube, Twitter en Facebook.
  • Stinkende mensen. Bijvoorbeeld vrouwen die zich rijkelijk hebben besprenkeld met een zwaar parfum. Echt, ik mis soms de fris ruikende vrouw in de trein.
    Of je hebt van die morsige mannen die ruiken alsof ze hun ‘innerlijke hond’ hebben losgelaten. Oftewel, ze stinken naar een hond die heerlijk in het gras door de poep heeft gerold. Als het meezit, rookt de man ook nog eens zware shag voor de intense geurbelevenis. Jippie.
  • Eten in de trein. Bammetjes met kaas is niet erg, maar patat, pasta, salami, maaltijdsalades, chips, cashewnoten etc. stinken. Of maken veel lawaai. Hoe dan ook, als je trek hebt of zelf net hebt gegeten, zit je niet te wachten op de geur van andermans voedsel. En extreem geknaag op rauwkost en noten irriteert mij sowieso mateloos.
  • Defecte toiletten in de trein. Ook al wil je liever niet naar het toilet onderweg, het is geen fijn idee als je van tevoren weet dat je niet de mogelijkheid hebt om gebruik te maken van de WC. Al was het onlangs heel schattig dat een conducteur in Zwolle om die reden een extra toiletstop had ingelast en met een groepje reizigers met hoge nood op zoek ging naar het toilet op het station. Leverde weliswaar een kwartier vertraging op, maar toch.
  • De omroep-skills van de conducteur. Soms zijn ze niet te verstaan, soms schreeuwen ze, soms zijn ze net iets te blij en soms met het verkeerde been uit bed gestapt. Topper vind ik nog altijd de conducteur die bij het binnenrijden van Groningen meldde: ‘Bij vertrek uit Den Haag zei ik dat deze trein richting Groningen zou gaan. Met blijdschap kan ik nu melden dat wij inderdaad in Groningen zijn aanbeland.’ Of: ‘Denk bij het verlaten van de trein aan het meenemen van uw eigendommen. En de persoon met wie u op reis bent.’ Minder enthousiast werd ik van de man die het had over perronnetjes en eigendommetjes. Wij zijn geen kleuters.
  • Over de stiltecoupé heb ik al eerder iets geschreven en ik herhaal het nog eens: wil je rustig reizen, ga dan vooral niet in de stiltecoupé zitten.
  • Heel irritant zijn de momenten dat de NS in de spits plots besluit om een treinstel af te koppelen en dat je dan op het laatste moment je bezittingen bij elkaar moet graaien, om met honderden andere mensen een sprintje te moeten trekken langs de trein. Vervolgens kom je terecht in het overvolle treinstel dat wél naar de eindbestemming doorreist en moet je al klauterend over vermoeide medemensen die de hoop al hebben opgegeven en zijn neergestort in de gangpaden, op zoek naar een zitplek. Die er dan nog best zijn, als je tenminste iemand vriendelijk vraagt zijn bagage van de stoel te verwijderen.
  • De klanttevredenheidsonderzoeken van de NS. Ik krijg altijd een uitnodiging om iets in te vullen op de momenten dat de reis perfect is verlopen. Ik vermoed dat de NS heel goed weet wanneer een trein niet gaat uitvallen. Zo mocht ik mijn reis tussen Den Bosch en Nijmegen in het boemeltje uit Deurne wél beoordelen, maar niet het moment dat ik stond te blauwbekken in Utrecht en geconfronteerd werd met een trein richting Schiphol die zomaar niet ging.
  • Bellende mensen. Moet ik nu echt getuige zijn van privégesprekken? Of erger, van zakelijke gesprekken? Kan het echt, echt, echt niet wachten? Volgens mij wel, want 9 van de 10 keer is het geneuzel. Ga een boek lezen of maak gebruik van de wifi om mobiel te internetten. Hoewel, de wifi in de trein is meestal ruk. Gebruik de WhatsApp en val mij niet lastig met geblaat in het kwadraat.
  • Verliefde stelletjes. Soms vreselijk schattig, als er sprake is van voorzichtige aanrakingen en lief naar elkaar lachen. Maar zodra er uitgebreid speeksel wordt uitgewisseld,er dwalende handen aan te pas komen en kledingstukken plots verdwijnen, wordt het een gênante vertoning. Gratis porno, dat dan wel weer.

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, maar vooralsnog lijkt mij dit voldoende leesvoer voor in het weekend. Wordt ongetwijfeld vervolgd…..

 

Ontmoetingen

 

dsc_0378Ik kijk altijd met verbazing naar mensen die een zaal vol vreemden binnenlopen, de meute aandachtig scannen om vervolgens een ‘slachtoffer’ te kiezen waarmee een gesprek gevoerd gaat worden. Of het slachtoffer daar nu zin in heeft of niet. Nu ben ik lichtelijk contactgestoord en ga in principe alleen gesprekken aan met onbekenden als het strikt noodzakelijk is. Zeker op vakantie wil ik de deur nog weleens gesloten houden voor al te opdringerig volk. Zo herinner ik mij een tripje naar een Canarisch eiland waar een luidruchtige groep landgenoten de rust kwam verstoren in het appartementencomplex. Iedere aanwezige Nederlander kreeg meteen te maken met een heuse ondervraging over afkomst, de duur van het verblijf, de hobby’s en kwaaltjes. Met dank aan onze Engels- en Duitstalige literatuur bleven wij buiten schot, communiceren met elkaar deden wij alleen in onze eigen gebarentaal. Soms is het best oké als iemand denkt dat je Engels of Duits bent.

Natuurlijk is het niet zo dat ik het niet leuk vind om met anderen te praten, maar ik ben gewoon kieskeurig in het aangaan van sociale contacten. Zeker als je alleen reist, kom je sneller in contact met anderen dan als je samen reist. Ik heb in het verleden hele leuke gesprekken gevoerd op vliegvelden, in bussen en treinen. Toevallige ontmoetingen zonder verplichtingen, wel zo prettig.

Samen reizen betekent minder contact met anderen, is mijn ervaring. Tegenwoordig babbelen we alleen nog maar met receptionistes, verhuurders en obers. Maar ook dat kan soms heel leuk zijn, zoals nu in Spanje. Want we komen opvallend weinig Spanjaarden tegen die een woord over de grens spreken. Onze Spaanse vocabulaire bestaat alleen uit zeer nuttige woorden als café con leche, cerveza, coca cola, vino tinto, tostado, adios, hola, gracias en de nada. Daar kom je een heel end mee, maar is niet altijd voldoende. Als je moet weten waar de parkeerplaats is, bijvoorbeeld. Onze gastvrouw in Toledo kon het echter briljant én met een lach uitleggen. ‘Broem broem, STOP! Broem broem, STOP!’ Om te benadrukken hoe vaak er gestopt moest worden, gingen er 2 vingers de lucht in, vergezeld met het woord dos. Tekening erbij en een pijltje naar links. Oftewel, na het 2 stoplicht linksaf slaan. Geweldig. Of onze gastheer in Avila, die ons op de kaart wilde aanwijzen waar de belangrijkste bezienswaardigheden te vinden waren. ‘Aqui, muy importante. Iglesia, muy importante. Aqui y aqui y aqui. Bien?’ Ja hoor, muy bien en als dank voor ons antwoord kregen wij een stralende lach cadeau.

De enige Nederlanders die ik tijdens deze reis heb gesproken, trof ik op een terras in Burgos. Ze hadden elkaar ontmoet tijdens de Camino en blijken allebei al jaren in Zweden te wonen. De een zou nog doorwandelen richting Santiago de Compostella, voor de ander was Burgos het eindstation. Het zijn dit soort kortstondige ontmoetingen die mij altijd bijblijven. De Toledo-vrouw, de Avila-man en de Zweedse Nederlanders krijgen een mooi plekje in mijn geheugenboekje. Naast de Amerikaan in Sydney, de Duitse jongen in Singapore, de Thaise Nederlandse in Bangkok, Susanna in Isola Rossa en vele anderen. Spontane ontmoetingen, altijd mooier dan gedwongen gezelschap.

 

 

Klein leed

Wij zijn op reis. In Spanje, om precies te zijn. Een heel fijn land, dat Spanje, alleen is het er wel een beetje warm. Maar het is een goed excuus om vooral veel op terrasjes te gaan zitten, bij voorkeur met een parasol-sprinkler-systeem voor de verhitte toerist. Daar wil ik het echter niet over hebben. Nee, ik moet helaas wat woorden vuil maken aan al het leed dat ik J. tijdens deze reis aandoe. Schreef ik al eerder over zijn top 3 van reiswensen, wifi-bed-douche, de afgelopen week heeft meneer zijn wensenlijst uitgebreid.

Het begon al bij de aankomst in Madrid. Nadat de eerste paniek was weggeëbd, want hij dacht geen wifi te hebben, begon hij zich af te vragen of alle geboekte accommodaties wel over fitnessfaciliteiten beschikken. Nu hij sinds een paar weken fanatiek de sportschool bezoekt, is hij van mening dat hij ook tijdens de vakantie zich in het zweet moet werken. Helaas moest ik hem teleurstellen, wat mij het nodige gemopper opleverde. Gelukkig had hij zijn koffer al in Amsterdam gesloopt, zodat hij zichzelf een nog grotere koffer kon aanschaffen in Madrid. Want dan kan er meer in en dan kan hij daar lekker mee aan het gewichtheffen, is zijn redenering. Ergens klopt er iets niet als een man meer bagage meesleept dan een vrouw, maar dit geheel terzijde.

Dus J. sleept nu met zijn megakoffer om daarmee spierballen te kweken. Denk je dat je het dan wel hebt gehad, krijg je na een luxe hotel in Madrid te maken met een eenvoudig onderkomen in Toledo. Prima, vind ikzelf, want je hoeft er alleen maar te slapen en J. was het daar in eerste instantie hartgrondig mee eens. Totdat het bedtijd werd. Want het bed is wel een beetje smalletjes, volgens J.. Wat eigenlijk betekent dat hij niet breeduit kan liggen, omdat ik in de weg lig. Het werd er niet beter op toen bleek dat het bed uitgerust was met één langwerpig kussen, die we dus moesten delen. Nu heeft J. de gewoonte om zijn hoofd in het kussen te wikkelen en werd het afzien voor de arme jongen. De volgende ochtend: ‘Ik heb echt helemaal niet goed geslapen, mijn hoofd lag niet lekker. Ik wil de volgende keer wel een eigen kussen, hoor.’ Het valt nog mee dat we niet ter plekke een kussen hebben moet aanschaffen voor meneer.

Kortom, voor de eerstvolgende reis boek ik alleen hotelkamers met 2 eenpersoonsbedden. Of aparte kamers, dan kan natuurlijk ook nog. Ben benieuwd of in de resterende 11 dagen van onze reis nog zaken aan het wensenlijstje worden toegevoegd. Ik houd u op de hoogte.

Onderweg

Soms heb je van die weken dat je het gevoel hebt dat je alleen maar onderweg bent, zoals afgelopen week. Groningen – Gdansk – Groningen – Utrecht – Amsterdam – Den Haag – Amsterdam – Groningen. Thuis – vakantie – thuis – werk – ander thuis – voor de leuk – ander thuis – thuis. En als je zoveel onderweg bent, kan je lekker mensen observeren. Want mensen doen best raar in vliegtuigen en treinen.

Neem nou dat gedoe met die koffertjes in vliegtuigen. Je scoort een bijzonder goedkoop ticket en aangezien je geen geld wilt besteden aan het inchecken van een koffer, prop je je hele hebben en houden in zo’n petieterig koffertje. Zo’n koffertje dat je met het nodige stampwerk in een ‘mag-uw-koffer-wel-mee-als-handbagage’-rek duwt. Om vervolgens triomfantelijk, maar met het zweet op het voorhoofd, te constateren dat je het kreng echt wel het vliegtuig in mag nemen. Ook al kijkt de grondstewardess bedenkelijk. Eenmaal aan boord neemt het verrekte koffertje best veel plek in beslag in de bagagelocker. Maar wat kan jou het schelen, per slot van rekening wordt aan mensen die een kleine rugzak meenemen gevraagd om die maar onder de stoel te schuiven. Vervolgens bedenk je ter plekke dat je eigenlijk je nagelvijl, de Privé, het puzzelboekje met 1 ster, je mobiel, je tablet én de krentenbollen nog uit het koffertje moet halen. Plus een pen natuurlijk, anders kan je de puzzel niet invullen. Het geeft niet dat al die andere mensen moeten wachten in het gangpad, je hebt echt de ruimte nodig om de koffer uit te pakken. Oeps, daar trilt de dildo de koffer uit, snel controleren of je wel extra batterijen hebt meegenomen.

Serieus irritant. Ik ben een van die mensen die een rugzakje meeneemt als handbagage. Daar zit in: spiegelreflexcamera met toebehoren, paspoort, tickets, geld, pinpas en creditcard, leesbril, zonnebril, papieren zakdoekjes, labello, mobiel, MP3-speler en een boek of tijdschrift. MP3 plus boek heb ik al in de handjes voordat ik het vliegtuig instap, zodat ik meteen kan gaan zitten en de rugzak onder de stoel kan schuiven. En ja, ik check altijd een koffer in. Zelfs een kleine koffer die eigenlijk als handbagage meegenomen mag worden. Daar betaal ik graag voor, want dan kan ik lekker mijn toilettas volstoppen met zaken die ik mogelijk nodig kan hebben op plek van bestemming. Dus ik zal nooit, zoals vorig jaar een dame op Heathrow Airport, hysterisch worden bij de douane omdat ik de 8 kilo aan miniverpakkingen cosmetica uit de grote plastic zak moet halen om de boel in kleinere zakjes te verpakken.

Lekker relaxt reizen? Geef gewoon een beetje meer geld uit, check een koffer in en stop een dildo nooit in je handbagage.

koffer

De dwalende planner

Amsterdam

Ik kan er niets aan doen, maar ik houd van plannen. Geef mij een reisbestemming en ik ga helemaal los op vliegticketsites, booking.com en airbnb. Als vervoer en slaapplek eenmaal geregeld zijn, verdiep ik mij graag in het culturele en culinaire aanbod van de stad naar keuze. En ondertussen weet ik dondersgoed dat ik een hekel heb aan volgeplande dagen en bovendien kom ik altijd ergens anders terecht dan dat ik dat van te voren had bedacht. Want ik dwaal graag en veel. Liefst met camera, maar ook vaak zonder. Bij het dwalen kom je regelmatig op plekken terecht die niet in de reisgidsen staan en daar wordt het ontdekken van een stad zoveel leuker van. Omdat je dan je nek niet breekt over selfiestick-dragende Chinezen en ander toeristisch volk. Meet the locals, maar dan in het echt, zonder ‘lokale’ gids.

Binnenkort mag ik van mezelf weer een paar nachtjes in Amsterdam verblijven. Het zoeken van een leuk en betaalbaar airbnb-adres bleek een uitdaging te zijn. Had ik mijn zinnen gezet op een plekje in Oud-West, want ik ben toch wel nieuwsgierig hoe het gaat met het meisje met de 3 hoogtepunten, uiteindelijk ben ik met een omweg beland in De Pijp. Een leuke studio in een, naar alle waarschijnlijkheid, studentenhuis. Voor het culinaire gedeelte van mijn trip heb ik al de nodige tips gevraagd en gekregen. Ik hoop op terrasjesweer en ben benieuwd of het terrasgeleuter anders zal zijn dan in West. Voor mijn vrije vrijdag heb ik al een planning klaarliggen: ontbijt – Stedelijk – lunch – FOAM – diner – culturele avondbesteding. Dus daar zal wel weer helemaal niets van terechtkomen. De kans is aanwezig dat ik toch besluit om een obscure kamertjesroute te gaan fietsen, op zoek naar ranzige mannetjes die alleen vrouwen in hun kamertjes willen hebben. Camera mee!