Bijwerkingen

De 2e prik zit er bij mij al een tijdje in en dat maakt dat ik me iets gemakkelijker door het leven heen beweeg. Ik maak me niet druk om mensen die om verschillende redenen niet gevaccineerd willen worden, al kan ik persoonlijk niet veel met de opmerking dat je niet weet wat het vaccin op de lange termijn met je lichaam gaat doen. Als je jong bent, snap ik die zorg wel. Per slot van rekening zijn er voldoende voorbeelden van medicijnen waarvan later bleek dat er ernstige bijwerkingen konden optreden. Als je dan nog een heel leven voor je hebt, is dat geen prettig vooruitzicht. Maar als je zoals ik de 50 voorbij bent, moet je je realiseren dat je het beste deel van je leven al achter de rug hebt. Daarom vind ik reclames van datingsites voor alleenstaande 50-plussers ook mateloos irritant. Van die dartelende mensen die eindelijk weten dat ze met een nieuw iemand hand in hand willen lopen op een strand, samen met de pas aangeschafte labrador. ‘En zo wandelen zij de stip op de horizon tegemoet, niet wetende wat de toekomst gaat brengen.’ Duh vrienden, het einde is in zicht! De 50-plussers die al heel lang zijn verbonden met hun soulmate of iemand waaraan ze gewend zijn geraakt, zitten in heel andere reclames. Zij zitten namelijk in van die lanceerstoelen te kijken naar hun kalknagels en terwijl de een zich insmeert met een gewrichtsgel, zit de ander zijn kunstgebit vast te plakken opdat er in een stevige appel gebeten kan worden. Een veel realistischer weerspiegeling van de werkelijkheid voor mensen van mijn leeftijd en ouder. Kortom, als oudere ben je op weg naar de uitgang, al zal de een die uitgang eerder vinden dan de ander. En om die reden ben ik voor mezelf niet bang voor de effecten op de lange termijn van de vaccins.

Wat ik me wel afvraag is of de mensen die niet gevaccineerd willen worden, ook geen andere medicatie gebruiken en dan met name de medicijnen die je gewoon bij de drogist kan kopen. Ik kreeg onlangs van iemand het advies om een pijnstiller met diclofenac te kopen. Zolang ik nog geen lanceerstoel heb, kan zo’n pijnstiller mij helpen om gemakkelijker van de bank te kruipen. Nu heb ik in het verleden vaker diclofenac voorgeschreven gekregen van de huisarts en dan lees je de bijsluiter wel, maar je vertrouwt ook blind op de kennis en kunde van huisarts en apotheker. Bij spul dat je bij een drogist kan kopen, ligt het voor mij wel anders. Ik heb de bijsluiter van A tot Z gelezen en nu vind ik het eng spul. Bijwerkingen die vaak voorkomen zijn hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, diarree en huiduitslag. Dat valt nog mee, maar bij ‘zelden’ staan zaken als hartinfarct, beroerte, gezichtsbeperking en leverfalen. Maar het allerergste moet nog komen: ‘Sommige bijwerkingen waarvan de frequentie niet gekend is, kunnen ernstig zijn zoals rectale bloeding….’ Stel je voor, je zit bij buurvrouw Truus haar nieuwe bankstel te bewonderen: “Goh Truus, wat zit deze bank lekker. En mooie lichte stof ook, wel wat besmettelijk.” En jouw anus hoort die woorden uit jouw mond rollen en denkt dan: “Besmettelijk? Yes! Bloeden met die bende!” Ik durfde de deur niet meer uit en kreeg neigingen om een maandverbandje XXL in mijn ondergoed te stoppen, voor het geval dat.
Conclusie: ieder medicijn kan bijwerkingen veroorzaken, bepaal zelf of je het mogelijke risico wilt lopen. Mijn anus heeft zich keurig gedragen nadat ik twee van die pillen heb geslikt en van andere bijwerkingen heb ik niets gemerkt. Al zou een lezer van het bovenstaande kunnen vermoeden dat ik lijd aan verwardheid. Zou kunnen, staat ook op het lijstje.

Deventer

De afgelopen twee jaar stonden in het teken van verdriet, regelen, rouwen, lockdown, thuiswerken, verhuizen, verdriet, regelen, rouwen en de ongewenste gast die maar niet wil vertrekken: Corona.  Nog lang niet uitgerouwd, geen tijd genomen om echt tot rust te komen, met als gevolg dat ik de laatste weken het concentratievermogen had van een dronken fruitvlieg op een schaal met beschimmelde aardbeien. Hoog tijd om een paar dagen ‘vakantie’ te nemen. De keuze viel om verschillende redenen op het mooie Deventer. En wat was het lekker om weer eens door een stad te dwalen met mijn camera, op een terrasje te zitten en als vanouds andere mensen te observeren.

Wat te doen in Deventer

Wat doet men zoal in Deventer? Ongetwijfeld meer dan ik er heb uitgespookt, maar ik heb mezelf getrakteerd op lingerie, parfum en elpees. Verder heb ik twee musea bezocht, een middagje op bed gelegen met een goed boek, gefotografeerd, her en der koffie gedronken, geluncht en (niet altijd) lekker bier geproefd. Op de eerste avond ging ik eten in een gezellig eetcafé op het plein. Bij mij in de buurt zat een viertal babyboomers. Ongetwijfeld last van een vervelende allergie, want een van de boomers wilde weten of er pinda’s in de notenburger worden verwerkt. Dat bleek niet het geval te zijn, dus hij wilde graag die burger maar dan wel zonder tomaten. Ondertussen had boomer het zichzelf comfortabel gemaakt en de schoenen uitgetrokken. De maaltijden werden uitgeserveerd en toen bleek dat de notenburger was verpakt in een broodje. Oeps, vergeten, hij blieft ook geen gluten. Hoppa, de hele handel kon weer terug naar de keuken. Je kon me opvegen.

Op avond twee met M. gegeten in een leuk restaurant en op de laatste avond in een goed Italiaans restaurant.  En ik heb vooral het volk geobserveerd. Zo ben ik me wezenloos geschrokken van iemand met een heel eng hoofd die mij passeerde op een terras waar ik rustig van een biertje zat te genieten. Toen het eenmaal dichterbij was, bleek het een dame te zijn die een huidkleurig mondmasker met zwarte vlekken droeg. Boven het mondmasker zaten twee zwarte, priemende ogen en omdat ze volledig in het zwart gekleed ging, leek het geheel verdacht veel op Darth Vader. Ze had trouwens ook het bijpassende gedrag, maar daar hadden alleen het personeel en haar man last van.  

Uitgerust?

Een beetje. Na drie dagen Deventer heb ik deze week twee dagen aangerommeld in huis en omgeving, twee dagen gewerkt en een leuk afscheidsfeestje gehad. Van dat laatste heb ik echt genoten. Hoe heerlijk is het om een groepje fijne collega’s weer eens in het echt te zien en goede gesprekken te kunnen voeren. Het werd een latertje in Leiden en het afscheid was een groot knuffelfestijn. Geen idee of dat kwam door de drank, door de huidhonger of dat we elkaar allemaal echt heel leuk vinden, maar het was gewoon fijn. Meer van dat soort dagen a.u.b.!

Wandelen

Mensen die mij een beetje kennen, weten dat ik geen groot fan ben van wandelen. Als ik al eens 7000 stappen op een dag weet te zetten, dan wordt mijn smartwatch dolenthousiast en krijg ik een high five. De keren dat dat is gebeurd, zijn op de vingers van één hand te tellen. Echter, ondanks het feit dat ik mijn stinkende best doe om iedere vorm van beweging te omzeilen, bestaan er nog steeds mensen die graag met mij willen wandelen. Geen idee waarom, zo gezellig ben ik niet. Misschien is de achterliggende gedachte dat het beter is om met z’n tweeën chagrijnig te zijn in plaats van in je eentje. Hoe dan ook, ik ben de beroerdste niet en neem dan ook iedere uitnodiging aan. Omdat lopen gezond is, al kun je het ook een vorm van zelfkwelling noemen.

Zo komt het dat ik sinds een tijdje gemiddeld één keer in de week wandel met De Baas. Afgezien van de eerste wandeling, die voor ons allebei wat lichamelijke ongemakken met zich meebracht, valt dat best mee. Zeker nu de terrassen weer zijn geopend. Omdat ik dus al wat geoefend heb met het lopen in het wild, leek het me geen probleem om in vijf dagen tijd, drie wandelingen te gaan maken. Dat was een vergissing.

Het begon goed op de vrijdag in Delft. Lunchen met lieve collega I., beetje flaneren door Delft, constateren dat de zomerjas niet meer bestaat en neerstrijken op een gezellig terras met een roseetje. Wel een beetje last van de rug, maar daar heb ik al 50 jaar last van. En toen kwam de zondag. Ik ging een wandeling maken in de Amsterdamse Waterleidingduinen met lieverds F., G. en J.. Van mijn leeftijd, maar alle drie walgelijk fit en daar had ik rekening mee moeten houden. Eerlijk gezegd ging het al mis bij het bepalen van de wandelroute. Normaal gesproken sta ik met mijn snuit bovenop zo’n informatiebord om de meest korte route uit te zoeken, maar nu was ik vol vertrouwen dat de twee ‘captains’ een juiste keuze zouden maken aangezien zij regelmatig het park bezoeken. De keuze viel op de blauwe paaltjesroute, een route die volgens de boekjes ongeveer 7km lang is en waar je zo’n anderhalf uur over doet. Goed te doen dus, ware het niet dat er geen enkel blauw paaltje te bekennen was. Wel veel damherten, bomen, water en een gruwelijk hoge duin die we om onduidelijke redenen wilden beklimmen, maar geen zinvol paaltje. Gevolg was dat we het hele gebied hebben gezien en ik 24.358 stappen heb gezet. Vierentwintigduizendendriehonderdenachtenvijftig stappen, ik was gesloopt. De dames natuurlijk niet, die hadden het alleen een beetje warm. Lieve meiden hoor, maar de volgende keer bepaal ik de route.

Ik was nog niet bijgekomen van de beproeving op zondag of er stond 2 dagen later een wandeling gepland in het altijd fijne Leiden. Collega P. nam me mee op een mooie singelroute door de stad. Die lieve jongen moet gedacht hebben dat hij met zijn overgrootmoeder op stap was, want ik moest toch regelmatig even rusten omdat mijn knie er geen zin meer in had.  Zo duurde een wandeling van anderhalf uur een hele lange middag. Gelukkig is P. heel geduldig, hebben ze in Leiden veel leuke terrasjes en lekker lokaal bier. Terrasjes, bier, goed gezelschap, ’t kon minder. (ja, ik blijf een Groningse)

Eerlijk gezegd ben ik nu wel een beetje zat van dat gewandel en wil ik alleen nog maar op de bank liggen, maar tot mijn grote schrik staat er volgende week een wandeling gepland met De Baas, De Grote Baas en P..  Ergens heb ik het vermoeden dat De Grote Baas ook zo’n fit exemplaar is, dus ik vrees het ergste. Maar om mezelf te motiveren, heb ik nu deze quote omarmd: ‘Wil je mooie billen, dan moet je niet op de bank blijven chillen”.  Waarvan akte.

Klopt, je krijgt spierpijn

Thuiswerken

De zaterdagochtend is mijn favoriete moment van de week. Dan ontvang ik een papieren krant die ik,  onder het genot van meerdere koppen koffie, van A tot Z (of Q) lees. Oftewel, ik lees bijna alles maar ik blijk minder geïnteresseerd in economie, wetenschap en, vreemd genoeg, sport. Ook de advertenties sla ik met liefde over, al zijn de paginagrote advertenties van Rijksoverheid nauwelijks over het hoofd te zien. Was ik al verbaasd over Sanne die in haar lunchpauze de hond uitlaat in het bos en dat een goed moment vindt om aan de telefoon bij te praten met een collega (mens, geniet toch van je rust en gun een ander ook die rust!), de advertentie van afgelopen zaterdag was helemaal vaag. Onder het mom van ‘thuiswerken, we worden er steeds beter in’, krijgen we nu Rutger met zijn gitaar voorgeschoteld. Want Rutger maakte naast een fijne werkplek, ook een fijne niet-werkplek in zijn huis. In het pré-Corona-tijdperk heette dat gewoon de woonkamer met loungebank of de slaapkamer met een lekker bed. Ik kan daar nog uren over doorgaan, maar de boodschap van Rijksoverheid is helder: ga vooral thuiswerken! Best, maar dan snap ik niet dat voor diezelfde overheid blijkbaar andere regels gelden.

Iets verderop in de krant lees ik namelijk dat in de monumentale tuin van het Catshuis een ’tijdelijk’ kantoorpand van vijf verdiepingen wordt gebouwd voor ambtenaren van het ministerie van Algemene Zaken. Nog even afgezien van het feit dat er veel kantoorpanden leegstaan en het dus niet nodig zou moeten zijn om een nieuw pand te bouwen, is vooral de vraag waarom deze mensen hun werk niet thuis kunnen uitvoeren. Wat doet dat ministerie eigenlijk? Volgens de website van Rijksoverheid doen ze dit: ‘Algemene Zaken is het ministerie van de minister-president. Het ministerie houdt zich bezig met de coördinatie van het algemeen regeringsbeleid en van de overheidscommunicatie. Ook verzorgt het departement de voorlichting over het Koninklijk Huis.’ Coördinatie? Kan vanuit huis. Communicatie? Kan vanuit huis. Voorlichting? Kan vanuit huis. Of zijn al die ambtenaren van belang voor het lekken van alle informatie die in het Catshuis is besproken, zodat iedere persconferentie van de minister-president eigenlijk overbodig is? Hebben ze geen integriteitsverklaring ondertekend of zo?

Hoe dan ook, ik vind dat de ambtenaren van Mark Rutte heel goed kunnen thuiswerken. Het ministerie van SZW heeft daar een mooie website voor: https://www.hoewerktnederland.nl/onderwerpen/thuiswerken Heel handig, ook voor ambtenaren.

Songfestival

In den beginne was ik helemaal verslingerd aan het Eurovisie Songfestival, toen je nog één avondje in het jaar een overzichtelijk aantal deelnemers voorgeschoteld kreeg. Met de jaren kregen we er steeds meer deelnemende landen bij, waardoor ze op een gegeven moment zijn begonnen met twee voorrondes. Omdat met het aantreden van die ‘nieuwe’ landen het hele festival transformeerde tot een fout circus van schreeuwers, jongleurs, bakkende baboesjka’s en zingende kalkoenen, vond ik er eigenlijk niet heel veel meer aan en keek ik alleen nog naar de finale. Maar dit jaar heb ik beide voorrondes gezien en vond het, tot mijn grote schrik,  leuk. Waarom eigenlijk?

De presentatie

Kijk, het is in eigen land en een beetje Nederlander vindt dat best wel leuk, maar maakt zich van tevoren ook ernstig zorgen of we ons voor de hele wereld niet voor lul zetten. Ergens staat me bij dat vorig jaar menig mens de gekozen presentatoren maar niks vond. En ik geef toe, ik had ook mijn bedenkingen. Maar man, wat zijn ze goed. Nikkie is de absolute ster, wat een heerlijke vrouw. Edsilia is lekker spontaan en volkomen zichzelf en Chantal is een echte professional. De rust die ze had in de eerste voorronde toen Ierland de boel liep te vertragen omdat er nog een boom gefiguurzaagd moest worden op het podium. (ze hadden zich beter kunnen concentreren op het lied, maar dit geheel terzijde). En Jan? Jan was in de tweede voorronde minder overbodig dan in de eerste voorronde.

Music first

Goed, ik had me dus voorgenomen om, geheel tegen de eigen traditie, de voorrondes te bekijken.  We begonnen op dinsdagavond met Litouwen met een man in een felgeel pak en ik zag de bui al hangen. Maar wat was het een leuk optreden, werd er meteen vrolijk van! Het werden twee avonden van goede nummers, fijne performances , liedjes van dertien in een dozijn en nummers die je meteen moet vergeten. Met ‘Ma Ma Ma Mata Hari’ kan ik bijvoorbeeld helemaal niks. De donderdagavond werd afgesloten met een Deens heerschap dat het roze jasje van Sandra Kim had geleend. (Ze had toch een roze jasje aan? Of was het een roze broek?)

Ik kan na die twee avonden niet zeggen dat ik een absolute favoriet heb. Portugal en Zwitserland hebben mooie liedjes, het nummer van Finland en Malta vind ik lekker, Oekraïne, Rusland en San Marino verrassend en IJsland gewoon fijn. Hooverphonic (België) is te goed voor het Songfestival, maar staat gelukkig wel in de finale. ‘Ons’ lied van Jeangu kende ik tot deze week nog niet, maar vanochtend werd ik wel wakker met  ‘yu no man broko mi’ in mijn hoofd.  Blijft dus lekker hangen, maar zal geen winnaar zijn.

Kleding

Vroeger keek ik altijd naar de mooie jurken, nu kijk ik of zo’n jongedame (of een ander personage) überhaupt wel een jurk of een ander kledingstuk aanheeft. Less is more is niet altijd goed. Ik vraag me altijd af hoe zo’n outfit wordt gekozen. ‘Mag ik naakt optreden?’ ‘Nee, dat is tegen de regels.’ ‘Maar ik heb lang haar.’ Dit jaar is de keuze vaak gevallen op te kort, te zilver en te veel inkijk. Seks verkoopt, maar hoeveel hetero mannen kijken eigenlijk naar het festival?

Nederland promotie

Het enige onderdeel van het hele Songfestival waarover ik mijn twijfels heb, zijn de ‘promotiefilmpjes’ die voor ieder lied worden getoond. Bij andere landen heb ik altijd het idee dat vooral de mooie kanten van een land worden belicht, zodat je meteen naar dat land op vakantie wil. Ik kan me nu niet voorstellen dat de kijkers in andere landen meteen naar Nederland willen afreizen.. Natuurlijk is er aandacht voor gaststad Rotterdam en het altijd aanwezige Amsterdam (Nederland is echt meer dan Amsterdam), maar wat moet je nou met beelden van een zandafgraving bij Heerlen? Mag toch hopen dat Heerlen meer te bieden heeft dan een zandbak. ‘Günther! Dieses Jahr machen wir Ferien in Heerlen, so schön ist es da!’ Nee, hier slaat men de plank toch een beetje mis.

Tuinieren

Het zal in de zomer van 2008 zijn geweest dat Man en ik bedachten dat ons huis en de bijbehorende tuin wel de nodige aandacht verdienden. Klussen én tuinieren vielen echter niet onder onze favoriete bezigheden, zodat we besloten om maar te gaan verhuizen. Lekker naar een nieuwbouwappartement met een ruim balkon op een plek waar we samen oud zouden worden. Helaas besloot het lot anders, Man werd niet oud en opeens was het huis een plek waar ik niet in mijn eentje oud wilde worden. Er zat niets anders op om onze plek te verkopen en elders een nieuwe plek voor mezelf te vinden.

Een jaar geleden begon mijn zoektocht. Ik was op zoek naar een leuke bovenwoning met een balkon of dakterras. Nu heb ik een voorliefde voor oude(re) woningen en heb ik ook daadwerkelijk twee hele leuke huizen bekeken die voldeden aan mijn wensen. Alleen, beide woningen hadden een enge, steile trap en ik zag mezelf al met mijn krakkemikkige lijf onderaan die trap liggen. Dus deze twee huizen vielen meteen af. Huis nummer drie was oud, verbouwd, lag op de begane grond, had een tuin en lag op een plek waar ik wel (enigszins) oud kan worden. Kortom, huis gekocht en inmiddels woon ik  zo’n 9 maanden op mijn nieuwe plek. Nu is het huis wel verbouwd, maar er zijn nog genoeg klusdingen te doen. En daar waar mijn buren van die betegelde tuintjes hebben, heeft mijn tuin het nodige groene gedoe. Planten, struiken, bomen en onkruid.

Mensen die oreren dat tuinieren heel rustgevend is, begrijp ik niet. Ik heb een hekel aan tuinieren, na een kwartier bladeren bijeenharken, ben ik er al zat van. Als Man nog had geleefd, dan hadden we zeer zeker geen huis met een tuin gekocht. Hij was altijd erg duidelijk als het over tuinen ging: ‘Asfalteren die bende!’ Maar goed, ik heb dus een tuintje en dat moet onderhouden worden. Een kleine twee weken geleden was het een paar dagen warm weer, ik zat in mijn tuin en constateerde dat het toch wel een wat rare tuin is. De aarde zit vol met kiezelstenen, schelpen, glasscherven en andere zooi. Het lijkt alsof de vorige bewoner gratis tuinaarde van de vuilstort heeft opgehaald. Maar er staan een paar prachtige struiken, er ligt mos en groene aanslag op de tegeltjes, her en der komen er narcissen naar boven en staat er een plantje dat ik, na het tellen van de blaadjes, als zevenblad heb geïdentificeerd. Dat is een onkruid, maar zoals een wijze vrouw onlangs zei is ‘onkruid in the eye of the beholder’.  Het zevenblad staat heel leuk rondom de berk, dus voorlopig mag het blijven. Al was het alleen maar omdat ik nog geen zin heb om de schoffel uit te proberen.

Briefstemmen

Het is mooi dat we in deze rare tijden de 70-plussers de gang naar het stembureau willen besparen en ze de mogelijkheid bieden om per brief te stemmen, maar of het nu zo’n goed idee is? Ik betwijfel het.

Het begon een week geleden met een telefoontje van mijn vader die oprecht verontwaardigd was over de hoeveelheid papier die hij van de gemeente had ontvangen. Een stempas en zo’n lijst en hij zou ook nog een retourenvelop gaan ontvangen. Hij vond het belachelijk en zou óf naar het stembureau gaan óf helemaal niet gaan stemmen. Ik besloot naar Groningen af te reizen om de papierwinkel te aanschouwen. En inderdaad, het was een behoorlijk pakket papier. Bij de stempas zat een brief met een uitleg over de drie mogelijkheden om te stemmen, inclusief een gezondheidscheck: ‘Snottert u of rochelt uw huisgenoot, ga dan niet naar het stembureau.’ In een tweede envelop zat een vuistdikke kandidatenlijst en in de derde envelop het briefstembiljet plus een met plaatjes uitgerust stappenplan en twee enveloppen.

Met het stappenplan in de hand en het stembiljet als een tafellaken uitgespreid op de eettafel, heb ik mijn vader door het stemproces weten te leiden. Eerst moest er een keuze worden gemaakt uit het enorme aanbod aan partijen. Niet dat dat lastig was, mijn vader stemt meestal op dezelfde partij.
‘Heb je nog een voorkeur op wie je wilt stemmen?’
‘Staat deze naam op de lijst? Ja? Kruis die maar aan dan. Welke kleur pen moet je gebruiken?’
‘Het mag met elke kleur.’
Het hokje voor de naam van de voorkeurspersoon ingekleurd en dan begint het enveloppenfeest. Het biljet mag alleen in de envelop met de tekst ‘briefstembiljet’ worden gestopt en daarna moet de envelop worden dichtgeplakt. Dan moet er een handtekening, op de juiste plek, op de stempas worden geplaatst. Daarna moet de briefstembiljetenvelop en de stempas samen in de retourenvelop worden gestopt. Die envelop is weliswaar twee vierkante millimeter groter dan die andere envelop, maar het is toch lastig proppen. Wederom een envelop dichtplakken en klaar. Denk je. Maar nee, er is nog een laatste stap op het stappenplan die de nodige onduidelijkheid met zich meebrengt.

‘Zorg dat uw briefstem voor woensdag 17 maart 21.00 uur aankomt. Doe uw briefstem voor vrijdag 12 maart 17.00 uur op de post.’
‘Moet ik het nu voor de 17e of voor de 12e op de post doen?’
‘Doe maar gewoon voor de 12e, dan komt je stem op tijd aan. Maar je hebt ook de mogelijkheid om de envelop in te leveren bij een afgiftepunt. Die afgiftepunten staan op de website van de gemeente.’
‘Ik heb geen wwwpunt en de buurvrouw ook niet!’  Er volgt een opsomming van alle buren in de bejaardenflat die geen internet hebben. Ondertussen googelt (!) mijn vader op zijn tablet naar het antwoord op de vraag of Mahi ooit voor FC Groningen heeft gespeeld (ja, 2014-2019).
‘Toch heel handig dat Google, je vindt van alles.’
‘Je weet dat Google ook internet is?’
‘Ja, maar de rest heb ik gewoon niet.’
Iets later vraagt mijn vader op welk papier hij nee/nee/nee moet invullen. Hij blijkt de gezondheidscheck te bedoelen. ‘Dat hoeft niet, je gaat immers niet naar het stembureau en tegen de brievenbus mag je gewoon hoesten. Zonder mondkapje.’ Ik ben blij dat ik gewoon naar het stembureau mag.

Sneeuw

De winter van 1979. Ik zat in de brugklas en ik herinner me dat de school dicht was. Niet zozeer omdat de kinderen uit Stad (Groningen) niet op school konden komen, maar meer omdat de kinderen uit de omringende dorpen de stad niet konden bereiken vanwege de enorme sneeuwval. Dorpen in het noorden van het land waren van de buitenwereld afgesneden. Mensen raakten ingesneeuwd in hun auto, treinen zaten vast in sneeuwduinen van 3 tot 6 meter hoog en het leger werd ingezet om de wegen vrij te maken. In sommige dorpen viel de stroom uit en dus ook de centrale verwarming. Voor een 13-jarige is zo’n periode vooral spannend en realiseer je je niet welke problemen een zware sneeuwstorm met zich meebrengt. Sneeuwvrij van school is fijn en zo’n berg sneeuw ziet er gewoon mooi uit. Vanuit het huis, want ik was én ben een huismus die liever met een goed boek, een kop thee en een plaid op de bank ligt.

42 jaar later. Op zaterdag wordt een code rood afgegeven voor de volgende dag omdat er een sneeuwstorm onze kant opkomt. Reden voor een deel van de Nederlandse bevolking om te zorgen voor lege schappen in de supermarkten, alsof de sneeuwstorm minstens zes maanden gaat aanhouden. Het kan zijn dat ik te nuchter of te naïef ben, maar het komt niet eens in me op om te gaan hamsteren. Er is geen enkele reden om te denken dat we nu in The Day After Tomorrow-taferelen terecht gaan komen. (je weet wel, die rampenfilm waarin een tsunami New York overspoelt en dat daarna de boel in sneltreinvaart dichtvriest) Welnee, we gaan gewoon een paar dagen van Hollands ongemak tegemoet.

Het is zondag en er ligt inderdaad een pak sneeuw in mijn tuin. Het ziet er buitengewoon guur uit met die opstuivende en rondwervelende sneeuw, de wind zorgt voor kleine duinen tegen de ramen en muren. Op straat laten mensen hun kinderen uit en, in een enkele geval, hun hond. Er wordt opgeroepen om vooral de weg niet op te gaan met de auto of fiets, omdat het spekglad is. De enige reden die ik kan bedenken om toch met de auto of fiets onderweg te zijn, is omdat je naar je werk moet of dat er sprake is van een noodsituatie. Met die gedachte in mijn achterhoofd kijk ik met interesse naar de rode auto die voor mijn huis geparkeerd staat. Naast de auto staan een vader, een moeder en een kind met een slee.  Blijkbaar zijn ze van plan om een uitstapje te gaan maken. Het kind is enthousiast en kan niet wachten om zijn slee in gebruik te nemen. De moeder is ondertussen driftig bezig om de auto te ontdoen van sneeuw en ijs. De vader kijkt toe en straalt vooral uit dat hij werkelijk geen zin heeft om ook maar ergens heen te gaan. Om zijn vrouw te pesten, meldt hij dat pas op het moment dat ze klaar is met het krabben van de ruiten. Er ligt immers voldoende sneeuw in de eigen omgeving om de slee te gebruiken. De vrouw werpt haar man een ijzige blik toe, het valt me mee dat ze de ijskrabber niet in zijn voorhoofd plant. Het kind vindt alles best, zolang hij maar op de slee wordt rond gesleept. En zo geschiedde.

Hoe dan ook, tot nu toe kan de winter van 2021 niet tippen aan die van 1979. En dat hoeft van mij ook helemaal niet.

Winter in Den Haag, 7 februari 2021

Taboe

Het was op een woensdag in september, een van de schaarse momenten die ik in het jaar tweeduizendtwintig op kantoor heb mogen doorbrengen, dat mijn oog viel op een intranetbericht. De precieze titel weet ik niet meer, maar het betrof een workshop over het omgaan met het taboe rondom de overgang. Hoe goed bedoeld ook, ik word altijd wat recalcitrant van dit soort activiteiten. Ik draaide mij om naar leeftijdsgenoot G. om te vragen of wij behoefte hebben aan een dergelijke workshop. ‘Welnee, wat een onzin! Deal with it’, was haar reactie. Bovendien herkenden wij de taboesfeer van de overgang niet, wij praten daar gewoon over. Ook in het bijzijn van mannen. Hoe vaak het niet voorkomt* dat een collega in halfnaakte toestand haar hoofd uit het raam probeert te steken om wat frisse lucht over het verhitte lichaam te laten waaien, om vervolgens een half uur later, gehuld in thermokleding en 26 sjaals om het hoofd gewikkeld, tegen de verwarming aangeplakt zit. Dus nee, geen taboe. Iedereen ziet het en weet wat er aan de hand is.

Wat dan wel weer een taboe is, is de vaginale schimmel. Volgens de reclame hebben veel vrouwen weleens last van vaginale schimmels. Niet een paar vrouwen, maar veel vrouwen. En weleens klinkt alsof ze het vaker dan één keer krijgen. En als het dus veel vrouwen zijn, dan moet ik er toch zeker een paar kennen. Ik ken er geen een. Dit kan betekenen dat ik mij in een schimmelvrije vagina-zone bevind of dat de vrouwen in mijn omgeving hun schimmels geheim houden. Statistisch gezien moet het laatste helaas het geval zijn. Maar hoe herken je iemand met zo’n jeukerige en branderige schimmel? Krabben ze zich vaker in het kruis of schuiven ze ongemakkelijk heen en weer op hun zetel? Of zitten ze met een ventilator tussen de benen en gebruiken ze een plantenspuit om enige verkoeling in de verhitte omgeving aan te brengen? Ik heb werkelijk geen idee en misschien is dat maar goed ook.  Al zijn de oorzaken van zo’n infectie vaak heel onschuldig, ik hoef echt niet alles te weten van iemands ongemakken. Of het nu over een schimmel gaat, overmatig viagra-gebruik of aambeien; soms is een taboe nog niet zo gek.

* In het pre-coronatijdperk

Smartwatch

Ik ben in het bezit van meerdere horloges, maar ze hebben óf een nieuwe batterij óf een nieuw bandje nodig. Voor batterijen en bandjes ging ik altijd naar meneer Kronos in Groningen en ik heb in Den Haag nog geen nieuwe meneer Kronos gevonden. Bovendien zijn alle niet-essentiële winkels dicht, dus het heeft weinig zin om nu naar de perfecte horlogeman (of vrouw) te gaan zoeken.  Maar omdat ik wel graag een deugdelijke horloge om de pols wil hebben en omdat ik door het thuiswerken te weinig beweeg, leek het mij een zinvolle gedachte om een smartwatch aan te schaffen. Eentje zonder al te veel toeters en bellen, een stappenteller zou voldoende zijn. Dacht ik. Mijn favoriete webshop blijkt alleen smartwatches van het uitgebreide soort te hebben en uiteindelijk valt de keuze op een horloge dat leuk bij mijn smartphone past.

Het ding wordt in de laatste week van 2020 bezorgd en het is meteen feest als ikzelf het bandje mag bevestigen. Na tien minuten priegelen en schelden is het bandje eindelijk bevestigd. Ik maak een keuze uit een verscheidenheid aan wijzerplaten en dan ben ik er al zat van. Op oudjaarsdag fiets ik naar het leukste eetcafé van Den Haag om bieroliebollen te kopen en bij thuiskomst blijkt dat het horloge zelf heeft bepaald dat ik heb gefietst en dat ik daarmee een aantal calorieën heb verbrand. Gelukkig kan het ding niet ruiken dat ik oliebollen heb gekocht. Het bemoeit zich ook overal mee. Zit je te lang te werken dan krijg je enge vibraties aan de pols en de mededeling dat het tijd is om te bewegen. Een pluspunt is dat hij (het is echt een hij) met weinig  tevreden is, een paar stappen richting de koelkast levert je al de reactie ‘perfect!’ op. Ik begin het een leuk horloge te vinden, nu nog wat meer bewegen.

Op 4 januari is het ‘eindelijk’ zover; Marita zet het vermoeide lijf aan het werk. In de lunchpauze wandelen naar de bakker en na het werk een wandeling naar de bloemist. Zeventig minuten, 7407 stappen en een regenbui verder en ik herinner me weer dat wandelen niet echt mijn ding is. Ik krijg werkelijk geen energie van een stom blokje om en zeker niet als het miezerig en koud weer is. En ik moet een écht doel hebben: een museum, de bibliotheek, het filmhuis, een terras, strandtent of restaurant. Bovendien vind ik het wel een prettig idee als ik onderweg naar ergens de mogelijkheid heb om naar een toilet te kunnen gaan. Dus zolang het hele sociale leven op zijn gat ligt, blijft deze vrouw met haar smartwatch thuis. Dat moge duidelijk zijn.