Amsterdam

dsc_0078-2Een paar dagen geleden kreeg ik van mijn vrienden van Kamernet het vriendelijke doch dringende verzoek om mijn zoekprofiel opnieuw te activeren. Doe ik dat niet, dan deactiveren zij de boel. Dat mogen ze rustig van mij gaan doen, ik heb immers al de perfecte kamer gevonden in Amsterdam. En zolang mijn perfecte huurbazen niet verkassen, voelt deze dame geen enkele noodzaak om naar een ander kamertje om te kijken.

Door de mail realiseerde ik me opeens dat ik een jaar geleden, op 19 oktober om precies te zijn, de sleutel van mijn kamer in ontvangst heb genomen. Op de maandagmiddag, in Amsterdam Zuid, 25m² helemaal voor mij alleen. Volledig gemeubileerd, ik hoefde alleen maar het bed op te maken en mijn kleding in de kast te hangen. En vanaf dag 1 heb ik mij thuis gevoeld in Amsterdam. De buurt voelt vertrouwd aan en ik heb een aantal vaste adresjes waar ik graag kom. Mijn ‘eigen’ plein met bijbehorend eetcafé, een favoriet filmhuis, het gezelligste theater en het leukste koffiehuis. Ik heb ook een eigen fitnessclub, maar die valt onder de categorie ‘noodzakelijk kwaad’ en niet onder de favorieten.

Is Amsterdam heel anders dan Groningen? Nou, nee. Het is een beetje groter, maar ook in Amsterdam hebben fietsers hun eigen voorrangsregels en zijn verkeerslichten alleen bedoeld voor automobilisten. En oké, ook al mogen we in Groningen niet klagen over het culturele aanbod, in Amsterdam heb ik meer keuze op dat vlak. Waar ik dan ook dankbaar gebruik van maak. Het enige nadeel van Amsterdammers is dat ze weleens je fietstassen lenen en niet weer terugbrengen. Dat doen we in Groningen niet, ongevraagd fietstassen meenemen. Maar verder voel ik me net zo thuis in Amsterdam als in Groningen.

En mijn kamertje? In een jaar tijd meer eigen spulletjes naar binnen gesleept, lekker nestelen zoals dat mooi heet. Het is mijn eigen wereldje, waarin ik maar weinig anderen toelaat. Mijn veilige haven, mijn rustoord, het nest aller nesten.
Marita blijft.

Op kamers

shopEen zoektocht van een kleine 2 maanden langs allerlei obscure kameradvertenties en bijzondere kamerverhuurders heeft me dan eindelijk een kamer opgeleverd. Geduld is een schone zaak, want deze kamer is een lot uit de loterij en op een door mij gewenste locatie in Amsterdam. Alleen, het is wel een dure bedoening, dat ‘op kamers wonen’. En dan heb ik het niet over de huur. Want ook al is de kamer volledig gemeubileerd, je voert toch 2 huishoudens. Volgens mijn bescheiden mening moet ik daarom in ieder geval een dubbele garderobe aanschaffen. Ik ga natuurlijk niet elke week alle kleding, schoenen en lingerie van Groningen naar Amsterdam en vice versa verslepen. Dat betekent shoppen. Een activiteit waar ik geen fan van ben, maar als ik ook in Amsterdam voor de kast wil staan dralen om te bepalen wat ik ga aantrekken, zal ik wel moeten. Nu ben ik van het efficiënt shoppen, oftewel een lijstje maken en dat in een sneltreinvaart afwerken. Pinpas paraat, stopwatch ingedrukt en sprinten maar, zoiets. Nu is de herfstvakantie niet het meest geschikte moment om winkels af te draven. Er bestaan namelijk moeders die om onduidelijke redenen het leuk vinden om met hun kinderen te gaan winkelen. De meeste kinderen vinden winkelen helemaal niet leuk. Tenminste, dat maak ik op uit het gekrijs en geblèr dat uit menig keeltje komt. Even afgezien van dat kereltje dat wild enthousiast met een bh op zijn hoofd door de V&D rende. Mama gillend door de winkel; ‘Wèslèèèy, hang onmiddellijk terug!’ Het hoofd van Wesley had trouwens een grotere cupmaat dan de borsten van Sylvie van der V. Maar dit geheel terzijde, alle andere aanwezige kinderen wilden op z’n minst een ijsje of gewoon terug naar huis. Zoals het hoort.
Gelukkig kon ik wel snel weer naar huis. Een paar kledingstukken rijker en een kapitaal armer. Op kamers, je moet er wat voor over hebben.