Shapewear

corsetiere.net

corsetiere.net

Shapewear is een mooi woord voor figuur corrigerend ondergoed. Ondergoed dat borsten omhoogstuwt, de buik laat verdwijnen, een wespentaille creëert, billen opbeurt en de heupen mooi rond laat zijn. Alles waarvan wij vrouwen denken dat het ons aantrekkelijker maakt voor het andere geslacht en blijkbaar ga je jezelf ook beter voelen als het lijf in de ‘juiste’ proporties is geduwd. Maar wat zijn dan die juiste proporties en houden we onszelf en een ander niet voor de gek? Het droombeeld voor veel vrouwen is het zandloperfiguurtje met een lekkere C-cup. Maar dat hebben we nu eenmaal niet allemaal en bovendien hebben de mannen ook hun eigen voorkeuren, om het even lekker lastig te maken. De een houdt van grote borsten, de ander heeft liever een handzamer formaat, er zijn mannen die op dikke vrouwen vallen of juist op dunne latten. Kortom, waarom doen we al die moeite? Is die vent niet gewoon gevallen voor je sprankelende ogen en je geweldige persoonlijkheid? En houdt hij niet net zoveel van je als je, puisterig en al, ongesteld bent en je volstrekt onmogelijk gedraagt? Maar nee, we hijsen ons massaal in de shapewear. Alleen lijkt mij die hele figuur corrigerende zooi bij een opbloeiende liefde toch wel een stressfactor. Want stel je eens voor dat je op de date aller dates gaat, die date van ‘tonight is the night…’, en dat je op het moment suprême uit je sexy jurkje stapt en die leuke man je moet helpen om je te bevrijden uit de huidkleurige short met pijpjes. Kunnen we het licht even dimmen? Want die letterlijk adembenemende korset met push up bh moet ook nog uit. De vetrolletjes springen spontaan tevoorschijn, je billen en borsten zakken 20 centimeter en de taille is met de noorderzon vertrokken. Toppunt van romantiek, echt waar. Dit propje gaat morgen weer naar de sportschool.

 

Deze dames hebben toch echt geen shapewear nodig

 

Vriendschap

vriendschap6.jpgDe heren van Het Goede Doel hebben in het verleden leuke liedjes geschreven, maar met ‘Vriendschap’ hebben ze wat mij betreft de plank misgeslagen. ‘Een keer trek je de conclusie, vriendschap is een illusie’. Niet waar, Henk Westbroek. Mensen komen en gaan, maar echte vriendschap gaat nooit verloren. Je kan iemand 15 jaar lang niet zien en bij het eerstvolgende contact de draad weer oppakken alsof je elkaar gisteren voor het laatst hebt gesproken. En oké, met anderen raak je op een gegeven moment uitgeluld en moet je er niet aan denken om daar ooit nog eens mee af te spreken. Is helemaal niet erg, er zijn altijd weer andere leukerds in de buurt om bevriend mee te raken. Nu heb ik geen bakken met vrienden voorradig maar de vrienden die ik heb, zijn mij allemaal even dierbaar. Oude vrienden, nieuwe vrienden, beste vrienden en mogelijk toekomstige vrienden, de laatste tijd zit ik niet verlegen om afspraakjes. Naast vrouwen heb ik ook mannen in mijn vriendenkring. Nu blijkt dat laatste nogal eens voor opgetrokken wenkbrauwen te zorgen. Is het voor een tienermeisje betrekkelijk normaal dat je ook bevriend bent met jongens, als volwassene is een vriendschap tussen een man en vrouw (beiden van het heteroseksuele soort) blijkbaar iets ongewoons. En gedoemd om te mislukken. Diezelfde Henk Westbroek van Het Goede Doel heeft in de vorige eeuw al iets geroepen over zijn vriendschap met vrouwen en ik citeer: ‘Bij vrouwen speelt toch altijd onderhuids een erotisch moment mee.’ Kijken alle mannen zo naar hun vrienden van het vrouwelijke geslacht en geldt dat andersom ook? Dat wij vrouwen na een paar glazen wijn ons opeens gaan afvragen waarom wij die leuke vent aan de andere kant van de cafétafel nog nooit de kleren van het lijf hebben gerukt? Wat nou vriendschap, seks willen we! Gelukkig heb ik een ijzeren zelfbeheersing als ‘mijn mannen’ in de buurt zijn en is het nog nooit in mij opgekomen om erotiek in de vriendschap te pompen. En als dat wel het geval is, zou ik dat hier natuurlijk nooit toegeven. De familie leest mee.

Vijftig tinten pizza

De hele ophef rondom Vijftig tinten grijs heb ik nooit begrepen. Ik heb een illegale download van het 1e boek gelezen en geconstateerd dat het eigenlijk een bouquetreeks is met een sadomasochistisch tintje. Niet heel erg spannend en boeiend, net als de bouquetreeksboekjes. Een vriendin van mijn moeder vond het wel een strak plan om mij te voorzien van romantisch leesvoer toen ik als 16-jarige een tijdje aan huis was gekluisterd met gescheurde enkelbanden. Ik heb op z’n minst 100 boekjes gelezen in die periode en het zal geen toeval zijn dat ik sindsdien voornamelijk thrillers lees. Want het bouquet-thema is altijd hetzelfde. Jonge vrouw ontmoet een iets oudere, arrogante man. Une petite femme met weelderige lokken, pronte borstjes, roomwitte (!) dijen en meestal uitgerust met korenbloemblauwe of hazelnootbruine ogen. Man is groot, gespierd, in 90% van de gevallen donkerharig, heeft bijpassende donkere ogen en is voorzien van borsthaar. Ze hebben meteen een hekel aan elkaar, maar natuurlijk is er sprake van enorme wederzijdse aantrekkingskracht. Het duurt dan ook niet lang voordat hij zich grommend op haar stort en zij verrukte kreetjes begint uit te slaan als hij teder haar naar aardbeien smakende lippen kust. Ware liefde en ze leven nog lang en gelukkig. Misselijkmakend. Ik wil voorstellen dat de bouquetreeksboekjesschrijvers eens een keer een wat realistischer verhaal gaan schrijven. Ik wil wel even een voorzetje geven.

‘Ietwat zenuwachtig belt hij aan op nummer 13. Zijn eerste avond als pizzakoerier en de jongens van de pizzeria deden nogal lacherig en geheimzinnig over zijn 1e klant, weduwe De Boer. De deur vliegt open en daar staat ze dan, even breed als ze lang is. Gemelijk kijkt ze hem aan met haar fletsblauwe varkensoogjes. Ze bekijkt hem van top tot teen en begint haar 4 nicotine gele tanden bloot te lachen. Grommend vraagt ze hem binnen, omdat haar portemonnee nog op de keukentafel ligt. Ze draait zich om en bedremmeld volgt hij haar. Hij bekijkt met afgrijzen haar 140kg drillende vleesmassa en de bossen okselhaar die onder haar tanktop uitwippen. Eenmaal in de keuken laat weduwe De Boer zich op een stoel vallen en gaat wijdbeens zitten. Hij kan niet liplezen, maar de witte legging met kantinzet laat niets aan de verbeelding over. Ze vraagt hem dichterbij te komen zodat ze hem even goed kan bekijken. Hij durft niet te weigeren, doet een stap naar voren en voordat hij kan protesteren, heeft zij haar lippen op de zijne geperst. Haar adem riekt naar knoflook en uien, hij voelt een golf van misselijkheid opkomen. Zijn iele lijf zit inmiddels vastgeklemd tussen haar massieve borsten en enthousiast rukt ze hem de kleren van het lijf. Al gauw voelt hij haar eelterige handen agressief over zijn lichaam schuren. In een poging om los te komen, merkt hij tot zijn grote schrik dat de legging op wonderbaarlijke wijze is verdwenen en hij zich aan 2 harige melkflessen vasthoudt. Woest grommend duwt zij zijn handen richting het tropisch regenwoud tussen haar benen. Doodsbang volgt hij haar blaffende aanwijzingen op. Links! Verder naar links! Stukje naar rechts! Lager! De ontdekkingstocht duurt gelukkig niet heel lang, want weduwe De Boer begint al snel te loeien als een misthoorn en ze zakt als een plumpudding ineen. De pizzakoerier weet zich eindelijk uit haar omhelzing te worstelen en vlucht het huis uit. Zonder zijn handen te wassen.’

Ik hoef voorlopig geen pizza.

Fruithapje

appeltaart1Man eet geen fruit. Hij wordt daar fysiek onpasselijk van, zegt hijzelf. Ooit heeft hij vol trots gemeld dat hij tijdens een Gezondheidsweek op het werk een sinaasappel had genuttigd, om daarna thuis met een grote boog om de fruitschaal heen te wandelen. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik vorige week bij thuiskomst een berg appels op de fruitschaal aantrof. Of hij van plan was om die dingen ook daadwerkelijk op te gaan eten, vroeg ik argwanend. Jawel, zei hij monter en om zijn goede voornemen te bewijzen, zette hij zijn tanden enthousiast in een appel. Serieus, dit was voor het eerst in 16 jaar dat ik hem een stuk fruit heb zien eten. De pret was echter van korte duur want toen ik na een week van afwezigheid wederom het huis betrad, was de berg appels nog niet geslonken. Man was namelijk na die ene appel toch wel een beetje ziekjes geworden en zat nu met dat bergje fruit in zijn maag, want weggooien is immers zonde. Hij wilde wel een appeltaart gaan bakken maar we hadden geen rozijnen in huis, meldde hij vanaf de bank. Waarop ik met een duik in de voorraadkast op wonderbaarlijke wijze een zakje rozijnen tevoorschijn toverde. Het was even stil en toen moest ie toegeven dat hij niet heel erg hard had gezocht. Niet heel veel later was de keuken omgetoverd tot een slagveld. In het midden van de chaos een mopperende man, want het deeg bleef aan de deegroller plakken en rozijnen moet je eerst wellen. En die appels waren ook niet van de allerbeste kwaliteit. Het hele proces van het bakken van een appeltaart werd mij uitvoerig uitgelegd, alsof ik nog nooit zo’n taart heb gebakken. Maar goed, op het uiteindelijke resultaat mag hij trots zijn. Toen hij de volgende dag uitvoerig met zijn moeder het bakproces aan het doornemen was en de receptenuitwisseling op gang kwam, begon ik me wel wat zorgen te maken. Het hielp ook niet toen hij daarna aandachtig naar bakprogramma’s op 24Kitchen aan het kijken was. Nog even en hij is aan het trainen voor ‘Heel Holland bakt’ en wie moet dan al die taarten opeten? Precies, yours truly. Wie komt er helpen?

 

Brabantse mannen

Waarom leven vrouwen langer dan mannen? En of ik daar niet iets over kan schrijven? De man die mij deze vragen stelde, had het antwoord best wel kunnen googelen. Vrouwen hebben een beter immuunsysteem. Tel daarbij op dat mannen meer zuipen, meer roken én roekelozer zijn dan vrouwen. En mannen worden vaker vermoord. Geen ingrediënten voor een lang leven. Man in kwestie is trouwens van mening dat de stress die mannen van vrouwen krijgen, ook een belangrijke bijdrage levert aan het stervensproces van de man. Want hij moet de vuilniszakken buiten zetten. Hij heeft gelijk. Een vrouw die nu nog durft te beweren dat het op de wereld zetten van een kind zwaar is, moet zich de ogen uit de kop schamen. Vuilniszakken buiten zetten; dát is pas een zware bevalling!
bierNu zit hij als Brabander sowieso in de gevarenzone. Feit is namelijk dat in ons kikkerlandje Brabanders veruit het meeste zuipen. Iedere Brabander die ik ken, voldoet ook aan dit beeld. Met liefde. Laat het woord bier vallen en de Brabander staat al te kwispelen bij de voordeur. Sterker nog, hij hangt al met zijn hoofd onder de tap. Door de overmatige bierconsumptie wordt er in Brabant ook veel over straat gezwalkt, Brabanders zijn dan ook de uitvinders van het dweilorkest. Dweilen. In de zin van doelloos, dan wel dronken op straat rondzwerven. Echt waar, het heeft helemaal niets met schaatsen uit te staan, zo’n dweilorkest. Het dweilend over straat gaan, heeft weer als nadeel dat men vaak ongecoördineerd loopt rond te zwalken. Een ongeluk zit dan in een klein hoekje. Of een stevige matpartij. Helpt ook allemaal niet voor een lekker lang leven.
Mijn voorzichtige conclusie? Brabanders halen de gemiddelde levensduur van de man fiks naar beneden. De vraag is alleen wie er meer lol heeft gehad in zijn leven; de dweilende Brabander of de ‘ik-onthoud-mij-van-alles’-man.
Brabanders … en zij leefden nog kort en gelukkig.

Hipster of Oerman

baard5Hipsters. Dat zijn van die vage types met een baard, snor, flanellen ruitjesoverhemd, muts op de kop en een foute bril. Hipsters zetten zich af tegen de mainstream, maar inmiddels heb je zoveel van die baardmannen dat ze zelf mainstream zijn geworden. Dan moet er toch iets anders aan de hand zijn, want die wildgroei aan baarden is opvallend.  Er bestaan zelfs mannen die aan de baardhaartransplantatie gaan. Waarom in vredesnaam? Gelukkig heb je altijd wel ergens een wetenschapper die dit soort zaken graag onderzoekt en wat blijkt; de hipsterbaard is ontstaan door de druk die mannen voelen door de aanwezigheid van andere mannen. Mannen willen door zo’n baard agressiever lijken. Oftewel, hoe schakel je de concurrentie uit op het liefdespad. Ons vrouwen wordt niets gevraagd, wij moeten maar accepteren dat de heren elkaar al grommend in de baardharen vliegen om de vrouw naar keuze te kunnen veroveren. Heeft het testosteronbommetje de strijd gewonnen, dan wordt de vrouw waarschijnlijk aan haar haren de mancave ingesleurd. En dat verklaart weer waarom er veel vrouwen zijn met een kortpittig kapsel. De grote klauwen van de Oerman hebben immers geen grip op korte haartjes. Vrouwen met meer haar op het hoofd moeten het ergste vrezen. Want wat gebeurt er als Oerman je eenmaal heeft binnengehaald? Staat hij dan ieder weekend in een weiland woest te zwaaien met zijn knuppel? Om vervolgens een onschuldige koe een kopje kleiner te maken? Een koe die hij mee naar huis sleept en dan triomfantelijk voor jouw bed deponeert? ‘Kijk eens vrouw, wat ik voor jou heb gevangen.’ Dan kan je toch beter een kat nemen. Die slepen tenminste kleinere beesten het huis binnen, dat geeft aanzienlijk minder troep.

Lieve mannen, van mij hoeft het niet hoor, zo’n baard. Met minder haar, waar dan ook op het lichaam, kunnen jullie ook best heel erg aantrekkelijk zijn. Er is niets mis met een fris geschoren gezicht en aangezien er geen haar voor/boven/naast/onder de mond hangt, zijn jullie ook veel beter verstaanbaar. Liever een man waarmee je een goed gesprek kunt voeren dan zo’n exemplaar dat naar je gromt. Grommen is niet romantisch en zonder romantiek geen liefde. Dus!

Fietsenmannetjes

Omdat ook mijn lichaam soms behoefte heeft aan beweging, heb ik sinds een week of 6 een fiets staan in Amsterdam. Om heen en weer te crossen tussen station Zuid en Amstelveen Centrum. Het fietsje is een oude barrel van mijn moeder. Volgens haar is de Raleigh een collectors item, volgens de Amsterdammers in mijn omgeving niet de moeite waard om te stelen. En tot op heden klopt die laatste bewering.
fietsVoordat ik de fiets naar Amsterdam kon brengen, moest er nog wel iets aan gebeuren. De achterband had een niet te traceren lek, volgens mijn vader. Pa heeft de fiets naar de fietsenmaker gebracht met het verzoek een nieuwe binnenband te plaatsen. Hoe moeilijk kan zo’n opdracht zijn. Heel moeilijk, want fietsenmannetje 1 was heel enthousiast op zoek gegaan naar het lek en warempel, hij had ‘m gevonden. En dus de boel maar geplakt. Kostenbesparende actie van de beste man, maar niet eentje waar ik heel gelukkig van werd. Want de band had opeens zo’n gezellige bobbel, waardoor je het gevoel kreeg dat je iedere dag op de kasseien van Parijs-Roubaix aan het fietsen was, in plaats van op het fietspad tussen Amsterdam en Amstelveen. Dat kon niet lang goed gaan en inderdaad, afgelopen maandag trof ik mijn fiets aan met een lege achterband. Tegen beter weten in heb ik de boel opgepompt en toch maar op de fiets richting station. Er gaat niets boven een ritje op de velgen. Gelukkig zit er bij de fietsenstalling op Zuid een fietsenmaker. Wel eentje met een gebruiksaanwijzing, want blijkbaar mag je alleen ’s ochtends een fiets ter reparatie aanbieden. Of ik dan wel de volgende ochtend wilde terugkomen, alsof je überhaupt een keus hebt. De volgende ochtend min of meer fris uit de trein gerold en braaf de fiets ingeleverd bij het reparatiemannetje. Met het dringende verzoek om een nieuwe binnenband in de achterband te plaatsen. Dat kon, maar dan werd het wel de volgende dag want druk, druk, druk. Vooruit, waarom ook niet. Op de woensdagmiddag heb ik mij blijmoedig gemeld bij fietsenmannetje 2 om de fiets op te halen. Een rekening van € 7,50. Dat leek mij wat weinig voor een nieuwe binnenband, toch maar even vragen of ze de band hadden voorzien van plakkertjes. Nou nee want de mannen plakken niet, die plaatsen alleen maar binnenbandjes. Dan samen maar even de fiets checken. ‘Hé, die achterband is zacht, was dat al zo?’ Ehhhh pretletter, dat is nou precies de reden waarom die fiets hier staat. ‘Nou, dan moeten we er morgen maar weer mee aan de slag’. Goh, zou je denken. Eén van de mannen, hele aardige kerels trouwens, stelde voor dat hij de band zou oppompen zodat ik naar huis kon fietsen. Heb hem maar uitgelegd dat ik niet van plan was om naar Groningen te fietsen. Dat begreep hij gelukkig.
Vandaag was het D-day. Donderdag. Tot mijn grote vreugde was de fiets eindelijk gerepareerd en hoefde ik mij van ellende niet te bezatten in een nabijgelegen café. In plaats daarvan ben ik bobbelloos naar mijn ‘favoriete’ buitenstalling aan de Parnassusweg gefietst. Nu maar hopen dat mijn collectors item daar volgende week nog staat.