Olifant

081229-kunstkenner-kopieSommige mensen kan je gewoon niets weigeren. Zo heb ik een hele leuke collega die graag wil dat ik mijn hoofd laat zien bij kunstzinnige activiteiten die de kunstcommissie heeft bedacht. Ze is heel lief, heel direct en best wel drammerig. Bovendien beoefent ze een vechtsport. Eigenlijk ben ik gewoon bang voor haar. Dus zo kwam het dat ik afgelopen donderdag tijdens mijn lunchpauze stond te luisteren naar een kunstenaar wiens kunst staat te pronken in onze centrale hal.  Gelukkig was de man in kwestie geen zweverig type en kon hij boeiend vertellen over de totstandkoming van zijn werk. Vooral natuur en architectuur vormen zijn inspiratiebronnen.

Het beeld dat leek op een steen met pukkels, bleek een cactus te zijn. Het gat in de cactus was spontaan ontstaan tijdens het creëren. Zag de een er een gapend zwart gat in waarin een mens kan verdwijnen om nooit weer terug te keren, ik vond het een aardig vogelhuisje. Zou heel leuk in mijn tuin staan, mocht ik een tuin hebben.
Aan het einde van de rondleiding kwamen we terecht bij het pronkstuk van de expositie. ‘Ha, de olifant!’, riep een van de collega’s enthousiast. En warempel, met enige fantasie is er inderdaad een olifant in te herkennen. Een olifant die Marlene Dietrich heet. Marlene was de inspiratiebron voor het beeld en Marlene had toch zeker niet het postuur van een olifant. In de herinnering van de kunstenaar droeg Marlene een bontjas, stak ze een lang been vooruit, rookte ze en droeg ze een ketting. Met die uitleg herkenden we het lange been, snapten we waarom het beeld op een bontje stond en wat de bedoeling was van die gedrapeerde kralen. Alleen dat houten blok waarop het beeld rustte, was dat haar andere been? Nee, dat was om de boel overeind te houden. Marlene heeft maar één been. In beeldvorm that is, in het echte leven had ze er twee.

Zolang Marlene nog in onze hal staat, wens ik haar iedere dag een goedemorgen en probeer ik de beelden van een olifant als drag queen van mijn netvlies te poetsen.
Kunst, iedereen ziet er iets anders in en voor fantasierijke mensen is dat geen kunst.

Kunst met kleine k..

munchvangogh2Woensdagochtend, het Van Goghmuseum. Bij de tentoonstelling Munch : Van Gogh is het druk, veel in de weg lopende mensen met zo’n mediatourding op het hoofd. Mijn oog valt op een gezin met twee kleine meisjes, leeftijd ergens tussen de 5 en de 7. De meiskes luisteren schijnbaar aandachtig naar het verhaal op de mediaplayer. Mama vindt kunstonderwijs op jonge leeftijd belangrijk en overhoort haar dochters; ‘wat is de overeenkomst tussen beide mannen?’ Ik vind ze te jong om nu al over mannen te moeten nadenken, maar vooruit. De meisjes blijven stil totdat de jongste vol trots zegt dat ze al bij 101 is. Nee zegt mama, zij waren allebei ongehuwd en hadden een psychische aandoening. Het huwelijk en de psychiatrie, ook al past het heel mooi bij elkaar, vind ik geen onderwerpen om kleine kinderen mee lastig te vallen. Tenzij er een gekke oom in de familie ronddwaalt, dan is het handig om enige uitleg te verstrekken over psychische aandoeningen. Het jongste meisje interesseert het voor geen meter en meldt nog maar eens dat ze al bij 101 is op de mediaplayer. En eigenlijk bedoelt ze daarmee te zeggen dat ze er wel klaar mee is, met die gekke kerels die schilderijen hebben gemaakt.
Ikzelf loop rond zonder een mediaplayer. Bij het ondergaan van kunst, ook al heb ik er geen verstand van, vind ik zo’n ding erg afleiden. Ik kijk liever en lees zo nodig de bijschriften. Kunst is persoonlijk, ik vind iets mooi of lelijk. Het doet me iets of het doet me helemaal niets. Wil ik meer weten over de kunstenaar, zijn liefdesleven en al dan niet aanwezige gekte, dan lees ik wel een boek. Thuis, zonder afleidende factoren als toeristen met selfie sticks. Ja, ook in een museum kom je dat soort mensen tegen.  ‘Me, myself and I and that dude who cut off his ear.’  Gelukkig mag je in het Van Gogh op veel plekken niet fotograferen, maar dat weerhoudt sommige mensen niet om uitgebreid hun eigen snuit, én de afwezige oorlel van Vincent, op de foto te zetten. En dan maakt het niet uit dat Edvard M. en Vincent van G. regelmatig zelfportretten hebben geschilderd. Dat heet kunst, de zichzelf verheerlijkende selfie-maniakken zijn domweg irritant.