Kluizenaar

Opeens weet je het… je wordt kluizenaar. Was ik in het begin van de pandemie ervan overtuigd dat ik ‘later’ minstens twee dagen in de week naar kantoor zou gaan, inmiddels ga ik liever helemaal niet meer de deur uit nu het openbare leven zich weer normaliseert. Ik realiseer me dat ik gewoon niet dol ben op de aanwezigheid van andere mensen, uitzonderingen daargelaten, en dat ik toch ook een hoop dingen niet heb gemist in de afgelopen twee jaar. Een korte opsomming.

Knaag- en stinkdieren

Nu de meeste coronamaatregelen zijn afgeschaft, wordt er als vanouds volop gebruik gemaakt van de trein. Toen we nog een mondkapje moesten voorbinden, werd er nauwelijks gegeten in de trein. Maar nu? Er wordt enthousiast geknaagd op appels, wortels en ander konijnenvoer. Ik háát het geluid van malende kaken. Ook de snuivers en rochelaars zijn weer terug, net als de stinkerds. Stinkerds zijn mensen die rieken naar frituur, afhaalchinees, hutspot, zweet en/of zware shag. Bah.

Collectanten

Ergens leek het me een goed idee om zelf weer naar de supermarkt te gaan, maar na een paar keer te zijn besprongen door collectanten, begin ik daar niet meer aan. Wat moeten die mensen in mijn aura? Met hun tablets waarop ik meteen mijn gegevens mag invullen zodat ik maandelijks astmatische cavia’s in Peru kan voorzien van zuurstofpompjes. Nee, ik geef graag aan goede doelen maar niet zo. En de boodschappen? Die laat ik weer bezorgen.

Drukte

Alles mag en kan weer, dus gaat de buitenwereld los met teamactiviteiten, donderdagmiddagborrels en andere ongein. Laat ik daar nu heel ongelukkig van worden, zeker als er ook nog een soort van verplichting aan vastzit. Hoe groter de groep, hoe vervelender ik het vind worden. Mensen in groepen zijn druk en ik houd van de stilte. Natuurlijk vind ik het best gezellig om de kroeg in te gaan, maar dan met een (hele) kleine groep mensen. En daarna snel weer naar huis om te genieten van de rust. In campingoutfit, op de bank, met chips en Netflix.

Eigen wereldje

Voor mezelf is het bovenstaande niet verrassend, ik ben altijd al graag op mezelf geweest. Maar het leven bestaat uit deelnemen aan alles wat een ander voor je bedacht heeft: school, familiebijeenkomsten, een baan. Activiteiten waarin je ‘noodgedwongen’ moet omgaan met andere mensen. Nu lukt me dat best aardig, maar soms vind ik het een gedoe. Door twee jaar te moeten thuiswerken, heb ik gemerkt hoe lekker ik het vind om niet constant omringd te zijn door groepen mensen. Man had gelijk toen hij ooit eens opmerkte dat we allebei de neiging hebben om ons terug te trekken in een eigen wereldje, zeker als een van ons er alleen voor zou komen te staan. Samen waren we op onszelf en alleen ben ik een semi-kluizenaar aan het worden. Ik geloof niet dat ik dat erg vind.