Opruimwoede

Opruimwoede: gelukkig heb ik daar zelden last van. Maar onlangs overviel het me weer, de onbedwingbare behoefte om mijn kledingkast op te ruimen. Mijn kledingkast is een schatkist vol verrassingen, waarin lang verloren gewaande kledingstukken plots tevoorschijn komen. Vol enthousiasme pas ik dan ook alles waarvan ik het bestaan was vergeten. Om vervolgens tot de ontdekking te komen dat er een reden is dat ik het kledingstuk niet meer draag. Te klein, te groot, te wijde pijpen, te kort, te lang, heel erg te lelijk, staat stom en ‘ik zie eruit als een rollade’.
Ik blijk ook te beschikken over een behoorlijke collectie aan maillots en panty’s. In de basiskleur zwart, maar ik kwam ook een groen exemplaar met tattoo-print tegen. Heel leuk ding, past nergens bij. Resultaat na een uurtje passen en opruimen: een volle vuilniszak met kleding voor de kringloop.

Nu ziet mijn kant van de kast er weer keurig uit, dit gaat niet op voor de andere kant van de kast. Man beschikt niet over het opruim-gen en gooit werkelijk niets weg. Hij heeft een ruime selectie aan T-shirts, waarvan een groot deel  alleen nog maar gebruikt kan worden als poetsdoek. Desalniettemin trekt hij met liefde zo’n poetsdoek van formaat ‘naveltruitje’ aan, omdat het zo leuk staat op zijn joggingbroek. Tenminste, ik hoop dat hij zijn naveltruitjes alleen thuis draagt. Ik zie het nog zo maar gebeuren dat hij zo’n oud en ongestreken vod op zijn werk aanheeft. Mijn excuses daarvoor, collega’s van J., maar het is een grote jongen en hij bepaalt zelf wat hij aantrekt.  Vroeger wilde ik nog weleens de opmerking ‘trek je dát aan?’ maken, waarop er altijd een omkleed-actie volgde, maar helaas ben ik tegenwoordig niet meer in de buurt om Man tijdig te corrigeren. Misschien moet ik binnenkort toch maar eens stiekem zijn kast gaan leegruimen.

#Rokjesgate

Zwarte-lak-lieslaarzenSinds het Watergateschandaal uit de jaren 70 van de vorige eeuw is het in om ieder schandaal, hoe klein ook, te voorzien van de uitgang -gate. Deze week werden we in dit land verblijd met een nieuwe gate, het zogenaamde #rokjesgate. Bijzonder hoe dat soort dingen werken. In Amsterdam, om precies te zijn stadsdeel West, had een teamleider de baliemedewerkers verboden om korte rokjes en hoge laarzen te dragen. Meteen heel Nederland op de achterste benen. Want het moest wel een man zijn die zoiets vreselijks had bedacht. De vuile, seksistische gluiperd. Bleek de desbetreffende teamleider een vrouw te zijn. Ook niet best. Een journaliste schreef dat het dan wel een provinciale tuttebel moest zijn en ‘laten wij haar voor het gemak Klasien noemen’. Waarom moet je er nou persé een naam aan koppelen? Lekker stigmatiserend voor iedere hippe Klasien in dit land, over vooroordelen gesproken. Geen mens die zich afvraagt of de baliemedewerkers er inderdaad als ordinaire stoephoeren bij zaten. Want dat beeld popte meteen in mijn hoofd op. Hoogblond, veel blauwe oogschaduw, knalrode of fuchsia roze lippenstift, diep uitgesneden bloesje in tijgerprint, 5 cm rok, netkousen en lieslaarzen. En laten we eerlijk zijn, dat is toch niet echt gepast in een publieke functie. Begrijp me goed, ik vind dat iedereen zich mag kleden hoe hij of zij wil. Per slot van rekening zit ik in de zomer graag op een terras het voorbijkomend volk te bekijken. En het is toch wel lekker als je wat te roddelen hebt. Heb me ooit eens met een vriendin vermaakt met het begluren van Engelse toeristen. Of de dames onder de korte rokjes wel ondergoed aan hadden. Volgens ons niet, maar een eventuele string had ook verstopt kunnen zitten in de drillende vleesmassa. Ik vind echter ook dat je je moet kleden naar de functie die je hebt. Nu kunnen rokjes boven de knie en hoge laarzen heel netjes zijn, maar je hebt rokjes en rokjes. En laarzen en laarzen. En lichamen en lichamen. De teamleider had er beter aan gedaan om de medewerkers te vragen om in gepaste kledij op het werk te komen, bedrijfskleding zou het probleem kunnen oplossen. Als oud-leidinggevende heb ik een medewerkster ook eens gevraagd om een jasje aan te trekken voordat ze een klant zou gaan helpen aan de balie. Domweg omdat ik geen zin had om met de bedrijfshulpverlening uit te moeten rukken om een bejaarde te reanimeren. Want hij had een hartinfarct kunnen krijgen van het uitzicht op het middenrif en de borsten van de dame in kwestie. Een mooi stel tieten trouwens, maar toch. En ja, ik ben ook al eens boos geworden op een man die in zijn campingoutfit een klant te woord had gestaan. Denk aan een verschoten sportbroekje en een verwassen t-shirt op een corpulent lichaam. Misschien een leuk outfit bij het tappen van biertjes in de sportkantine, maar niet op kantoor.

Kortom, trek lekker aan wat je zelf wilt maar houd rekening met je publiek. In dat hele rokjesgedoe in West bleek het naderhand om één medewerkster te gaan die regelmatig haar collega’s trakteerde op een mooi(?) uitzicht op haar billen. Was handiger geweest om alleen die dame aan te spreken en niet de hele toko te bestoken met een mail. Rest mij nog één vraag: heeft iemand enig idee wie die bijzonder integere medewerker is die het interne mailtje van de teamleider de wijde wereld in heeft gegooid? Of ben ik de enige die graag wil weten wie dat onbetrouwbare sujet is?