School

Een nieuwe uitdaging. Hoewel, de 5 gegeven woorden/termen leiden naar een duidelijk onderwerp. Deze week in de aanbieding: Cito, landelijke gemiddelden, pushende ouders, prestatiedrang en kind zijn. Oftewel school.

citoMensen die roepen dat ze graag hun schooltijd willen overdoen, heb ik nooit begrepen. Ik kan me weinig herinneren van mijn schooltijd, niet omdat ik een hekel aan school had maar vanwege mijn dromerige aard. Om met mijn broer te spreken: ‘jij had niet door wat er allemaal om je heen gebeurde.’ Klopt en dat  vind ik helemaal niet erg. Ik leef en geniet liever van het nu dan dat ik moet terugkijken op mijn leven. Vooruitkijken doe ik ook niet, waarom zou ik me nu al druk maken over pensioen, incontinentieluiers en lubberende huidplooien?

Maar goed, school dus. Ik heb ooit een Cito-toets gedaan. Mocht naar het vwo, dus ik zal die toets wel goed hebben gemaakt. Waarschijnlijk hadden we toen (1978) ook al landelijke gemiddelden, maar dat is niet iets waar je je als kind druk om maakt. Voor de scholen blijkt het echter nogal veel uit te maken, ik citeer een stukje slecht Nederlands: ‘Een gemiddelde Cito score van de school onder het landelijk gemiddelde wil niet zeggen dat een school het slecht heeft gedaan. Het gaat erom dat de leerlingen hebben gescoord naar aanleiding van het aanleg en intelligentie. Heeft de school (en de leerlingen zelf) eruit gehaald wat erin zit.’ Tja, toch zullen veel ouders denken dat een school die onder het gemiddelde heeft gescoord, niet in staat zal zijn hun prinsjes en prinsesjes op waarde in te schatten. Want het zijn natuurlijk allemaal Einsteintjes in de dop. Dat is volgens mij helemaal iets van deze tijd, de pushende ouders die hun kinderen onder druk zetten om vooral een havo/vwo-labeltje krijgen. Ik kan me niet voorstellen dat de meeste kinderen die prestatiedrang van zichzelf hebben, dat wordt toch echt opgedrongen door de ouders. Voor de kinderen vind ik het jammer dat er ouders zijn die niet blij met een vmbo-advies voor hun kind.  Laat een kind een kind zijn. Ieder mens ontwikkelt zich anders en bewandelt andere paden richting een gelukkig leven. Want daar gaat het uiteindelijk om, dat je gelukkig bent met je leven. Ouders moeten zich afvragen wat het kind aankan en niet wat zij willen voor hun kind. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat mijn ouders hun kinderen nooit onder druk hebben gezet om te presteren. En wat denk je? Ook zonder druk zijn mijn broer en ik heel aardig terecht gekomen.

Al heb ik zelf geen kinderen, toch wil ik de ouders van nu een goede raad meegeven: Laat het geluk van je kind leidend zijn en besef je dat ook op het vmbo goede en betrokken leraren rondlopen. Het is echt niet zo dat op het havo/vwo betere leraren rondlopen, ook al blijken die beter betaald te worden. (belachelijk!)  En ja, je mag best een keer een kind achter de broek aanzitten als het er met de pet naar gooit, maar kinderen gaan niet dood als ze een keer op hun bek gaan. Belangrijker is dat je je kind laat weten dat je trots op hem/haar bent, ongeacht het schoollabeltje. Dat werkt beter voor het zelfvertrouwen dan het gevoel hebben dat, als je niet op het vwo terecht komt, je blijkbaar niet goed genoeg bent in de ogen van je ouders. Tenzij je als ouder van plan bent een potentiële burn-out kandidaat af te leveren in de grote-mensen-wereld; ga dan vooral zo door.

cito6

Hoogbegaafd

Met stijgende verbazing lees ik een artikel over een hoogbegaafd jongetje in Amsterdam. Hij is pas zes, maar gaat binnenkort al naar de middelbare school. Om dit heuglijke feit wereldkundig te maken, heeft papa een heel mediacircus georganiseerd op de huidige school van het kind. Kind beduusd van alle aandacht en de schooldirecteur stomverbaasd, omdat die niet was geïnformeerd over het bezoek van een aantal cameraploegen. Ondertussen is papa niet blij, omdat koning Willem-Alexander het kind nog niet heeft uitgenodigd voor een bezoek. Want in de USA wordt zo’n extreem slim kind immers uitgenodigd door de president, heel gek dat de koning niet het fatsoen heeft gehad om zich te melden. Op zo’n moment gaan bij mij de alarmbellen af. Natuurlijk mag een ouder apetrots zijn op zijn kind, maar ik vind dat deze vader een beetje doorslaat. Voor het kind is het alleen maar goed dat hij onderwijs gaat krijgen op een niveau dat bij hem past, want anders verveelt hij zich te pletter tussen de andere zesjarigen. Maar om nu de publiciteit te gaan zoeken? Wat voor druk leg je het kind op?

Met een paar hoogbegaafde kinderen in de familie weet ik dat het voor een jong kind niet gemakkelijk is om ‘anders’ te zijn. Ze zijn stukken slimmer dan hun leeftijdgenoten, vinden daardoor geen aansluiting in de klas en worden al gauw betiteld als een buitenbeentje. Bovendien zie je, vreemd genoeg, vooral bij andere ouders de nodige jaloezie en competitiegedrag ontstaan. ‘Onze Betty is anders ook heel slim, ze had deze week geen fouten in haar rekentoets.’ Als het hoogbegaafde kind een keer een misser maakt, waarschijnlijk omdat het zich door verveling absoluut niet interesseert voor het onderwerp van een toets, zie je de omgeving al meewarig lachen. ‘Ja, ja en dat noemen ze dan hoogbegaafd.’
Zoeken hoogbegaafde kinderen op het intellectuele vlak vooral aansluiting bij oudere kinderen, sociaal-emotioneel gezien gedragen ze zich over het algemeen conform hun leeftijd. De boze buitenwereld lijkt dat niet altijd te begrijpen. Plat gezegd: een zesjarige zal zich, ondanks het feit dat hij een paar klassen overslaat, nog niet gaan interesseren voor seks.

Ik hoop dat dit jongetje het ontzettend naar zijn zin zal hebben op de middelbare school en genoeg uitdaging gaat vinden in de lesstof. Maar ik hoop eveneens dat zijn ouders hem een kind van zes laten zijn en goed in de gaten houden dat hij zich op sociaal-emotioneel vlak ook goed kan ontwikkelen. Het geluk van een kind is belangrijker dan een bezoekje brengen aan de koning. Toch?

 

Op kamers

shopEen zoektocht van een kleine 2 maanden langs allerlei obscure kameradvertenties en bijzondere kamerverhuurders heeft me dan eindelijk een kamer opgeleverd. Geduld is een schone zaak, want deze kamer is een lot uit de loterij en op een door mij gewenste locatie in Amsterdam. Alleen, het is wel een dure bedoening, dat ‘op kamers wonen’. En dan heb ik het niet over de huur. Want ook al is de kamer volledig gemeubileerd, je voert toch 2 huishoudens. Volgens mijn bescheiden mening moet ik daarom in ieder geval een dubbele garderobe aanschaffen. Ik ga natuurlijk niet elke week alle kleding, schoenen en lingerie van Groningen naar Amsterdam en vice versa verslepen. Dat betekent shoppen. Een activiteit waar ik geen fan van ben, maar als ik ook in Amsterdam voor de kast wil staan dralen om te bepalen wat ik ga aantrekken, zal ik wel moeten. Nu ben ik van het efficiënt shoppen, oftewel een lijstje maken en dat in een sneltreinvaart afwerken. Pinpas paraat, stopwatch ingedrukt en sprinten maar, zoiets. Nu is de herfstvakantie niet het meest geschikte moment om winkels af te draven. Er bestaan namelijk moeders die om onduidelijke redenen het leuk vinden om met hun kinderen te gaan winkelen. De meeste kinderen vinden winkelen helemaal niet leuk. Tenminste, dat maak ik op uit het gekrijs en geblèr dat uit menig keeltje komt. Even afgezien van dat kereltje dat wild enthousiast met een bh op zijn hoofd door de V&D rende. Mama gillend door de winkel; ‘Wèslèèèy, hang onmiddellijk terug!’ Het hoofd van Wesley had trouwens een grotere cupmaat dan de borsten van Sylvie van der V. Maar dit geheel terzijde, alle andere aanwezige kinderen wilden op z’n minst een ijsje of gewoon terug naar huis. Zoals het hoort.
Gelukkig kon ik wel snel weer naar huis. Een paar kledingstukken rijker en een kapitaal armer. Op kamers, je moet er wat voor over hebben.

Bevrijdingsdag

BevrijdingOver dit onderwerp heb ik lang nagedacht. Moet ik hier wel over schrijven? In de (traditionele) media wordt er veel aandacht aan besteed en ook veel andere bloggers/columnschrijvers hebben hun gedachten al aan het net toevertrouwd. Wat heb ik er nog aan toe te voegen, behalve dan mijn eigen gevoel en gedachten onder woorden proberen te brengen? Dus ja, ook ik ga het hebben over dat kleine hummeltje met de naam Aylan.

Kobani, een Koerdische stad in Syrië aan de grens met Turkije. Syrië, waar sinds 2011 een burgeroorlog aan de gang is. Kobani is in die 4 jaren zwaar getroffen en ligt sinds de afgelopen dagen (weer) onder vuur van de Islamitische Staat (IS). Wat doe je dan als ouders van 2 prachtige zoons van 3 en 5, wetende dat in de afgelopen maanden 11 familieleden zijn vermoord door IS? Ik zou het wel weten. Je pakt het hoognodige in en zorgt ervoor dat je je kinderen naar een veilige plek brengt. Wat het ook maar mag kosten. Van bezorgde familieleden in Canada krijg je geld om de oversteek van Turkije naar Griekenland te maken, je veiligheid ligt in de handen van mensensmokkelaars die je maar moet vertrouwen. Veel mensen redden de oversteek in gammele bootjes naar Kos, anderen zijn helaas niet zo gelukkig. Waaronder de 3-jarige Aylan. En het is de foto van zijn dode lichaampje op het strand van Bodrum die de wereld opeens wakker schudt. Want dat zien we liever niet, verdronken kinderen. Helaas is Aylan niet het enige kind dat in de afgelopen jaren, op de vlucht voor oorlogsgeweld in het thuisland, is omgekomen. Maar ook dat zien en horen we liever niet. Na de dood van Aylan zag ik op Facebook een waarschijnlijk zeer oprecht bedoelde vraag voorbij komen. Waarom de ouders niet voor zwemvestjes hadden gezorgd? Tenenkrommend en getuigen van grote onwetendheid. Even afgezien van de vraag of er in een stad als Kobani überhaupt een watersportwinkel is te vinden, denk ik niet dat als je op de vlucht bent je meteen aan zwemvestjes denkt. Het is domweg roeien met de riemen die je hebt en maar hopen dat je het overleeft.

NRC betitelt de foto van Aylan van iconische waarde, zoals de foto van het napalm-meisje in Vietnam. Nu zijn er in de loop der jaren veel van die iconische beelden voorbij gekomen, zoals het Sinti-meisje in een trein op kamp Westerbork, onderweg naar de gaskamers van Auschwitz. Maar wat leren we nu van die beelden? Helaas helemaal niets. Want zolang er mensen op deze aardkloot rondlopen, zullen er mannen, vrouwen en kinderen worden verkracht, gemarteld en vermoord. Uit naam van een religie of een enge ideologie. De rest van de wereld kijkt toe en zwijgt, totdat we worden wakker geschud door een beeld zoals dat van de kleine Aylan. Dan vindt men massaal dat dit nooit meer mag gebeuren en moet de politiek zo snel mogelijk het vluchtelingenprobleem oplossen. Voor Aylan, zijn broertje Galip en al die andere kinderen van wie we de namen nooit zullen weten, is het te laat. Op de vlucht gestorven, dat hoort inderdaad niet. Kinderen gun je een veilige en liefdevolle omgeving waarin ze kunnen spelen en kattenkwaad mogen uithalen. Onbezorgd opgroeien, verliefd worden, trouwen en kinderen krijgen. Dat is deze kinderen allemaal ontnomen. Op 5 mei vieren wij in dit land Bevrijdingsdag. Wij mogen ons wel wat meer bewust zijn van het geluk dat zo’n dag bestaat. Leven in vrijheid, een dak boven je hoofd, een inkomen, brood op de plank. Niet iedereen heeft dat geluk. Zoals Aylan.

Geen woorden, maar daden?
Vluchtelingenwerk
Artsen zonder grenzen
Rode Kruis
Amnesty International

Tussen wal en schip

Vorige week in het nieuws: Kleuter van 5 verdrinkt puppy. Mijn eerste gedachte was: wat een eng kind. Om daarna meteen te denken: wat moet er van dat kind terecht komen? Want ik heb ooit zo’n kind gekend. Een kind met een hersenbeschadiging, opgelopen tijdens de geboorte. Met een vader die hem negeerde en een moeder die niet wilde toegeven dat haar kind ‘anders’ was. Want hij was anders en dat kon je hem niet kwalijk nemen. Kinderen in de buurt waren bang voor hem, omdat hij ze tot bloedens toe kneep. Mijn moeder gaf mijn broertje de raad mee om, bij een dergelijke actie, meteen een tik terug te geven. Die tik heeft ervoor gezorgd dat dat jongetje maar één vriendje had waar hij tegenop keek en dat was mijn broertje. Het mannetje kwam daarna veel bij ons over de vloer en hij moet dat, terugkijkend op die periode, als een veilige omgeving hebben beschouwd. Hij noemde mijn ouders oom en tante en wist dat er bij ons thuis duidelijke regels waren over wat er wel en wat er niet kon.
Waar ik het eerst aan moest denken toen ik het puppy-nieuws las, was de cavia. A, laten we hem voor het gemak maar zo noemen, was ervan overtuigd dat cavia’s kunnen stuiteren. Nu geef ik toe dat die beesten in opgerolde vorm veel op een tennisbal lijken, maar stuiteren doen ze toch echt niet. De cavia heeft het stuiteravontuur niet overleefd, maar A was zich geen kwaad bewust want hij was heilig overtuigd van zijn gelijk. Dat hij het arme beestje pijn heeft gedaan, kwam niet in hem op.

Kleine jongetjes worden groot en voor A betekende dat dat ook de problemen groter werden. Was hij op de lagere school al een buitenbeentje, op de middelbare school werd dat niet veel beter. Hij wilde er graag bij horen en deed zich stoerder voor dan hij in werkelijkheid was. Andere jongens daagden hem uit om idiote en gevaarlijke dingen te doen, hij zei nooit nee. En dat terwijl hij doodsbang was, helaas was de drang om er bij te horen groter dan zijn angst.
Als jongvolwassene kon A geen baan houden, want hij hield zich nooit aan de afspraken. Andere mensen, van het nare soort, maakten graag misbruik van hem voor hun eigen gewin. Want A was te bang om tegen te sputteren. Hij is jong overleden, op een pijnlijke manier, alleen in zijn eigen huisje. Mijn moeder zei, toen ze het nieuws hoorde: wat moet dat kind bang zijn geweest. Want voor ons bleef hij altijd dat kleine kind. Te goed voor een inrichting, maar te slecht om in de ‘normale’ maatschappij mee te draaien. Voor het kereltje dat de puppy heeft verdronken, hoop ik dat hij adequate hulp krijgt. Anders ben ik bang dat ook hij tussen wal en schip beland.