Kersttrui

Op het werk wordt een oproep gedaan om op 20 december vooral in een kersttrui te verschijnen en daar een foto van te maken, dit in het kader van ‘Wie heeft de lelijkste kersttrui van 2018’. Sommige mensen worden daar danig overstuur van.

‘Marita, wil jij even een blog schrijven over de kersttrui?’
‘Waarom?’
‘Ik vind daar iets van.’
‘En? Ik niet. Als iemand voor lul wil lopen in zo’n lelijke trui moet ‘ie dat vooral zelf weten. Waarom schrijf je zelf niet iets.’
‘Jij kan dat beter.’
Oké, daar valt natuurlijk niets tegenin te brengen.

Zuchtend pak ik het notitieblok en vraag vriend T. om van zijn hart vooral geen moordkuil te maken. Dat was geen enkel probleem.
‘Het is niet esthetisch!’ Ik geloof dat het juist de bedoeling is dat die truien zo onesthetisch mogelijk moeten zijn, maar goed.
Vriend T. raast verder: ‘Het is niet duurzaam en niet verantwoord. Ik verwacht van mijn collega’s meer maatschappelijke verantwoordelijkheid. Die truien worden in elkaar gezet door arme kindertjes in India en China en verkocht door goedkope winkels!’
‘Zoals de Action’, zeg ik enthousiast, wetende dat hij een pesthekel heeft aan die winkel.
‘De Action is een termietenwinkel!’ Daar bedoelt hij waarschijnlijk mee dat het in de winkel krioelt van mensen die op zoek zijn naar koopjes.

Ondertussen loopt er iemand voorbij in een groene onesie met één oog op de capuchon geplakt, het zogenaamde cyclopenpak. Daar zit ook een heel verhaal achter, maar daar wil ik het nu niet over hebben. Wel over het feit dat T. van enthousiasme begint te kirren. ‘Oh, wat een gaaf pak! Dat wil ik ook aantrekken. Ik ga F. vragen of ik het pak mag lenen.’
‘T., lieverd, je denkt toch niet dat dat pak uit het Hugo Boss-rek van de Bijenkorf komt? En niet door zielige kindertjes is gefabriceerd?’
T. kijkt mij verbijsterd aan en weet alleen nog wat gemurmel voort te brengen. De lieverd. Ik denk dat ik een trui voor hem ga breien.