Gemis

Soms kan een oprechte vraag leiden tot een golf van emoties waarvan je dacht dat je die allang had begraven. Het overkwam mij dinsdag. De middag begon goed met een semi-afscheidslunch van het leuke team waarmee ik met veel plezier heb samengewerkt. Slecht nieuws over iemand die me dierbaar is, maakte dat ik me al wat onrustig ging voelen. De tranen kwamen later, toen ik met een ‘nieuwe’ collega een persoonlijk gesprek had. We kennen elkaar nog niet zo lang en al gauw kwam het gesprek op het onderwerp relaties. Ik vertelde over J., over de omstandigheden rond zijn dood en hoe ik me de afgelopen drie jaar door het leven heb geworsteld. En toen stelde ze de vraag. De vraag of ik hem mis. Dat was het moment dat de tranen opwelden. Want ja, ik mis hem.

Men vraagt regelmatig hoe het met mij gaat, maar ik kan me niet heugen dat iemand ooit heeft gevraagd of ik J. mis. Omdat men dat als vanzelfsprekend aanneemt, vermoed ik. Maar ik ben dankbaar dat ze mij deze vraag stelde, want daardoor realiseer ik me dat het grote gemis er nog steeds is. Ondanks de gezellige dingen die ik doe met fijne mensen, is mijn leven zonder J. gewoon minder leuk. Niet dat ik nu depressief door het leven ga, maar het kost me soms moeite om de slingers op te hangen. Het feestje is elders en ik heb niet altijd zin om mee te doen.

Binnenkort vertrek ik naar Zuid-Italië. Voor het eerst sinds lange tijd alleen de grens over. J. neem ik, net als altijd, mee in mijn gedachten. Het gemak waarmee hij contact maakte met andere mensen, zal ik missen. Al strekt het niet tot de aanbeveling om te doen alsof je het mes wil zetten in de spaghetti. Daarvoor heb ik te vaak een geschokte restauranteigenaar  ‘no no no signor’ horen roepen.