Bilspleet

Soms wordt je geconfronteerd met een uitzicht op zaken die je liever niet ziet. Ik heb dat met bilspleten. In mijn straat zit een kleine Turkse supermarkt en die is vooral handig als ik een paar kleine boodschappen ben vergeten. Zo was ik vorige week onderweg naar de zuivelafdeling, maar werd mijn weg versperd door een corpulente jongeman die gehuld was in een zeer korte witte broek en een iets te kort T-shirt. Nu was het buiten niet warm dus ik had het vermoeden dat hij of gesport had of net uit zijn nest was gerold. Hoe dan ook, de jongeman moest ook zuivel. Van het onderste plankje. Het zakte door de knieën en trakteerde mij op een dermate onsmakelijk uitzicht dat mijn lust in yoghurt compleet verging. Echt, waarom kunnen mensen zich niet fatsoenlijk aankleden? Daar moeten we toch regels voor opstellen. Ik doe een voorzetje.

  1. Broeken en rokken moeten de taille of heupen nauw omsluiten. Is er sprake van enige ruimte tussen het stukje textiel en de genoemde lichaamsonderdelen dan moet er gebruik worden gemaakt van hulpstukken zoals een riem of bretels.
  2. Draag een onderbroek. Ook voor de onderbroek geldt dat deze de taille of heupen nauw moeten omsluiten. De onderbroek moet echter niet zichtbaar zijn als u zich in een bukkende toestand bevindt. Een klein streepje is niet erg, maar een onderbroek die is opgetrokken tot net onder de oksels is allesbehalve charmant.
  3. Is het volstrekt onmogelijk om de punten 1 en 2 op te volgen, zorg er dan in vredesnaam voor dat de boel is geharst. Zicht op de bilspleet zelf is al erg genoeg, we hoeven het niet erger te maken door er nog een tropisch regenwoud tegenaan te gooien. Ranzig.

Simpel toch?

Orinoco flow MF

Stond er onlangs bij de buren een bouwvakker vol enthousiasme ‘Like a virgin’ mee te kreunen, bij mij staat er een Tsjech op de steiger volstrekt onbekende teksten te blèren. Nadat ik me meerdere malen had afgevraagd waarom hij maar silhouette silhouette silhouette aan het zingen was, moest ik toch even vragen om welk lied het hier ging. Of ik Enya ken. Ja, die ken ik. En of ik ooit van Die Antwoord had gehoord. Nee, en dus volgde er een YouTube-educatie over een stel losgeslagen Zuid-Afrikanen die blijkbaar iets hebben uitgespookt met Enya’s nummer ‘Orinoco flow’. Een nummer waarvan je, laten we eerlijk zijn, alleen de tekst ‘sail away sail away sail away’ verstaat. Bij Die Antwoord wordt na drie keer sail away het woord motherfucker toegevoegd. Wat ik niet geheel onlogisch vind. Die constatering leverde me een high five van de Tsjech op en een ‘you made my day.’

Tijd om eens dieper te duiken in de teksten van de twee Orinoco-versies. Over Enya’s versie kunnen we kort zijn: die gaat echt helemaal nergens over. Er worden op rijm (!) een paar suggesties voor mogelijke zeilroutes gegeven, al vraag ik me af waarom je in vredesnaam van de Hebriden naar Khartoem in Sudan zou willen zeilen. Vaag lied, alleen geschikt voor de massagesalon.

De andere versie, Die Antwoord versus Enya – Orinoco Ninja Flow (Sail away motherfucker remix), is een ander verhaal. Laten we met het positieve nieuws beginnen: het is een verhaal met een begin en een eind. Het is alleen een bijzonder pornografische vertelling, vermomd in een rap. Enya hoor je op de achtergrond blijmoedig de verkeersinformatie voor zeilers doorgeven, terwijl meneer de rapper zijn seksuele fantasieën met ons deelt. Hij is druk doende om het sexy object van zijn affectie te bewerken met zijn ‘meanest penis’ (hahaha) en dat op verschillende locaties. Ergens vind ik het ook wel weer schattig dat de woorden penis en vagina worden gebruikt in plaats van de wat meer plattere woorden die voor beide lichaamsdelen bestaan. Die schattigheid verdwijnt trouwens gauw zodra meneer het heeft over kristalliserend menstruatiebloed en het plaatsen van tepelpiercings. Hoe dan ook, geen idee wat die jongen heeft gesnoven, maar hij is lekker bezig. Sail away motherfuckers!

Vakantiegevoel

Voor het eerst in drie jaar heb ik vakantie en het voelt raar. In het préweduwentijdperk was ik gewend om samen met man rond te toeren in het buitenland, nu ben ik vooral in Nederland onderweg of thuis. Niet altijd alleen, want ik heb dates geregeld met hele leuke mensen. Zo ging ik in Leeuwarden dineren met vriend en veelvraat P. Nu is P. ietwat chaotisch en zo gebeurde het dat hij mij het adres van het restaurant stuurde, om vervolgens zelf bij het verkeerde etablissement voor de deur te gaan staan. Ondertussen stond ik voor de deur van een erotisch café, maar dat lag aan Google Maps. Gelukkig vonden P. en ik elkaar heel snel en hebben we een genoeglijke avond beleefd in de Ierse pub.

Nu zijn er in mijn vakantie ook werkzaamheden gestart aan het pand waarin ik woon en de buurvrouw appte mij de vraag of de werklui hun gereedschap in mijn halletje mochten plaatsen. ‘Natuurlijk mag dat!’, antwoordde ik en zo kwam het dat ik bij thuiskomst een volgestouwde hal aantrof. Op dat moment realiseerde ik me dat ik die mannen om acht uur ’s ochtends binnen zou moeten laten, wat dan weer betekende dat de wekker gezet moest worden. In mijn vakantie! Best leuke kerels, die werkmannen, maar niet leuk genoeg om ervoor de wekker te zetten. Nu was er al een lang weekend Breda gepland en nam ik al heel snel het besluit om daaraan voorafgaand een paar dagen Utrecht te doen, de zorg voor de werklui overlatend aan de buurvrouw.

Inmiddels ben ik weer thuis na een paar fijne dates met leukerds uit/in het midden en zuiden van dit land, wordt de wekker gezet om de werklui binnen te laten en voorzie ik de mannen van koffie. Er staat nog een date op de agenda met lieve vriend T. en dan is de vakantie voorbij. Hoewel ik me uitstekend heb vermaakt, in fijne hotels heb geslapen en met leuke mensen heb afgesproken, hoop ik toch dat ik volgend jaar een reisje naar het buitenland kan maken. Ik mis het vakantiegevoel van zwoele nachten op een terras, een duik in de azuurblauwe zee, het onderweg zijn naar een onbekende bestemming en het genieten van de lokale keuken. Al moet ik eerlijk bekennen dat ik in Brabant geen worstenbroodje heb genuttigd, wat blijkbaar gelijkstaat aan een doodzonde. Maar dit heb ik meer dan goedgemaakt met het drinken van La Trappe. Hoe dan ook, volgend jaar wil ik écht weg. Zonder restricties zoals het coronapaspoort, wattenstaven in de neusgaten en ander gedoe. Fingers crossed.

Puzzel

In mijn krant staat een leuke rubriek waarin lezers andere lezers helpen. Dat helpen varieert van ‘ik heb 30 jaargangen van het blad Knip op zolder liggen, gratis op te halen’ tot ‘ik zoek een Nederlandstalige handleiding van een Tsjechische trekharmonica uit 1936’. Onlangs werd een vraag gesteld die mij buitengewoon intrigeerde. Ik citeer: ‘We hebben er een jaar over gedaan om de Nachtwacht van 5000 stukjes in elkaar te puzzelen. We missen twee stukjes. Wie heeft dezelfde puzzel incompleet en wellicht de twee stukjes?’

Laten we beginnen met De Nachtwacht. De heer Rembrandt van Rijn had een grote voorkeur voor donkere kleuren. Die hele Nachtwacht is een verzameling van donkerbruine tinten met hier en daar wat zweempjes rood en wit. En dan ga je geheel vrijwillig een puzzel van maar liefst 5000 stukjes in elkaar zetten, terwijl je weet dat je uren bezig zult zijn om al die donkerbruine puzzelstukjes in de juiste volgorde te leggen? Geen wonder dat je daar een jaar mee bezig bent geweest! En waar lag die puzzel? Op de eettafel, die dan behoorlijk groot moet zijn geweest? Of staat er een heuse puzzeltafel op zolder?

En dan die twee puzzelstukjes. Waarom zijn die verdwenen? Heeft de hond ze opgegeten, zijn ze per ongeluk van tafel gevallen en opgezogen door de stofzuiger of zaten die stukjes sowieso niet in de doos omdat het een misdruk is? Er ligt dus ergens in Nederland een puzzel van 4998 stukjes te wachten op twee missende stukjes. Wat mij echter het meest intrigeert, is dat men vraagt of iemand een incomplete puzzel heeft. Je kan toch beter vragen of iemand de puzzel compleet heeft, dan weet je zeker dat je de missende stukjes gaat vinden. Stel, iemand stuurt diezelfde puzzel op. Gaan de puzzelaars dan al die  stukjes uit de andere doos stuk voor stuk bekijken, op zoek naar het missende stukje?
‘Nee, dit is niet het juiste bruin en er mist een oogje links.’
‘Als je het stukje een kwartslag draait, dan zit het oogje wel links.’
‘O ja… maar het past niet.’
En dan kom je er maanden later achter dat ook in deze doos dezelfde twee stukjes missen. Dat zou toch buitengewoon frustrerend zijn.

Maar, wat als de twee missende stukjes gevonden worden en de puzzel eindelijk compleet is. Wat gaan ze dan doen? De puzzel een jaar laten liggen, zodat iedereen hun levenswerk kan bewonderen? Of de boel vastplakken op een stuk hardboard en ophangen aan de muur? Of, wat de meeste mensen zullen doen, de hele mikmak in de doos vegen en opruimen. Is dat laatste het geval, dan zou ik die 4998 stukjes meteen in de doos flikkeren en de puzzel doneren aan de kringloop. (Met een briefje erbij om de vermissing van twee stukjes te melden, dat is wel zo netjes)

Uitspraak

Als laatste wil ik toch even aandacht besteden aan de uitspraak van het woord ‘puzzel’. Officieel wordt het woord uitgesproken met een korte ‘uh’ en niet met een lange ‘uu’. Taalnazi’s willen daar het volk nogal eens op wijzen. Nu is er op internet genoeg informatie te vinden waarom het misschien wel logisch is dat de meeste mensen het woord toch met de lange ‘uu’ uitspreken. Ik ben een van die mensen en ik wijt het aan mijn afkomst. Wij Groningers zijn namelijk dol op klinkers. Als we ze niet inslikken (kijk’n, voel’n), of inslikken met een paar lekkere medeklinkers (Grunn i.p.v. Groningen), dan willen we ze graag langdurig rekken. Zoals dus bijvoorbeeld puuuuzzel’n of vlaaaaa. Het is maar even dat u het weet.

Logés

Vorige week had ik voor het eerst logés in mijn nieuwe huis. In plaats van rustig wennen aan één gast in huis, begon ik meteen met vier personen plus hond. Dat was een vergissing. Op de vrijdagmiddag begon de invasie van Casa di Marita. Ze waren nog niet binnen of iedere beschikbare ruimte werd ingenomen door mobieltjes, tablets, schoenen, spelletjes, tassen en koffers. De kinderen drapeerden zich languit op de bank, hond had zijn eigen verblijf  inclusief knuffels meegenomen maar besloot dat het hele huis zijn domein was. Dat was het moment dat ik mij realiseerde dat ik niet meer ongegeneerd met de deur open op het toilet kon zitten en dat de badkamer gedeeld moest worden.

Ander punt van aandacht is dat gasten blijkbaar verwachten dat ze gelaafd en gevoed worden. Dat vind ik tot daaraantoe, maar deze logés vonden het nodig om voor bergen afwas te zorgen. Zelden mensen zoveel glazen zien gebruiken op een dag, de vaatwasser maakte overuren. Maar ze voelden zich overduidelijk thuis en dat gold ook voor de hond. Die was druk met het aanvreten van kastpoten, planten, het aanranden/berijden van de poef en het graven van kuilen in de tuin en in de vloerbedekking. En dan heb ik het nog niet gehad over de ranzige winden die het beest kan laten. Feest.

Nacht

De eerste nacht begon onrustig. Het gezin lag in de logeerkamer te meuren, de hond lag in zijn bench in de hal en sloeg aan op ieder vreemd geluid dat hij hoorde. Kon het beestje niets aan doen, stadse geluiden zijn nu eenmaal anders dan de dorpse geluiden in zijn eigen huis. Omdat de logeerkamer al vol lag, besloten we de bench naar mijn slaapkamer te verhuizen.  Afgezien van wat geruft van zijn kant, hebben we allebei als een roos geslapen. Dat gold niet voor een van de kinderen, mijn neefje bleek ’s nachts naar de bank te zijn verhuisd omdat zijn luchtbed kraakte en piepte. De volgende ochtend trof ik zijn zusje aan op diezelfde bank, nu vanwege snurkende ouders en een broertje die blijkbaar in zijn slaap ook ademhaalt.

Gezellig

Nu denkt iedereen dat ik een vreselijk weekend heb gehad, maar niets is minder waar. Even afgezien van de foto die mijn broer van mij heeft gemaakt, waarop ik er uitzie als een aangespoelde potvis met ademnood en het keesspel (!) dat ik gedwongen moest spelen, was het echt heel gezellig. De logés hebben Den Haag verkend, terwijl de hond en ik lekker hebben uitgerust in huis. Broer en schoonzus zijn zo lief geweest om mijn tuinbank in elkaar te zetten en broer heeft ook nog wat lampjes opgehangen. Het was een fijn weekend en nadat ze op maandagochtend weer richting het Noorden waren vertrokken, vond ik het opeens heel stil in huis. Gelukkig duurde dat niet lang, het is toch verrekte fijn dat je weer op je eigen bank kan liggen zonder daarvoor een kind aan de kant te moeten schoppen.

De volgende logés verwacht ik ergens in september. Ik ben er klaar voor, het is een duo maar ik hoop wel dat ze de katten thuislaten. De gordijnen waren niet goedkoop.

Dit is toch een schatje

Bijwerkingen

De 2e prik zit er bij mij al een tijdje in en dat maakt dat ik me iets gemakkelijker door het leven heen beweeg. Ik maak me niet druk om mensen die om verschillende redenen niet gevaccineerd willen worden, al kan ik persoonlijk niet veel met de opmerking dat je niet weet wat het vaccin op de lange termijn met je lichaam gaat doen. Als je jong bent, snap ik die zorg wel. Per slot van rekening zijn er voldoende voorbeelden van medicijnen waarvan later bleek dat er ernstige bijwerkingen konden optreden. Als je dan nog een heel leven voor je hebt, is dat geen prettig vooruitzicht. Maar als je zoals ik de 50 voorbij bent, moet je je realiseren dat je het beste deel van je leven al achter de rug hebt. Daarom vind ik reclames van datingsites voor alleenstaande 50-plussers ook mateloos irritant. Van die dartelende mensen die eindelijk weten dat ze met een nieuw iemand hand in hand willen lopen op een strand, samen met de pas aangeschafte labrador. ‘En zo wandelen zij de stip op de horizon tegemoet, niet wetende wat de toekomst gaat brengen.’ Duh vrienden, het einde is in zicht! De 50-plussers die al heel lang zijn verbonden met hun soulmate of iemand waaraan ze gewend zijn geraakt, zitten in heel andere reclames. Zij zitten namelijk in van die lanceerstoelen te kijken naar hun kalknagels en terwijl de een zich insmeert met een gewrichtsgel, zit de ander zijn kunstgebit vast te plakken opdat er in een stevige appel gebeten kan worden. Een veel realistischer weerspiegeling van de werkelijkheid voor mensen van mijn leeftijd en ouder. Kortom, als oudere ben je op weg naar de uitgang, al zal de een die uitgang eerder vinden dan de ander. En om die reden ben ik voor mezelf niet bang voor de effecten op de lange termijn van de vaccins.

Wat ik me wel afvraag is of de mensen die niet gevaccineerd willen worden, ook geen andere medicatie gebruiken en dan met name de medicijnen die je gewoon bij de drogist kan kopen. Ik kreeg onlangs van iemand het advies om een pijnstiller met diclofenac te kopen. Zolang ik nog geen lanceerstoel heb, kan zo’n pijnstiller mij helpen om gemakkelijker van de bank te kruipen. Nu heb ik in het verleden vaker diclofenac voorgeschreven gekregen van de huisarts en dan lees je de bijsluiter wel, maar je vertrouwt ook blind op de kennis en kunde van huisarts en apotheker. Bij spul dat je bij een drogist kan kopen, ligt het voor mij wel anders. Ik heb de bijsluiter van A tot Z gelezen en nu vind ik het eng spul. Bijwerkingen die vaak voorkomen zijn hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, diarree en huiduitslag. Dat valt nog mee, maar bij ‘zelden’ staan zaken als hartinfarct, beroerte, gezichtsbeperking en leverfalen. Maar het allerergste moet nog komen: ‘Sommige bijwerkingen waarvan de frequentie niet gekend is, kunnen ernstig zijn zoals rectale bloeding….’ Stel je voor, je zit bij buurvrouw Truus haar nieuwe bankstel te bewonderen: “Goh Truus, wat zit deze bank lekker. En mooie lichte stof ook, wel wat besmettelijk.” En jouw anus hoort die woorden uit jouw mond rollen en denkt dan: “Besmettelijk? Yes! Bloeden met die bende!” Ik durfde de deur niet meer uit en kreeg neigingen om een maandverbandje XXL in mijn ondergoed te stoppen, voor het geval dat.
Conclusie: ieder medicijn kan bijwerkingen veroorzaken, bepaal zelf of je het mogelijke risico wilt lopen. Mijn anus heeft zich keurig gedragen nadat ik twee van die pillen heb geslikt en van andere bijwerkingen heb ik niets gemerkt. Al zou een lezer van het bovenstaande kunnen vermoeden dat ik lijd aan verwardheid. Zou kunnen, staat ook op het lijstje.

Deventer

De afgelopen twee jaar stonden in het teken van verdriet, regelen, rouwen, lockdown, thuiswerken, verhuizen, verdriet, regelen, rouwen en de ongewenste gast die maar niet wil vertrekken: Corona.  Nog lang niet uitgerouwd, geen tijd genomen om echt tot rust te komen, met als gevolg dat ik de laatste weken het concentratievermogen had van een dronken fruitvlieg op een schaal met beschimmelde aardbeien. Hoog tijd om een paar dagen ‘vakantie’ te nemen. De keuze viel om verschillende redenen op het mooie Deventer. En wat was het lekker om weer eens door een stad te dwalen met mijn camera, op een terrasje te zitten en als vanouds andere mensen te observeren.

Wat te doen in Deventer

Wat doet men zoal in Deventer? Ongetwijfeld meer dan ik er heb uitgespookt, maar ik heb mezelf getrakteerd op lingerie, parfum en elpees. Verder heb ik twee musea bezocht, een middagje op bed gelegen met een goed boek, gefotografeerd, her en der koffie gedronken, geluncht en (niet altijd) lekker bier geproefd. Op de eerste avond ging ik eten in een gezellig eetcafé op het plein. Bij mij in de buurt zat een viertal babyboomers. Ongetwijfeld last van een vervelende allergie, want een van de boomers wilde weten of er pinda’s in de notenburger worden verwerkt. Dat bleek niet het geval te zijn, dus hij wilde graag die burger maar dan wel zonder tomaten. Ondertussen had boomer het zichzelf comfortabel gemaakt en de schoenen uitgetrokken. De maaltijden werden uitgeserveerd en toen bleek dat de notenburger was verpakt in een broodje. Oeps, vergeten, hij blieft ook geen gluten. Hoppa, de hele handel kon weer terug naar de keuken. Je kon me opvegen.

Op avond twee met M. gegeten in een leuk restaurant en op de laatste avond in een goed Italiaans restaurant.  En ik heb vooral het volk geobserveerd. Zo ben ik me wezenloos geschrokken van iemand met een heel eng hoofd die mij passeerde op een terras waar ik rustig van een biertje zat te genieten. Toen het eenmaal dichterbij was, bleek het een dame te zijn die een huidkleurig mondmasker met zwarte vlekken droeg. Boven het mondmasker zaten twee zwarte, priemende ogen en omdat ze volledig in het zwart gekleed ging, leek het geheel verdacht veel op Darth Vader. Ze had trouwens ook het bijpassende gedrag, maar daar hadden alleen het personeel en haar man last van.  

Uitgerust?

Een beetje. Na drie dagen Deventer heb ik deze week twee dagen aangerommeld in huis en omgeving, twee dagen gewerkt en een leuk afscheidsfeestje gehad. Van dat laatste heb ik echt genoten. Hoe heerlijk is het om een groepje fijne collega’s weer eens in het echt te zien en goede gesprekken te kunnen voeren. Het werd een latertje in Leiden en het afscheid was een groot knuffelfestijn. Geen idee of dat kwam door de drank, door de huidhonger of dat we elkaar allemaal echt heel leuk vinden, maar het was gewoon fijn. Meer van dat soort dagen a.u.b.!

Wandelen

Mensen die mij een beetje kennen, weten dat ik geen groot fan ben van wandelen. Als ik al eens 7000 stappen op een dag weet te zetten, dan wordt mijn smartwatch dolenthousiast en krijg ik een high five. De keren dat dat is gebeurd, zijn op de vingers van één hand te tellen. Echter, ondanks het feit dat ik mijn stinkende best doe om iedere vorm van beweging te omzeilen, bestaan er nog steeds mensen die graag met mij willen wandelen. Geen idee waarom, zo gezellig ben ik niet. Misschien is de achterliggende gedachte dat het beter is om met z’n tweeën chagrijnig te zijn in plaats van in je eentje. Hoe dan ook, ik ben de beroerdste niet en neem dan ook iedere uitnodiging aan. Omdat lopen gezond is, al kun je het ook een vorm van zelfkwelling noemen.

Zo komt het dat ik sinds een tijdje gemiddeld één keer in de week wandel met De Baas. Afgezien van de eerste wandeling, die voor ons allebei wat lichamelijke ongemakken met zich meebracht, valt dat best mee. Zeker nu de terrassen weer zijn geopend. Omdat ik dus al wat geoefend heb met het lopen in het wild, leek het me geen probleem om in vijf dagen tijd, drie wandelingen te gaan maken. Dat was een vergissing.

Het begon goed op de vrijdag in Delft. Lunchen met lieve collega I., beetje flaneren door Delft, constateren dat de zomerjas niet meer bestaat en neerstrijken op een gezellig terras met een roseetje. Wel een beetje last van de rug, maar daar heb ik al 50 jaar last van. En toen kwam de zondag. Ik ging een wandeling maken in de Amsterdamse Waterleidingduinen met lieverds F., G. en J.. Van mijn leeftijd, maar alle drie walgelijk fit en daar had ik rekening mee moeten houden. Eerlijk gezegd ging het al mis bij het bepalen van de wandelroute. Normaal gesproken sta ik met mijn snuit bovenop zo’n informatiebord om de meest korte route uit te zoeken, maar nu was ik vol vertrouwen dat de twee ‘captains’ een juiste keuze zouden maken aangezien zij regelmatig het park bezoeken. De keuze viel op de blauwe paaltjesroute, een route die volgens de boekjes ongeveer 7km lang is en waar je zo’n anderhalf uur over doet. Goed te doen dus, ware het niet dat er geen enkel blauw paaltje te bekennen was. Wel veel damherten, bomen, water en een gruwelijk hoge duin die we om onduidelijke redenen wilden beklimmen, maar geen zinvol paaltje. Gevolg was dat we het hele gebied hebben gezien en ik 24.358 stappen heb gezet. Vierentwintigduizendendriehonderdenachtenvijftig stappen, ik was gesloopt. De dames natuurlijk niet, die hadden het alleen een beetje warm. Lieve meiden hoor, maar de volgende keer bepaal ik de route.

Ik was nog niet bijgekomen van de beproeving op zondag of er stond 2 dagen later een wandeling gepland in het altijd fijne Leiden. Collega P. nam me mee op een mooie singelroute door de stad. Die lieve jongen moet gedacht hebben dat hij met zijn overgrootmoeder op stap was, want ik moest toch regelmatig even rusten omdat mijn knie er geen zin meer in had.  Zo duurde een wandeling van anderhalf uur een hele lange middag. Gelukkig is P. heel geduldig, hebben ze in Leiden veel leuke terrasjes en lekker lokaal bier. Terrasjes, bier, goed gezelschap, ’t kon minder. (ja, ik blijf een Groningse)

Eerlijk gezegd ben ik nu wel een beetje zat van dat gewandel en wil ik alleen nog maar op de bank liggen, maar tot mijn grote schrik staat er volgende week een wandeling gepland met De Baas, De Grote Baas en P..  Ergens heb ik het vermoeden dat De Grote Baas ook zo’n fit exemplaar is, dus ik vrees het ergste. Maar om mezelf te motiveren, heb ik nu deze quote omarmd: ‘Wil je mooie billen, dan moet je niet op de bank blijven chillen”.  Waarvan akte.

Klopt, je krijgt spierpijn

Thuiswerken

De zaterdagochtend is mijn favoriete moment van de week. Dan ontvang ik een papieren krant die ik,  onder het genot van meerdere koppen koffie, van A tot Z (of Q) lees. Oftewel, ik lees bijna alles maar ik blijk minder geïnteresseerd in economie, wetenschap en, vreemd genoeg, sport. Ook de advertenties sla ik met liefde over, al zijn de paginagrote advertenties van Rijksoverheid nauwelijks over het hoofd te zien. Was ik al verbaasd over Sanne die in haar lunchpauze de hond uitlaat in het bos en dat een goed moment vindt om aan de telefoon bij te praten met een collega (mens, geniet toch van je rust en gun een ander ook die rust!), de advertentie van afgelopen zaterdag was helemaal vaag. Onder het mom van ‘thuiswerken, we worden er steeds beter in’, krijgen we nu Rutger met zijn gitaar voorgeschoteld. Want Rutger maakte naast een fijne werkplek, ook een fijne niet-werkplek in zijn huis. In het pré-Corona-tijdperk heette dat gewoon de woonkamer met loungebank of de slaapkamer met een lekker bed. Ik kan daar nog uren over doorgaan, maar de boodschap van Rijksoverheid is helder: ga vooral thuiswerken! Best, maar dan snap ik niet dat voor diezelfde overheid blijkbaar andere regels gelden.

Iets verderop in de krant lees ik namelijk dat in de monumentale tuin van het Catshuis een ’tijdelijk’ kantoorpand van vijf verdiepingen wordt gebouwd voor ambtenaren van het ministerie van Algemene Zaken. Nog even afgezien van het feit dat er veel kantoorpanden leegstaan en het dus niet nodig zou moeten zijn om een nieuw pand te bouwen, is vooral de vraag waarom deze mensen hun werk niet thuis kunnen uitvoeren. Wat doet dat ministerie eigenlijk? Volgens de website van Rijksoverheid doen ze dit: ‘Algemene Zaken is het ministerie van de minister-president. Het ministerie houdt zich bezig met de coördinatie van het algemeen regeringsbeleid en van de overheidscommunicatie. Ook verzorgt het departement de voorlichting over het Koninklijk Huis.’ Coördinatie? Kan vanuit huis. Communicatie? Kan vanuit huis. Voorlichting? Kan vanuit huis. Of zijn al die ambtenaren van belang voor het lekken van alle informatie die in het Catshuis is besproken, zodat iedere persconferentie van de minister-president eigenlijk overbodig is? Hebben ze geen integriteitsverklaring ondertekend of zo?

Hoe dan ook, ik vind dat de ambtenaren van Mark Rutte heel goed kunnen thuiswerken. Het ministerie van SZW heeft daar een mooie website voor: https://www.hoewerktnederland.nl/onderwerpen/thuiswerken Heel handig, ook voor ambtenaren.

Songfestival

In den beginne was ik helemaal verslingerd aan het Eurovisie Songfestival, toen je nog één avondje in het jaar een overzichtelijk aantal deelnemers voorgeschoteld kreeg. Met de jaren kregen we er steeds meer deelnemende landen bij, waardoor ze op een gegeven moment zijn begonnen met twee voorrondes. Omdat met het aantreden van die ‘nieuwe’ landen het hele festival transformeerde tot een fout circus van schreeuwers, jongleurs, bakkende baboesjka’s en zingende kalkoenen, vond ik er eigenlijk niet heel veel meer aan en keek ik alleen nog naar de finale. Maar dit jaar heb ik beide voorrondes gezien en vond het, tot mijn grote schrik,  leuk. Waarom eigenlijk?

De presentatie

Kijk, het is in eigen land en een beetje Nederlander vindt dat best wel leuk, maar maakt zich van tevoren ook ernstig zorgen of we ons voor de hele wereld niet voor lul zetten. Ergens staat me bij dat vorig jaar menig mens de gekozen presentatoren maar niks vond. En ik geef toe, ik had ook mijn bedenkingen. Maar man, wat zijn ze goed. Nikkie is de absolute ster, wat een heerlijke vrouw. Edsilia is lekker spontaan en volkomen zichzelf en Chantal is een echte professional. De rust die ze had in de eerste voorronde toen Ierland de boel liep te vertragen omdat er nog een boom gefiguurzaagd moest worden op het podium. (ze hadden zich beter kunnen concentreren op het lied, maar dit geheel terzijde). En Jan? Jan was in de tweede voorronde minder overbodig dan in de eerste voorronde.

Music first

Goed, ik had me dus voorgenomen om, geheel tegen de eigen traditie, de voorrondes te bekijken.  We begonnen op dinsdagavond met Litouwen met een man in een felgeel pak en ik zag de bui al hangen. Maar wat was het een leuk optreden, werd er meteen vrolijk van! Het werden twee avonden van goede nummers, fijne performances , liedjes van dertien in een dozijn en nummers die je meteen moet vergeten. Met ‘Ma Ma Ma Mata Hari’ kan ik bijvoorbeeld helemaal niks. De donderdagavond werd afgesloten met een Deens heerschap dat het roze jasje van Sandra Kim had geleend. (Ze had toch een roze jasje aan? Of was het een roze broek?)

Ik kan na die twee avonden niet zeggen dat ik een absolute favoriet heb. Portugal en Zwitserland hebben mooie liedjes, het nummer van Finland en Malta vind ik lekker, Oekraïne, Rusland en San Marino verrassend en IJsland gewoon fijn. Hooverphonic (België) is te goed voor het Songfestival, maar staat gelukkig wel in de finale. ‘Ons’ lied van Jeangu kende ik tot deze week nog niet, maar vanochtend werd ik wel wakker met  ‘yu no man broko mi’ in mijn hoofd.  Blijft dus lekker hangen, maar zal geen winnaar zijn.

Kleding

Vroeger keek ik altijd naar de mooie jurken, nu kijk ik of zo’n jongedame (of een ander personage) überhaupt wel een jurk of een ander kledingstuk aanheeft. Less is more is niet altijd goed. Ik vraag me altijd af hoe zo’n outfit wordt gekozen. ‘Mag ik naakt optreden?’ ‘Nee, dat is tegen de regels.’ ‘Maar ik heb lang haar.’ Dit jaar is de keuze vaak gevallen op te kort, te zilver en te veel inkijk. Seks verkoopt, maar hoeveel hetero mannen kijken eigenlijk naar het festival?

Nederland promotie

Het enige onderdeel van het hele Songfestival waarover ik mijn twijfels heb, zijn de ‘promotiefilmpjes’ die voor ieder lied worden getoond. Bij andere landen heb ik altijd het idee dat vooral de mooie kanten van een land worden belicht, zodat je meteen naar dat land op vakantie wil. Ik kan me nu niet voorstellen dat de kijkers in andere landen meteen naar Nederland willen afreizen.. Natuurlijk is er aandacht voor gaststad Rotterdam en het altijd aanwezige Amsterdam (Nederland is echt meer dan Amsterdam), maar wat moet je nou met beelden van een zandafgraving bij Heerlen? Mag toch hopen dat Heerlen meer te bieden heeft dan een zandbak. ‘Günther! Dieses Jahr machen wir Ferien in Heerlen, so schön ist es da!’ Nee, hier slaat men de plank toch een beetje mis.