Moeder

Mijn moeder was de leukste, de liefste, de vrolijkste, het spontaanste van allemaal.  Nu zullen veel mensen dat zeggen over hun eigen moeder, maar dat interesseert me niet. De mijne was de leukste en nu moeten we haar missen. Je weet dat er ooit een moment komt dat je afscheid moet nemen van je ouders, maar zo’n moment komt altijd te vroeg. In het geval van mijn moeder kwam dat moment ook behoorlijk onverwacht. Naast al het geregel dat een overlijden met zich meebrengt, proberen we als familie de mooie herinneringen op te halen. Of zoals zo mooi op een condoleancekaart geschreven stond: “Er is niets dat voorgoed verdwijnt, als men de herinnering bewaart.”  De afgelopen dagen hebben we veel gehuild maar ook veel gelachen, omdat mijn moeder nu eenmaal een geweldig vrolijk mens was met veel humor. Ik heb duizenden mooie herinneringen aan mijn moeder, een paar daarvan wil ik graag met jullie delen.

Herinneringen

Als mijn broer en ik uit school kwamen, zat ze klaar met een kopje thee en een koekje. Wij vonden dat fijn, zo’n moeder die er altijd was. Op de camping hadden onze drie achternichtjes ook elke dag een thee-uurtje met tante Geertje, die eigenlijk een derde oma voor de dames was.

De deur stond altijd open, iedereen was welkom. Met Oud & Nieuw zat bij ons het huis altijd vol.

Mijn moeder kon enorm de slappe lach hebben. Het kwam voor dat ze me opbelde omdat ze iets leuks wilde vertellen en dat ik door de schaterlach werkelijk geen idee had wat ze precies had meegemaakt. Wel had ik zelf de slappe lach gekregen.

Toen we klein waren, zette mijn moeder ons rustig voor een film met kannibalen. Als we in de dagen daarna vervelend werden, zei ze altijd: ‘als jullie nu niet ophouden, vreet ik jullie op.’ Dat vonden wij toch best wel heel erg eng.

Mijn moeder was creatief, ze schilderde graag landschappen. En ze hield enorm van zingen. Als mijn vader en ik naar voetballen waren, bleven zij en mijn broer thuis om muziek te maken. Ze kon ook een gemeen stukje mondharmonica spelen, al kan ik me alleen herinneren dat ze ‘Roodborstje tikt’ uit die harmonica kon krijgen.

Mijn broer en ik kennen van geen enkel kinderliedje de oorspronkelijke tekst, want mijn moeder maakte haar eigen teksten.

Mijn moeder had voor veel mensen een bijnaam, van Winnetou tot Mina Rukwind.

Mijn moeder sprak geen Frans, maar stapte rustig in Parijs met tante K. in het kielzog op de metro. Ze wilde kaartjes kopen om naar de ‘Eiffeltower’ te gaan, maar de loketbediende begreep haar pas na het nodige handen-en-voetenwerk. Hij: ‘Aaah, Tour Eiffèl!’. Mijn moeder: ‘ja, wat dacht jij dan, kloothommel.’  

Mijn moeder was stapelgek op haar twee kleinkinderen en ‘kleinhond’ Bo. En alle drie waren ze stapelgek met haar.

Potpourri

Mijn moeder hield van muziek en hield van verschillende genres. Jaren geleden hebben we ooit eens gevraagd welke nummers zij tijdens haar uitvaart gespeeld wilde hebben en ze noemde zoveel nummers op, dat ze zei ‘dou mie moar een potpourri’. Uiteindelijk hebben we een groot deel van haar lievelingsnummers tijdens de uitvaart kunnen draaien, waaronder Blue eyes cryin’ in the rain van Willie Nelson:

“In the twilight glow I see them
Blue eyes cryin’ in the rain
When we kissed goodbye and parted
I knew we’d never meet again

Love is like a dyin’ ember
Only memories remain
Through the ages I’ll remember
Blue eyes cryin’ in the rain”

Brief aan Jacco

Na het overlijden van mijn schoonmoeder schreef ik op 14 mei een stukje over afscheid nemen. Een tekst die ik nu met heel andere ogen lees, omdat op 19 juli mijn allerliefste, geweldige echtgenoot volkomen onverwacht overleed. En op zo’n vreselijke dag moet je direct gaan nadenken over de uitvaart, terwijl je geen idee hebt wat hij eigenlijk zou hebben gewild.
In de 2e slapeloze nacht na zijn overlijden heb ik een brief aan hem geschreven, een brief die ik tijdens de uitvaart heb voorgelezen. Inmiddels schrijf ik iedere dag aan Jacco: dingen die ik heb meegemaakt, mooie of grappige herinneringen en andere zaken die ik belangrijk vind om aan hem te vertellen.
Omdat niet iedereen bij de uitvaart aanwezig kon zijn, deel ik nu de tekst van de bewuste brief. (in iets aangepaste vorm)
Mijn man was een verhalenverteller en regelmatig een inspiratiebron voor mijn blogs en ik mis hem vreselijk.

Mijn allerliefste Jacco, lieve schat,

Er is nog zo veel dat ik je wil zeggen en over je wil vertellen; over hoe we elkaar hebben ontmoet, over alles wat we samen hebben meegemaakt, over onze laatste momenten samen en over onze toekomst die geen toekomst meer is. Terwijl ik dit schrijf, stromen de tranen over mijn wangen en weet ik dat jij het fijner zou vinden dat ik op zo’n verdrietige dag als vandaag, vooral de mooie verhalen deel. Verhalen die mensen laten lachen, want lachen deed je graag. Het valt me zwaar lieverd, maar ik ga een poging wagen.

Je was een verhalenverteller. Met je ongebreidelde fantasie kon je van de grootste onzin een compleet geloofwaardig verhaal maken. In het prille begin van onze relatie kwam je ooit eens mijn huis binnengelopen met een arm in het verband. Ik, ongerust als ik kan zijn, wilde weten wat er in vredesnaam was gebeurd. Er volgde een gepassioneerd verhaal over hoe je ter aarde was gestort met je fiets, dat een onderdeel van diezelfde fiets in je arm was beland, waardoor er een enorme bloedende wond ontstond die gehecht moest worden in het ziekenhuis. Terwijl ik me stond op te winden waarom je me niet had gebeld, stond jij rustig het verband van je arm af te wikkelen. Je was naar de bloedbank geweest. Om bloed te doneren. Toen dacht ik wel even: ‘waar begin ik aan met deze jongen.’ Maar jouw ontwapende grijns maakte dat ik niet lang boos op je kon blijven.

In je werk als trainer gebruikte je eveneens veel verhalen. Die je ter plekke verzon omdat je vond dat je met een praktijkvoorbeeld lastige materie gemakkelijker kon uitleggen. Je vond het ook geen enkel probleem om bestaande mensen, zoals ik, op te laten draven in jouw verhalen. Zo heb je ooit eens verteld dat ik veel schoenen koop en dat ik enorme stennis heb staan maken bij de kassa omdat ik geen korting kreeg. ‘Maar dat is nooit gebeurd’, zei ik. Jouw reactie: ‘dat weet ik, maar dat hoeven mijn collega’s niet te weten. Als ze het verhaal maar snappen.’

Ook de klokkenverzameling van onze benedenbuurman werd gebruikt als opleidingsmateriaal. Dit verhaal heeft zo veel indruk gemaakt op de cursisten dat ze je een cadeau hebben gegeven. Een spuuglelijke, roze koekoeksklok.
Andere favoriet van je: de getallenreeks van Bert Visscher. Ik mag aannemen dat iedereen  nu weet welke nummers bij de bami gerechten horen.

Ik heb veel met en om je gelachen. Zo stapte je ooit eens, na een avondje stappen met je vrienden, in een aardig beschonken toestand naast mij in bed. Ik had geen zin in dronkenmansgebabbel, dan werden je verhalen nog langer dan ze normaal gesproken al zijn, dus ik deed alsof ik sliep. Je wilde je verhaal toch kwijt en gebruikte je handen om een gesprek te voeren. Linkerhand tegen rechterhand: ‘Slaapt ze ?’ Rechterhand: ‘Misschien…..’ En zo ontspon zich een uitgebreid gesprek tussen jouw handen en terwijl ik lag te schudden van het lachen, viel jij rustig in slaap.

Misschien is trouwens een woord dat je veel gebruikte. ‘Jacco, heb je de planten water gegeven?’ En met een schuldbewuste blik in je ogen zei je dan: ‘Misschien…..?’. Dat betekende dan gewoon ‘nee, dat heb ik niet gedaan.’ Wat dan ook weer niet als een verrassing kwam.

Ik heb zoveel meer verhalen te vertellen, maar niet de tijd om dat nu te doen. Ik hoop dat zo  meteen in de koffiekamer de mensen mooie verhalen over jou met elkaar willen delen.  En dat er vooral veel gelachen wordt.  Dat zou je fijn vinden en ik ook.

Lieffie, we zullen je allemaal enorm gaan missen, maar ik het allermeest.

 

Afscheid (2)

Het hoort bij het leven: afscheid nemen. Ik ben er niet heel erg goed in, ieder afscheid, hoe klein ook, blijft lastig. Je neemt afscheid van je kindertijd of je eerste vriendje. Een verhuizing of verandering van baan is eveneens een afscheid. Je koestert de mooie dingen en bent bang voor de volgende stap: voel ik me wel op m’n plek in het nieuwe huis of zijn de nieuwe collega’s wel leuk? Naderhand valt het meestal best mee, al vind ik afscheid nemen van een vriendschap altijd vervelend. Je bent met iemand goed bevriend, je bespreekt alles met elkaar en opeens kom je op zo’n punt dat je niets meer met elkaar gemeen hebt. Ik blijf dat iets geks vinden, ik kan ook nooit achterhalen waar het kantelpunt precies heeft gezeten. Maar, je zwaait de ene vriend uit en een ander verschijnt vanzelf. Zo zit het leven blijkbaar in elkaar.

Waar ik echter nooit aan zal en wil wennen, is het onafwendbare afscheid: de dood. De dood komt, zelfs als je het verwacht, altijd onverwacht.  Dierbare mensen moeten loslaten, doet pijn. Als je na een tijd je verdriet een plaatsje hebt weten te geven, komt het soms als een boemerang weer terug. Bij het zien van een foto, het horen van een favoriet liedje of op speciale dagen.

Aan mijn eigen dood denk ik eigenlijk nooit, maar bij het laatste afscheid kwam het besef dat het toch goed is om hierover na te denken. Wat wil ik eigenlijk zelf? Wil ik dat iemand tijdens de uitvaart mijn levensverhaal gaat vertellen? Dat iedere aanwezige komt te weten dat ik, op z’n zachtst gezegd, een ondernemende peuter was? Of dat er iets wordt verteld over een periode van ziek zijn, hoe ik mijn schooltijd ben doorgekomen, mijn relaties en hoe ik me als collega heb gedragen. Wat mij betreft hoeft dat allemaal niet. Dat mensen hun herinneringen willen delen, vind ik prima. Maar dat kan ook op een ander moment en op een andere plek.

Ik weet dat ik dit soort ideeën moet vastleggen, zodat het ook voor een ander duidelijk is wat ikzelf van mijn uitvaart verwacht. Maar ik weet ook dat ik morgen weer overga tot de orde van de dag en dat ‘uitvaart regelen’ ergens op het stapeltje komt te liggen van ‘zaken die nog geregeld moeten worden’. Als ik een afscheid kan uitstellen, zal ik het zeker niet nalaten.

Afscheid van de bezem

Dinsdagavond 1 december. Lopend naar huis door het centrum van mijn stad, Groningen. Heerlijke stad, klein maar fijn en relaxt bruisend. En er wonen van die lieve, attente mensen. In de Folkingestraat werd ik voorbijgefietst door een jongen die mij waarschuwde dat mijn tas open stond. Dat klopte want de fles wijn die ik cadeau had gekregen, paste niet helemaal in de rugzak. Een cadeautje vanwege mijn afscheid van het kantoor in Groningen. Praktisch als ik ben, heb ik mijn afscheid gecombineerd met de eindejaarsborrel die al gepland stond. Want die borrel was in de kroeg en dat vind ik toch een stuk gezelliger dan het bedrijfsrestaurant. En gezellig was het zeker. Tijdens een afscheid moet er om onduidelijke redenen altijd gespeecht worden. Mijn manager kon zich in ieder geval niet inhouden. Ik geef toe dat ik bij speeches zelden goed oplet, te gauw afgeleid door andere zaken (bitterballen). Ik kan mij herinneren dat het woord carrière vaak voorbij is gekomen en zoiets als een moedige stap. En dat ik een soort van moeder was/ben voor collega’s, wat trouwens meteen vanuit de zaal enthousiast werd aangevuld met het woord ‘heks’. Kon ik natuurlijk alleen maar beamen, het is erg lastig om altijd dat schattige imago in stand te houden. Ook heeft de manager gemeend te moeten melden dat ik in de overgang ben. Ik weet niet waar hij die informatie vandaan heeft, maar het klopt voor geen meter. Speech voorbij, je krijgt bloemen en dan denk je dat je weer aan de drank kan. Maar nee, ook ik moest speechen van de aanwezigen. Ik ben de beroerdste niet, ook zonder pen en papier kan ik de nodige onzin uitkramen. Geheel onvoorbereid, maar improviseren blijkt een van mijn talenten te zijn. Alleen die microfoon…. Hoe dan ook, een beter afscheidsfeestje had ik mij niet kunnen wensen. Een hoop lieve woorden, veel knuffels, zoenen en sjans met de barman. Een aantal liefdesverklaringen ontvangen, sommige mensen waren nuchter toen ze me dat meldden, anderen zeer zeker niet. Maar ach, het is toch mooier dat mensen van je houden en je gaan missen, dan dat de vlag wordt uitgehangen bij je vertrek. De mensen van kantoor Groningen hebben voor altijd een plekje in mijn hart veroverd. Voor al die mensen die ik in de afgelopen jaren een mep heb verkocht; ik deed het uit liefde. En met liefde.

Het favoriete heksje van Paul,
Marita

paul

Mooie woorden van Paul

 

 

Afscheid

Tien jaar geleden kwam je in mijn leven. Jong, fris, fruitig en met een hoop energie. Niets was je te veel, je deed je werk met veel plezier. Na de verhuizing begon je het moeilijk te krijgen en ging het allemaal niet meer vanzelf. Je werd wat onhandelbaar, was over je toeren en ik moest een specialist inschakelen om je weer op de rails te krijgen. Toch was het na de opkalefaterbeurt nooit meer hetzelfde. De afgelopen maanden ging het bergafwaarts. Je kermde en kreunde wat en had het duidelijk moeilijk met de dagelijkse taken. Uit onvrede met je bestaan begon je gaten te vreten in textiel. Kan niet zeggen dat ik daar heel blij van werd, zo’n extra gat in een vest. Maar ik was al blij dat je de tanden niet in mijn dure lingerie hebt gezet. Toen je vorige week je ingewanden begon uit te spugen en ik allerlei harde stukjes uit mijn legging moest plukken, werd het mij duidelijk; je had niet lang meer te gaan. Tegen beter weten in heb ik je nog één keer aan het werk gezet. De rook kwam nog net niet uit alle mogelijke gaten, maar je was na die beurt wel totaal uitgeblust. Voor mij het sein om je uit je lijden te verlossen en je te laten gaan naar een betere plek dan het washok. Alleen is maar alleen en dat vond ik wel heel zielig voor je, dus ik heb je vriend Zanussi met je mee laten gaan. Zanussi van 14, die jij de afgelopen 6 jaar met liefde op je schouders hebt genomen. Ik heb voor jullie samen een waardige opvolger gevonden, die inmiddels braaf in het hok staat te wassen en te drogen. Goodbye Bosch, hello Samsung!

wasje