Openbaar vervoer

Ik maak gemiddeld 5 dagen in de week gebruik van het openbaar vervoer en eerlijk gezegd gaat dat meestal zonder noemenswaardige problemen. Is er een keer vertraging dan word ik daar niet hysterisch van. Alleen, de afgelopen weken is ook mijn geduld danig op de proef gesteld. Het begon allemaal begin maart, Amstelveen krijgt een nieuwe tramlijn en daardoor is de metroverbinding tussen Amsterdam Zuid en Amstelveen Westwijk komen te vervallen. Nu heb ik me altijd afgevraagd wie er in vredesnaam naar Westwijk wil. Westwijk klinkt namelijk als een bijzonder dubieuze wijk, de favela van Amstelveen zogezegd, waar de criminaliteit welig tiert. Nu blijk ik mensen te kennen die daar wonen en die zijn best oké, dus het zal allemaal wel meevallen met die buurt.
Maar ik dwaal af. Door het vervallen van de metro propt iedereen zich nu in ‘mijn’ tram en dat is niet oké, want: overvol in de spits. Gelukkig heb ik bus 55 ontdekt die een heleboel (tram-)haltes gewoon overslaat en wel stopt bij een halte op acceptabele loopafstand van kantoor. Al zijn de Westwijkers niet tevreden met deze buslijn, want er worden wel heel veel haltes overgeslagen waardoor er heel veel gelopen moet worden. Pak de fiets, zou ik zo zeggen. 😉

De eerste reishindernis heb ik dus weten te tackelen. Echter, toen vond men het noodzakelijk om rondom Leiden bezig te gaan met het spoor waardoor er een paar reisverbindingen kwamen te vervallen. Dan denk je dat de NS wel extra of langere treinen inzet op de trajecten die nog wel begaanbaar zijn, maar helaas. Den Haag Centraal is omgetoverd tot Mumbai Central en als je pech hebt, mag je tot je eindbestemming staan in de trein. En als je ergens tussen Den Haag en Amsterdam Zuid in de trein wil stappen, weet je zeker dat je moet staan. Sterker nog, de kans is groot dat je helemaal niet kan instappen. Zo heb ik vorige week op Zuid een trein aan mij voorbij moeten laten gaan. Ik zag een vrouw die, letterlijk vastgeklemd onder de oksel van een man, angstig op het trapje bij de deuren stond. Ik voelde niet de behoefte opkomen om te kijken of er onder de andere oksel nog ruimte was, bovendien konden de deuren al nauwelijks dicht. De volgende trein bood iets meer ruimte, helaas stond ik naast een dame die wilde pogingen ondernam om mij neer te slaan met haar rugzak. Tip: als je moet staan in een volle trein/bus/tram, verwijder dan de rugzak van uw achterkant en klem het ding tussen de eigen benen.

Na 3 weken reizen via diverse routes en met verschillende vormen van vervoer heb ik een voorlopig ideale route gevonden van en naar het werk: heen via Schiphol en terug via Amsterdam Zuid. Volgende week zijn de werkzaamheden rondom Leiden afgerond, maar ongetwijfeld staan er ergens nieuwe werkzaamheden gepland die mijn reisroutes in de war schoppen. Kan niet wachten totdat ik weer eens met de bus naar Kampen Zuid of Hoogeveen mag. Maar niet heus.

Meer lezen over het heerlijke leven en bijbehorend (openbaar) vervoer in Amstelveen? Dan kan ik u de volgende columns van harte aanbevelen:
Escape Room in Amstelveen
Amstelveen Lij(de)n

 

 

Candlelight

candlelight1.jpgHet zal een week of 2 geleden zijn dat ik nietsvermoedend in de tram zat en plots een anders-dan-anders-omroepstem hoorde. Ik kreeg meteen de neiging om propjes papier naar de trambestuurder te gooien, omdat de stem me erg aan Holle Bolle Gijs deed denken. Een associatie die meer mensen in Amsterdam hadden, gezien de reacties op Twitter. Het bleek dat de man aan wie de stem toebehoort, wilde klinken als Jan van Veen van Candlelight.  Jan van Veen is een meneer die vroeger op de publieke radio in de nachtelijke uurtjes gedichten van lezers zat voor te lezen. (en dat nog steeds doet)

De meneer van het GVB klinkt niet als Jan van Veen, bovendien mist er een essentieel onderdeel van het Jan-zijn in de tram, namelijk het voorlezen van een gedicht. Hoe geweldig zou het zijn als je, naast de naam van de halte, getrakteerd wordt op een bijpassend gedicht. Ik doe alvast een voorzetje.

DAM
Alle duiven op de Dam
Schijten rustig in het rond
Ik douw ze allemaal onder de tram
Terstond

UILENSTEDE
Daar stond je dan
In de miezerende regen
Met die eeuwig uilige blik in je ogen
Ik heb je nog nooit gemogen

ONDERUIT
Ik ging onderuit, ben ondersteboven
Voel me onderdanig en onderdrukt
Onderga mijn onderbewustzijn
In een onderbroek

LEIDSEPLEIN
Dronken zijn is niet erg
Zolang je maar met mij naar huis gaat
Maar je staat daar uitgebreid te vozen
Met een vadsige Kroaat
Takkewijf

Lijkt me een hele verbetering voor het openbaar vervoer in Amsterdam en dan laten inspreken door de echte Jan van Veen. Het moet natuurlijk wel een beetje romantisch klinken, anders blijft het een Efteling-ervaring.

Treinleed

Ik heb een nieuwe hel op aarde ontdekt en die heet Kampen Zuid. Station Kampen Zuid welteverstaan. Kampen zelf is een pittoresk Hanzestadje, niets mis mee. ‘Maar Marita, wat doe je dan ook in Kampen Zuid?’ Dat was niet mijn keuze, maar die van de NS. Het zat weer eens niet mee op het spoor. Gisteravond strandde ik al in Den Haag, maar dat was niet erg. Vriend was thuis en beschikbaar voor een goed gesprek en een glas wijn, dan kom je de avond wel door. Maar vanavond was verschrikkelijk. Kijk, het kan natuurlijk gebeuren dat Zwolle getroffen wordt door een stroomstoring en dat je vlak voor de IJssel tot stilstand komt. Maar dat er dan iemand bedenkt om de trein terug te laten rijden naar Kampen Zuid om daar mensen op het perron te dumpen, daar kan ik met mijn verstand niet bij. Want er is niets te beleven op dat station. Het ligt in de rimboe, het is er koud en tochtig en er is geen kiosk of winkel te bekennen. De eerstvolgende streekbus die je richting Zwolle zou kunnen brengen, vertrekt om 06.59 uur. Daar zit je niet op te wachten als je om 20.20 uur op dat perron staat te blauwbekken. De NS had zelf nog geen bussen ingezet, dus ik zag de bui al hangen. ‘We zetten daar waar mogelijk bussen in.’ Ergens heb ik dan het gevoel dat Kampen Zuid niet onder ‘daar waar mogelijk’ valt.
Gelukkig ging de trein terug naar Lelystad en het leek mij verstandig om in te stappen. In Lelystad stond de trein richting Den Haag braaf op mij te wachten, ik werd letterlijk met open armen ontvangen door vier conducteurs. Op de terugreis naar Amsterdam zat ik te denken aan die arme mensen op het perron in Kampen Zuid. Nu waren het voornamelijk Friezen en die zijn te allen tijde voorbereid op Elfstedentochtweer, maar ik zag het al helemaal voor me. ‘Op vrijdagochtend 26 januari werden tientallen Friezen bevroren op station Kampen Zuid aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat het busbedrijf dat door de NS was ingezet, Kampen Zuid niet in navigatie had opgenomen. De Diep-Friezen zijn ter ontdooiing aangeboden aan zonnebankcentrum ‘Als Het Niet Broent Dan Broeit Het Wel’ in Kampen.’

Hoe dan ook, drie uur na vertrek uit Amsterdam was ik weer terug in Amsterdam. Morgenochtend gaan we een nieuwe poging doen om Groningen te bereiken.

Limburgs

Heb ik al het nodige te stellen met de Brabanders in mijn leven, Limburgers begrijp ik helemaal niet. Dat blijkt vooral een taaldingetje te zijn. Donderdagochtend, nog voor half negen, meldt collega J. te R. zich via Skype:
‘Kan ik je een ergernis aangeven voor je blog?’
‘Zekers, waar erger je je aan?’
‘Harkers in de trein?’
‘Harkers?’
‘Mensen met een snotneus, hebben geen zakdoek bij zich. Halen continue de neus op en vegen de druiper af aan hun hand en kijken er naar. Likken nog net niet de hand af en vegen vervolgens de snot af aan hun kleren.’
Ik moest nog aan mijn ontbijt beginnen en het moge duidelijk zijn dat ik daar even geen trek meer in had.  Bij harkers denk ik aan mensen die met een hark in een tuintje bezig zijn en niet aan mensen die snot-georiënteerd zijn. Maar goed, ik ken het soort volk en ik heb in de trein en soms in de tram muziek op de kop om de geluiden buiten te sluiten en de blik op oneindig om vooral geen onsmakelijke dingen te zien.

J. en ik vervolgen onze conversatie en verbazen ons over het feit dat tegenwoordig weinig mensen een katoenen zakdoek in hun bezit hebben. Gelukkig blijkt dat zowel Limburgers als Groningers hetzelfde woord gebruiken voor zakdoek, namelijk snotlap. Eén taalprobleempje minder. Ik besluit dat de harker een mooi onderwerp is voor een blog, maar J. blijkt nog niet klaar te zijn met zijn verhaal.
‘En dan hebben we het nog niet gehad over de wolveneters.’
‘Wolveneters????’
‘Die hebben blijkbaar ’s morgens nog niet ontbeten. Die de neus leeg peuteren en aandachtig de vangst bestuderen en vervolgens smakelijk opeten.’
‘Gatver, nu moet je ophouden! Maar noem je dat een wolveneter?’
‘Yep. Bij ons zijn dat wolveneters. Gespecialiseerd in de groene.’
Ik heb donderdagochtend mijn ontbijt overgeslagen.

Conclusie van dit alles? De treinen zitten vol met snuivende en snot consumerende medemensen, maar de Limburger weet dit poëtisch te omschrijven. Wolveneter, het klinkt bijna mythisch.

leesplankje

Voor de mensen die het Limburgs onder de knie proberen te krijgen

Tram

Omdat ik zin heb om weer eens vreselijk te gaan zitten zeuren, wil ik het vandaag hebben over de tram. Nu vind ik de tram in principe een fijn vervoermiddel en met enige regelmaat stap ik in tram 5 om naar mijn werk te gaan of reis ik de andere kant op, richting Museumplein. Best prettig, maar er zijn toch ook een paar ergernissen die ik graag met jullie wil delen.

Staand volk
Je staat bij de tramhalte en ziet in de tram die aan komt rijden een grote groep mensen staan. Je denkt dat het druk is en dat jij ook moet staan. Je bent acuut chagrijnig op de vroege ochtend, maar als de deuren opengaan, zijn er nog genoeg zitplaatsen. Het blijkt dat sommige mensen het fijn vinden om alvast voor de deur (in de meeste trams zowel de in- als uitgang) te gaan staan, omdat ze er over 8 haltes uit moeten. GA ZITTEN, MAFKEZEN! Echt, wat is dat om voor die deur te gaan staan, zodat andere mensen veel moeite moeten doen om in- of uit te stappen. Als je dan zo nodig moet staan, ga dan ergens strategisch staan. Sukkels.

Kinderwagens
Een tram is zo ingericht dat mensen in een rolstoel of mensen met een kinderwagen er ook gemakkelijk gebruik van kunnen maken. Dat is natuurlijk prachtig, maar waarom hebben die kinderwagens van tegenwoordig de grootte van een Hummer? Nou? Hoe lang is nu zo’n baby? Ergens tussen de 50 en 75 centimeter? Die heeft toch niet een vierkamerappartement voor zichzelf nodig? Baby kan best in een kleiner wagentje liggen. Maar nee, blijkbaar moeten er ook 10 luiertassen, de hele inboedel van een speelgoedwinkel, 6 flessen wijn, een stokbrood en een schoonmoeder vervoerd worden in de kinderwagen. Belachelijk, echt. Eén zo’n Hummer-kinderwagen in de tram en er kan niemand meer bij. Ik wil voorstellen dat we een toeslag gaan vragen aan mensen als ze zo’n groot ding de tram in manoeuvreren.  Dat zal ze leren!

Stinkende mensen
Sommige mensen vinden persoonlijke hygiëne niet belangrijk. Dat is niet erg, zolang zij zich bevinden in hun eigen habitat. Maar als ze de boze buitenwereld binnenstappen, zou ik het wel fijn vinden als ze zich zouden wassen. Met een HG-reiniger en een staalborstel. Want sommige mensen stinken echt enorm. De afgelopen week ging er een dame voor mij zitten die zich niet had gedoucht na het sporten, te ruiken aan de odeur die zij verspreidde in de tram. Dat, of ze had een pan met hachee of uiensoep in haar sporttas verstopt.

Toeristen en scholieren
Een pot nat. Er zijn er gewoon teveel van. En dus kan een normaal mens niet lekker trammen. Toeristen moeten leren dat zij lopend meer zien van een stad en scholieren kunnen best fietsen, dat is een stuk gezonder dan op hun luie reet naar een mobiel schermpje te staren. Of luidruchtig roddelen met medescholieren. Bloedirritant, zo ’s ochtends vroeg. Wie kan het wat schelen dat Bradley zijn tong in de mond van zowel Britney als Chanelle heeft gestopt? Mij niet in ieder geval. In dit #MeToo-tijdperk mag die Bradley trouwens eerst weleens goed nadenken, voordat hij zijn tong laat verdwijnen in andermans mond.

De komende week wordt regen, natte sneeuw en ander ongein verwacht. Ik kan me er nu al op verheugen.

 

Bakfietsvrouw

Het onderwerp ‘Fiets en aanverwante ellende’ staat al 2 jaar op mijn hier-moet-ik-nog-eens-over-schrijven-lijstje. Ik weet alleen niet waar ik moet beginnen.  Schrijf ik over mijn woonplaatsen Amsterdam en Groningen, die zichzelf als ‘Fietsstad’ omschrijven? Of over mensen die niet kunnen fietsen? Of over rare verkeerssituaties, wegversperringen en het al dan niet ontbreken van verkeersregels voor fietsers? Ik kan er enorm over uitweiden, dus heb ik besloten om het hele onderwerp in stukjes op te knippen. Schrijft gemakkelijker en leest beter. Aangezien ik gisteren door zo’n kut (excusez le mot) op een bakfiets van de weg werd gereden, wil ik daarom beginnen met het spuien van al mijn vooroordelen over vrouwen met bakfietsen.

Bakfietsvrouw
Zijn Amsterdam en Groningen vergelijkbaar voor wat betreft het gedrag van fietsers, dit geldt niet voor de bakfiets. De bakfiets is een typisch yuppendingetje en in Amsterdam hebben we last van een yuppenoverschot. Groningers zijn nuchterder en zijn van mening dat een kleuter best zelf naar school kan fietsen of lopen. Zo niet in Amsterdam, waar kinderen van alle leeftijden in een bakfiets naar school gebracht moeten worden. Ook al staat die school 2 straten verderop. Zo nu en dan wordt de bakfiets bestuurd door een man, maar meestal zit er een vrouwenbips op het zadel vastgeplakt. De bakfietsvrouw is van mening dat ze overal voorrang heeft omdat ze kinderen in de bak heeft zitten en gooit de fiets zonder gêne voor iedere aanrazende auto of tram. Je moet wel een vreselijke hekel aan je kinderen hebben, wil je ze aan een dergelijk gevaar blootstellen.
Bakfietsvrouwen zien er allemaal hetzelfde uit. Ze hebben nonchalant opgestoken haar, zijn ‘naturel’ opgemaakt, dragen fleurige jurkjes, spijkerjasjes en cowboylaarzen of witte gympen. Hoe irritant is dat. Er bestaat niet zoiets als nonchalant opgestoken haar. Bakfietsvrouwen hebben een ingewikkeld doch simpel uitziend kapsel op het hoofd waarmee ze minstens een uur per dag bezig zijn. Ergo, deze vrouwen hebben geen nuttige dagbesteding.  ‘Nee nee, Floris is druk met de eigen zaak, dus ik heb mijn carrière on hold gezet en zorg voor de kindjes. Maar ik heb een passie voor interior design, daar ben ik heel druk mee.’ Ergo, ze schudt de kussentjes op en legt ze iedere dag op een andere plek neer, bos blommen in een vaas en klaar. Verder doet de bakfietsvrouw aan yoga of Pilates, kent ze iedere steen in de 9 Straatjes en drinkt ze Chai Latte met haar vriendinnetjes. Vriendinnetjes ja, alsof ze een stel 12-jarigen zijn. Kortom, het soort vrouw waar je meteen de pest aan hebt als ze je pad kruist. Meestal midden op het fietspad met 3 van die Oilily-koters in de bak gepropt en dan ook nog zo traag fietsen als een dronken slak onder narcose. De nutteloze trut!

Natuurlijk zijn dit allemaal vooroordelen. Er zijn ook bakfietsvrouwen met normaal chaotisch haar op het hoofd, die in spijkerbroek en fleecetrui de fiets bestijgen. Die een fulltime baan hebben, geen tijd hebben om te shoppen en gewoon gluten eten. Maar hoe dan ook, de bakfiets mogen ze wat mij betreft uit het verkeer verbannen. Naar de schroot met die krengen! De fiets bedoel ik, niet de bakfietsvrouw.  Uitzonderingen daargelaten.

Fokke-en-Sukke-hebben-een-bakfiets-met-digitenne-070409(1976)

Treinleven

Ik zal het maar eerlijk toegeven, ik vind het reizen met de trein helemaal niet erg. Oké, de reis gaat niet altijd zonder vertragingen, maar je maakt genoeg mee onderweg. Dus vind ik het tijd worden dat ik jullie ga vertellen over de verbazingwekkende, irriterende, ontroerende en al dan niet grappige belevenissen in het treinleven.

  • De trein staat op het punt te vertrekken en dan zijn er van die mensen die langs de trein blijven rennen omdat het blijkbaar te lastig is om bij de eerste de beste openstaande deur naar binnen te springen. Belachelijk!
  • De trein is best vol, maar er zijn voldoende zitplekken beschikbaar. En dan zijn er van die mensen die dan door de treincoupés blijven stampen, op zoek naar een plekje waar ze alleen kunnen zitten. Vervolgens komen ze na een kwartier terug sjokken, om dan toch maar naast iemand anders te gaan zitten. Al zuchtend en steunend, alsof de wereld vergaat. Plof toch verdorie gewoon meteen ergens neer! Denk je dan dat je alles hebt gehad, dan heb je van die pipo’s die bij iedere stop van plaats verwisselen. Om vervolgens geïrriteerd te gaan zitten kijken als iemand de euvele moed heeft om naast hem (of haar) plaats te nemen.
  • Mensen die slapen in de trein. Lijkt me heel fijn als je dat kan, maar het ziet er meestal niet erg charmant uit. Mond open, kwijl dat over de wangen loopt, bungelend hoofd en als het meezit gaat persoon in kwestie ernstig snurken. Als de slaper pech heeft, zit er iemand in de trein die er een foto of filmpje van maakt. Doet het altijd goed op YouTube, Twitter en Facebook.
  • Stinkende mensen. Bijvoorbeeld vrouwen die zich rijkelijk hebben besprenkeld met een zwaar parfum. Echt, ik mis soms de fris ruikende vrouw in de trein.
    Of je hebt van die morsige mannen die ruiken alsof ze hun ‘innerlijke hond’ hebben losgelaten. Oftewel, ze stinken naar een hond die heerlijk in het gras door de poep heeft gerold. Als het meezit, rookt de man ook nog eens zware shag voor de intense geurbelevenis. Jippie.
  • Eten in de trein. Bammetjes met kaas is niet erg, maar patat, pasta, salami, maaltijdsalades, chips, cashewnoten etc. stinken. Of maken veel lawaai. Hoe dan ook, als je trek hebt of zelf net hebt gegeten, zit je niet te wachten op de geur van andermans voedsel. En extreem geknaag op rauwkost en noten irriteert mij sowieso mateloos.
  • Defecte toiletten in de trein. Ook al wil je liever niet naar het toilet onderweg, het is geen fijn idee als je van tevoren weet dat je niet de mogelijkheid hebt om gebruik te maken van de WC. Al was het onlangs heel schattig dat een conducteur in Zwolle om die reden een extra toiletstop had ingelast en met een groepje reizigers met hoge nood op zoek ging naar het toilet op het station. Leverde weliswaar een kwartier vertraging op, maar toch.
  • De omroep-skills van de conducteur. Soms zijn ze niet te verstaan, soms schreeuwen ze, soms zijn ze net iets te blij en soms met het verkeerde been uit bed gestapt. Topper vind ik nog altijd de conducteur die bij het binnenrijden van Groningen meldde: ‘Bij vertrek uit Den Haag zei ik dat deze trein richting Groningen zou gaan. Met blijdschap kan ik nu melden dat wij inderdaad in Groningen zijn aanbeland.’ Of: ‘Denk bij het verlaten van de trein aan het meenemen van uw eigendommen. En de persoon met wie u op reis bent.’ Minder enthousiast werd ik van de man die het had over perronnetjes en eigendommetjes. Wij zijn geen kleuters.
  • Over de stiltecoupé heb ik al eerder iets geschreven en ik herhaal het nog eens: wil je rustig reizen, ga dan vooral niet in de stiltecoupé zitten.
  • Heel irritant zijn de momenten dat de NS in de spits plots besluit om een treinstel af te koppelen en dat je dan op het laatste moment je bezittingen bij elkaar moet graaien, om met honderden andere mensen een sprintje te moeten trekken langs de trein. Vervolgens kom je terecht in het overvolle treinstel dat wél naar de eindbestemming doorreist en moet je al klauterend over vermoeide medemensen die de hoop al hebben opgegeven en zijn neergestort in de gangpaden, op zoek naar een zitplek. Die er dan nog best zijn, als je tenminste iemand vriendelijk vraagt zijn bagage van de stoel te verwijderen.
  • De klanttevredenheidsonderzoeken van de NS. Ik krijg altijd een uitnodiging om iets in te vullen op de momenten dat de reis perfect is verlopen. Ik vermoed dat de NS heel goed weet wanneer een trein niet gaat uitvallen. Zo mocht ik mijn reis tussen Den Bosch en Nijmegen in het boemeltje uit Deurne wél beoordelen, maar niet het moment dat ik stond te blauwbekken in Utrecht en geconfronteerd werd met een trein richting Schiphol die zomaar niet ging.
  • Bellende mensen. Moet ik nu echt getuige zijn van privégesprekken? Of erger, van zakelijke gesprekken? Kan het echt, echt, echt niet wachten? Volgens mij wel, want 9 van de 10 keer is het geneuzel. Ga een boek lezen of maak gebruik van de wifi om mobiel te internetten. Hoewel, de wifi in de trein is meestal ruk. Gebruik de WhatsApp en val mij niet lastig met geblaat in het kwadraat.
  • Verliefde stelletjes. Soms vreselijk schattig, als er sprake is van voorzichtige aanrakingen en lief naar elkaar lachen. Maar zodra er uitgebreid speeksel wordt uitgewisseld,er dwalende handen aan te pas komen en kledingstukken plots verdwijnen, wordt het een gênante vertoning. Gratis porno, dat dan wel weer.

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, maar vooralsnog lijkt mij dit voldoende leesvoer voor in het weekend. Wordt ongetwijfeld vervolgd…..