CPC

De afgelopen week viel mijn oog (niet letterlijk) op een affiche met daarop de mysterieuze afkorting CPC. Ik denk dat het in de tram was, want er werd meegedeeld dat er op zondag diverse omleidingen in het openbaar vervoer zijn in verband met CPC. Als ik ergens de pest aan heb, zijn het onverklaarbare afkortingen. Waarschijnlijk weet iedere geboren Hagenees wat CPC is, maar ik ben nieuw in de stad en ik heb geen idee. Wel heb ik voldoende fantasie om zelf te bedenken waar die afkorting voor staat. Bijvoorbeeld voor Chaotische Paarden Concours. Logisch dat je daar het openbaar vervoer praktisch voor platlegt, chaotische paarden zijn volstrekt onbetrouwbaar. Maar CPC kan ook staan voor Communistische Patriotten Congres, Caravan Parkeren Cursus, Clay Pigeon Corso, Chocolade Proeven Clinic of Cocktails & Prunes Club. ‘Even een CPC’tje doen?’ ‘Hé ja, lekker.’

Om meer duidelijkheid te krijgen over de werkelijke betekenis van de afkorting, heb ik een bezoekje gebracht aan de website. Opvallend genoeg word je van die site niet veel wijzer. Behalve dan dat het om hardlopen gaat. Over verschillende routes door de stad. Van een halve marathon tot een parcours voor kleine kinderen. Bij die laatste groep mogen kinderen van 0 (!) tot 10 jaar meedoen. Ik zie nu de hele tijd een 0-jarige voor me, kruipend op de Koningskade, gevaarlijk dicht bij het water, op zoek naar zijn ouders. Kindermishandeling, kan er niets anders van maken.

Maar goed, even terug naar die afkorting. Via andere bronnen is het mij duidelijk geworden dat het om de City Pier City Loop gaat. CPCL dus. De Pier ligt alleen op het parcours van de halve marathon, veel deelnemers zullen niet eens in de buurt van Scheveningen komen.  Oftewel, de meeste deelnemers doen een CC’tje. Verstandig, ik zou de Pier ook gewoon links laten liggen. Ik zou trouwens ook niet gaan hardlopen, gezien de weersverwachting. Nog even afgezien van het feit dat hardlopen een stomme en ongezonde bezigheid is. Niet voor niets luidt het spreekwoord ‘hardlopers zijn doodlopers’.

Hoe dan ook, ik wens iedere deelnemer veel plezier met de CPC. Het enige waar ik mij nu druk over maak, is hoe ik morgen met mijn fiets thuis moet komen. Een onverlaat heeft een deel van het parcours op mijn fietsroute uitgezet. Als jullie morgen iemand zigzaggend door het hardlopers-peloton zien fietsen: grote kans dat ik dat ben.

Onderweg

Je kent ze wel, van die liedjes waarvan je de eerste zin kan meezingen, om vervolgens over te gaan tot gemurmel. Dat heb ik met ‘Onderweg’ van Abel, ik blèr enthousiast ‘Ik doe de deur dicht!!!’ en heb dan geen idee hoe het lied verder gaat. Daarom heb ik gisteren aandachtig naar de tekst geluisterd en ben tot een schokkende ontdekking gekomen. Die Abel* is geen lekkere jongen, zo zal ik hieronder bewijzen.

‘Ik stap de bus in
Mensen lijken te kijken
Maar ik wil ze ontwijken
Voordat ze mij zien’

Abel is een zwartrijder

Langs mij gaan de huizen
Het is stil achter de ruiten
Wie kan mij zien’

Abel is een zwartrijdende inbreker

Je hart is zo dicht bij me
Maar het klopt niet’

Abel is een zwartrijdende inbrekende moordenaar

‘wil je dansen met illusies in gedachten
ben je verder dan het heden
wil je terug naar je verleden
zegt je dat iets’

Abel is de weg kwijt

‘Ik loop de straat in
maar het zal me nooit verwarmen
omdat het mij niet kan omarmen
wie zou mij zien
het liefst zou ik willen schreeuwen
ik zou oneindig willen schreeuwen
maar het gaat niet’

Abel is een beetje heel erg de weg kwijt

Het kan geen toeval zijn dat we van die Abel nooit meer iets hebben gehoord. Hij zit ongetwijfeld in de gevangenis. In een isoleercel, gezien het geraaskal in de laatste alinea’s.

 

*Ja, ik weet dat Abel een band is, maar dat is niet leuk voor het verhaal.

Trainen

Zolang als ik mij kan heugen, heb ik last van mijn rug en spieren. Het afgelopen jaar verergerden de klachten en heb ik uiteindelijk toch maar eens een fysiotherapeut opgezocht. Een hele strenge, die mij 2 keer per week aan een strak trainingsregime heeft onderworpen. Na 6 weken was ik blij dat er een einde aan de kwelling kwam maar omdat mijn klachten chronisch van aard zijn, moet ik vooral blijven sporten. Minimaal 2 keer per week, zo luidde de opdracht van de therapeut. Nu had ik geen zin om weer eens aan dat saaie fitness te beginnen, dus ik moest op zoek naar een leuke sport. Het liefst in teamverband, om toch een beetje een stok achter de deur te hebben. Een vriend opperde dat ik moest gaan squashen. Dat is geen sport die je in je eentje beoefent en omdat ik bang was dat hij zich als trainingspartner zou opwerpen, ben ik maar niet ingegaan op zijn suggestie. Ik zag het namelijk helemaal voor me: hij als een dartelend veulen dat van de ene naar de andere kant van de squashzaal sprint om het terug stuiterende balletje zo hard mogelijk te raken en ik, die stilstaat op één plek en alleen een arm met racket uitsteekt als het balletje toevallig bij mij in de buurt komt. Prima plan om een vriendschap naar de kloten te helpen, dus nee.

Uiteindelijk heb ik in de buurt een studio gevonden waar ze workouts in groepsverband geven. Omdat ik niet meteen aan een abonnement wil vastzitten, heb ik eerst 2 proeflessen gevolgd. Ik vind dit soort dingen altijd spannend, omdat je nooit weet bij wat voor mensen je terechtkomt. In dit geval ben ik in een warm bad van oudere dames gevallen en met ‘oudere’ bedoel ik mensen die al met pensioen zijn. Vrouwen die mijn moeder kunnen zijn. Vrouwen die ook best wel lenig zijn, trouwens. Nu blijkt dat een deel van de dames al een aantal jaren de lessen volgt, maar ik voelde me toch wel wat klunzig. Het is best vervelend als je de enige bent die de armen naar links zwiept, terwijl de rest van de groep netjes de armen naar rechts gooit. Ik moet leren die immense spiegel te negeren en lekker in mijn eigen tempo en ritme de oefeningen uit te voeren. Heupen losgooien op muziek ligt mij prima, zwaaien met armen en gelijktijdig mijn evenwicht bewaren op 1 been wat minder.

Hoe dan ook, ik heb mijn stok achter de deur gevonden. Het is weliswaar maar 1 keer in de week, maar ik vind dat meer dan voldoende voor het trainen van spieren waarvan ik het bestaan nooit hebt vermoed. En wie weet, misschien ga ik ooit nog weleens squashen. Misschien.

Comfortzone

Naast dat het een jeukwoord is, is comfortzone ook een vaag begrip. Want wat betekent het eigenlijk? Het klinkt als een fijne plek, waar je je veilig voelt en op je gemak. Maar het wordt uitgelegd als een saai, leeg en voorspelbaar leven, en dat kan natuurlijk niet. Dus moet je vooral uit je comfortzone stappen. Je moet dingen gaan doen die je anders nooit doet, zo zegt men. ‘Men’ komt dan ook altijd met ideeën die ‘men’ zelf ontzettend leuk vindt. Oftewel, dingen die in de eigen comfortzone van ‘men’ liggen. Waarom ik dan degene moet zijn die moet veranderen, is mij niet helemaal duidelijk. Bovendien, er verandert altijd wel iets in het leven van de mens waardoor die zogenaamde comfortzone ook verandert. Als ik naar de afgelopen 4 jaar kijk, ben ik van baan veranderd, verhuisd naar de andere kant van het land én ben ik een Latrelatie aangegaan met mijn echtgenoot. Ik ga daarom vaker in mijn eentje naar  theater,  museum of bioscoop en ik vind het leuk om nieuwe restaurants en winkels te ontdekken.

Toch bestaan er mensen die vinden dat ik best nog wel andere dingen kan gaan doen. Bijvoorbeeld een teamsport beoefenen, meedoen aan een leesclubje of deelnemen aan iets waarbij je veel nieuwe mensen ontmoet. Laat ik die behoefte nu totaal niet hebben. Naast het feit dat ik grote groepen mensen niet prettig vind, meer dan 4 personen vind ik al te veel, houd ik ook niet van verplichtingen. Ik lees heel graag, maar in zo’n leesclub wordt voorgeschreven wat je moet lezen en wanneer en dan moet je er ook nog over gaan discussiëren. Ik lees wanneer ik wil, wat ik wil en als ik er per se over na wil praten, zoek ik zelf wel een slachtoffer. Dus nee, Marita gaat niet in een clubje.

Kunnen we proberen iedereen in zijn waarde te laten? Leef je leven, doe wat je leuk vindt en accepteer dat ieder mens anders is. Andermans leven kan er saai uitzien, maar als iemand zielstevreden is met zijn bestaan, wie ben jij dan om er iets van te vinden.
En laten we a.u.b. het woord comfortzone niet meer gebruiken, het is geen afgebakend gebied.
(Als je baas trouwens zegt dat je je comfortzone moet verlaten, betekent het dat hij wil dat je zelf op zoek gaat naar een andere baan, zonder dat hij je moet ontslaan.)

Het Melkmeisje

Eens in de zoveel tijd (jaar) vind ik het leuk om een legpuzzel in elkaar te flansen. Meestal van die landschapsdingetjes, zoals Griekse bootjes in een haven of kleurrijke huisjes aan de Amalfikust. Een bijzonder rustgevende klus die in een paar dagen is afgerond. Je moet ook niet overdrijven met de rust.

Onlangs heb ik in een museumwinkel een puzzel van Het Melkmeisje gekocht, wie kent haar niet. Even iets anders dan zo’n landschap en het werd hoog tijd dat ik de voormalige ‘racebaan op hardboard’ van mijn broer weer in gebruik ging nemen.  Dat stuk hardboard is minstens 45 jaar oud en sleep ik al jaren mee voor mijn puzzelactiviteiten.

Eigenlijk wil ik maar één ding kwijt over Het Melkmeisje: het is een kutpuzzel. Nog nooit meegemaakt dat van de 1000 puzzelstukjes er 943 op alle plekken in de puzzel passen. Het duurt een eeuwigheid voordat je de juiste identieke stukjes puzzel bij elkaar hebt gevonden en daar word ik nou niet bepaald rustig van. Bovendien heeft de puzzelmaker niet de juiste kleuren gebruikt, zo ontdekte ik onlangs in de Oude Kerk van Delft. Daar was een afdruk van het beroemde schilderij van Vermeer te bezichtigen en daar is rood ook echt rood. En zijn blauw en groen ook duidelijk herkenbare kleuren. De puzzel heeft echter de kleur zwart voor zowel rood, blauw als groen genomen. Ik noem dat valsspelen. Tel dat op bij de kwestie van de 943 identieke puzzelstukjes en dan spreek je toch echt over frauduleus handelen.

Hoe dan ook, ik ben nog wel even bezig met het in elkaar timmeren van de zwarte kant van Miss Milk en als ik daarmee klaar ben, dan breek ik haar volledig af en mag ze met haar doos naar de kringloop. Dus dat.

Het Melkmeisje, zoals het Melkmeisje moet zijn. Met frisse kleuren blauw, rood en groen.
“Mijn melkmeisje”, zie hoeveel zwarte stukjes er nog liggen voor de blauwe, rode en groene gedeelten!

Poenie

Het woord van het jaar 2018 is helaas Blokkeerfriezen geworden. Dan kunnen ze in Leeuwarden geweldig bezig zijn geweest als Culturele Hoofdstad van 2018, maar dit woord zet de provincie Friesland weg als een achtergebleven gebied en dat vind ik jammer.
Nee, wat mij betreft zou het woord van 2018 ‘poenie’ moeten zijn. Eindelijk hebben we een gezellig koosnaampje voor het vrouwelijk geslachtsdeel. Mannen kunnen het al tijden stoer hebben over hun piemel of pik, wij vrouwen moesten het doen met onsmakelijke benamingen als voorbips of spleetje en laten we eerlijk zijn, die woorden gebruik je gewoon niet. Punt. Het woord poenie kan je op ieder gewenst op tafel gooien: ‘jullie mannen denken met jullie pik, wij vrouwen daarentegen gebruiken onze hersencellen en hebben poenie volledig onder controle.’

Ik zie ook geweldige mogelijkheden voor de seksuele voorlichting van de jeugd van tegenwoordig. Speelse boekjes met cartoonachtige plaatjes waarbij iedere kleuter, puber of ouder zich iets kan voorstellen. In ieder geval beter dan de seksuele voorlichting die wij vroeger op school kregen met een foto van twee blote mensen die op elkaar lagen, tekeningen van eileiders en zaadcellen en plots was daar een baby. Je moest dan zelf maar zien uit te vogelen hoe het een en ander in zijn werk was gegaan. We hadden werkelijk geen idee. Een buurjongetje heeft zijn ouders gevraagd of ze het niet even voor konden doen, maar dat zagen ze vreemd genoeg niet zitten.

Met een Piemel en Poenie-reeks zou je veel beter op de belevingswereld van het kind kunnen inspelen. Met bijvoorbeeld aansprekende titels als:

  1. Piemel en Poenie spelen doktertje. Je kan hier ook voor het vader-moeder-thema gaan, maar gezien alle variaties die er tegenwoordig in het gezinsleven mogelijk zijn, is het doktertje spelen een veiligere keuze.
  2. Help, Piemel heeft een natte droom.
  3. Help, Poenie heeft bloed.
  4. Piemel en Poenie op Ibiza.
  5. Piemel en Poenie krijgen een baby.
  6. Piemel en Poenie swingen.
  7. Piemel en Poenie hebben een SOA.
  8. Piemel, Poenie en Viagra.

Nu nog een vrijwilliger vinden die mee wil helpen schrijven. Enige affiniteit met de onderwerpen is wel een vereiste, ik heb immers geen enkele ervaring met natte dromen, Ibiza, baby’s, swingen, SOA’s en viagra.

©KRO-NCRV

Kersttrui

Op het werk wordt een oproep gedaan om op 20 december vooral in een kersttrui te verschijnen en daar een foto van te maken, dit in het kader van ‘Wie heeft de lelijkste kersttrui van 2018’. Sommige mensen worden daar danig overstuur van.

‘Marita, wil jij even een blog schrijven over de kersttrui?’
‘Waarom?’
‘Ik vind daar iets van.’
‘En? Ik niet. Als iemand voor lul wil lopen in zo’n lelijke trui moet ‘ie dat vooral zelf weten. Waarom schrijf je zelf niet iets.’
‘Jij kan dat beter.’
Oké, daar valt natuurlijk niets tegenin te brengen.

Zuchtend pak ik het notitieblok en vraag vriend T. om van zijn hart vooral geen moordkuil te maken. Dat was geen enkel probleem.
‘Het is niet esthetisch!’ Ik geloof dat het juist de bedoeling is dat die truien zo onesthetisch mogelijk moeten zijn, maar goed.
Vriend T. raast verder: ‘Het is niet duurzaam en niet verantwoord. Ik verwacht van mijn collega’s meer maatschappelijke verantwoordelijkheid. Die truien worden in elkaar gezet door arme kindertjes in India en China en verkocht door goedkope winkels!’
‘Zoals de Action’, zeg ik enthousiast, wetende dat hij een pesthekel heeft aan die winkel.
‘De Action is een termietenwinkel!’ Daar bedoelt hij waarschijnlijk mee dat het in de winkel krioelt van mensen die op zoek zijn naar koopjes.

Ondertussen loopt er iemand voorbij in een groene onesie met één oog op de capuchon geplakt, het zogenaamde cyclopenpak. Daar zit ook een heel verhaal achter, maar daar wil ik het nu niet over hebben. Wel over het feit dat T. van enthousiasme begint te kirren. ‘Oh, wat een gaaf pak! Dat wil ik ook aantrekken. Ik ga F. vragen of ik het pak mag lenen.’
‘T., lieverd, je denkt toch niet dat dat pak uit het Hugo Boss-rek van de Bijenkorf komt? En niet door zielige kindertjes is gefabriceerd?’
T. kijkt mij verbijsterd aan en weet alleen nog wat gemurmel voort te brengen. De lieverd. Ik denk dat ik een trui voor hem ga breien.