Verstrooid

Vrij snel na een crematie word je geconfronteerd met de vraag wat er met de as moet gebeuren. Twee pagina’s met mogelijke opties waaruit je kan kiezen en een foldertje met allerlei voorbeelden, om je een beetje op weg te helpen. Een urn voor op de schoorsteenmantel? Of de as verwerkt in een sieraad of een kunstobject van glas? Het klinkt stom, maar ik vroeg me af wat er dan met zo’n urn of sieraad gaat gebeuren als ík ben overleden. Onlangs las ik ergens dat een urn met as was aangetroffen in een kringloopwinkel. Leuk, zo’n ‘circle of life’, maar mij lijkt dat geen wenselijke situatie.

Asbestemming

Iemand moeten loslaten is lastig en verdrietig, maar ik heb niet lang hoeven nadenken over de asbestemming. Jacco hield van de zee, van het water en had ooit eens opgemerkt dat hij in zee verstrooid wilde worden. ‘Omdat de zeeën met elkaar in verbinding staan en het water altijd in beweging is, zo kom je nog eens ergens.’   Een datum prikken was ook niet moeilijk: 19 oktober, de dag na onze verjaardagen. Gevoelsmatig was dit voor mij de meest ‘geschikte’ dag, ook al is Jacco pas 3 maanden geleden overleden. Maar met de doos waarin zijn as verpakt zat, had ik niet zoveel. Ergens had ik steeds het idee dat er een Bag-in-Box, wijn in een pak, op de kast stond. En stom genoeg vond ik het vervelend dat die jongen dagenlang alleen thuis was, verpakt in z’n wijndoos. (ik weet het, het slaat helemaal nergens op)

Waddenzee

 De boottocht op de Waddenzee voelde bijna als een familie-uitje. Zelf broodjes voor onderweg meegenomen en mijn schoonvader mocht aan het roer zitten. Dit betekende dat we een groot deel van het Wad hebben gezien, voordat we voor anker gingen op een rustige plek. Het moment dat ik Jacco’s as  via een koker op zee mocht verstrooien, was zowel mooi als verdrietig. Verdrietig omdat ik hem weer moest loslaten, mooi omdat ik dit samen met onze lieve familie heb mogen doen.
Direct nadat de ‘man overboord’ was gegaan, dreef er quasi nonchalant een kwal achter de as aan. Jacco had dit uiterst grappig gevonden.

Nu

Nu probeer ik mijn leven weer op de rails te krijgen. De eerste borrel met een groep collega’s overleefd, het was fijn om naar andermans verhalen te luisteren en te kunnen lachen. En gisteravond ben ik voor het eerst sinds lange tijd weer alleen naar de schouwburg geweest. Was ook fijn, al voelde ik me na afloop heel alleen, zo tussen al die stelletjes. Maar ook daar zal ik wel weer aan wennen.
Vanmiddag stond ik uit te waaien op het Zuiderstrand. Terwijl ik op de kade van het Zuidelijk Havenhoofd in zee stond te staren, dreef er quasi nonchalant een kwal voorbij. In mijn gedachten hoorde ik Jacco lachen.

Man overboord……

Ontheemd

Draaiboek

Er bestaat geen draaiboek voor het rouwproces. Geloof me, ik heb gezocht omdat ik wil weten hoelang deze ellende gaat duren. Of het normaal is dat de tranen zomaar over je wangen gaan stromen als je een boterham zit te eten op de bank. En wanneer je weer in staat bent om volledig te gaan werken. Of wat je moet doen als je bang bent dat je z’n stem vergeet en hoeveel jankdagen er in een rouwproces zijn opgenomen.
Het rouwproces is voor iedereen anders, situaties zijn anders en niet ieder mens is hetzelfde. Mijn verdriet zit ‘m vooral in het feit dat we geen afscheid van elkaar hebben kunnen nemen. Dat we geen laatste woorden hebben kunnen uitwisselen. De dood kwam plotseling en al vind ik het fijn dat Jacco niet heeft geleden, voor mij blijft de situatie onwerkelijk. Alsof het nooit is gebeurd. Iedere dag komt er wel een moment voorbij dat ik hem iets wil vertellen of dat ik bedenk dat we samen naar een concert of tentoonstelling moeten gaan. Dan zit ik al met de telefoon in de handen om hem te bellen of te appen. Om me vervolgens te realiseren dat dat niet meer kan.

Ontheemd

In de periode direct na het overlijden word je geleefd. Er moeten dingen geregeld worden voor de crematie, dus je schiet in een soort van overlevingsmodus. Na de crematie moeten allerlei zakelijke dingen geregeld worden, dus dat doe je. In de eerste weken na zijn overlijden heb ik, voor mijn gevoel, geen tijd genomen om echt te rouwen. Te beseffen wat er nu eigenlijk is gebeurd. Ik verbleef in ons huis in Groningen, omdat de enige logische plek was om te zijn. Bij zijn spullen, in een vertrouwde omgeving. En dan iedere dag iets regelen: verzekeringen, bankzaken, opzeggen of aanpassen van abonnementen etc. Maar nu het grootste deel van het regelwerk achter de rug is, merk ik dat ik me niet meer thuis voel in ons huis. Ontheemd, omdat de persoon die voor mij ‘thuis’ was, er niet meer is. Het huis is te groot, te stil en te leeg. De afgelopen 2 weken ben ik daarom vooral in Den Haag geweest, in mijn eigen kleine en overzichtelijke appartementje.

Rust

Afgelopen weekend was het eerste weekend dat ik in Den Haag ben gebleven. Het geeft rust dat ik niet de lange reis naar Groningen heb hoeven maken. Ik heb behoefte aan rust. Vooropgesteld: ik vind het fijn dat ik word omringd door familie, vrienden en collega’s die oprecht met mij begaan zijn. En ik vind het ook helemaal niet erg om te vertellen wat er is gebeurd en hoe het (nu) met mij gaat, maar niet de hele dag. Ik heb gemerkt dat dat gewoon te vermoeiend is. Daarom werk ik op dit moment om de dag thuis en zet ik vaker mijn telefoon op ‘stil’. Dit geeft mij de broodnodige rust, de tijd om dingen voor mezelf te verwerken en het zorgt ervoor dat ik energie kan opbouwen. Dit betekent niet dat mensen me niet meer mogen vragen hoe het met me gaat, maar dat ik zelf de controle houd over hoe en wanneer.

Toekomst

Rust heb ik ook nodig om na te denken over de toekomst. Ik heb eigenlijk nooit echt nagedacht over de toekomst, er was maar één stabiele factor in mijn toekomst en dat was Jacco. Hij zou er immers altijd zijn. Nu hij er niet meer is, moet ik opeens over zaken nadenken waar ik eigenlijk niet over na wil denken. Wat ga ik doen met het huis in Groningen, wat ga ik doen met zijn spullen, waar wil ik wonen en blijf ik werken in Amstelveen. Plotseling zijn dit vragen die voor mij relevant zijn geworden, omdat ze bepalen hoe mijn nabije toekomst eruit gaat zien. Ik weet het nog niet en ik heb ook geen haast, het eureka-moment zal vanzelf komen. Voorlopig houd ik me aan de Jacco-regel en probeer ik te genieten van het leven. Of zoals mijn zwager het zo mooi verwoordde tijdens de crematie: ‘Mijn broer genoot van de mensen om hem heen en mijn broer genoot van het leven.’ En is dat eigenlijk niet het enige waarom het draait in het leven? Genieten van het leven en de mensen om je heen? Het is niet gemakkelijk, maar ik doe m’n best.

Soort zoekt soort

Geschreven voor een digitaal blad van mijn werkgever!

Ergens heb ik de indruk dat de makers van dit blad denken dat mensen op hun huisdieren lijken. Nu lees ik op de website van Psychologiemagazine het volgende: “Tijgersnuit zeepaardjes vallen op partners met net zo’n lange snuit als zijzelf. Zo werkt het gewoon vaak bij dieren: ze kiezen een partner die op hen lijkt. Qua grootte, gewicht en gezondheid, maar ook qua uiterlijk: het aantal stippen, de breedte van een kraagje, de kleur van een kuif. Een garnaal kiest voor een minnaar met ongeveer even lange grijpertjes, en sommige kikkers gaan voor een wederhelft met hetzelfde gewicht. Ook wij kiezen over het algemeen partners van ongeveer dezelfde aantrekkelijkheid, lichaamsvorm, lengte en leeftijd.”

Verwarrend, want hoe kies je als mens dan een soortgelijk dier? Ik heb geen huisdieren, huisstofmijt en fruitvliegje buiten beschouwing gelaten, maar stel dat ik besluit om een cavia in huis te nemen.
‘Dag beste huisdierenverkoper, hoeveel weegt een cavia? Gemiddeld 1 kilo zegt u? U heeft er niet eentje op voorraad van 75 kilo? Gemiddeld? Of iets anders van dat gewicht?’
En dan zit je opeens thuis op de bank met een schaap, gezellig samen blatend voor de tv. Ik draag haar trui, zij mag mijn bier drinken totdat ze lam wordt. Ik krijg zin in shoarma, zij wordt boos en dus eten we voor de zoveelste keer een gras-hooisalade. Heel erg aanlokkelijk klinkt dit allemaal niet.

Nee, verstandiger is het om een dier uit te kiezen dat goed bij je past. Als je graag zwemt, neem je een goudvis. Kakel je de hele dag, dan ben je een kippen-mens. Een koud type? Dan is iedere reptiel een goede keus. Mensen die graag jagen op klein wild maar ook lekker de hele dag lui op bank/bed/aanrecht willen liggen, kiezen voor een kat. Liever een aanhankelijk, betrouwbaar en loyaal dier? Dan wordt het een hond.

Het uitkiezen van een huisdier lijkt toch best veel op de zoektocht naar een geschikte partner. Soort zoekt soort: zo gek nog niet.

Magie

Sommige werkweken zijn leuker dan de andere, maar de afgelopen week was iedere werkdag er eentje om moedeloos van te worden. Het dieptepunt was wel die dag dat ik verzeild raakte in iets dat men de Magic Estimation (magische schatting) noemt, wat een niet nader te noemen iemand altijd heel monter betitelt als de Tragic Estimation. Wij zijn tegenwoordig heel erg ‘into Agile’ en omdat de Product Owner (producteigenaar) verstek liet gaan,  mocht ik meedoen aan het spelprogramma De Zwakste Schakel. Althans, daar leek het op.

Spelletjes

De inzet was het bemachtigen van schaarse IT-capaciteit voor het 3e kwartaal. Totaal aantal deelnemende issues (kwesties): 60
Een korte samenvatting: Met een man/vrouw of 40 stonden we met de eigen kaarten in de hand rondom een tafel. We moesten ons eigen product inschalen op de maatjes XS tot en met XXL. Daarna mocht men andermans kaarten verschuiven naar een andere plek, meestal de verkeerde kant op. Vervolgens moest je gaan uitleggen waarom jouw kaartje toch echt in eerste instantie op de juiste plek lag en als je mazzel had, werd er gemiddeld. Dit hele gebeuren werd 6 keer herhaald en het hele feest duurde 3 uur lang. Daarna werden we uitgezwaaid en volgde er een Final Call (laatste oproep) met hele belangrijke mensen die, naar ik meen, de kaarten opnieuw hebben geschud.
Uitkomst: twee van mijn kaarten zijn op plek 14 en 22 beland en dat is niet goed, al moet de Big Room Planning (grote kamer planning) nog plaatsvinden.

Niet goed

Snappen jullie het nog? Ik niet en daarom heb ik me iets meer verdiept in het proces rondom de magische schatting. Wat blijkt: zo’n proces mag 30 tot 60 minuten duren en wordt binnen een scrumteam (rugby!) uitgevoerd. Een scrumteam bestaat uit zo’n 5 tot 9 personen en is een multidisciplinair en zelfsturend team. Oftewel, alle benodigde kennis/kunde om een product op te leveren zit in principe in het team.

En wat doen wij? Wij hebben blijkbaar incomplete scrumteams samengesteld waardoor we met 40 mensen staan te vissen in een vijver waarin 1 goudvis rondzwemt. Dat werkt dus niet en levert alleen maar frustratie, onbegrip en het bewandelen van olifantenpaadjes op. En zo draai je heel behendig Agile de nek om. Als dat het uiteindelijke doel is, dan is men daar heel goed in geslaagd.

Hoe is het nu met Marita?

Goed! Ik dreigde donderdag weg te zakken in een diepe poel van moedeloosheid, maar gelukkig was vriend T. daar om mij te redden van de ondergang. Samen een terrasje gepakt, een fles Verdejo soldaat gemaakt en toen zag de wereld er weer een stuk rooskleuriger uit. Drank maakt meer goed dan Agile werken. Waarvan akte.

agile stress

 

 

 

Haantjes

Iemand vertelde mij onlangs dat hij zich in zijn studententijd vaak een vos in het kippenhok heeft gewaand. Oftewel, te veel leuke vrouwen in de buurt waardoor het lastig werd een keuze te maken. Ik kreeg de indruk dat hij ze allemaal wel wilde bespringen. Lijkt me erg vermoeiend, al die testritjes. Waarom niet rustig om je heen kijken, iemand in de mooie diepblauwe, smaragdgroene, reebruine of loodgrijze ogen kijken en gewoon lekker verliefd worden? Of is dat iets dat alleen voor vrouwen, voor mij, zo werkt? Ik kan me niet voorstellen dat als je als vrouw in een hok vol haantjes wordt gestopt, je met al die kerels wilt zoenen. Bij mij betekent zoenen dat de kans erg groot is dat ik met de man in kwestie trouw. En om nu een harem te gaan aanleggen, lijkt me ook niet de bedoeling.

Over haantjes gesproken, ik heb ooit het genoegen gehad om alleen met mannen te mogen werken. Meestal is dat geen probleem, maar nu werd ik opgezadeld met een team van überhaantjes. Toen kreeg ik wel de behoefte om ze allemaal te bespringen, maar niet op een liefdevolle manier. Nee, bij voorkeur met honkbalknuppel en samoeraizwaard de koppen inslaan en eraf hakken. Zoiets.
Ik vraag me nu wel af hoe het voor een man zal zijn als hij in zijn uppie met een groep vrouwen moet werken. Wordt hij dan op alle manieren vertroeteld? Of wordt hij buitengesloten, omdat hij niet mee kan praten over ‘typische’ vrouwendingen als de menstruatiecyclus, lingerie en Tupperware? Als het zo’n woest aantrekkelijke man is, kan het ook nog gebeuren dat er onder de dames een bitchfight uitbreekt om de aandacht van de man in kwestie. Beetje kerel kan dat wel waarderen, vrees ik.

In mijn ervaring zijn teams met alleen haantjes of kippetjes niet de fijnste teams om mee (samen) te werken. Überhaantjes hebben de neiging zich overdreven te profileren ten koste van de andere überhaantjes en kippetjes kunnen nog weleens last hebben van afgunst en jaloezie. Nee, het  beste team blijft wat mij betreft nog altijd het gemengde team. Meer balans en minder gedoe. Mannen en vrouwen lijken meer op elkaar dan we denken. In een team versterken we elkaars goede eigenschappen en verzachten we elkaars minder sterke kanten. Vrouwen worden directer in hun communicatie en mannen blijken ook empathisch te kunnen zijn. Best fijn, al hoop ik niet dat het ‘lekker samen in balans zijn’ gaat leiden (lijden) tot het samen yogaën en in de modder rollen tijdens een Obstacle Run. Er zijn grenzen.

Bij het opruimen van oude bestanden kwam ik bovenstaand stuk uit 2015 tegen. Nooit gepubliceerd, geen idee waarom ik deze tekst zolang op de plank heb laten liggen.

 

Afscheid (2)

Het hoort bij het leven: afscheid nemen. Ik ben er niet heel erg goed in, ieder afscheid, hoe klein ook, blijft lastig. Je neemt afscheid van je kindertijd of je eerste vriendje. Een verhuizing of verandering van baan is eveneens een afscheid. Je koestert de mooie dingen en bent bang voor de volgende stap: voel ik me wel op m’n plek in het nieuwe huis of zijn de nieuwe collega’s wel leuk? Naderhand valt het meestal best mee, al vind ik afscheid nemen van een vriendschap altijd vervelend. Je bent met iemand goed bevriend, je bespreekt alles met elkaar en opeens kom je op zo’n punt dat je niets meer met elkaar gemeen hebt. Ik blijf dat iets geks vinden, ik kan ook nooit achterhalen waar het kantelpunt precies heeft gezeten. Maar, je zwaait de ene vriend uit en een ander verschijnt vanzelf. Zo zit het leven blijkbaar in elkaar.

Waar ik echter nooit aan zal en wil wennen, is het onafwendbare afscheid: de dood. De dood komt, zelfs als je het verwacht, altijd onverwacht.  Dierbare mensen moeten loslaten, doet pijn. Als je na een tijd je verdriet een plaatsje hebt weten te geven, komt het soms als een boemerang weer terug. Bij het zien van een foto, het horen van een favoriet liedje of op speciale dagen.

Aan mijn eigen dood denk ik eigenlijk nooit, maar bij het laatste afscheid kwam het besef dat het toch goed is om hierover na te denken. Wat wil ik eigenlijk zelf? Wil ik dat iemand tijdens de uitvaart mijn levensverhaal gaat vertellen? Dat iedere aanwezige komt te weten dat ik, op z’n zachtst gezegd, een ondernemende peuter was? Of dat er iets wordt verteld over een periode van ziek zijn, hoe ik mijn schooltijd ben doorgekomen, mijn relaties en hoe ik me als collega heb gedragen. Wat mij betreft hoeft dat allemaal niet. Dat mensen hun herinneringen willen delen, vind ik prima. Maar dat kan ook op een ander moment en op een andere plek.

Ik weet dat ik dit soort ideeën moet vastleggen, zodat het ook voor een ander duidelijk is wat ikzelf van mijn uitvaart verwacht. Maar ik weet ook dat ik morgen weer overga tot de orde van de dag en dat ‘uitvaart regelen’ ergens op het stapeltje komt te liggen van ‘zaken die nog geregeld moeten worden’. Als ik een afscheid kan uitstellen, zal ik het zeker niet nalaten.

Fietsenstalling

Ieder mens is bijzonder, maar fietsenstallingmannetjes vind ik toch wel heel bijzonder. Afgelopen dinsdag verliep mijn abonnement op de fietsenstalling. Persoonlijk vond ik dat een mooi moment om mijn abo te verlengen, maar het fietsenstallingmannetje dacht daar anders over.  Het kwam niet goed uit en ik heb geen idee waarom. Het was niet druk in de stalling en de pinautomaat deed het, maar ik kreeg het vriendelijke verzoek om over een week de boel maar te regelen.
‘Oké, maar hoe gaat dat dan de komende dagen?’, was mijn vraag.
‘Maakt niet uit, u kunt gewoon stallen. Geen probleem.’
Helaas voor hem vond ik het wel een probleem. Er werken namelijk meer mannetjes (en één vrouwtje)  in de stalling en ze hebben allemaal hun eigen regels. Daar waar de een zegt dat je gewoon kan doorlopen met een abo, roept een ander je terug als je inderdaad gewoon doorloopt.
‘Mevrouw, waar denkt u heen te gaan?!’
‘Eh, mijn fiets stallen? Ik heb een abonnement.’
‘Oh nou, u kunt niet zomaar doorlopen. En uw sticker zit op de verkeerde plek. ‘
Ook zoiets, ieder mannetje heeft zijn eigen plakmethode, alsof het mijn schuld is dat mijn abonnementssticker op het frame zit i.p.v. ergens op het spatbord.

Hoe dan ook, ik zag de bui al hangen op 1 mei. Dat ik bij aankomst gesommeerd zou worden om vooral voor de stalling te betalen en dat het absoluut niet de bedoeling is om een fiets onbetaald te parkeren. Het gevolg was dat ik de afgelopen dagen met de tram richting station ben gereisd en ’s middags de reis naar huis met de benenwagen heb afgelegd. Lopen is natuurlijk heel gezond, maar het Kroket Loket ligt op de wandelroute en dat is een stuk minder gezond. (maar wel heel lekker)
Volgende week ga ik opnieuw een poging wagen om mijn abonnement op de stalling te verlengen. Al is het een stuk ongezelliger, zo’n abo is goedkoper én gezonder dan iedere dag een broodje kroket kopen. Het leven is niet eerlijk.

Beautiful girl is riding on a bicycle in a city.

©Oksana Alekseeva