Thuiswerken

De zaterdagochtend is mijn favoriete moment van de week. Dan ontvang ik een papieren krant die ik,  onder het genot van meerdere koppen koffie, van A tot Z (of Q) lees. Oftewel, ik lees bijna alles maar ik blijk minder geïnteresseerd in economie, wetenschap en, vreemd genoeg, sport. Ook de advertenties sla ik met liefde over, al zijn de paginagrote advertenties van Rijksoverheid nauwelijks over het hoofd te zien. Was ik al verbaasd over Sanne die in haar lunchpauze de hond uitlaat in het bos en dat een goed moment vindt om aan de telefoon bij te praten met een collega (mens, geniet toch van je rust en gun een ander ook die rust!), de advertentie van afgelopen zaterdag was helemaal vaag. Onder het mom van ‘thuiswerken, we worden er steeds beter in’, krijgen we nu Rutger met zijn gitaar voorgeschoteld. Want Rutger maakte naast een fijne werkplek, ook een fijne niet-werkplek in zijn huis. In het pré-Corona-tijdperk heette dat gewoon de woonkamer met loungebank of de slaapkamer met een lekker bed. Ik kan daar nog uren over doorgaan, maar de boodschap van Rijksoverheid is helder: ga vooral thuiswerken! Best, maar dan snap ik niet dat voor diezelfde overheid blijkbaar andere regels gelden.

Iets verderop in de krant lees ik namelijk dat in de monumentale tuin van het Catshuis een ’tijdelijk’ kantoorpand van vijf verdiepingen wordt gebouwd voor ambtenaren van het ministerie van Algemene Zaken. Nog even afgezien van het feit dat er veel kantoorpanden leegstaan en het dus niet nodig zou moeten zijn om een nieuw pand te bouwen, is vooral de vraag waarom deze mensen hun werk niet thuis kunnen uitvoeren. Wat doet dat ministerie eigenlijk? Volgens de website van Rijksoverheid doen ze dit: ‘Algemene Zaken is het ministerie van de minister-president. Het ministerie houdt zich bezig met de coördinatie van het algemeen regeringsbeleid en van de overheidscommunicatie. Ook verzorgt het departement de voorlichting over het Koninklijk Huis.’ Coördinatie? Kan vanuit huis. Communicatie? Kan vanuit huis. Voorlichting? Kan vanuit huis. Of zijn al die ambtenaren van belang voor het lekken van alle informatie die in het Catshuis is besproken, zodat iedere persconferentie van de minister-president eigenlijk overbodig is? Hebben ze geen integriteitsverklaring ondertekend of zo?

Hoe dan ook, ik vind dat de ambtenaren van Mark Rutte heel goed kunnen thuiswerken. Het ministerie van SZW heeft daar een mooie website voor: https://www.hoewerktnederland.nl/onderwerpen/thuiswerken Heel handig, ook voor ambtenaren.

Briefstemmen

Het is mooi dat we in deze rare tijden de 70-plussers de gang naar het stembureau willen besparen en ze de mogelijkheid bieden om per brief te stemmen, maar of het nu zo’n goed idee is? Ik betwijfel het.

Het begon een week geleden met een telefoontje van mijn vader die oprecht verontwaardigd was over de hoeveelheid papier die hij van de gemeente had ontvangen. Een stempas en zo’n lijst en hij zou ook nog een retourenvelop gaan ontvangen. Hij vond het belachelijk en zou óf naar het stembureau gaan óf helemaal niet gaan stemmen. Ik besloot naar Groningen af te reizen om de papierwinkel te aanschouwen. En inderdaad, het was een behoorlijk pakket papier. Bij de stempas zat een brief met een uitleg over de drie mogelijkheden om te stemmen, inclusief een gezondheidscheck: ‘Snottert u of rochelt uw huisgenoot, ga dan niet naar het stembureau.’ In een tweede envelop zat een vuistdikke kandidatenlijst en in de derde envelop het briefstembiljet plus een met plaatjes uitgerust stappenplan en twee enveloppen.

Met het stappenplan in de hand en het stembiljet als een tafellaken uitgespreid op de eettafel, heb ik mijn vader door het stemproces weten te leiden. Eerst moest er een keuze worden gemaakt uit het enorme aanbod aan partijen. Niet dat dat lastig was, mijn vader stemt meestal op dezelfde partij.
‘Heb je nog een voorkeur op wie je wilt stemmen?’
‘Staat deze naam op de lijst? Ja? Kruis die maar aan dan. Welke kleur pen moet je gebruiken?’
‘Het mag met elke kleur.’
Het hokje voor de naam van de voorkeurspersoon ingekleurd en dan begint het enveloppenfeest. Het biljet mag alleen in de envelop met de tekst ‘briefstembiljet’ worden gestopt en daarna moet de envelop worden dichtgeplakt. Dan moet er een handtekening, op de juiste plek, op de stempas worden geplaatst. Daarna moet de briefstembiljetenvelop en de stempas samen in de retourenvelop worden gestopt. Die envelop is weliswaar twee vierkante millimeter groter dan die andere envelop, maar het is toch lastig proppen. Wederom een envelop dichtplakken en klaar. Denk je. Maar nee, er is nog een laatste stap op het stappenplan die de nodige onduidelijkheid met zich meebrengt.

‘Zorg dat uw briefstem voor woensdag 17 maart 21.00 uur aankomt. Doe uw briefstem voor vrijdag 12 maart 17.00 uur op de post.’
‘Moet ik het nu voor de 17e of voor de 12e op de post doen?’
‘Doe maar gewoon voor de 12e, dan komt je stem op tijd aan. Maar je hebt ook de mogelijkheid om de envelop in te leveren bij een afgiftepunt. Die afgiftepunten staan op de website van de gemeente.’
‘Ik heb geen wwwpunt en de buurvrouw ook niet!’  Er volgt een opsomming van alle buren in de bejaardenflat die geen internet hebben. Ondertussen googelt (!) mijn vader op zijn tablet naar het antwoord op de vraag of Mahi ooit voor FC Groningen heeft gespeeld (ja, 2014-2019).
‘Toch heel handig dat Google, je vindt van alles.’
‘Je weet dat Google ook internet is?’
‘Ja, maar de rest heb ik gewoon niet.’
Iets later vraagt mijn vader op welk papier hij nee/nee/nee moet invullen. Hij blijkt de gezondheidscheck te bedoelen. ‘Dat hoeft niet, je gaat immers niet naar het stembureau en tegen de brievenbus mag je gewoon hoesten. Zonder mondkapje.’ Ik ben blij dat ik gewoon naar het stembureau mag.

Plaatsvervangende schaamte

De eerste lockdown was in mijn herinnering nog maar net gestart toen de eerste wanhoopskreten uit thuiswerkend ambtenarenland al te horen waren. Men kwam plots tot het besef dat er ook thuis gepiest en gepoept moest worden en dat men zelf verantwoordelijk was voor de aanschaf van toiletpapier. Toiletpapier, het populairste hamsterproduct in de maand maart en ook best prijzig als je je billen wenst af te vegen met 4-laags puppypapier. Kortom, men was van mening dat de werkgever maar moest betalen voor toiletpapier en, niet te vergeten, de koffie. Koffie, ook al zo’n duur product.

Nu maak ik sinds begin dit jaar weer deel uit van een ambtenaarsgilde en helaas vonden enkele collega’s dat ook zij recht hadden op een pleepapiervergoeding. Ik kreeg er plaatsvervangende schaamte van. Een paar maanden later kwam men tot de ontdekking dat er ook stroom werd verbruikt en dat het verwarmen van een huis niet niets kost, dus ja daar moest dan toch echt een vergoeding tegenover staan. Nu kan ik natuurlijk niet in de portemonnee van een ander kijken en zullen er ongetwijfeld mensen zijn die het geld goed kunnen gebruiken. Om andere redenen dan het moeten thuiswerken. Persoonlijk lijkt het mij een stuk lastiger om te moeten werken aan de keukentafel, omringd door thuiswerkende partner en je kinderen die online hun schoollessen volgen, dan dat je moet overstappen op 1-laags toiletpapier van het schurende soort.

Ik wil die thuiswerkvergoeding dus niet, want ik vind dat ik niet mag klagen. Het thuiswerken heeft ook voordelen: je hoeft niet te reizen en je kan tussen de bedrijven door iets huishoudelijks ondernemen. Ik heb een dak boven mijn hoofd, heb werk en krijg mijn salaris elke maand keurig overgemaakt op mijn rekening. Er komt brood op de plank en ik hoef ook niet te bezuinigen op de aanschaf van toiletpapier en koffie. Om mij heen zie ik kleine zelfstandigen worstelen om het hoofd boven water te houden, gaan prachtige bedrijven failliet en verliezen mensen hun werk. En wat te denken van de jongeren die in deze tijden geen stageplek kunnen vinden om hun opleiding goed af te ronden? Dus nee, ik mag als ambtenaar zeker niet klagen.

In november heb ik mijn thuiswerkvergoeding ontvangen en deze heb ik overgemaakt aan twee goede doelen op het gebied van gezondheid. Voor mij is dat het enige juiste dat ik kon doen met het geld. Ik voelde me doodongelukkig met die thuiswerkvergoeding, wetende dat anderen het een stuk zwaarder hebben in hun leven in deze Corona-tijden. Wat ik mis in mijn leven is van immateriële aard en dat valt überhaupt niet te vervangen.  Ik hoop dat anderen hun thuiswerkvergoeding daadwerkelijk gaan besteden aan toiletpapier, koffie, het inrichten van een goede werkplek en de gas- en lichtrekening. Een mens mag hopen.

Moeder

Mijn moeder was de leukste, de liefste, de vrolijkste, het spontaanste van allemaal.  Nu zullen veel mensen dat zeggen over hun eigen moeder, maar dat interesseert me niet. De mijne was de leukste en nu moeten we haar missen. Je weet dat er ooit een moment komt dat je afscheid moet nemen van je ouders, maar zo’n moment komt altijd te vroeg. In het geval van mijn moeder kwam dat moment ook behoorlijk onverwacht. Naast al het geregel dat een overlijden met zich meebrengt, proberen we als familie de mooie herinneringen op te halen. Of zoals zo mooi op een condoleancekaart geschreven stond: “Er is niets dat voorgoed verdwijnt, als men de herinnering bewaart.”  De afgelopen dagen hebben we veel gehuild maar ook veel gelachen, omdat mijn moeder nu eenmaal een geweldig vrolijk mens was met veel humor. Ik heb duizenden mooie herinneringen aan mijn moeder, een paar daarvan wil ik graag met jullie delen.

Herinneringen

Als mijn broer en ik uit school kwamen, zat ze klaar met een kopje thee en een koekje. Wij vonden dat fijn, zo’n moeder die er altijd was. Op de camping hadden onze drie achternichtjes ook elke dag een thee-uurtje met tante Geertje, die eigenlijk een derde oma voor de dames was.

De deur stond altijd open, iedereen was welkom. Met Oud & Nieuw zat bij ons het huis altijd vol.

Mijn moeder kon enorm de slappe lach hebben. Het kwam voor dat ze me opbelde omdat ze iets leuks wilde vertellen en dat ik door de schaterlach werkelijk geen idee had wat ze precies had meegemaakt. Wel had ik zelf de slappe lach gekregen.

Toen we klein waren, zette mijn moeder ons rustig voor een film met kannibalen. Als we in de dagen daarna vervelend werden, zei ze altijd: ‘als jullie nu niet ophouden, vreet ik jullie op.’ Dat vonden wij toch best wel heel erg eng.

Mijn moeder was creatief, ze schilderde graag landschappen. En ze hield enorm van zingen. Als mijn vader en ik naar voetballen waren, bleven zij en mijn broer thuis om muziek te maken. Ze kon ook een gemeen stukje mondharmonica spelen, al kan ik me alleen herinneren dat ze ‘Roodborstje tikt’ uit die harmonica kon krijgen.

Mijn broer en ik kennen van geen enkel kinderliedje de oorspronkelijke tekst, want mijn moeder maakte haar eigen teksten.

Mijn moeder had voor veel mensen een bijnaam, van Winnetou tot Mina Rukwind.

Mijn moeder sprak geen Frans, maar stapte rustig in Parijs met tante K. in het kielzog op de metro. Ze wilde kaartjes kopen om naar de ‘Eiffeltower’ te gaan, maar de loketbediende begreep haar pas na het nodige handen-en-voetenwerk. Hij: ‘Aaah, Tour Eiffèl!’. Mijn moeder: ‘ja, wat dacht jij dan, kloothommel.’  

Mijn moeder was stapelgek op haar twee kleinkinderen en ‘kleinhond’ Bo. En alle drie waren ze stapelgek met haar.

Potpourri

Mijn moeder hield van muziek en hield van verschillende genres. Jaren geleden hebben we ooit eens gevraagd welke nummers zij tijdens haar uitvaart gespeeld wilde hebben en ze noemde zoveel nummers op, dat ze zei ‘dou mie moar een potpourri’. Uiteindelijk hebben we een groot deel van haar lievelingsnummers tijdens de uitvaart kunnen draaien, waaronder Blue eyes cryin’ in the rain van Willie Nelson:

“In the twilight glow I see them
Blue eyes cryin’ in the rain
When we kissed goodbye and parted
I knew we’d never meet again

Love is like a dyin’ ember
Only memories remain
Through the ages I’ll remember
Blue eyes cryin’ in the rain”

December 2019

Post voor Jacco. Geen idee hoe die jongen ooit op die verzendlijst is terechtgekomen, maar het is van het Leger des Heils. In het venstertje is een sleutelhanger met kerstengel zichtbaar, op de envelop staat dat ‘u iemands engel kunt zijn’. Klopt. Die van mij en van niemand anders. Normaal gesproken zou ik het poststuk weggooien, maar dit gaat retour naar de afzender.

December vind ik al jaren een vervelende maand, maar dit jaar doe ik extra mijn best om me af te sluiten voor alle ‘feestelijke’ uitingen. Ik kan niet zeggen dat dat erg goed lukt. Naast onverwachte kerstpost heb je te maken met versierde straten, winkels vol onnodige hebbedingetjes die je beslist iemand cadeau moet doen en te lange reclame-uitingen op tv. De reclame van de Lidl werkt me enorm op de zenuwen en die van de Jumbo begint inmiddels ook te schuren.  In de afgelopen jaren aanschouwde ik de feestmaand met het nodige sarcasme, maar dit jaar (en alle komende jaren) moet ik het doen zonder mijn mede-december-moppersmurf. Natuurlijk kan ik best in mijn eentje mopperen op alles wat met de kerst te maken heeft, maar met z’n tweetjes mopperen is vele malen leuker. We hebben samen 19 decembermaanden meegemaakt, die trouwens allemaal volgens hetzelfde patroon verliepen.

Eerste kerstdag

‘Mag ik Top 2000 luisteren?’
‘Nee, dat kan mijn apparatuur niet aan.’
‘Ik moet het hele jaar naar jouw takkeherrie luisteren, je kan je best een paar dagen aanpassen.’
‘Waarom?’
‘Daarom.’
Het duurde eventjes , maar morrend ging meneer altijd overstag. Om ieder jaar weer tot de ontdekking te komen dat ‘zijn’ muziek ook in de Top 2000 staat.

’s Ochtends zaten we altijd in campingoutfit op de bank een stuk kerststol weg te werken. In de loop van de middag kleedden we ons met veel tegenzin om, want ergens in het land wachtte een gourmetstel op ons. Onderweg in de auto zongen wij ons moed in, gelukkig staan er genoeg meezingliedjes in de Top 2000.
’s Avonds op de terugweg: ‘Nou, dit hebben we ook weer overleefd.’

Oudejaarsavond

Stokbrood, kruidenboter, rundvleessalade, gehaktballetjes, oliebollen en appelbeignets op de salontafel. Jut en Jul in campingoutfit op de bank. Top 2000 op de radio en de TV zonder geluid aan.
‘Ik ben moe.’
‘Ik ook, is het al 12 uur?’
‘Nee, het is half 11. Nog anderhalf uur, dan is het nieuwjaar.’
‘Zo lang nog? Kunnen we niet alvast in bed gaan liggen?’
‘De familie verwacht om middernacht toch echt een telefoontje van ons. Laten we het nog maar even volhouden.’
‘Zucht.’
We hielden altijd vol en gingen later naar bed dan we zelf verwacht hadden. Want we hadden zo’n mooi uitzicht op het vuurwerk dat in Groningen werd afgestoken. En op de rellen in een nabijgelegen straat.

Dit jaar

Dit jaar is alles anders. Wel een Top 2000 en geen verplichtingen. Wel een campingoutfit en geen gourmetstel. Eigen regie, dat ga ik doen. En dan op 1 januari 2020 kunnen zeggen dat ik december (weer) heb overleefd.

Ik wens iedereen een fijne kerst en een gezond, liefdevol en voorspoedig 2020 toe.

Ontheemd

Draaiboek

Er bestaat geen draaiboek voor het rouwproces. Geloof me, ik heb gezocht omdat ik wil weten hoelang deze ellende gaat duren. Of het normaal is dat de tranen zomaar over je wangen gaan stromen als je een boterham zit te eten op de bank. En wanneer je weer in staat bent om volledig te gaan werken. Of wat je moet doen als je bang bent dat je z’n stem vergeet en hoeveel jankdagen er in een rouwproces zijn opgenomen.
Het rouwproces is voor iedereen anders, situaties zijn anders en niet ieder mens is hetzelfde. Mijn verdriet zit ‘m vooral in het feit dat we geen afscheid van elkaar hebben kunnen nemen. Dat we geen laatste woorden hebben kunnen uitwisselen. De dood kwam plotseling en al vind ik het fijn dat Jacco niet heeft geleden, voor mij blijft de situatie onwerkelijk. Alsof het nooit is gebeurd. Iedere dag komt er wel een moment voorbij dat ik hem iets wil vertellen of dat ik bedenk dat we samen naar een concert of tentoonstelling moeten gaan. Dan zit ik al met de telefoon in de handen om hem te bellen of te appen. Om me vervolgens te realiseren dat dat niet meer kan.

Ontheemd

In de periode direct na het overlijden word je geleefd. Er moeten dingen geregeld worden voor de crematie, dus je schiet in een soort van overlevingsmodus. Na de crematie moeten allerlei zakelijke dingen geregeld worden, dus dat doe je. In de eerste weken na zijn overlijden heb ik, voor mijn gevoel, geen tijd genomen om echt te rouwen. Te beseffen wat er nu eigenlijk is gebeurd. Ik verbleef in ons huis in Groningen, omdat de enige logische plek was om te zijn. Bij zijn spullen, in een vertrouwde omgeving. En dan iedere dag iets regelen: verzekeringen, bankzaken, opzeggen of aanpassen van abonnementen etc. Maar nu het grootste deel van het regelwerk achter de rug is, merk ik dat ik me niet meer thuis voel in ons huis. Ontheemd, omdat de persoon die voor mij ‘thuis’ was, er niet meer is. Het huis is te groot, te stil en te leeg. De afgelopen 2 weken ben ik daarom vooral in Den Haag geweest, in mijn eigen kleine en overzichtelijke appartementje.

Rust

Afgelopen weekend was het eerste weekend dat ik in Den Haag ben gebleven. Het geeft rust dat ik niet de lange reis naar Groningen heb hoeven maken. Ik heb behoefte aan rust. Vooropgesteld: ik vind het fijn dat ik word omringd door familie, vrienden en collega’s die oprecht met mij begaan zijn. En ik vind het ook helemaal niet erg om te vertellen wat er is gebeurd en hoe het (nu) met mij gaat, maar niet de hele dag. Ik heb gemerkt dat dat gewoon te vermoeiend is. Daarom werk ik op dit moment om de dag thuis en zet ik vaker mijn telefoon op ‘stil’. Dit geeft mij de broodnodige rust, de tijd om dingen voor mezelf te verwerken en het zorgt ervoor dat ik energie kan opbouwen. Dit betekent niet dat mensen me niet meer mogen vragen hoe het met me gaat, maar dat ik zelf de controle houd over hoe en wanneer.

Toekomst

Rust heb ik ook nodig om na te denken over de toekomst. Ik heb eigenlijk nooit echt nagedacht over de toekomst, er was maar één stabiele factor in mijn toekomst en dat was Jacco. Hij zou er immers altijd zijn. Nu hij er niet meer is, moet ik opeens over zaken nadenken waar ik eigenlijk niet over na wil denken. Wat ga ik doen met het huis in Groningen, wat ga ik doen met zijn spullen, waar wil ik wonen en blijf ik werken in Amstelveen. Plotseling zijn dit vragen die voor mij relevant zijn geworden, omdat ze bepalen hoe mijn nabije toekomst eruit gaat zien. Ik weet het nog niet en ik heb ook geen haast, het eureka-moment zal vanzelf komen. Voorlopig houd ik me aan de Jacco-regel en probeer ik te genieten van het leven. Of zoals mijn zwager het zo mooi verwoordde tijdens de crematie: ‘Mijn broer genoot van de mensen om hem heen en mijn broer genoot van het leven.’ En is dat eigenlijk niet het enige waarom het draait in het leven? Genieten van het leven en de mensen om je heen? Het is niet gemakkelijk, maar ik doe m’n best.

Vier weken

Vier weken. Vier weken is het geleden en ik denk nog steeds dat Jacco ieder moment kan thuiskomen. Als ik ’s ochtends wakker word, verwacht ik dat op de andere helft van het bed een grote hoop mens ligt. Maar dat deel van het bed is keurig opgemaakt en leeg. Bij het voetbal kijken begin ik ongemerkt een gesprek over een mooie pass of goal met iemand die er niet meer is. Of pak ik mijn telefoon om een appje naar Jacco te sturen, om me dan plotseling te realiseren dat dat weinig zin heeft. Kijk ik naar zijn foto’s dan kan ik me niet voorstellen dat ik die vrolijke grijns nooit meer in het echt zal zien.

Dat de werkelijkheid anders is, realiseer ik me op de momenten dat ik dingen moet regelen. Want dat moet, dingen regelen: verzekeringen, bankzaken, het  opzeggen van abonnementen en nadenken over de asbestemming. Nu kan ik maar één ding regelen op een dag want ik heb op het moment het concentratievermogen van een eendagsvlinder, nog even afgezien van het feit dat er een aardig emotionele lading zit aan al die stomme dingen die je moet regelen. Gelukkig hebben sommige bedrijven een nabestaandendesk, die je gemakkelijk door zo’n proces heen helpt. Maar er zijn een hoop bedrijven die digitaal een vies woord vinden en je ze daarom noodgedwongen moet bellen. En dan krijg je niet meteen iemand aan de lijn. Nee, je wordt dan getrakteerd op zo’n idioot keuzemenu, met keuzes in keuzes verstopt en als je na 2 minuten kiezen moet luisteren naar een hopeloos stukje pauzemuziek,  overweeg je de verbinding te verbreken omdat je de wanhoop nabij bent. Ergens denk ik dat dat ook de bedoeling is van die bedrijven; dat de klant de verbinding verbreekt. Serieus, op dit soort shit zit toch geen enkele nabestaande te wachten?  Als je dan eindelijk iemand aan de lijn krijgt, mag je hopen dat het iemand is met voldoende empathisch vermogen die de boel snel voor je regelt. Ergens halverwege de regeldingen kwam ik het bedrijf Closure tegen, dat een deel van het regelwerk van me heeft overgenomen. Dat was wel fijn, fijner was geweest als ik al eerder van het bestaan van dat bedrijf had geweten. Dan was me in ieder geval het contact met Bankgiroloterij bespaard gebleven. Misschien dat ik daar nog eens een aparte blog aan besteed, want het is een verhaal op zich.

Ergens tussen het ongeloof en het regelen in, probeer ik de scherven van mijn leven weer aan elkaar te lijmen. Het gaat langzaam, maar met de hulp van mijn lieve familie en vrienden gaat me dat gewoon lukken. Voor mezelf, maar zeker ook voor Jacco.

Brief aan Jacco

Na het overlijden van mijn schoonmoeder schreef ik op 14 mei een stukje over afscheid nemen. Een tekst die ik nu met heel andere ogen lees, omdat op 19 juli mijn allerliefste, geweldige echtgenoot volkomen onverwacht overleed. En op zo’n vreselijke dag moet je direct gaan nadenken over de uitvaart, terwijl je geen idee hebt wat hij eigenlijk zou hebben gewild.
In de 2e slapeloze nacht na zijn overlijden heb ik een brief aan hem geschreven, een brief die ik tijdens de uitvaart heb voorgelezen. Inmiddels schrijf ik iedere dag aan Jacco: dingen die ik heb meegemaakt, mooie of grappige herinneringen en andere zaken die ik belangrijk vind om aan hem te vertellen.
Omdat niet iedereen bij de uitvaart aanwezig kon zijn, deel ik nu de tekst van de bewuste brief. (in iets aangepaste vorm)
Mijn man was een verhalenverteller en regelmatig een inspiratiebron voor mijn blogs en ik mis hem vreselijk.

Mijn allerliefste Jacco, lieve schat,

Er is nog zo veel dat ik je wil zeggen en over je wil vertellen; over hoe we elkaar hebben ontmoet, over alles wat we samen hebben meegemaakt, over onze laatste momenten samen en over onze toekomst die geen toekomst meer is. Terwijl ik dit schrijf, stromen de tranen over mijn wangen en weet ik dat jij het fijner zou vinden dat ik op zo’n verdrietige dag als vandaag, vooral de mooie verhalen deel. Verhalen die mensen laten lachen, want lachen deed je graag. Het valt me zwaar lieverd, maar ik ga een poging wagen.

Je was een verhalenverteller. Met je ongebreidelde fantasie kon je van de grootste onzin een compleet geloofwaardig verhaal maken. In het prille begin van onze relatie kwam je ooit eens mijn huis binnengelopen met een arm in het verband. Ik, ongerust als ik kan zijn, wilde weten wat er in vredesnaam was gebeurd. Er volgde een gepassioneerd verhaal over hoe je ter aarde was gestort met je fiets, dat een onderdeel van diezelfde fiets in je arm was beland, waardoor er een enorme bloedende wond ontstond die gehecht moest worden in het ziekenhuis. Terwijl ik me stond op te winden waarom je me niet had gebeld, stond jij rustig het verband van je arm af te wikkelen. Je was naar de bloedbank geweest. Om bloed te doneren. Toen dacht ik wel even: ‘waar begin ik aan met deze jongen.’ Maar jouw ontwapende grijns maakte dat ik niet lang boos op je kon blijven.

In je werk als trainer gebruikte je eveneens veel verhalen. Die je ter plekke verzon omdat je vond dat je met een praktijkvoorbeeld lastige materie gemakkelijker kon uitleggen. Je vond het ook geen enkel probleem om bestaande mensen, zoals ik, op te laten draven in jouw verhalen. Zo heb je ooit eens verteld dat ik veel schoenen koop en dat ik enorme stennis heb staan maken bij de kassa omdat ik geen korting kreeg. ‘Maar dat is nooit gebeurd’, zei ik. Jouw reactie: ‘dat weet ik, maar dat hoeven mijn collega’s niet te weten. Als ze het verhaal maar snappen.’

Ook de klokkenverzameling van onze benedenbuurman werd gebruikt als opleidingsmateriaal. Dit verhaal heeft zo veel indruk gemaakt op de cursisten dat ze je een cadeau hebben gegeven. Een spuuglelijke, roze koekoeksklok.
Andere favoriet van je: de getallenreeks van Bert Visscher. Ik mag aannemen dat iedereen  nu weet welke nummers bij de bami gerechten horen.

Ik heb veel met en om je gelachen. Zo stapte je ooit eens, na een avondje stappen met je vrienden, in een aardig beschonken toestand naast mij in bed. Ik had geen zin in dronkenmansgebabbel, dan werden je verhalen nog langer dan ze normaal gesproken al zijn, dus ik deed alsof ik sliep. Je wilde je verhaal toch kwijt en gebruikte je handen om een gesprek te voeren. Linkerhand tegen rechterhand: ‘Slaapt ze ?’ Rechterhand: ‘Misschien…..’ En zo ontspon zich een uitgebreid gesprek tussen jouw handen en terwijl ik lag te schudden van het lachen, viel jij rustig in slaap.

Misschien is trouwens een woord dat je veel gebruikte. ‘Jacco, heb je de planten water gegeven?’ En met een schuldbewuste blik in je ogen zei je dan: ‘Misschien…..?’. Dat betekende dan gewoon ‘nee, dat heb ik niet gedaan.’ Wat dan ook weer niet als een verrassing kwam.

Ik heb zoveel meer verhalen te vertellen, maar niet de tijd om dat nu te doen. Ik hoop dat zo  meteen in de koffiekamer de mensen mooie verhalen over jou met elkaar willen delen.  En dat er vooral veel gelachen wordt.  Dat zou je fijn vinden en ik ook.

Lieffie, we zullen je allemaal enorm gaan missen, maar ik het allermeest.

 

Afscheid (2)

Het hoort bij het leven: afscheid nemen. Ik ben er niet heel erg goed in, ieder afscheid, hoe klein ook, blijft lastig. Je neemt afscheid van je kindertijd of je eerste vriendje. Een verhuizing of verandering van baan is eveneens een afscheid. Je koestert de mooie dingen en bent bang voor de volgende stap: voel ik me wel op m’n plek in het nieuwe huis of zijn de nieuwe collega’s wel leuk? Naderhand valt het meestal best mee, al vind ik afscheid nemen van een vriendschap altijd vervelend. Je bent met iemand goed bevriend, je bespreekt alles met elkaar en opeens kom je op zo’n punt dat je niets meer met elkaar gemeen hebt. Ik blijf dat iets geks vinden, ik kan ook nooit achterhalen waar het kantelpunt precies heeft gezeten. Maar, je zwaait de ene vriend uit en een ander verschijnt vanzelf. Zo zit het leven blijkbaar in elkaar.

Waar ik echter nooit aan zal en wil wennen, is het onafwendbare afscheid: de dood. De dood komt, zelfs als je het verwacht, altijd onverwacht.  Dierbare mensen moeten loslaten, doet pijn. Als je na een tijd je verdriet een plaatsje hebt weten te geven, komt het soms als een boemerang weer terug. Bij het zien van een foto, het horen van een favoriet liedje of op speciale dagen.

Aan mijn eigen dood denk ik eigenlijk nooit, maar bij het laatste afscheid kwam het besef dat het toch goed is om hierover na te denken. Wat wil ik eigenlijk zelf? Wil ik dat iemand tijdens de uitvaart mijn levensverhaal gaat vertellen? Dat iedere aanwezige komt te weten dat ik, op z’n zachtst gezegd, een ondernemende peuter was? Of dat er iets wordt verteld over een periode van ziek zijn, hoe ik mijn schooltijd ben doorgekomen, mijn relaties en hoe ik me als collega heb gedragen. Wat mij betreft hoeft dat allemaal niet. Dat mensen hun herinneringen willen delen, vind ik prima. Maar dat kan ook op een ander moment en op een andere plek.

Ik weet dat ik dit soort ideeën moet vastleggen, zodat het ook voor een ander duidelijk is wat ikzelf van mijn uitvaart verwacht. Maar ik weet ook dat ik morgen weer overga tot de orde van de dag en dat ‘uitvaart regelen’ ergens op het stapeltje komt te liggen van ‘zaken die nog geregeld moeten worden’. Als ik een afscheid kan uitstellen, zal ik het zeker niet nalaten.

Comfortzone

Naast dat het een jeukwoord is, is comfortzone ook een vaag begrip. Want wat betekent het eigenlijk? Het klinkt als een fijne plek, waar je je veilig voelt en op je gemak. Maar het wordt uitgelegd als een saai, leeg en voorspelbaar leven, en dat kan natuurlijk niet. Dus moet je vooral uit je comfortzone stappen. Je moet dingen gaan doen die je anders nooit doet, zo zegt men. ‘Men’ komt dan ook altijd met ideeën die ‘men’ zelf ontzettend leuk vindt. Oftewel, dingen die in de eigen comfortzone van ‘men’ liggen. Waarom ik dan degene moet zijn die moet veranderen, is mij niet helemaal duidelijk. Bovendien, er verandert altijd wel iets in het leven van de mens waardoor die zogenaamde comfortzone ook verandert. Als ik naar de afgelopen 4 jaar kijk, ben ik van baan veranderd, verhuisd naar de andere kant van het land én ben ik een Latrelatie aangegaan met mijn echtgenoot. Ik ga daarom vaker in mijn eentje naar  theater,  museum of bioscoop en ik vind het leuk om nieuwe restaurants en winkels te ontdekken.

Toch bestaan er mensen die vinden dat ik best nog wel andere dingen kan gaan doen. Bijvoorbeeld een teamsport beoefenen, meedoen aan een leesclubje of deelnemen aan iets waarbij je veel nieuwe mensen ontmoet. Laat ik die behoefte nu totaal niet hebben. Naast het feit dat ik grote groepen mensen niet prettig vind, meer dan 4 personen vind ik al te veel, houd ik ook niet van verplichtingen. Ik lees heel graag, maar in zo’n leesclub wordt voorgeschreven wat je moet lezen en wanneer en dan moet je er ook nog over gaan discussiëren. Ik lees wanneer ik wil, wat ik wil en als ik er per se over na wil praten, zoek ik zelf wel een slachtoffer. Dus nee, Marita gaat niet in een clubje.

Kunnen we proberen iedereen in zijn waarde te laten? Leef je leven, doe wat je leuk vindt en accepteer dat ieder mens anders is. Andermans leven kan er saai uitzien, maar als iemand zielstevreden is met zijn bestaan, wie ben jij dan om er iets van te vinden.
En laten we a.u.b. het woord comfortzone niet meer gebruiken, het is geen afgebakend gebied.
(Als je baas trouwens zegt dat je je comfortzone moet verlaten, betekent het dat hij wil dat je zelf op zoek gaat naar een andere baan, zonder dat hij je moet ontslaan.)