Vier weken

Vier weken. Vier weken is het geleden en ik denk nog steeds dat Jacco ieder moment kan thuiskomen. Als ik ’s ochtends wakker word, verwacht ik dat op de andere helft van het bed een grote hoop mens ligt. Maar dat deel van het bed is keurig opgemaakt en leeg. Bij het voetbal kijken begin ik ongemerkt een gesprek over een mooie pass of goal met iemand die er niet meer is. Of pak ik mijn telefoon om een appje naar Jacco te sturen, om me dan plotseling te realiseren dat dat weinig zin heeft. Kijk ik naar zijn foto’s dan kan ik me niet voorstellen dat ik die vrolijke grijns nooit meer in het echt zal zien.

Dat de werkelijkheid anders is, realiseer ik me op de momenten dat ik dingen moet regelen. Want dat moet, dingen regelen: verzekeringen, bankzaken, het  opzeggen van abonnementen en nadenken over de asbestemming. Nu kan ik maar één ding regelen op een dag want ik heb op het moment het concentratievermogen van een eendagsvlinder, nog even afgezien van het feit dat er een aardig emotionele lading zit aan al die stomme dingen die je moet regelen. Gelukkig hebben sommige bedrijven een nabestaandendesk, die je gemakkelijk door zo’n proces heen helpt. Maar er zijn een hoop bedrijven die digitaal een vies woord vinden en je ze daarom noodgedwongen moet bellen. En dan krijg je niet meteen iemand aan de lijn. Nee, je wordt dan getrakteerd op zo’n idioot keuzemenu, met keuzes in keuzes verstopt en als je na 2 minuten kiezen moet luisteren naar een hopeloos stukje pauzemuziek,  overweeg je de verbinding te verbreken omdat je de wanhoop nabij bent. Ergens denk ik dat dat ook de bedoeling is van die bedrijven; dat de klant de verbinding verbreekt. Serieus, op dit soort shit zit toch geen enkele nabestaande te wachten?  Als je dan eindelijk iemand aan de lijn krijgt, mag je hopen dat het iemand is met voldoende empathisch vermogen die de boel snel voor je regelt. Ergens halverwege de regeldingen kwam ik het bedrijf Closure tegen, dat een deel van het regelwerk van me heeft overgenomen. Dat was wel fijn, fijner was geweest als ik al eerder van het bestaan van dat bedrijf had geweten. Dan was me in ieder geval het contact met Bankgiroloterij bespaard gebleven. Misschien dat ik daar nog eens een aparte blog aan besteed, want het is een verhaal op zich.

Ergens tussen het ongeloof en het regelen in, probeer ik de scherven van mijn leven weer aan elkaar te lijmen. Het gaat langzaam, maar met de hulp van mijn lieve familie en vrienden gaat me dat gewoon lukken. Voor mezelf, maar zeker ook voor Jacco.

Brief aan Jacco

Na het overlijden van mijn schoonmoeder schreef ik op 14 mei een stukje over afscheid nemen. Een tekst die ik nu met heel andere ogen lees, omdat op 19 juli mijn allerliefste, geweldige echtgenoot volkomen onverwacht overleed. En op zo’n vreselijke dag moet je direct gaan nadenken over de uitvaart, terwijl je geen idee hebt wat hij eigenlijk zou hebben gewild.
In de 2e slapeloze nacht na zijn overlijden heb ik een brief aan hem geschreven, een brief die ik tijdens de uitvaart heb voorgelezen. Inmiddels schrijf ik iedere dag aan Jacco: dingen die ik heb meegemaakt, mooie of grappige herinneringen en andere zaken die ik belangrijk vind om aan hem te vertellen.
Omdat niet iedereen bij de uitvaart aanwezig kon zijn, deel ik nu de tekst van de bewuste brief. (in iets aangepaste vorm)
Mijn man was een verhalenverteller en regelmatig een inspiratiebron voor mijn blogs en ik mis hem vreselijk.

Mijn allerliefste Jacco, lieve schat,

Er is nog zo veel dat ik je wil zeggen en over je wil vertellen; over hoe we elkaar hebben ontmoet, over alles wat we samen hebben meegemaakt, over onze laatste momenten samen en over onze toekomst die geen toekomst meer is. Terwijl ik dit schrijf, stromen de tranen over mijn wangen en weet ik dat jij het fijner zou vinden dat ik op zo’n verdrietige dag als vandaag, vooral de mooie verhalen deel. Verhalen die mensen laten lachen, want lachen deed je graag. Het valt me zwaar lieverd, maar ik ga een poging wagen.

Je was een verhalenverteller. Met je ongebreidelde fantasie kon je van de grootste onzin een compleet geloofwaardig verhaal maken. In het prille begin van onze relatie kwam je ooit eens mijn huis binnengelopen met een arm in het verband. Ik, ongerust als ik kan zijn, wilde weten wat er in vredesnaam was gebeurd. Er volgde een gepassioneerd verhaal over hoe je ter aarde was gestort met je fiets, dat een onderdeel van diezelfde fiets in je arm was beland, waardoor er een enorme bloedende wond ontstond die gehecht moest worden in het ziekenhuis. Terwijl ik me stond op te winden waarom je me niet had gebeld, stond jij rustig het verband van je arm af te wikkelen. Je was naar de bloedbank geweest. Om bloed te doneren. Toen dacht ik wel even: ‘waar begin ik aan met deze jongen.’ Maar jouw ontwapende grijns maakte dat ik niet lang boos op je kon blijven.

In je werk als trainer gebruikte je eveneens veel verhalen. Die je ter plekke verzon omdat je vond dat je met een praktijkvoorbeeld lastige materie gemakkelijker kon uitleggen. Je vond het ook geen enkel probleem om bestaande mensen, zoals ik, op te laten draven in jouw verhalen. Zo heb je ooit eens verteld dat ik veel schoenen koop en dat ik enorme stennis heb staan maken bij de kassa omdat ik geen korting kreeg. ‘Maar dat is nooit gebeurd’, zei ik. Jouw reactie: ‘dat weet ik, maar dat hoeven mijn collega’s niet te weten. Als ze het verhaal maar snappen.’

Ook de klokkenverzameling van onze benedenbuurman werd gebruikt als opleidingsmateriaal. Dit verhaal heeft zo veel indruk gemaakt op de cursisten dat ze je een cadeau hebben gegeven. Een spuuglelijke, roze koekoeksklok.
Andere favoriet van je: de getallenreeks van Bert Visscher. Ik mag aannemen dat iedereen  nu weet welke nummers bij de bami gerechten horen.

Ik heb veel met en om je gelachen. Zo stapte je ooit eens, na een avondje stappen met je vrienden, in een aardig beschonken toestand naast mij in bed. Ik had geen zin in dronkenmansgebabbel, dan werden je verhalen nog langer dan ze normaal gesproken al zijn, dus ik deed alsof ik sliep. Je wilde je verhaal toch kwijt en gebruikte je handen om een gesprek te voeren. Linkerhand tegen rechterhand: ‘Slaapt ze ?’ Rechterhand: ‘Misschien…..’ En zo ontspon zich een uitgebreid gesprek tussen jouw handen en terwijl ik lag te schudden van het lachen, viel jij rustig in slaap.

Misschien is trouwens een woord dat je veel gebruikte. ‘Jacco, heb je de planten water gegeven?’ En met een schuldbewuste blik in je ogen zei je dan: ‘Misschien…..?’. Dat betekende dan gewoon ‘nee, dat heb ik niet gedaan.’ Wat dan ook weer niet als een verrassing kwam.

Ik heb zoveel meer verhalen te vertellen, maar niet de tijd om dat nu te doen. Ik hoop dat zo  meteen in de koffiekamer de mensen mooie verhalen over jou met elkaar willen delen.  En dat er vooral veel gelachen wordt.  Dat zou je fijn vinden en ik ook.

Lieffie, we zullen je allemaal enorm gaan missen, maar ik het allermeest.

 

Afscheid (2)

Het hoort bij het leven: afscheid nemen. Ik ben er niet heel erg goed in, ieder afscheid, hoe klein ook, blijft lastig. Je neemt afscheid van je kindertijd of je eerste vriendje. Een verhuizing of verandering van baan is eveneens een afscheid. Je koestert de mooie dingen en bent bang voor de volgende stap: voel ik me wel op m’n plek in het nieuwe huis of zijn de nieuwe collega’s wel leuk? Naderhand valt het meestal best mee, al vind ik afscheid nemen van een vriendschap altijd vervelend. Je bent met iemand goed bevriend, je bespreekt alles met elkaar en opeens kom je op zo’n punt dat je niets meer met elkaar gemeen hebt. Ik blijf dat iets geks vinden, ik kan ook nooit achterhalen waar het kantelpunt precies heeft gezeten. Maar, je zwaait de ene vriend uit en een ander verschijnt vanzelf. Zo zit het leven blijkbaar in elkaar.

Waar ik echter nooit aan zal en wil wennen, is het onafwendbare afscheid: de dood. De dood komt, zelfs als je het verwacht, altijd onverwacht.  Dierbare mensen moeten loslaten, doet pijn. Als je na een tijd je verdriet een plaatsje hebt weten te geven, komt het soms als een boemerang weer terug. Bij het zien van een foto, het horen van een favoriet liedje of op speciale dagen.

Aan mijn eigen dood denk ik eigenlijk nooit, maar bij het laatste afscheid kwam het besef dat het toch goed is om hierover na te denken. Wat wil ik eigenlijk zelf? Wil ik dat iemand tijdens de uitvaart mijn levensverhaal gaat vertellen? Dat iedere aanwezige komt te weten dat ik, op z’n zachtst gezegd, een ondernemende peuter was? Of dat er iets wordt verteld over een periode van ziek zijn, hoe ik mijn schooltijd ben doorgekomen, mijn relaties en hoe ik me als collega heb gedragen. Wat mij betreft hoeft dat allemaal niet. Dat mensen hun herinneringen willen delen, vind ik prima. Maar dat kan ook op een ander moment en op een andere plek.

Ik weet dat ik dit soort ideeën moet vastleggen, zodat het ook voor een ander duidelijk is wat ikzelf van mijn uitvaart verwacht. Maar ik weet ook dat ik morgen weer overga tot de orde van de dag en dat ‘uitvaart regelen’ ergens op het stapeltje komt te liggen van ‘zaken die nog geregeld moeten worden’. Als ik een afscheid kan uitstellen, zal ik het zeker niet nalaten.

Comfortzone

Naast dat het een jeukwoord is, is comfortzone ook een vaag begrip. Want wat betekent het eigenlijk? Het klinkt als een fijne plek, waar je je veilig voelt en op je gemak. Maar het wordt uitgelegd als een saai, leeg en voorspelbaar leven, en dat kan natuurlijk niet. Dus moet je vooral uit je comfortzone stappen. Je moet dingen gaan doen die je anders nooit doet, zo zegt men. ‘Men’ komt dan ook altijd met ideeën die ‘men’ zelf ontzettend leuk vindt. Oftewel, dingen die in de eigen comfortzone van ‘men’ liggen. Waarom ik dan degene moet zijn die moet veranderen, is mij niet helemaal duidelijk. Bovendien, er verandert altijd wel iets in het leven van de mens waardoor die zogenaamde comfortzone ook verandert. Als ik naar de afgelopen 4 jaar kijk, ben ik van baan veranderd, verhuisd naar de andere kant van het land én ben ik een Latrelatie aangegaan met mijn echtgenoot. Ik ga daarom vaker in mijn eentje naar  theater,  museum of bioscoop en ik vind het leuk om nieuwe restaurants en winkels te ontdekken.

Toch bestaan er mensen die vinden dat ik best nog wel andere dingen kan gaan doen. Bijvoorbeeld een teamsport beoefenen, meedoen aan een leesclubje of deelnemen aan iets waarbij je veel nieuwe mensen ontmoet. Laat ik die behoefte nu totaal niet hebben. Naast het feit dat ik grote groepen mensen niet prettig vind, meer dan 4 personen vind ik al te veel, houd ik ook niet van verplichtingen. Ik lees heel graag, maar in zo’n leesclub wordt voorgeschreven wat je moet lezen en wanneer en dan moet je er ook nog over gaan discussiëren. Ik lees wanneer ik wil, wat ik wil en als ik er per se over na wil praten, zoek ik zelf wel een slachtoffer. Dus nee, Marita gaat niet in een clubje.

Kunnen we proberen iedereen in zijn waarde te laten? Leef je leven, doe wat je leuk vindt en accepteer dat ieder mens anders is. Andermans leven kan er saai uitzien, maar als iemand zielstevreden is met zijn bestaan, wie ben jij dan om er iets van te vinden.
En laten we a.u.b. het woord comfortzone niet meer gebruiken, het is geen afgebakend gebied.
(Als je baas trouwens zegt dat je je comfortzone moet verlaten, betekent het dat hij wil dat je zelf op zoek gaat naar een andere baan, zonder dat hij je moet ontslaan.)

Dik

Met enige verbazing las ik gisteren het bericht dat dikke mensen worden geweerd uit de erewacht van de Waalsdorpervlakte. “Omdat het afleidt, terwijl ze respect moeten uitstralen. Ook zijn er klachten binnengekomen over leden van de erewacht met een fors postuur. De klachten komen van tv-kijkers, maar ook van het publiek.” Mijn verbazing sloeg om in boosheid, want dit is natuurlijk gewoon discriminatie. Is het al erg genoeg dat er mensen zijn die menen een klacht te moeten indienen omdat het postuur van een medemens ze niet bevalt, nog erger vind ik het dat het bestuur van de Vereniging Erepeloton Waalsdorp het besluit neemt om dikke mensen dan maar te weren. Hoezo leiden dikke mensen af? Hoezo straalt een dik iemand geen respect uit? Hoe beleven die klagers eigenlijk de dodenherdenking op 4 mei?

Op 4 mei kijk ik altijd naar de herdenking op de Waalsdorpervlakte. Een mooi gebied, ondanks dat ik weet dat op die plek verzetsmensen zijn gefusilleerd. Tijdens het luisteren naar de stilte gaan mijn gedachten uit naar de mensen de verschrikkingen van de oorlog hebben meegemaakt en naar al die mensen die nu middenin een oorlog zitten. Per slot van rekening woeden er in verschillende landen op deze wereld burgeroorlogen en worden kinderen, vrouwen en mannen uitgebuit, vernederd, verkracht en vermoord. Dodenherdenking staat voor mij niet alleen voor het herdenken van de grote en kleine helden die in de Tweede Wereldoorlog gestorven zijn voor mijn vrijheid. We mogen ook best de mensen herdenken die elders op de wereld zijn gestorven voor de vrijheid.

Mijn hoofd houdt zich bezig met de waanzin van de oorlog en niet met het uiterlijk van iemand in de erewacht. Dus nogmaals, hoe beleven klagers de dodenherdenking? Ik heb niet het idee dat deze mensen druk bezig zijn met herdenken, maar met het registreren van allerlei flauwekul. Laten we verdorie toch blij zijn dat wij op 4 mei in vrijheid onze doden kunnen herdenken. En laten we vooral respect hebben voor de vrijwilligers die op 4 mei in de erewacht staan. Het moet niet uitmaken of iemand dik, dun, lang, klein, scheel, atletisch of gehandicapt is. Heb je respect voor de doden? Heb dat dan ook voor de levenden.

Het Achterhuis

Na een weekje Barcelona was het hoog tijd om eens toerist in eigen land te gaan spelen. Reisdoel: het Anne Frank Huis in ‘mijn eigen’ Amsterdam. Met meer dan een miljoen bezoekers per jaar, waarvan zo’n  90% uit het buitenland afkomstig is, moet je ruim van tevoren een kaartje voor een specifiek tijdstip bestellen. Toen ik twee maanden geleden mijn kaartje bestelde, was de eerstvolgende bezoekmogelijkheid op 2 juni om 11 uur.  Het laatste kaartje voor dat tijdstip was voor mij.

Afgelopen vrijdag was ik ruim op tijd aanwezig op de Prinsengracht. Ik kom niet graag te laat en ik moet ook altijd eerst de situatie ter plekke bestuderen. Waar is de ingang? Waar begint en eindigt de rij? Is er per tijdslot een aparte rij? Waar is het toilet? Dat soort dingen. Al gauw bleek dat de medewerkers van het museum de juiste mensen op het juiste tijdstip in die ene rij wisten te dirigeren. Daarnaast moesten ze aan menig toerist uitleggen dat men alleen naar binnen kan met een vooraf besteld kaartje op het internet. (men kan wel vanaf half 4 in de rij gaan staan en dan hopen dat je alsnog het museum kan bezoeken)

Om 11 uur mocht ik plaatsnemen in de rij. Langs de gracht stond een man met 2 oranje huurfietsen danig in de weg van het overige verkeer. Al gauw bleek dat zijn hyperactieve vrouw al vooraan in de rij stond, terwijl hij de fietsen nog moest parkeren. Wat niet ging, met aan elke hand een fiets die hij tussen de overige fietsen moest zien te proppen. Zijn vrouw besloot de rij te verlaten om hem een beetje te helpen met het stallen van de fietsen. Geen Nederlanders, dat werd al gauw duidelijk. Haar fiets stond, hij was nog aan het worstelen met het slot van zijn fiets en zonder op hem te wachten, stapte zij met  driftige armbewegingen terug op haar plek in de rij. Man had eindelijk de boel op slot en strompelde zo snel als hij kon, hij was slecht ter been, naar zijn vrouw. Moest ‘ie met dat manke been ook nog over een ketting klimmen. Ik vond het een boeiend begin van de dag.

Eenmaal binnen bleek het toilet zich direct na de ingang te bevinden. Heel efficiënt als je lang hebt moeten wachten in de rij. Dan het museum in. Mooi opgezet, met een verplichte looproute want dat kan niet anders. Met een grote groep mensen verwacht je dat het dringen is in de kleine ruimten, maar dat was niet het geval. De buitenlandse toeristen bleven keurig in de rij staan wachten om een andere kamer te kunnen betreden. Als er gesproken werd, was dat op zachte toon. Respectvol, anders kan ik het niet noemen. Maar dan is er toch altijd weer een Nederlander in de buurt die de boel verpest. Ik stond in de deuropening op mijn beurt te wachten om het volgende kamertje binnen te kunnen gaan. De stilte in de ruimte werd onderbroken door een Nederlandse oma die haar kleinkinderen snel door de kamers wilde leiden. Een van de kinderen vroeg nog of er niet gewacht moest worden op opa, maar dat was niet nodig omdat die man alles goed wilde lezen en bekijken. Oma wilde snel het museum uit en ik stond blijkbaar in de weg, want ze stond met haar grote handtas tegen me op te rijden in de deuropening. Ik houd er niet van als iemand ongevraagd tegen me op staat te rijden. Dus ik bleef staan, ik kon ook geen kant op trouwens, en stond extra lang te treuzelen op het moment dat ik wel verder kon lopen. Oma stampte met de kinders in het kielzog langs mij heen, duwde en passant nog wat buitenlanders aan de kant en ging richting uitgang.

Eenmaal buiten zie ik oma op een bankje zitten bij de Westerkerk en ik hoor haar tegen opa zeggen: ‘Als ze eens wat minder mensen naar binnen zouden laten, dan kan je veel sneller door dat huis lopen.’
Beste oma, misschien is het juist de bedoeling dat je met veel mensen samengepakt in zo’n kleine ruimte staat. Zonder meubels voelt het al benauwend aan, dus stel je eens voor hoe dat voor die 8 mensen moet zijn geweest. Twee jaar lang ondergedoken. Stil moeten zijn, niet naar buiten mogen, elkaar niet kunnen ontlopen. Vreselijk. De 2e Wereldoorlog was afschuwelijk, net als al die andere oorlogen. Oorlogen die er nog steeds zijn, met dezelfde vreselijke gevolgen.  Ik denk niet dat uw kleinkinderen een educatieve ochtend hebben gehad. Ze hadden u beter thuis kunnen laten en samen met opa het Achterhuis kunnen bezoeken, misschien dat ze dan beter hadden kunnen begrijpen onder welke omstandigheden een kind als Anne heeft moeten leven en hoe een stomme ideologie een einde aan haar leven, en aan dat van vele anderen, heeft gemaakt. Ideologieën die vandaag de dag nog steeds groepen mensen het leven kosten. De geschiedenis herhaalt zich. Voortdurend.

PS Je wilt een leuke blog schrijven over toerisme in eigen land en eindigt dan toch met een onaangenaam onderwerp als de oorlog. Gek hoe dat werkt met schrijven. 

Heftig

In mijn Amsterdamse kamertje heb ik geen televisie en dat scheelt avonden ‘bagger-kijken’. Geen tv betekent ook dat ik verstoken ben van extra nieuwsuitzendingen. Dat heeft soms zijn voordelen want ergens geen weet van hebben, geeft rust. Dat er iets afschuwelijks was gebeurd in Nice, merkte ik pas vanochtend op het werk.

Bij het lezen van het nieuws op internet, de bijbehorende bewegende beelden overslaand, kwam ik een mooi geschreven stuk tegen van VROUW-journalist Marjolein Hurkmans. Bij de tekst een indringende foto van een lichaampje, afgedekt met folie. Naast het lichaampje ligt een pop. Het plaatsen van de foto leverde veel reacties op. Veel mensen vonden het, op z’n zachts gezegd, ongepast dat de foto was geplaatst. Een volgende discussie was geboren; wanneer ga je te ver met het delen van foto’s van slachtoffers op social media?

Is op die vraag een stellig antwoord te geven en is het niet vooral een persoonlijke keuze? Bij mij ligt de grens bij het tonen van het gezicht of andere zaken waaraan je het slachtoffer kunt herkennen. Na de MH17-ramp kwam je veel foto’s tegen van lichamen die volgens mij voor de nabestaanden duidelijk te herkennen waren als dat van hun kind/ouder/vriend. Hoe vreselijk moet dat zijn geweest voor de achterblijvers. Een beeld dat nog altijd op mijn netvlies staat gebrand, is de foto van de lichamen van Amerikaanse soldaten die in 1993 door de straten van Mogadishu (Somalië) werden gesleept. Geen ouder zou geconfronteerd mogen worden met dat soort beelden van hun kind.

Na iedere ramp of aanslag krijgen we de meest afschuwelijke beelden voorgeschoteld. Dat is van alle tijden. Vroeger werd de rampspoed geschilderd, later gefotografeerd en gefilmd. Nu we steeds meer gebruik maken van social media, wordt er steeds sneller en vaker iets gepost. Een van mijn collega’s merkte terecht op dat het toch vreemd is dat mensen gaan staan te filmen in plaats van te rennen voor hun leven. Dat is inderdaad vreemd, net zoals het eigenlijk raar is dat veel mensen met een zekere gretigheid naar die foto’s en filmpjes gaan zitten kijken. De mens houdt van ellende, breekt er ergens brand uit dan staat de straat vol met kijkers. En die hopen op een grote brand, niet op een blusactiviteit van 5 minuten.

Is het plaatsen van een foto van het bedekte lichaam van een kind ongepast? Ik vind van niet. Het is een beeld van de akelige werkelijkheid waarin wij nu leven. Nog geen jaar geleden schreef ik over de 3-jarige Aylan, wiens lichaampje was aangespoeld op het strand van Bodrum. De foto ging de wereld rond en de wereld was verontwaardigd, maar is er sinds die tijd iets veranderd? Nee. We hebben alleen nog meer ellendige beelden te verstouwen gehad. Ik noem Istanbul, Parijs, Brussel, Bagdad en nu Nice. Waarbij opgemerkt moet worden dat wij toch meer aangedaan zijn door de aanslagen in Frankrijk en België. Want dat ligt naast de deur.

Ik zie liever ook geen foto’s van dode kinderen, maar de realiteit is nu eenmaal niet mooi. Aylan was op de vlucht voor het geweld in eigen land, het kindje in Nice had niet de kans om te vluchten. Beide kinderen zijn het slachtoffer geworden van blinde haat. Want dat is het, pure haat. We kunnen het wel willen negeren, maar het is er gewoon. De foto’s van beide kinderen moeten ons doen realiseren dat de andere kant opkijken geen optie is. De haat is er en ik vrees dat het einde nog niet in zicht is.

Ben ik bang? Nee. Angst is een slechte raadgever. Ik besef me alleen steeds meer dat ik moet (blijven) genieten van de kleine dingen in het leven. Want het leven kan zomaar voorbij zijn.

De tekst van Marjolein Hurkmans: https://vrouw.nl/artikel/open_brief/34594/rust_zacht_pop
En de discussie daarna: https://vrouw.nl/artikel/praat_mee/34604/hoe_ver_ga_je_met_het_delen_van_heftige_fotos_op_social_media