Brief aan Jacco

Na het overlijden van mijn schoonmoeder schreef ik op 14 mei een stukje over afscheid nemen. Een tekst die ik nu met heel andere ogen lees, omdat op 19 juli mijn allerliefste, geweldige echtgenoot volkomen onverwacht overleed. En op zo’n vreselijke dag moet je direct gaan nadenken over de uitvaart, terwijl je geen idee hebt wat hij eigenlijk zou hebben gewild.
In de 2e slapeloze nacht na zijn overlijden heb ik een brief aan hem geschreven, een brief die ik tijdens de uitvaart heb voorgelezen. Inmiddels schrijf ik iedere dag aan Jacco: dingen die ik heb meegemaakt, mooie of grappige herinneringen en andere zaken die ik belangrijk vind om aan hem te vertellen.
Omdat niet iedereen bij de uitvaart aanwezig kon zijn, deel ik nu de tekst van de bewuste brief. (in iets aangepaste vorm)
Mijn man was een verhalenverteller en regelmatig een inspiratiebron voor mijn blogs en ik mis hem vreselijk.

Mijn allerliefste Jacco, lieve schat,

Er is nog zo veel dat ik je wil zeggen en over je wil vertellen; over hoe we elkaar hebben ontmoet, over alles wat we samen hebben meegemaakt, over onze laatste momenten samen en over onze toekomst die geen toekomst meer is. Terwijl ik dit schrijf, stromen de tranen over mijn wangen en weet ik dat jij het fijner zou vinden dat ik op zo’n verdrietige dag als vandaag, vooral de mooie verhalen deel. Verhalen die mensen laten lachen, want lachen deed je graag. Het valt me zwaar lieverd, maar ik ga een poging wagen.

Je was een verhalenverteller. Met je ongebreidelde fantasie kon je van de grootste onzin een compleet geloofwaardig verhaal maken. In het prille begin van onze relatie kwam je ooit eens mijn huis binnengelopen met een arm in het verband. Ik, ongerust als ik kan zijn, wilde weten wat er in vredesnaam was gebeurd. Er volgde een gepassioneerd verhaal over hoe je ter aarde was gestort met je fiets, dat een onderdeel van diezelfde fiets in je arm was beland, waardoor er een enorme bloedende wond ontstond die gehecht moest worden in het ziekenhuis. Terwijl ik me stond op te winden waarom je me niet had gebeld, stond jij rustig het verband van je arm af te wikkelen. Je was naar de bloedbank geweest. Om bloed te doneren. Toen dacht ik wel even: ‘waar begin ik aan met deze jongen.’ Maar jouw ontwapende grijns maakte dat ik niet lang boos op je kon blijven.

In je werk als trainer gebruikte je eveneens veel verhalen. Die je ter plekke verzon omdat je vond dat je met een praktijkvoorbeeld lastige materie gemakkelijker kon uitleggen. Je vond het ook geen enkel probleem om bestaande mensen, zoals ik, op te laten draven in jouw verhalen. Zo heb je ooit eens verteld dat ik veel schoenen koop en dat ik enorme stennis heb staan maken bij de kassa omdat ik geen korting kreeg. ‘Maar dat is nooit gebeurd’, zei ik. Jouw reactie: ‘dat weet ik, maar dat hoeven mijn collega’s niet te weten. Als ze het verhaal maar snappen.’

Ook de klokkenverzameling van onze benedenbuurman werd gebruikt als opleidingsmateriaal. Dit verhaal heeft zo veel indruk gemaakt op de cursisten dat ze je een cadeau hebben gegeven. Een spuuglelijke, roze koekoeksklok.
Andere favoriet van je: de getallenreeks van Bert Visscher. Ik mag aannemen dat iedereen  nu weet welke nummers bij de bami gerechten horen.

Ik heb veel met en om je gelachen. Zo stapte je ooit eens, na een avondje stappen met je vrienden, in een aardig beschonken toestand naast mij in bed. Ik had geen zin in dronkenmansgebabbel, dan werden je verhalen nog langer dan ze normaal gesproken al zijn, dus ik deed alsof ik sliep. Je wilde je verhaal toch kwijt en gebruikte je handen om een gesprek te voeren. Linkerhand tegen rechterhand: ‘Slaapt ze ?’ Rechterhand: ‘Misschien…..’ En zo ontspon zich een uitgebreid gesprek tussen jouw handen en terwijl ik lag te schudden van het lachen, viel jij rustig in slaap.

Misschien is trouwens een woord dat je veel gebruikte. ‘Jacco, heb je de planten water gegeven?’ En met een schuldbewuste blik in je ogen zei je dan: ‘Misschien…..?’. Dat betekende dan gewoon ‘nee, dat heb ik niet gedaan.’ Wat dan ook weer niet als een verrassing kwam.

Ik heb zoveel meer verhalen te vertellen, maar niet de tijd om dat nu te doen. Ik hoop dat zo  meteen in de koffiekamer de mensen mooie verhalen over jou met elkaar willen delen.  En dat er vooral veel gelachen wordt.  Dat zou je fijn vinden en ik ook.

Lieffie, we zullen je allemaal enorm gaan missen, maar ik het allermeest.

 

Magie

Sommige werkweken zijn leuker dan de andere, maar de afgelopen week was iedere werkdag er eentje om moedeloos van te worden. Het dieptepunt was wel die dag dat ik verzeild raakte in iets dat men de Magic Estimation (magische schatting) noemt, wat een niet nader te noemen iemand altijd heel monter betitelt als de Tragic Estimation. Wij zijn tegenwoordig heel erg ‘into Agile’ en omdat de Product Owner (producteigenaar) verstek liet gaan,  mocht ik meedoen aan het spelprogramma De Zwakste Schakel. Althans, daar leek het op.

Spelletjes

De inzet was het bemachtigen van schaarse IT-capaciteit voor het 3e kwartaal. Totaal aantal deelnemende issues (kwesties): 60
Een korte samenvatting: Met een man/vrouw of 40 stonden we met de eigen kaarten in de hand rondom een tafel. We moesten ons eigen product inschalen op de maatjes XS tot en met XXL. Daarna mocht men andermans kaarten verschuiven naar een andere plek, meestal de verkeerde kant op. Vervolgens moest je gaan uitleggen waarom jouw kaartje toch echt in eerste instantie op de juiste plek lag en als je mazzel had, werd er gemiddeld. Dit hele gebeuren werd 6 keer herhaald en het hele feest duurde 3 uur lang. Daarna werden we uitgezwaaid en volgde er een Final Call (laatste oproep) met hele belangrijke mensen die, naar ik meen, de kaarten opnieuw hebben geschud.
Uitkomst: twee van mijn kaarten zijn op plek 14 en 22 beland en dat is niet goed, al moet de Big Room Planning (grote kamer planning) nog plaatsvinden.

Niet goed

Snappen jullie het nog? Ik niet en daarom heb ik me iets meer verdiept in het proces rondom de magische schatting. Wat blijkt: zo’n proces mag 30 tot 60 minuten duren en wordt binnen een scrumteam (rugby!) uitgevoerd. Een scrumteam bestaat uit zo’n 5 tot 9 personen en is een multidisciplinair en zelfsturend team. Oftewel, alle benodigde kennis/kunde om een product op te leveren zit in principe in het team.

En wat doen wij? Wij hebben blijkbaar incomplete scrumteams samengesteld waardoor we met 40 mensen staan te vissen in een vijver waarin 1 goudvis rondzwemt. Dat werkt dus niet en levert alleen maar frustratie, onbegrip en het bewandelen van olifantenpaadjes op. En zo draai je heel behendig Agile de nek om. Als dat het uiteindelijke doel is, dan is men daar heel goed in geslaagd.

Hoe is het nu met Marita?

Goed! Ik dreigde donderdag weg te zakken in een diepe poel van moedeloosheid, maar gelukkig was vriend T. daar om mij te redden van de ondergang. Samen een terrasje gepakt, een fles Verdejo soldaat gemaakt en toen zag de wereld er weer een stuk rooskleuriger uit. Drank maakt meer goed dan Agile werken. Waarvan akte.

agile stress

 

 

 

Mamma Mia, honey!

Mensen die mij goed kennen, weten dat ik met enige regelmaat in theaters en filmhuizen te vinden ben. Zo ook de afgelopen week. Op zondag, vanwege het warme weer, het filmhuis opgezocht om Le Grand Bain te bekijken. Een heerlijke feel-good movie, helemaal niets mis mee. Op maandag zat ik bij de buren (Theater aan het Spui) te kijken naar Romana Vrede die een intens mooie voorstelling heeft gemaakt over haar autistische zoon Charlie. De voorstelling speelt ze samen met de mensen van Club Gewalt, een muziektheatercollectief waar ik sinds de ‘chocolade poëzie’ een absoluut zwak voor heb.

Maar ondanks het feit dat ‘Who’s afraid of Charlie Stevens’ een indrukwekkende voorstelling is, het absolute hoogtepunt van de week vond plaats in Utrecht. De studieverenigingen Atlas en Alias gingen samen los op de musical Mamma Mia en aangezien mijn nichtje de regie voerde, moest tante natuurlijk wel even kijken hoe het een en ander had uitgepakt. En man, wat was het een geweldig leuke avond. De voorstelling was vele malen beter dan die vreselijke film. (Meryl Streep, tuinbroek: nee) Soms zaten de zenuwen de spelers wat in de weg, maar dat werd met de nodige zelfspot weg gezongen. Was het altijd zuiver? Nou, nee. Was dat erg? Nee, want het plezier spatte er vanaf en ik word altijd blij van mensen die vol enthousiasme op een podium durven te staan.
De hele voorstelling klopte: het decor, het verhaal, de zang en het dansen. Dat dansen bezorgde mijn zwager nog een kleine hartverzakking, omdat ‘dochter-de-regisseuse’ ook even op het podium verscheen om haar zwoele dansmoves te tonen. En hij vroeg zich al af waarom ze de danspasjes niet thuis in de woonkamer wilde oefenen.

Leukste vertolking? Take a chance on me, door de ontwapende ‘Rosie’ en de ietwat onhandige ‘Bill’. Persoonlijke favorieten? Ja, heb ik! Nu deed iedereen het natuurlijk geweldig, maar ik vond het dynamische duo ‘Rosie & Tanya’ samen prachtig zingen. Het grote succes van ABBA is gestart op het Eurovisie Songfestival in 1974. Zou het niet mooi zijn als Rosie & Tanya volgend jaar Nederland vertegenwoordigen op het Songfestival? Houden we dat hele gebeuren in de Jaarbeurs van Utrecht, dan hebben de dames ook een soort van thuiswedstrijd. Dat kan een mooi feestje worden. Toch?

Ik ga in ieder geval mijn ABBA-elpees opsporen, afstoffen en afspelen op de platenspeler van mijn man. Zal ik Honey Honey even laten zien wie de Dancing Queen bij ons thuis is.

honey honey.jpg

Haantjes

Iemand vertelde mij onlangs dat hij zich in zijn studententijd vaak een vos in het kippenhok heeft gewaand. Oftewel, te veel leuke vrouwen in de buurt waardoor het lastig werd een keuze te maken. Ik kreeg de indruk dat hij ze allemaal wel wilde bespringen. Lijkt me erg vermoeiend, al die testritjes. Waarom niet rustig om je heen kijken, iemand in de mooie diepblauwe, smaragdgroene, reebruine of loodgrijze ogen kijken en gewoon lekker verliefd worden? Of is dat iets dat alleen voor vrouwen, voor mij, zo werkt? Ik kan me niet voorstellen dat als je als vrouw in een hok vol haantjes wordt gestopt, je met al die kerels wilt zoenen. Bij mij betekent zoenen dat de kans erg groot is dat ik met de man in kwestie trouw. En om nu een harem te gaan aanleggen, lijkt me ook niet de bedoeling.

Over haantjes gesproken, ik heb ooit het genoegen gehad om alleen met mannen te mogen werken. Meestal is dat geen probleem, maar nu werd ik opgezadeld met een team van überhaantjes. Toen kreeg ik wel de behoefte om ze allemaal te bespringen, maar niet op een liefdevolle manier. Nee, bij voorkeur met honkbalknuppel en samoeraizwaard de koppen inslaan en eraf hakken. Zoiets.
Ik vraag me nu wel af hoe het voor een man zal zijn als hij in zijn uppie met een groep vrouwen moet werken. Wordt hij dan op alle manieren vertroeteld? Of wordt hij buitengesloten, omdat hij niet mee kan praten over ‘typische’ vrouwendingen als de menstruatiecyclus, lingerie en Tupperware? Als het zo’n woest aantrekkelijke man is, kan het ook nog gebeuren dat er onder de dames een bitchfight uitbreekt om de aandacht van de man in kwestie. Beetje kerel kan dat wel waarderen, vrees ik.

In mijn ervaring zijn teams met alleen haantjes of kippetjes niet de fijnste teams om mee (samen) te werken. Überhaantjes hebben de neiging zich overdreven te profileren ten koste van de andere überhaantjes en kippetjes kunnen nog weleens last hebben van afgunst en jaloezie. Nee, het  beste team blijft wat mij betreft nog altijd het gemengde team. Meer balans en minder gedoe. Mannen en vrouwen lijken meer op elkaar dan we denken. In een team versterken we elkaars goede eigenschappen en verzachten we elkaars minder sterke kanten. Vrouwen worden directer in hun communicatie en mannen blijken ook empathisch te kunnen zijn. Best fijn, al hoop ik niet dat het ‘lekker samen in balans zijn’ gaat leiden (lijden) tot het samen yogaën en in de modder rollen tijdens een Obstacle Run. Er zijn grenzen.

Bij het opruimen van oude bestanden kwam ik bovenstaand stuk uit 2015 tegen. Nooit gepubliceerd, geen idee waarom ik deze tekst zolang op de plank heb laten liggen.

 

Afscheid (2)

Het hoort bij het leven: afscheid nemen. Ik ben er niet heel erg goed in, ieder afscheid, hoe klein ook, blijft lastig. Je neemt afscheid van je kindertijd of je eerste vriendje. Een verhuizing of verandering van baan is eveneens een afscheid. Je koestert de mooie dingen en bent bang voor de volgende stap: voel ik me wel op m’n plek in het nieuwe huis of zijn de nieuwe collega’s wel leuk? Naderhand valt het meestal best mee, al vind ik afscheid nemen van een vriendschap altijd vervelend. Je bent met iemand goed bevriend, je bespreekt alles met elkaar en opeens kom je op zo’n punt dat je niets meer met elkaar gemeen hebt. Ik blijf dat iets geks vinden, ik kan ook nooit achterhalen waar het kantelpunt precies heeft gezeten. Maar, je zwaait de ene vriend uit en een ander verschijnt vanzelf. Zo zit het leven blijkbaar in elkaar.

Waar ik echter nooit aan zal en wil wennen, is het onafwendbare afscheid: de dood. De dood komt, zelfs als je het verwacht, altijd onverwacht.  Dierbare mensen moeten loslaten, doet pijn. Als je na een tijd je verdriet een plaatsje hebt weten te geven, komt het soms als een boemerang weer terug. Bij het zien van een foto, het horen van een favoriet liedje of op speciale dagen.

Aan mijn eigen dood denk ik eigenlijk nooit, maar bij het laatste afscheid kwam het besef dat het toch goed is om hierover na te denken. Wat wil ik eigenlijk zelf? Wil ik dat iemand tijdens de uitvaart mijn levensverhaal gaat vertellen? Dat iedere aanwezige komt te weten dat ik, op z’n zachtst gezegd, een ondernemende peuter was? Of dat er iets wordt verteld over een periode van ziek zijn, hoe ik mijn schooltijd ben doorgekomen, mijn relaties en hoe ik me als collega heb gedragen. Wat mij betreft hoeft dat allemaal niet. Dat mensen hun herinneringen willen delen, vind ik prima. Maar dat kan ook op een ander moment en op een andere plek.

Ik weet dat ik dit soort ideeën moet vastleggen, zodat het ook voor een ander duidelijk is wat ikzelf van mijn uitvaart verwacht. Maar ik weet ook dat ik morgen weer overga tot de orde van de dag en dat ‘uitvaart regelen’ ergens op het stapeltje komt te liggen van ‘zaken die nog geregeld moeten worden’. Als ik een afscheid kan uitstellen, zal ik het zeker niet nalaten.

Fietsenstalling

Ieder mens is bijzonder, maar fietsenstallingmannetjes vind ik toch wel heel bijzonder. Afgelopen dinsdag verliep mijn abonnement op de fietsenstalling. Persoonlijk vond ik dat een mooi moment om mijn abo te verlengen, maar het fietsenstallingmannetje dacht daar anders over.  Het kwam niet goed uit en ik heb geen idee waarom. Het was niet druk in de stalling en de pinautomaat deed het, maar ik kreeg het vriendelijke verzoek om over een week de boel maar te regelen.
‘Oké, maar hoe gaat dat dan de komende dagen?’, was mijn vraag.
‘Maakt niet uit, u kunt gewoon stallen. Geen probleem.’
Helaas voor hem vond ik het wel een probleem. Er werken namelijk meer mannetjes (en één vrouwtje)  in de stalling en ze hebben allemaal hun eigen regels. Daar waar de een zegt dat je gewoon kan doorlopen met een abo, roept een ander je terug als je inderdaad gewoon doorloopt.
‘Mevrouw, waar denkt u heen te gaan?!’
‘Eh, mijn fiets stallen? Ik heb een abonnement.’
‘Oh nou, u kunt niet zomaar doorlopen. En uw sticker zit op de verkeerde plek. ‘
Ook zoiets, ieder mannetje heeft zijn eigen plakmethode, alsof het mijn schuld is dat mijn abonnementssticker op het frame zit i.p.v. ergens op het spatbord.

Hoe dan ook, ik zag de bui al hangen op 1 mei. Dat ik bij aankomst gesommeerd zou worden om vooral voor de stalling te betalen en dat het absoluut niet de bedoeling is om een fiets onbetaald te parkeren. Het gevolg was dat ik de afgelopen dagen met de tram richting station ben gereisd en ’s middags de reis naar huis met de benenwagen heb afgelegd. Lopen is natuurlijk heel gezond, maar het Kroket Loket ligt op de wandelroute en dat is een stuk minder gezond. (maar wel heel lekker)
Volgende week ga ik opnieuw een poging wagen om mijn abonnement op de stalling te verlengen. Al is het een stuk ongezelliger, zo’n abo is goedkoper én gezonder dan iedere dag een broodje kroket kopen. Het leven is niet eerlijk.

Beautiful girl is riding on a bicycle in a city.

©Oksana Alekseeva

Opruimwoede

Opruimwoede: gelukkig heb ik daar zelden last van. Maar onlangs overviel het me weer, de onbedwingbare behoefte om mijn kledingkast op te ruimen. Mijn kledingkast is een schatkist vol verrassingen, waarin lang verloren gewaande kledingstukken plots tevoorschijn komen. Vol enthousiasme pas ik dan ook alles waarvan ik het bestaan was vergeten. Om vervolgens tot de ontdekking te komen dat er een reden is dat ik het kledingstuk niet meer draag. Te klein, te groot, te wijde pijpen, te kort, te lang, heel erg te lelijk, staat stom en ‘ik zie eruit als een rollade’.
Ik blijk ook te beschikken over een behoorlijke collectie aan maillots en panty’s. In de basiskleur zwart, maar ik kwam ook een groen exemplaar met tattoo-print tegen. Heel leuk ding, past nergens bij. Resultaat na een uurtje passen en opruimen: een volle vuilniszak met kleding voor de kringloop.

Nu ziet mijn kant van de kast er weer keurig uit, dit gaat niet op voor de andere kant van de kast. Man beschikt niet over het opruim-gen en gooit werkelijk niets weg. Hij heeft een ruime selectie aan T-shirts, waarvan een groot deel  alleen nog maar gebruikt kan worden als poetsdoek. Desalniettemin trekt hij met liefde zo’n poetsdoek van formaat ‘naveltruitje’ aan, omdat het zo leuk staat op zijn joggingbroek. Tenminste, ik hoop dat hij zijn naveltruitjes alleen thuis draagt. Ik zie het nog zo maar gebeuren dat hij zo’n oud en ongestreken vod op zijn werk aanheeft. Mijn excuses daarvoor, collega’s van J., maar het is een grote jongen en hij bepaalt zelf wat hij aantrekt.  Vroeger wilde ik nog weleens de opmerking ‘trek je dát aan?’ maken, waarop er altijd een omkleed-actie volgde, maar helaas ben ik tegenwoordig niet meer in de buurt om Man tijdig te corrigeren. Misschien moet ik binnenkort toch maar eens stiekem zijn kast gaan leegruimen.

Openbaar vervoer

Ik maak gemiddeld 5 dagen in de week gebruik van het openbaar vervoer en eerlijk gezegd gaat dat meestal zonder noemenswaardige problemen. Is er een keer vertraging dan word ik daar niet hysterisch van. Alleen, de afgelopen weken is ook mijn geduld danig op de proef gesteld. Het begon allemaal begin maart, Amstelveen krijgt een nieuwe tramlijn en daardoor is de metroverbinding tussen Amsterdam Zuid en Amstelveen Westwijk komen te vervallen. Nu heb ik me altijd afgevraagd wie er in vredesnaam naar Westwijk wil. Westwijk klinkt namelijk als een bijzonder dubieuze wijk, de favela van Amstelveen zogezegd, waar de criminaliteit welig tiert. Nu blijk ik mensen te kennen die daar wonen en die zijn best oké, dus het zal allemaal wel meevallen met die buurt.
Maar ik dwaal af. Door het vervallen van de metro propt iedereen zich nu in ‘mijn’ tram en dat is niet oké, want: overvol in de spits. Gelukkig heb ik bus 55 ontdekt die een heleboel (tram-)haltes gewoon overslaat en wel stopt bij een halte op acceptabele loopafstand van kantoor. Al zijn de Westwijkers niet tevreden met deze buslijn, want er worden wel heel veel haltes overgeslagen waardoor er heel veel gelopen moet worden. Pak de fiets, zou ik zo zeggen. 😉

De eerste reishindernis heb ik dus weten te tackelen. Echter, toen vond men het noodzakelijk om rondom Leiden bezig te gaan met het spoor waardoor er een paar reisverbindingen kwamen te vervallen. Dan denk je dat de NS wel extra of langere treinen inzet op de trajecten die nog wel begaanbaar zijn, maar helaas. Den Haag Centraal is omgetoverd tot Mumbai Central en als je pech hebt, mag je tot je eindbestemming staan in de trein. En als je ergens tussen Den Haag en Amsterdam Zuid in de trein wil stappen, weet je zeker dat je moet staan. Sterker nog, de kans is groot dat je helemaal niet kan instappen. Zo heb ik vorige week op Zuid een trein aan mij voorbij moeten laten gaan. Ik zag een vrouw die, letterlijk vastgeklemd onder de oksel van een man, angstig op het trapje bij de deuren stond. Ik voelde niet de behoefte opkomen om te kijken of er onder de andere oksel nog ruimte was, bovendien konden de deuren al nauwelijks dicht. De volgende trein bood iets meer ruimte, helaas stond ik naast een dame die wilde pogingen ondernam om mij neer te slaan met haar rugzak. Tip: als je moet staan in een volle trein/bus/tram, verwijder dan de rugzak van uw achterkant en klem het ding tussen de eigen benen.

Na 3 weken reizen via diverse routes en met verschillende vormen van vervoer heb ik een voorlopig ideale route gevonden van en naar het werk: heen via Schiphol en terug via Amsterdam Zuid. Volgende week zijn de werkzaamheden rondom Leiden afgerond, maar ongetwijfeld staan er ergens nieuwe werkzaamheden gepland die mijn reisroutes in de war schoppen. Kan niet wachten totdat ik weer eens met de bus naar Kampen Zuid of Hoogeveen mag. Maar niet heus.

Meer lezen over het heerlijke leven en bijbehorend (openbaar) vervoer in Amstelveen? Dan kan ik u de volgende columns van harte aanbevelen:
Escape Room in Amstelveen
Amstelveen Lij(de)n

 

 

Cultureel (on)gemak

De dagen lengen en dan krijg ik de behoefte om vaker de deur uit te gaan. Dat bracht mij deze week in de schouwburg en het museum.

Dinsdagavond, de Koninklijke Schouwburg. Bambi staat op het programma, een anti-sprookje. Dat anti klopt, de ooit eens schattige Bambi is opgegroeid tot een corpulente man in een onderbroek. Echt lekker opgedroogd is ‘ie niet, bovendien is hij een egocentrische en hysterische aansteller geworden. Ik heb me dan ook 2 uur lang afgevraagd waar ik eigenlijk naar zat te kijken. De voorstelling begon veelbelovend maar gaandeweg het verhaal was bij mij de overheersende gedachte om Bambi te deporteren naar de Oostvaardersplassen om hem daar te laten afknallen. Sorry dierenliefhebbers, maar die Bambi is echt een irritant schijtbeest.

Op donderdag speciaal een vrije dag opgenomen om de tentoonstelling van Erwin Olaf in het Gemeentemuseum en Fotomuseum te bekijken. Mijn gedachte was dat het ongetwijfeld ongelooflijk rustig zou zijn op een donderdagochtend in het museum, maar dat bleek niet het geval te zijn. Om kwart over tien parkeerde ik mijn fiets voor het museum en toen stonden er al 8 touringcars voor de deur. Eenmaal binnen werd ik verwelkomd door een ware kakofonie van geluid, veroorzaakt door minstens 3 kleuterklassen. De kleuters kwamen gelukkig niet voor Erwin, maar werden snel richting de kelder afgevoerd. Nooit meer gezien, die kleuters.
Helaas was het ‘bij Erwin’ ook niet rustig. Vriend T. had mij al gewaarschuwd voor de kuddes babyboomers en hij had gelijk, ik struikelde over de ene na de andere bejaarde. Ik kreeg trouwens sterk het idee dat de meeste aanwezigen dachten dat Erwin Olaf alleen brave portretten heeft gemaakt, zoals die van de koninklijke familie. Dan komt een naakt wel hard binnen. Dat bleek vooral in het Fotomuseum, daar was een rondleiding gaande.
‘Hier toont hij zich van zijn kwetsbare kant.’
‘Eh, eh….oh ja’, stamelden wat oude dametjes. Ze stonden ietwat ongemakkelijk naar de piemel van Erwin te staren. Een piemel in opwaartse positie. Je kwetsbaarheid tonen staat blijkbaar gelijk aan je letterlijk blootgeven. De dames schuifelden snel door naar de volgende foto, zo’n piemel is niet voor iedereen weggelegd. Of opgericht, als je het al te letterlijk wenst te nemen.

Conclusie na 2 culturele dagen: Houd je van fotografie en ben je niet bang voor een beetje bloot, ga dan gerust het werk van Erwin Olaf bekijken. Houd je van de Disneyfilm Bambi, sla dan vooral het toneelstuk over. Na het aanschouwen van dit stuk gaat zelfs een overtuigd veganist snakken naar een reebout.

CPC

De afgelopen week viel mijn oog (niet letterlijk) op een affiche met daarop de mysterieuze afkorting CPC. Ik denk dat het in de tram was, want er werd meegedeeld dat er op zondag diverse omleidingen in het openbaar vervoer zijn in verband met CPC. Als ik ergens de pest aan heb, zijn het onverklaarbare afkortingen. Waarschijnlijk weet iedere geboren Hagenees wat CPC is, maar ik ben nieuw in de stad en ik heb geen idee. Wel heb ik voldoende fantasie om zelf te bedenken waar die afkorting voor staat. Bijvoorbeeld voor Chaotische Paarden Concours. Logisch dat je daar het openbaar vervoer praktisch voor platlegt, chaotische paarden zijn volstrekt onbetrouwbaar. Maar CPC kan ook staan voor Communistische Patriotten Congres, Caravan Parkeren Cursus, Clay Pigeon Corso, Chocolade Proeven Clinic of Cocktails & Prunes Club. ‘Even een CPC’tje doen?’ ‘Hé ja, lekker.’

Om meer duidelijkheid te krijgen over de werkelijke betekenis van de afkorting, heb ik een bezoekje gebracht aan de website. Opvallend genoeg word je van die site niet veel wijzer. Behalve dan dat het om hardlopen gaat. Over verschillende routes door de stad. Van een halve marathon tot een parcours voor kleine kinderen. Bij die laatste groep mogen kinderen van 0 (!) tot 10 jaar meedoen. Ik zie nu de hele tijd een 0-jarige voor me, kruipend op de Koningskade, gevaarlijk dicht bij het water, op zoek naar zijn ouders. Kindermishandeling, kan er niets anders van maken.

Maar goed, even terug naar die afkorting. Via andere bronnen is het mij duidelijk geworden dat het om de City Pier City Loop gaat. CPCL dus. De Pier ligt alleen op het parcours van de halve marathon, veel deelnemers zullen niet eens in de buurt van Scheveningen komen.  Oftewel, de meeste deelnemers doen een CC’tje. Verstandig, ik zou de Pier ook gewoon links laten liggen. Ik zou trouwens ook niet gaan hardlopen, gezien de weersverwachting. Nog even afgezien van het feit dat hardlopen een stomme en ongezonde bezigheid is. Niet voor niets luidt het spreekwoord ‘hardlopers zijn doodlopers’.

Hoe dan ook, ik wens iedere deelnemer veel plezier met de CPC. Het enige waar ik mij nu druk over maak, is hoe ik morgen met mijn fiets thuis moet komen. Een onverlaat heeft een deel van het parcours op mijn fietsroute uitgezet. Als jullie morgen iemand zigzaggend door het hardlopers-peloton zien fietsen: grote kans dat ik dat ben.