Mening

Ieder mens heeft een mening. Je kan een eigen mening hebben, hoewel er ook mensen zijn die de mening van de massa adopteren omdat dat nu eenmaal gemakkelijker is. Meningen kunnen verfrissend zijn, afwijkend, verschillend of verdeeld. Meningen kunnen gehoord worden of genegeerd. Sommige mensen hebben overal een mening over, ook als ze er geen verstand van hebben. Deze groep, die zijn mening niet onder stoelen of banken wenst te steken,  wordt groter. Schreeuwend, opdringerig, betweterig, soms hijgerig en al dan niet anoniem, via de sociale media.

Je hoeft niet altijd je mening te verkondigen, een mening kan je ook voor je houden. Het enige wat je moet doen, is écht luisteren naar een ander. Je hoeft het er niet mee eens te zijn of je kan er alles van vinden, maar soms past alleen de stilte. Wees respectvol, toon begrip en krijg last van plaatsvervangende schaamte. Laten we een beetje lief zijn voor elkaar, er gaat al genoeg mis op deze planeet.  

Rust

Rust, daar hou ik van. Rust in mijn hoofd, rust in mijn omgeving, de rust om in alle rust iets voor mezelf te doen. Ik verlang soms naar vroeger, naar de tijd waarin de smartphone nog niet bestond. De tijd waarin je alleen maar een vaste telefoon had en niemand het vreemd vond als je de telefoon niet opnam. Want je was vast niet thuis en de beller probeerde het later wel weer een keertje opnieuw. Nu verwacht men dat je 24/7 ‘aan’ staat en breekt de pleuris uit op het moment dat je het aangeboden gesprek niet beantwoordt. Je ontvangt appjes, sms’jes en in het ergste geval worden familieleden of vrienden lastiggevallen met de vraag waarom jij niet te bereiken bent. Beste mensen, soms (vaak) heb ik helemaal geen zin een gesprek. Ik praat een groot deel van de werkdag al met mensen  en in mijn vrije tijd heb ik daar helemaal geen zin in. Bovendien neem ik nooit de telefoon op als ik aan het koken ben, als ik zit te eten, tijdens het schrijven, het kijken van een film of het lezen van een goed boek. En als ik me in een openbare ruimte bevind, neem ik zeer zeker de telefoon niet op. Ik snap daar sowieso niets van, dat mensen urenlang privégesprekken op straat of in het openbaar vervoer kunnen voeren. Ik voel me al bezwaard als ik mijn vader in de trein bel om te melden hoe laat hij mij in Groningen kan verwachten, laat staan dat ik gezellig ga zitten keuvelen over niets. Want laten we eerlijk zijn, de meeste gesprekken gaan ook over niets.

Prietpraat

Toegegeven, ik heb domweg niets met gesprekken die volgens het volgende scenario verlopen:
“Hoi, met mij. Hoe gaat het met je?”
“Goed, en hoe gaat het met jou?”
“Ja, ook goed. Regent het bij jou ook?”
Als je het weerpraatje achter de rug hebt, gaat zo’n gesprek vervolgens over Corona, mensen die je niet kent maar klaarblijkelijk heel vervelend zijn, kwalen als aambeien en jicht, Netflix-series, vakantieplannen, kinderen en het werk. Terwijl de ander kwebbelt, zit ik met mijn gedachten elders en hum ik wat voor de vorm. Niet heel aardig van me, ik weet het maar ik raak nu eenmaal gauw verveeld en zelf bel ik het liefst alleen als het echt noodzakelijk is.

Om mezelf de broodnodige rust te verschaffen en ter voorkoming van het moeten voeren van een prietpraatgesprek, zet ik mijn smartphone soms op ‘stil’. Niet altijd, ik wil een ander niet het genoegen ontzeggen op een gesprek met (tegen) mij, maar zo nu en dan. Als het mij uitkomt. Het interesseert me niet  wat een ander daarvan vindt, ik vind het prettig. Mijn leven, mijn recht op rust.

Oubollig

De werkgever heeft een leuk idee. Iedere medewerker mag een top 3 van liedjes indienen, waarmee een top 2022 wordt samengesteld. De meeste collega’s reageren enthousiast, maar er is er toch een enkeling die het een verschrikkelijk idee vindt. Want het zal vast een oubollige lijst worden, omdat dan heel duidelijk wordt dat de gemiddelde leeftijd binnen ons bedrijf aan de hoge kant is. Kortom, het wordt een lijst van oude meuk, samengesteld door bejaarden die terugverlangen naar hun jeugd. Mijn opgetrokken wenkbrauwen vielen bijna van mijn hoofd toen ik het las. Je muzikale voorkeuren worden weliswaar gevormd in je jeugd, maar dat betekent toch niet dat je ‘hedendaagse’ muziek niet weet te waarderen? Iets kan niet je smaak zijn, maar eigenlijk is muziek gewoon tijdloos. Er zijn door de jaren heen zulke mooie dingen gemaakt, dat noem je toch niet oubollig. Kom maar op met die lijst!

Top 2000

Normaal gesproken luister ik tijdens werkuren niet naar muziek, iets met gauw verveeld zijn en daardoor snel afgeleid, maar in deze tijd van het jaar luister ik altijd met veel plezier naar de Top 2000. Het brengt mooie herinneringen naar boven. Een bijna uitgestorven kantoorpand en dan met collega’s dansen op Dancing Queen of samen met een collega losgaan op Ich bin wie Du. En dat er dan nog meer mensen in het pand blijken te zijn die ongerust komen vragen of het wel goed met ons gaat, gezien het kattengejammer. Tja, niet iedereen kan zingen.  

Nu we gedwongen thuis moeten werken, mis ik de verbinding die muziek in deze periode van het jaar brengt en zit ik alleen met mijn herinneringen. Herinneringen aan een concert van Anneke van Giersbergen in Vera (Groningen), Fleetwood Mac in Het Sportpaleis (Antwerpen) en Rammstein in Ahoy. Gisterochtend stond ik in mijn eentje te dansen op More than a Woman van The Bee Gees en zit ik nu mee te zingen met Limburg van Rowwen Hèze. Maar dan met het verkeerde accent. Heerlijk!
Ik ontdek nieuwe muziek, hoor nummers die mij werkelijk niets doen, maar bovenal geniet ik van een lijst met muziek uit 1956 tot en met 2021.

Lijstje

Nog even terug naar het woord oubollig. Het betekende oorspronkelijk koddig, gek of dwaas, maar wordt de laatste jaren vooral als synoniem voor ouderwets en kneuterig gebruikt. Misschien omdat mensen denken dat het woord eigenlijk oudbollig is? Ben ik oud? Mwah. Ben ik bollig? Eh, ja. Maar ben ik ouderwets? Nee zeg! Lever ik bij de werkgever een lijstje van 3 liedjes aan? Nee. Ik zou niet weten welke nummers ik zou moeten kiezen, het aanbod is te groot. Bovendien is de kans aanwezig dat ik met liedjes uit de jaren 80 kom aanzetten en dat die enkeling me dan een oude graftak vindt. Die eer laat ik graag over aan mijn bejaarde collega’s. De boomers.

©enchanted little world

Kerstboom

December vind ik de meest vervelende maand van het jaar en de verplichte gezelligheid kan me ook nooit snel genoeg voorbij zijn. De laatste keer dat ik een kerstboom in huis had staan, was in 2009. De jaren daarna vond ik het niet de moeite waard om een boom neer te planten, we waren immers toch niet thuis met de kerst en het is zo’n gedoe, dat op- en aftuigen. Dus wat bezielde mij om twee maanden geleden een kunstkerstboom met geïntegreerde lampjes aan te schaffen? Het moet een vlaag van verstandsverbijstering zijn geweest. Of probeer ik het voor mezelf nog een beetje gezellig te maken in deze donkere coronatijden? Ik heb werkelijk geen idee.

Gisteravond was ik eindelijk zover om de boom uit zijn doos te bevrijden. Ik trof drie boomonderdelen, een voet voor de boom, drie oogbouten en een stekker aan. Plus twee vellen A2-papier met daarop een werkinstructie in twintig talen. Alsof je een werkinstructie nodig hebt voor het opbouwen van een boom. Enfin, de voet uitgeklapt, de oogbouten in de daarvoor bestemde gaatjes geduwd en het onderste deel van de boom in de voet geplaatst. Terwijl ik liggend op de grond de oogbouten vastdraai, vallen de grote takken alvast in positie. Op mijn hoofd. Ondanks dat het een nepboom is, prikken de harde naalden. Het is verdorie net een echte boom, er liggen zelfs al naalden op de grond.

Nadat ik vloekend en tierend onder de boom ben weggekropen, is het tijd voor het  plaatsen van het tweede en derde onderdeel van de boom en het koppelen van de verlichting. Simpel. Daarna begint het echte werk: het uitvouwen van 767 (!) takjes. Takjes naar links, takjes naar rechts en takjes die liever rechtop staan. Ik ben er al zat van, maar dan moet de boel nog worden versierd. De kerstballen hebben twaalf jaar geleden voor het laatst het daglicht aanschouwd, maar verkeren nog in goede conditie. Ik blijk veel blauwe ballen te hebben, afgewisseld met wat wit, rood, roze en goud. Mijn oude piek blijkt niet te passen, daarvoor is de bovenste tak te dik. Dan pleuren we er wel een vogeltje in, dat blauw is en op 215 centimeter hoogte nauwelijks opvalt. Zilveren slingertjes erin en klaar is Marita.

Ik moet toegeven dat het er gezellig uitziet, zo’n verlichte en versierde boom. Het is alleen wel veel moeite voor drie weken plezier. Begin januari gaan we de boel weer aftuigen. Ben nu al moe.

Vintage bal!

JP

Dinsdagochtend tegen tienen, de werktelefoon gaat. Ik zie wie er belt en ergens bekruipt me meteen het gevoel dat de beller slecht nieuws voor me heeft. Dat klopt: JP is dood. Zomaar, plotseling. Het gesprek met de beller is emotioneel, zij huilt en ik ben van slag. De tranen komen later, op het moment dat meer collega’s met mij contact opnemen. Omdat JP en ik een speciale band hadden, al was ik me dat nooit zo bewust.

JP was een bijzonder mens. Niet altijd gemakkelijk voor zijn omgeving, maar zeker niet voor zichzelf. Een man met een voor velen onleesbare handleiding, die ik in mijn schoot geworpen kreeg toen ik als 24-jarige zijn leidinggevende werd. Gelukkig voor ons beiden begreep ik de gebruiksaanwijzing: zo direct mogelijk communiceren en zo nu en dan een aai over de bol of een draai om de oren. Iedere nieuwe medewerker die bij ons kwam werken, kreeg dat laatste trouwens meteen te horen: ‘Zij heeft mij gemept’. Angstige blikken werden mij toegeworpen en daar had hij dan de grootste lol om.

Ik heb veel teams onder mijn hoede gehad en JP verhuisde vaak met mij mee naar een ander team, omdat dat voor ieders gezondheid de beste oplossing was. Hij hield niet van drukte en lawaai, wat schier onmogelijk is als je moet werken in een kantoortuin, maar hij vond het ook fijn om deel uit te maken van een team. Sociaal bewogen en altijd bereid om een collega te helpen, maar die je op zijn tijd gewoon met rust moest laten of tegen zichzelf in bescherming moest nemen.

Terwijl ik dit schrijf, komen er allerlei herinneringen naar boven drijven. Over de tijd dat we met een klein team op een aparte locatie zaten en JP ’s ochtends voor de koffie zorgde. Over strings, recepten, buschauffeurs, de kapper, T-shirts en kerstbomen.  Over groepsknuffels en het uitdelen van corrigerende tikken. Zoveel mooie herinneringen en ik vind het intens verdrietig dat JP alleen was toen hij stierf.  

Met JP heeft de wereld een goed mens verloren. Rust zacht lieverd, ik ga je missen.

Bilspleet

Soms wordt je geconfronteerd met een uitzicht op zaken die je liever niet ziet. Ik heb dat met bilspleten. In mijn straat zit een kleine Turkse supermarkt en die is vooral handig als ik een paar kleine boodschappen ben vergeten. Zo was ik vorige week onderweg naar de zuivelafdeling, maar werd mijn weg versperd door een corpulente jongeman die gehuld was in een zeer korte witte broek en een iets te kort T-shirt. Nu was het buiten niet warm dus ik had het vermoeden dat hij of gesport had of net uit zijn nest was gerold. Hoe dan ook, de jongeman moest ook zuivel. Van het onderste plankje. Het zakte door de knieën en trakteerde mij op een dermate onsmakelijk uitzicht dat mijn lust in yoghurt compleet verging. Echt, waarom kunnen mensen zich niet fatsoenlijk aankleden? Daar moeten we toch regels voor opstellen. Ik doe een voorzetje.

  1. Broeken en rokken moeten de taille of heupen nauw omsluiten. Is er sprake van enige ruimte tussen het stukje textiel en de genoemde lichaamsonderdelen dan moet er gebruik worden gemaakt van hulpstukken zoals een riem of bretels.
  2. Draag een onderbroek. Ook voor de onderbroek geldt dat deze de taille of heupen nauw moet omsluiten. De onderbroek moet echter niet zichtbaar zijn als u zich in een bukkende toestand bevindt. Een klein streepje is niet erg, maar een onderbroek die is opgetrokken tot net onder de oksels is allesbehalve charmant.
  3. Is het volstrekt onmogelijk om de punten 1 en 2 op te volgen, zorg er dan in vredesnaam voor dat de boel is geharst. Zicht op de bilspleet zelf is al erg genoeg, we hoeven het niet erger te maken door er nog een tropisch regenwoud tegenaan te gooien. Ranzig.

Simpel toch?

Orinoco flow MF

Stond er onlangs bij de buren een bouwvakker vol enthousiasme ‘Like a virgin’ mee te kreunen, bij mij staat er een Tsjech op de steiger volstrekt onbekende teksten te blèren. Nadat ik me meerdere malen had afgevraagd waarom hij maar silhouette silhouette silhouette aan het zingen was, moest ik toch even vragen om welk lied het hier ging. Of ik Enya ken. Ja, die ken ik. En of ik ooit van Die Antwoord had gehoord. Nee, en dus volgde er een YouTube-educatie over een stel losgeslagen Zuid-Afrikanen die blijkbaar iets hebben uitgespookt met Enya’s nummer ‘Orinoco flow’. Een nummer waarvan je, laten we eerlijk zijn, alleen de tekst ‘sail away sail away sail away’ verstaat. Bij Die Antwoord wordt na drie keer sail away het woord motherfucker toegevoegd. Wat ik niet geheel onlogisch vind. Die constatering leverde me een high five van de Tsjech op en een ‘you made my day.’

Tijd om eens dieper te duiken in de teksten van de twee Orinoco-versies. Over Enya’s versie kunnen we kort zijn: die gaat echt helemaal nergens over. Er worden op rijm (!) een paar suggesties voor mogelijke zeilroutes gegeven, al vraag ik me af waarom je in vredesnaam van de Hebriden naar Khartoem in Sudan zou willen zeilen. Vaag lied, alleen geschikt voor de massagesalon.

De andere versie, Die Antwoord versus Enya – Orinoco Ninja Flow (Sail away motherfucker remix), is een ander verhaal. Laten we met het positieve nieuws beginnen: het is een verhaal met een begin en een eind. Het is alleen een bijzonder pornografische vertelling, vermomd in een rap. Enya hoor je op de achtergrond blijmoedig de verkeersinformatie voor zeilers doorgeven, terwijl meneer de rapper zijn seksuele fantasieën met ons deelt. Hij is druk doende om het sexy object van zijn affectie te bewerken met zijn ‘meanest penis’ (hahaha) en dat op verschillende locaties. Ergens vind ik het ook wel weer schattig dat de woorden penis en vagina worden gebruikt in plaats van de wat meer plattere woorden die voor beide lichaamsdelen bestaan. Die schattigheid verdwijnt trouwens gauw zodra meneer het heeft over kristalliserend menstruatiebloed en het plaatsen van tepelpiercings. Hoe dan ook, geen idee wat die jongen heeft gesnoven, maar hij is lekker bezig. Sail away motherfuckers!

Vakantiegevoel

Voor het eerst in drie jaar heb ik vakantie en het voelt raar. In het préweduwentijdperk was ik gewend om samen met man rond te toeren in het buitenland, nu ben ik vooral in Nederland onderweg of thuis. Niet altijd alleen, want ik heb dates geregeld met hele leuke mensen. Zo ging ik in Leeuwarden dineren met vriend en veelvraat P. Nu is P. ietwat chaotisch en zo gebeurde het dat hij mij het adres van het restaurant stuurde, om vervolgens zelf bij het verkeerde etablissement voor de deur te gaan staan. Ondertussen stond ik voor de deur van een erotisch café, maar dat lag aan Google Maps. Gelukkig vonden P. en ik elkaar heel snel en hebben we een genoeglijke avond beleefd in de Ierse pub.

Nu zijn er in mijn vakantie ook werkzaamheden gestart aan het pand waarin ik woon en de buurvrouw appte mij de vraag of de werklui hun gereedschap in mijn halletje mochten plaatsen. ‘Natuurlijk mag dat!’, antwoordde ik en zo kwam het dat ik bij thuiskomst een volgestouwde hal aantrof. Op dat moment realiseerde ik me dat ik die mannen om acht uur ’s ochtends binnen zou moeten laten, wat dan weer betekende dat de wekker gezet moest worden. In mijn vakantie! Best leuke kerels, die werkmannen, maar niet leuk genoeg om ervoor de wekker te zetten. Nu was er al een lang weekend Breda gepland en nam ik al heel snel het besluit om daaraan voorafgaand een paar dagen Utrecht te doen, de zorg voor de werklui overlatend aan de buurvrouw.

Inmiddels ben ik weer thuis na een paar fijne dates met leukerds uit/in het midden en zuiden van dit land, wordt de wekker gezet om de werklui binnen te laten en voorzie ik de mannen van koffie. Er staat nog een date op de agenda met lieve vriend T. en dan is de vakantie voorbij. Hoewel ik me uitstekend heb vermaakt, in fijne hotels heb geslapen en met leuke mensen heb afgesproken, hoop ik toch dat ik volgend jaar een reisje naar het buitenland kan maken. Ik mis het vakantiegevoel van zwoele nachten op een terras, een duik in de azuurblauwe zee, het onderweg zijn naar een onbekende bestemming en het genieten van de lokale keuken. Al moet ik eerlijk bekennen dat ik in Brabant geen worstenbroodje heb genuttigd, wat blijkbaar gelijkstaat aan een doodzonde. Maar dit heb ik meer dan goedgemaakt met het drinken van La Trappe. Hoe dan ook, volgend jaar wil ik écht weg. Zonder restricties zoals het coronapaspoort, wattenstaven in de neusgaten en ander gedoe. Fingers crossed.

Puzzel

In mijn krant staat een leuke rubriek waarin lezers andere lezers helpen. Dat helpen varieert van ‘ik heb 30 jaargangen van het blad Knip op zolder liggen, gratis op te halen’ tot ‘ik zoek een Nederlandstalige handleiding van een Tsjechische trekharmonica uit 1936’. Onlangs werd een vraag gesteld die mij buitengewoon intrigeerde. Ik citeer: ‘We hebben er een jaar over gedaan om de Nachtwacht van 5000 stukjes in elkaar te puzzelen. We missen twee stukjes. Wie heeft dezelfde puzzel incompleet en wellicht de twee stukjes?’

Laten we beginnen met De Nachtwacht. De heer Rembrandt van Rijn had een grote voorkeur voor donkere kleuren. Die hele Nachtwacht is een verzameling van donkerbruine tinten met hier en daar wat zweempjes rood en wit. En dan ga je geheel vrijwillig een puzzel van maar liefst 5000 stukjes in elkaar zetten, terwijl je weet dat je uren bezig zult zijn om al die donkerbruine puzzelstukjes in de juiste volgorde te leggen? Geen wonder dat je daar een jaar mee bezig bent geweest! En waar lag die puzzel? Op de eettafel, die dan behoorlijk groot moet zijn geweest? Of staat er een heuse puzzeltafel op zolder?

En dan die twee puzzelstukjes. Waarom zijn die verdwenen? Heeft de hond ze opgegeten, zijn ze per ongeluk van tafel gevallen en opgezogen door de stofzuiger of zaten die stukjes sowieso niet in de doos omdat het een misdruk is? Er ligt dus ergens in Nederland een puzzel van 4998 stukjes te wachten op twee missende stukjes. Wat mij echter het meest intrigeert, is dat men vraagt of iemand een incomplete puzzel heeft. Je kan toch beter vragen of iemand de puzzel compleet heeft, dan weet je zeker dat je de missende stukjes gaat vinden. Stel, iemand stuurt diezelfde puzzel op. Gaan de puzzelaars dan al die  stukjes uit de andere doos stuk voor stuk bekijken, op zoek naar het missende stukje?
‘Nee, dit is niet het juiste bruin en er mist een oogje links.’
‘Als je het stukje een kwartslag draait, dan zit het oogje wel links.’
‘O ja… maar het past niet.’
En dan kom je er maanden later achter dat ook in deze doos dezelfde twee stukjes missen. Dat zou toch buitengewoon frustrerend zijn.

Maar, wat als de twee missende stukjes gevonden worden en de puzzel eindelijk compleet is. Wat gaan ze dan doen? De puzzel een jaar laten liggen, zodat iedereen hun levenswerk kan bewonderen? Of de boel vastplakken op een stuk hardboard en ophangen aan de muur? Of, wat de meeste mensen zullen doen, de hele mikmak in de doos vegen en opruimen. Is dat laatste het geval, dan zou ik die 4998 stukjes meteen in de doos flikkeren en de puzzel doneren aan de kringloop. (Met een briefje erbij om de vermissing van twee stukjes te melden, dat is wel zo netjes)

Uitspraak

Als laatste wil ik toch even aandacht besteden aan de uitspraak van het woord ‘puzzel’. Officieel wordt het woord uitgesproken met een korte ‘uh’ en niet met een lange ‘uu’. Taalnazi’s willen daar het volk nogal eens op wijzen. Nu is er op internet genoeg informatie te vinden waarom het misschien wel logisch is dat de meeste mensen het woord toch met de lange ‘uu’ uitspreken. Ik ben een van die mensen en ik wijt het aan mijn afkomst. Wij Groningers zijn namelijk dol op klinkers. Als we ze niet inslikken (kijk’n, voel’n), of inslikken met een paar lekkere medeklinkers (Grunn i.p.v. Groningen), dan willen we ze graag langdurig rekken. Zoals dus bijvoorbeeld puuuuzzel’n of vlaaaaa. Het is maar even dat u het weet.

Logés

Vorige week had ik voor het eerst logés in mijn nieuwe huis. In plaats van rustig wennen aan één gast in huis, begon ik meteen met vier personen plus hond. Dat was een vergissing. Op de vrijdagmiddag begon de invasie van Casa di Marita. Ze waren nog niet binnen of iedere beschikbare ruimte werd ingenomen door mobieltjes, tablets, schoenen, spelletjes, tassen en koffers. De kinderen drapeerden zich languit op de bank, hond had zijn eigen verblijf  inclusief knuffels meegenomen maar besloot dat het hele huis zijn domein was. Dat was het moment dat ik mij realiseerde dat ik niet meer ongegeneerd met de deur open op het toilet kon zitten en dat de badkamer gedeeld moest worden.

Ander punt van aandacht is dat gasten blijkbaar verwachten dat ze gelaafd en gevoed worden. Dat vind ik tot daaraantoe, maar deze logés vonden het nodig om voor bergen afwas te zorgen. Zelden mensen zoveel glazen zien gebruiken op een dag, de vaatwasser maakte overuren. Maar ze voelden zich overduidelijk thuis en dat gold ook voor de hond. Die was druk met het aanvreten van kastpoten, planten, het aanranden/berijden van de poef en het graven van kuilen in de tuin en in de vloerbedekking. En dan heb ik het nog niet gehad over de ranzige winden die het beest kan laten. Feest.

Nacht

De eerste nacht begon onrustig. Het gezin lag in de logeerkamer te meuren, de hond lag in zijn bench in de hal en sloeg aan op ieder vreemd geluid dat hij hoorde. Kon het beestje niets aan doen, stadse geluiden zijn nu eenmaal anders dan de dorpse geluiden in zijn eigen huis. Omdat de logeerkamer al vol lag, besloten we de bench naar mijn slaapkamer te verhuizen.  Afgezien van wat geruft van zijn kant, hebben we allebei als een roos geslapen. Dat gold niet voor een van de kinderen, mijn neefje bleek ’s nachts naar de bank te zijn verhuisd omdat zijn luchtbed kraakte en piepte. De volgende ochtend trof ik zijn zusje aan op diezelfde bank, nu vanwege snurkende ouders en een broertje die blijkbaar in zijn slaap ook ademhaalt.

Gezellig

Nu denkt iedereen dat ik een vreselijk weekend heb gehad, maar niets is minder waar. Even afgezien van de foto die mijn broer van mij heeft gemaakt, waarop ik er uitzie als een aangespoelde potvis met ademnood en het keesspel (!) dat ik gedwongen moest spelen, was het echt heel gezellig. De logés hebben Den Haag verkend, terwijl de hond en ik lekker hebben uitgerust in huis. Broer en schoonzus zijn zo lief geweest om mijn tuinbank in elkaar te zetten en broer heeft ook nog wat lampjes opgehangen. Het was een fijn weekend en nadat ze op maandagochtend weer richting het Noorden waren vertrokken, vond ik het opeens heel stil in huis. Gelukkig duurde dat niet lang, het is toch verrekte fijn dat je weer op je eigen bank kan liggen zonder daarvoor een kind aan de kant te moeten schoppen.

De volgende logés verwacht ik ergens in september. Ik ben er klaar voor, het is een duo maar ik hoop wel dat ze de katten thuislaten. De gordijnen waren niet goedkoop.

Dit is toch een schatje