Mening

Ieder mens heeft een mening. Je kan een eigen mening hebben, hoewel er ook mensen zijn die de mening van de massa adopteren omdat dat nu eenmaal gemakkelijker is. Meningen kunnen verfrissend zijn, afwijkend, verschillend of verdeeld. Meningen kunnen gehoord worden of genegeerd. Sommige mensen hebben overal een mening over, ook als ze er geen verstand van hebben. Deze groep, die zijn mening niet onder stoelen of banken wenst te steken,  wordt groter. Schreeuwend, opdringerig, betweterig, soms hijgerig en al dan niet anoniem, via de sociale media.

Je hoeft niet altijd je mening te verkondigen, een mening kan je ook voor je houden. Het enige wat je moet doen, is écht luisteren naar een ander. Je hoeft het er niet mee eens te zijn of je kan er alles van vinden, maar soms past alleen de stilte. Wees respectvol, toon begrip en krijg last van plaatsvervangende schaamte. Laten we een beetje lief zijn voor elkaar, er gaat al genoeg mis op deze planeet.  

Rust

Rust, daar hou ik van. Rust in mijn hoofd, rust in mijn omgeving, de rust om in alle rust iets voor mezelf te doen. Ik verlang soms naar vroeger, naar de tijd waarin de smartphone nog niet bestond. De tijd waarin je alleen maar een vaste telefoon had en niemand het vreemd vond als je de telefoon niet opnam. Want je was vast niet thuis en de beller probeerde het later wel weer een keertje opnieuw. Nu verwacht men dat je 24/7 ‘aan’ staat en breekt de pleuris uit op het moment dat je het aangeboden gesprek niet beantwoordt. Je ontvangt appjes, sms’jes en in het ergste geval worden familieleden of vrienden lastiggevallen met de vraag waarom jij niet te bereiken bent. Beste mensen, soms (vaak) heb ik helemaal geen zin een gesprek. Ik praat een groot deel van de werkdag al met mensen  en in mijn vrije tijd heb ik daar helemaal geen zin in. Bovendien neem ik nooit de telefoon op als ik aan het koken ben, als ik zit te eten, tijdens het schrijven, het kijken van een film of het lezen van een goed boek. En als ik me in een openbare ruimte bevind, neem ik zeer zeker de telefoon niet op. Ik snap daar sowieso niets van, dat mensen urenlang privégesprekken op straat of in het openbaar vervoer kunnen voeren. Ik voel me al bezwaard als ik mijn vader in de trein bel om te melden hoe laat hij mij in Groningen kan verwachten, laat staan dat ik gezellig ga zitten keuvelen over niets. Want laten we eerlijk zijn, de meeste gesprekken gaan ook over niets.

Prietpraat

Toegegeven, ik heb domweg niets met gesprekken die volgens het volgende scenario verlopen:
“Hoi, met mij. Hoe gaat het met je?”
“Goed, en hoe gaat het met jou?”
“Ja, ook goed. Regent het bij jou ook?”
Als je het weerpraatje achter de rug hebt, gaat zo’n gesprek vervolgens over Corona, mensen die je niet kent maar klaarblijkelijk heel vervelend zijn, kwalen als aambeien en jicht, Netflix-series, vakantieplannen, kinderen en het werk. Terwijl de ander kwebbelt, zit ik met mijn gedachten elders en hum ik wat voor de vorm. Niet heel aardig van me, ik weet het maar ik raak nu eenmaal gauw verveeld en zelf bel ik het liefst alleen als het echt noodzakelijk is.

Om mezelf de broodnodige rust te verschaffen en ter voorkoming van het moeten voeren van een prietpraatgesprek, zet ik mijn smartphone soms op ‘stil’. Niet altijd, ik wil een ander niet het genoegen ontzeggen op een gesprek met (tegen) mij, maar zo nu en dan. Als het mij uitkomt. Het interesseert me niet  wat een ander daarvan vindt, ik vind het prettig. Mijn leven, mijn recht op rust.