JP

Dinsdagochtend tegen tienen, de werktelefoon gaat. Ik zie wie er belt en ergens bekruipt me meteen het gevoel dat de beller slecht nieuws voor me heeft. Dat klopt: JP is dood. Zomaar, plotseling. Het gesprek met de beller is emotioneel, zij huilt en ik ben van slag. De tranen komen later, op het moment dat meer collega’s met mij contact opnemen. Omdat JP en ik een speciale band hadden, al was ik me dat nooit zo bewust.

JP was een bijzonder mens. Niet altijd gemakkelijk voor zijn omgeving, maar zeker niet voor zichzelf. Een man met een voor velen onleesbare handleiding, die ik in mijn schoot geworpen kreeg toen ik als 24-jarige zijn leidinggevende werd. Gelukkig voor ons beiden begreep ik de gebruiksaanwijzing: zo direct mogelijk communiceren en zo nu en dan een aai over de bol of een draai om de oren. Iedere nieuwe medewerker die bij ons kwam werken, kreeg dat laatste trouwens meteen te horen: ‘Zij heeft mij gemept’. Angstige blikken werden mij toegeworpen en daar had hij dan de grootste lol om.

Ik heb veel teams onder mijn hoede gehad en JP verhuisde vaak met mij mee naar een ander team, omdat dat voor ieders gezondheid de beste oplossing was. Hij hield niet van drukte en lawaai, wat schier onmogelijk is als je moet werken in een kantoortuin, maar hij vond het ook fijn om deel uit te maken van een team. Sociaal bewogen en altijd bereid om een collega te helpen, maar die je op zijn tijd gewoon met rust moest laten of tegen zichzelf in bescherming moest nemen.

Terwijl ik dit schrijf, komen er allerlei herinneringen naar boven drijven. Over de tijd dat we met een klein team op een aparte locatie zaten en JP ’s ochtends voor de koffie zorgde. Over strings, recepten, buschauffeurs, de kapper, T-shirts en kerstbomen.  Over groepsknuffels en het uitdelen van corrigerende tikken. Zoveel mooie herinneringen en ik vind het intens verdrietig dat JP alleen was toen hij stierf.  

Met JP heeft de wereld een goed mens verloren. Rust zacht lieverd, ik ga je missen.