Taboe

Het was op een woensdag in september, een van de schaarse momenten die ik in het jaar tweeduizendtwintig op kantoor heb mogen doorbrengen, dat mijn oog viel op een intranetbericht. De precieze titel weet ik niet meer, maar het betrof een workshop over het omgaan met het taboe rondom de overgang. Hoe goed bedoeld ook, ik word altijd wat recalcitrant van dit soort activiteiten. Ik draaide mij om naar leeftijdsgenoot G. om te vragen of wij behoefte hebben aan een dergelijke workshop. ‘Welnee, wat een onzin! Deal with it’, was haar reactie. Bovendien herkenden wij de taboesfeer van de overgang niet, wij praten daar gewoon over. Ook in het bijzijn van mannen. Hoe vaak het niet voorkomt* dat een collega in halfnaakte toestand haar hoofd uit het raam probeert te steken om wat frisse lucht over het verhitte lichaam te laten waaien, om vervolgens een half uur later, gehuld in thermokleding en 26 sjaals om het hoofd gewikkeld, tegen de verwarming aangeplakt zit. Dus nee, geen taboe. Iedereen ziet het en weet wat er aan de hand is.

Wat dan wel weer een taboe is, is de vaginale schimmel. Volgens de reclame hebben veel vrouwen weleens last van vaginale schimmels. Niet een paar vrouwen, maar veel vrouwen. En weleens klinkt alsof ze het vaker dan één keer krijgen. En als het dus veel vrouwen zijn, dan moet ik er toch zeker een paar kennen. Ik ken er geen een. Dit kan betekenen dat ik mij in een schimmelvrije vagina-zone bevind of dat de vrouwen in mijn omgeving hun schimmels geheim houden. Statistisch gezien moet het laatste helaas het geval zijn. Maar hoe herken je iemand met zo’n jeukerige en branderige schimmel? Krabben ze zich vaker in het kruis of schuiven ze ongemakkelijk heen en weer op hun zetel? Of zitten ze met een ventilator tussen de benen en gebruiken ze een plantenspuit om enige verkoeling in de verhitte omgeving aan te brengen? Ik heb werkelijk geen idee en misschien is dat maar goed ook.  Al zijn de oorzaken van zo’n infectie vaak heel onschuldig, ik hoef echt niet alles te weten van iemands ongemakken. Of het nu over een schimmel gaat, overmatig viagra-gebruik of aambeien; soms is een taboe nog niet zo gek.

* In het pre-coronatijdperk

Smartwatch

Ik ben in het bezit van meerdere horloges, maar ze hebben óf een nieuwe batterij óf een nieuw bandje nodig. Voor batterijen en bandjes ging ik altijd naar meneer Kronos in Groningen en ik heb in Den Haag nog geen nieuwe meneer Kronos gevonden. Bovendien zijn alle niet-essentiële winkels dicht, dus het heeft weinig zin om nu naar de perfecte horlogeman (of vrouw) te gaan zoeken.  Maar omdat ik wel graag een deugdelijke horloge om de pols wil hebben en omdat ik door het thuiswerken te weinig beweeg, leek het mij een zinvolle gedachte om een smartwatch aan te schaffen. Eentje zonder al te veel toeters en bellen, een stappenteller zou voldoende zijn. Dacht ik. Mijn favoriete webshop blijkt alleen smartwatches van het uitgebreide soort te hebben en uiteindelijk valt de keuze op een horloge dat leuk bij mijn smartphone past.

Het ding wordt in de laatste week van 2020 bezorgd en het is meteen feest als ikzelf het bandje mag bevestigen. Na tien minuten priegelen en schelden is het bandje eindelijk bevestigd. Ik maak een keuze uit een verscheidenheid aan wijzerplaten en dan ben ik er al zat van. Op oudjaarsdag fiets ik naar het leukste eetcafé van Den Haag om bieroliebollen te kopen en bij thuiskomst blijkt dat het horloge zelf heeft bepaald dat ik heb gefietst en dat ik daarmee een aantal calorieën heb verbrand. Gelukkig kan het ding niet ruiken dat ik oliebollen heb gekocht. Het bemoeit zich ook overal mee. Zit je te lang te werken dan krijg je enge vibraties aan de pols en de mededeling dat het tijd is om te bewegen. Een pluspunt is dat hij (het is echt een hij) met weinig  tevreden is, een paar stappen richting de koelkast levert je al de reactie ‘perfect!’ op. Ik begin het een leuk horloge te vinden, nu nog wat meer bewegen.

Op 4 januari is het ‘eindelijk’ zover; Marita zet het vermoeide lijf aan het werk. In de lunchpauze wandelen naar de bakker en na het werk een wandeling naar de bloemist. Zeventig minuten, 7407 stappen en een regenbui verder en ik herinner me weer dat wandelen niet echt mijn ding is. Ik krijg werkelijk geen energie van een stom blokje om en zeker niet als het miezerig en koud weer is. En ik moet een écht doel hebben: een museum, de bibliotheek, het filmhuis, een terras, strandtent of restaurant. Bovendien vind ik het wel een prettig idee als ik onderweg naar ergens de mogelijkheid heb om naar een toilet te kunnen gaan. Dus zolang het hele sociale leven op zijn gat ligt, blijft deze vrouw met haar smartwatch thuis. Dat moge duidelijk zijn.