Onderweg

Je kent ze wel, van die liedjes waarvan je de eerste zin kan meezingen, om vervolgens over te gaan tot gemurmel. Dat heb ik met ‘Onderweg’ van Abel, ik blèr enthousiast ‘Ik doe de deur dicht!!!’ en heb dan geen idee hoe het lied verder gaat. Daarom heb ik gisteren aandachtig naar de tekst geluisterd en ben tot een schokkende ontdekking gekomen. Die Abel* is geen lekkere jongen, zo zal ik hieronder bewijzen.

‘Ik stap de bus in
Mensen lijken te kijken
Maar ik wil ze ontwijken
Voordat ze mij zien’

Abel is een zwartrijder

Langs mij gaan de huizen
Het is stil achter de ruiten
Wie kan mij zien’

Abel is een zwartrijdende inbreker

Je hart is zo dicht bij me
Maar het klopt niet’

Abel is een zwartrijdende inbrekende moordenaar

‘wil je dansen met illusies in gedachten
ben je verder dan het heden
wil je terug naar je verleden
zegt je dat iets’

Abel is de weg kwijt

‘Ik loop de straat in
maar het zal me nooit verwarmen
omdat het mij niet kan omarmen
wie zou mij zien
het liefst zou ik willen schreeuwen
ik zou oneindig willen schreeuwen
maar het gaat niet’

Abel is een beetje heel erg de weg kwijt

Het kan geen toeval zijn dat we van die Abel nooit meer iets hebben gehoord. Hij zit ongetwijfeld in de gevangenis. In een isoleercel, gezien het geraaskal in de laatste alinea’s.

 

*Ja, ik weet dat Abel een band is, maar dat is niet leuk voor het verhaal.

Trainen

Zolang als ik mij kan heugen, heb ik last van mijn rug en spieren. Het afgelopen jaar verergerden de klachten en heb ik uiteindelijk toch maar eens een fysiotherapeut opgezocht. Een hele strenge, die mij 2 keer per week aan een strak trainingsregime heeft onderworpen. Na 6 weken was ik blij dat er een einde aan de kwelling kwam maar omdat mijn klachten chronisch van aard zijn, moet ik vooral blijven sporten. Minimaal 2 keer per week, zo luidde de opdracht van de therapeut. Nu had ik geen zin om weer eens aan dat saaie fitness te beginnen, dus ik moest op zoek naar een leuke sport. Het liefst in teamverband, om toch een beetje een stok achter de deur te hebben. Een vriend opperde dat ik moest gaan squashen. Dat is geen sport die je in je eentje beoefent en omdat ik bang was dat hij zich als trainingspartner zou opwerpen, ben ik maar niet ingegaan op zijn suggestie. Ik zag het namelijk helemaal voor me: hij als een dartelend veulen dat van de ene naar de andere kant van de squashzaal sprint om het terug stuiterende balletje zo hard mogelijk te raken en ik, die stilstaat op één plek en alleen een arm met racket uitsteekt als het balletje toevallig bij mij in de buurt komt. Prima plan om een vriendschap naar de kloten te helpen, dus nee.

Uiteindelijk heb ik in de buurt een studio gevonden waar ze workouts in groepsverband geven. Omdat ik niet meteen aan een abonnement wil vastzitten, heb ik eerst 2 proeflessen gevolgd. Ik vind dit soort dingen altijd spannend, omdat je nooit weet bij wat voor mensen je terechtkomt. In dit geval ben ik in een warm bad van oudere dames gevallen en met ‘oudere’ bedoel ik mensen die al met pensioen zijn. Vrouwen die mijn moeder kunnen zijn. Vrouwen die ook best wel lenig zijn, trouwens. Nu blijkt dat een deel van de dames al een aantal jaren de lessen volgt, maar ik voelde me toch wel wat klunzig. Het is best vervelend als je de enige bent die de armen naar links zwiept, terwijl de rest van de groep netjes de armen naar rechts gooit. Ik moet leren die immense spiegel te negeren en lekker in mijn eigen tempo en ritme de oefeningen uit te voeren. Heupen losgooien op muziek ligt mij prima, zwaaien met armen en gelijktijdig mijn evenwicht bewaren op 1 been wat minder.

Hoe dan ook, ik heb mijn stok achter de deur gevonden. Het is weliswaar maar 1 keer in de week, maar ik vind dat meer dan voldoende voor het trainen van spieren waarvan ik het bestaan nooit hebt vermoed. En wie weet, misschien ga ik ooit nog weleens squashen. Misschien.