Magie

Sommige werkweken zijn leuker dan de andere, maar de afgelopen week was iedere werkdag er eentje om moedeloos van te worden. Het dieptepunt was wel die dag dat ik verzeild raakte in iets dat men de Magic Estimation (magische schatting) noemt, wat een niet nader te noemen iemand altijd heel monter betitelt als de Tragic Estimation. Wij zijn tegenwoordig heel erg ‘into Agile’ en omdat de Product Owner (producteigenaar) verstek liet gaan,  mocht ik meedoen aan het spelprogramma De Zwakste Schakel. Althans, daar leek het op.

Spelletjes

De inzet was het bemachtigen van schaarse IT-capaciteit voor het 3e kwartaal. Totaal aantal deelnemende issues (kwesties): 60
Een korte samenvatting: Met een man/vrouw of 40 stonden we met de eigen kaarten in de hand rondom een tafel. We moesten ons eigen product inschalen op de maatjes XS tot en met XXL. Daarna mocht men andermans kaarten verschuiven naar een andere plek, meestal de verkeerde kant op. Vervolgens moest je gaan uitleggen waarom jouw kaartje toch echt in eerste instantie op de juiste plek lag en als je mazzel had, werd er gemiddeld. Dit hele gebeuren werd 6 keer herhaald en het hele feest duurde 3 uur lang. Daarna werden we uitgezwaaid en volgde er een Final Call (laatste oproep) met hele belangrijke mensen die, naar ik meen, de kaarten opnieuw hebben geschud.
Uitkomst: twee van mijn kaarten zijn op plek 14 en 22 beland en dat is niet goed, al moet de Big Room Planning (grote kamer planning) nog plaatsvinden.

Niet goed

Snappen jullie het nog? Ik niet en daarom heb ik me iets meer verdiept in het proces rondom de magische schatting. Wat blijkt: zo’n proces mag 30 tot 60 minuten duren en wordt binnen een scrumteam (rugby!) uitgevoerd. Een scrumteam bestaat uit zo’n 5 tot 9 personen en is een multidisciplinair en zelfsturend team. Oftewel, alle benodigde kennis/kunde om een product op te leveren zit in principe in het team.

En wat doen wij? Wij hebben blijkbaar incomplete scrumteams samengesteld waardoor we met 40 mensen staan te vissen in een vijver waarin 1 goudvis rondzwemt. Dat werkt dus niet en levert alleen maar frustratie, onbegrip en het bewandelen van olifantenpaadjes op. En zo draai je heel behendig Agile de nek om. Als dat het uiteindelijke doel is, dan is men daar heel goed in geslaagd.

Hoe is het nu met Marita?

Goed! Ik dreigde donderdag weg te zakken in een diepe poel van moedeloosheid, maar gelukkig was vriend T. daar om mij te redden van de ondergang. Samen een terrasje gepakt, een fles Verdejo soldaat gemaakt en toen zag de wereld er weer een stuk rooskleuriger uit. Drank maakt meer goed dan Agile werken. Waarvan akte.

agile stress

 

 

 

Mamma Mia, honey!

Mensen die mij goed kennen, weten dat ik met enige regelmaat in theaters en filmhuizen te vinden ben. Zo ook de afgelopen week. Op zondag, vanwege het warme weer, het filmhuis opgezocht om Le Grand Bain te bekijken. Een heerlijke feel-good movie, helemaal niets mis mee. Op maandag zat ik bij de buren (Theater aan het Spui) te kijken naar Romana Vrede die een intens mooie voorstelling heeft gemaakt over haar autistische zoon Charlie. De voorstelling speelt ze samen met de mensen van Club Gewalt, een muziektheatercollectief waar ik sinds de ‘chocolade poëzie’ een absoluut zwak voor heb.

Maar ondanks het feit dat ‘Who’s afraid of Charlie Stevens’ een indrukwekkende voorstelling is, het absolute hoogtepunt van de week vond plaats in Utrecht. De studieverenigingen Atlas en Alias gingen samen los op de musical Mamma Mia en aangezien mijn nichtje de regie voerde, moest tante natuurlijk wel even kijken hoe het een en ander had uitgepakt. En man, wat was het een geweldig leuke avond. De voorstelling was vele malen beter dan die vreselijke film. (Meryl Streep, tuinbroek: nee) Soms zaten de zenuwen de spelers wat in de weg, maar dat werd met de nodige zelfspot weg gezongen. Was het altijd zuiver? Nou, nee. Was dat erg? Nee, want het plezier spatte er vanaf en ik word altijd blij van mensen die vol enthousiasme op een podium durven te staan.
De hele voorstelling klopte: het decor, het verhaal, de zang en het dansen. Dat dansen bezorgde mijn zwager nog een kleine hartverzakking, omdat ‘dochter-de-regisseuse’ ook even op het podium verscheen om haar zwoele dansmoves te tonen. En hij vroeg zich al af waarom ze de danspasjes niet thuis in de woonkamer wilde oefenen.

Leukste vertolking? Take a chance on me, door de ontwapende ‘Rosie’ en de ietwat onhandige ‘Bill’. Persoonlijke favorieten? Ja, heb ik! Nu deed iedereen het natuurlijk geweldig, maar ik vond het dynamische duo ‘Rosie & Tanya’ samen prachtig zingen. Het grote succes van ABBA is gestart op het Eurovisie Songfestival in 1974. Zou het niet mooi zijn als Rosie & Tanya volgend jaar Nederland vertegenwoordigen op het Songfestival? Houden we dat hele gebeuren in de Jaarbeurs van Utrecht, dan hebben de dames ook een soort van thuiswedstrijd. Dat kan een mooi feestje worden. Toch?

Ik ga in ieder geval mijn ABBA-elpees opsporen, afstoffen en afspelen op de platenspeler van mijn man. Zal ik Honey Honey even laten zien wie de Dancing Queen bij ons thuis is.

honey honey.jpg

Haantjes

Iemand vertelde mij onlangs dat hij zich in zijn studententijd vaak een vos in het kippenhok heeft gewaand. Oftewel, te veel leuke vrouwen in de buurt waardoor het lastig werd een keuze te maken. Ik kreeg de indruk dat hij ze allemaal wel wilde bespringen. Lijkt me erg vermoeiend, al die testritjes. Waarom niet rustig om je heen kijken, iemand in de mooie diepblauwe, smaragdgroene, reebruine of loodgrijze ogen kijken en gewoon lekker verliefd worden? Of is dat iets dat alleen voor vrouwen, voor mij, zo werkt? Ik kan me niet voorstellen dat als je als vrouw in een hok vol haantjes wordt gestopt, je met al die kerels wilt zoenen. Bij mij betekent zoenen dat de kans erg groot is dat ik met de man in kwestie trouw. En om nu een harem te gaan aanleggen, lijkt me ook niet de bedoeling.

Over haantjes gesproken, ik heb ooit het genoegen gehad om alleen met mannen te mogen werken. Meestal is dat geen probleem, maar nu werd ik opgezadeld met een team van überhaantjes. Toen kreeg ik wel de behoefte om ze allemaal te bespringen, maar niet op een liefdevolle manier. Nee, bij voorkeur met honkbalknuppel en samoeraizwaard de koppen inslaan en eraf hakken. Zoiets.
Ik vraag me nu wel af hoe het voor een man zal zijn als hij in zijn uppie met een groep vrouwen moet werken. Wordt hij dan op alle manieren vertroeteld? Of wordt hij buitengesloten, omdat hij niet mee kan praten over ‘typische’ vrouwendingen als de menstruatiecyclus, lingerie en Tupperware? Als het zo’n woest aantrekkelijke man is, kan het ook nog gebeuren dat er onder de dames een bitchfight uitbreekt om de aandacht van de man in kwestie. Beetje kerel kan dat wel waarderen, vrees ik.

In mijn ervaring zijn teams met alleen haantjes of kippetjes niet de fijnste teams om mee (samen) te werken. Überhaantjes hebben de neiging zich overdreven te profileren ten koste van de andere überhaantjes en kippetjes kunnen nog weleens last hebben van afgunst en jaloezie. Nee, het  beste team blijft wat mij betreft nog altijd het gemengde team. Meer balans en minder gedoe. Mannen en vrouwen lijken meer op elkaar dan we denken. In een team versterken we elkaars goede eigenschappen en verzachten we elkaars minder sterke kanten. Vrouwen worden directer in hun communicatie en mannen blijken ook empathisch te kunnen zijn. Best fijn, al hoop ik niet dat het ‘lekker samen in balans zijn’ gaat leiden (lijden) tot het samen yogaën en in de modder rollen tijdens een Obstacle Run. Er zijn grenzen.

Bij het opruimen van oude bestanden kwam ik bovenstaand stuk uit 2015 tegen. Nooit gepubliceerd, geen idee waarom ik deze tekst zolang op de plank heb laten liggen.

 

Afscheid (2)

Het hoort bij het leven: afscheid nemen. Ik ben er niet heel erg goed in, ieder afscheid, hoe klein ook, blijft lastig. Je neemt afscheid van je kindertijd of je eerste vriendje. Een verhuizing of verandering van baan is eveneens een afscheid. Je koestert de mooie dingen en bent bang voor de volgende stap: voel ik me wel op m’n plek in het nieuwe huis of zijn de nieuwe collega’s wel leuk? Naderhand valt het meestal best mee, al vind ik afscheid nemen van een vriendschap altijd vervelend. Je bent met iemand goed bevriend, je bespreekt alles met elkaar en opeens kom je op zo’n punt dat je niets meer met elkaar gemeen hebt. Ik blijf dat iets geks vinden, ik kan ook nooit achterhalen waar het kantelpunt precies heeft gezeten. Maar, je zwaait de ene vriend uit en een ander verschijnt vanzelf. Zo zit het leven blijkbaar in elkaar.

Waar ik echter nooit aan zal en wil wennen, is het onafwendbare afscheid: de dood. De dood komt, zelfs als je het verwacht, altijd onverwacht.  Dierbare mensen moeten loslaten, doet pijn. Als je na een tijd je verdriet een plaatsje hebt weten te geven, komt het soms als een boemerang weer terug. Bij het zien van een foto, het horen van een favoriet liedje of op speciale dagen.

Aan mijn eigen dood denk ik eigenlijk nooit, maar bij het laatste afscheid kwam het besef dat het toch goed is om hierover na te denken. Wat wil ik eigenlijk zelf? Wil ik dat iemand tijdens de uitvaart mijn levensverhaal gaat vertellen? Dat iedere aanwezige komt te weten dat ik, op z’n zachtst gezegd, een ondernemende peuter was? Of dat er iets wordt verteld over een periode van ziek zijn, hoe ik mijn schooltijd ben doorgekomen, mijn relaties en hoe ik me als collega heb gedragen. Wat mij betreft hoeft dat allemaal niet. Dat mensen hun herinneringen willen delen, vind ik prima. Maar dat kan ook op een ander moment en op een andere plek.

Ik weet dat ik dit soort ideeën moet vastleggen, zodat het ook voor een ander duidelijk is wat ikzelf van mijn uitvaart verwacht. Maar ik weet ook dat ik morgen weer overga tot de orde van de dag en dat ‘uitvaart regelen’ ergens op het stapeltje komt te liggen van ‘zaken die nog geregeld moeten worden’. Als ik een afscheid kan uitstellen, zal ik het zeker niet nalaten.

Fietsenstalling

Ieder mens is bijzonder, maar fietsenstallingmannetjes vind ik toch wel heel bijzonder. Afgelopen dinsdag verliep mijn abonnement op de fietsenstalling. Persoonlijk vond ik dat een mooi moment om mijn abo te verlengen, maar het fietsenstallingmannetje dacht daar anders over.  Het kwam niet goed uit en ik heb geen idee waarom. Het was niet druk in de stalling en de pinautomaat deed het, maar ik kreeg het vriendelijke verzoek om over een week de boel maar te regelen.
‘Oké, maar hoe gaat dat dan de komende dagen?’, was mijn vraag.
‘Maakt niet uit, u kunt gewoon stallen. Geen probleem.’
Helaas voor hem vond ik het wel een probleem. Er werken namelijk meer mannetjes (en één vrouwtje)  in de stalling en ze hebben allemaal hun eigen regels. Daar waar de een zegt dat je gewoon kan doorlopen met een abo, roept een ander je terug als je inderdaad gewoon doorloopt.
‘Mevrouw, waar denkt u heen te gaan?!’
‘Eh, mijn fiets stallen? Ik heb een abonnement.’
‘Oh nou, u kunt niet zomaar doorlopen. En uw sticker zit op de verkeerde plek. ‘
Ook zoiets, ieder mannetje heeft zijn eigen plakmethode, alsof het mijn schuld is dat mijn abonnementssticker op het frame zit i.p.v. ergens op het spatbord.

Hoe dan ook, ik zag de bui al hangen op 1 mei. Dat ik bij aankomst gesommeerd zou worden om vooral voor de stalling te betalen en dat het absoluut niet de bedoeling is om een fiets onbetaald te parkeren. Het gevolg was dat ik de afgelopen dagen met de tram richting station ben gereisd en ’s middags de reis naar huis met de benenwagen heb afgelegd. Lopen is natuurlijk heel gezond, maar het Kroket Loket ligt op de wandelroute en dat is een stuk minder gezond. (maar wel heel lekker)
Volgende week ga ik opnieuw een poging wagen om mijn abonnement op de stalling te verlengen. Al is het een stuk ongezelliger, zo’n abo is goedkoper én gezonder dan iedere dag een broodje kroket kopen. Het leven is niet eerlijk.

Beautiful girl is riding on a bicycle in a city.

©Oksana Alekseeva

Opruimwoede

Opruimwoede: gelukkig heb ik daar zelden last van. Maar onlangs overviel het me weer, de onbedwingbare behoefte om mijn kledingkast op te ruimen. Mijn kledingkast is een schatkist vol verrassingen, waarin lang verloren gewaande kledingstukken plots tevoorschijn komen. Vol enthousiasme pas ik dan ook alles waarvan ik het bestaan was vergeten. Om vervolgens tot de ontdekking te komen dat er een reden is dat ik het kledingstuk niet meer draag. Te klein, te groot, te wijde pijpen, te kort, te lang, heel erg te lelijk, staat stom en ‘ik zie eruit als een rollade’.
Ik blijk ook te beschikken over een behoorlijke collectie aan maillots en panty’s. In de basiskleur zwart, maar ik kwam ook een groen exemplaar met tattoo-print tegen. Heel leuk ding, past nergens bij. Resultaat na een uurtje passen en opruimen: een volle vuilniszak met kleding voor de kringloop.

Nu ziet mijn kant van de kast er weer keurig uit, dit gaat niet op voor de andere kant van de kast. Man beschikt niet over het opruim-gen en gooit werkelijk niets weg. Hij heeft een ruime selectie aan T-shirts, waarvan een groot deel  alleen nog maar gebruikt kan worden als poetsdoek. Desalniettemin trekt hij met liefde zo’n poetsdoek van formaat ‘naveltruitje’ aan, omdat het zo leuk staat op zijn joggingbroek. Tenminste, ik hoop dat hij zijn naveltruitjes alleen thuis draagt. Ik zie het nog zo maar gebeuren dat hij zo’n oud en ongestreken vod op zijn werk aanheeft. Mijn excuses daarvoor, collega’s van J., maar het is een grote jongen en hij bepaalt zelf wat hij aantrekt.  Vroeger wilde ik nog weleens de opmerking ‘trek je dát aan?’ maken, waarop er altijd een omkleed-actie volgde, maar helaas ben ik tegenwoordig niet meer in de buurt om Man tijdig te corrigeren. Misschien moet ik binnenkort toch maar eens stiekem zijn kast gaan leegruimen.

Openbaar vervoer

Ik maak gemiddeld 5 dagen in de week gebruik van het openbaar vervoer en eerlijk gezegd gaat dat meestal zonder noemenswaardige problemen. Is er een keer vertraging dan word ik daar niet hysterisch van. Alleen, de afgelopen weken is ook mijn geduld danig op de proef gesteld. Het begon allemaal begin maart, Amstelveen krijgt een nieuwe tramlijn en daardoor is de metroverbinding tussen Amsterdam Zuid en Amstelveen Westwijk komen te vervallen. Nu heb ik me altijd afgevraagd wie er in vredesnaam naar Westwijk wil. Westwijk klinkt namelijk als een bijzonder dubieuze wijk, de favela van Amstelveen zogezegd, waar de criminaliteit welig tiert. Nu blijk ik mensen te kennen die daar wonen en die zijn best oké, dus het zal allemaal wel meevallen met die buurt.
Maar ik dwaal af. Door het vervallen van de metro propt iedereen zich nu in ‘mijn’ tram en dat is niet oké, want: overvol in de spits. Gelukkig heb ik bus 55 ontdekt die een heleboel (tram-)haltes gewoon overslaat en wel stopt bij een halte op acceptabele loopafstand van kantoor. Al zijn de Westwijkers niet tevreden met deze buslijn, want er worden wel heel veel haltes overgeslagen waardoor er heel veel gelopen moet worden. Pak de fiets, zou ik zo zeggen. 😉

De eerste reishindernis heb ik dus weten te tackelen. Echter, toen vond men het noodzakelijk om rondom Leiden bezig te gaan met het spoor waardoor er een paar reisverbindingen kwamen te vervallen. Dan denk je dat de NS wel extra of langere treinen inzet op de trajecten die nog wel begaanbaar zijn, maar helaas. Den Haag Centraal is omgetoverd tot Mumbai Central en als je pech hebt, mag je tot je eindbestemming staan in de trein. En als je ergens tussen Den Haag en Amsterdam Zuid in de trein wil stappen, weet je zeker dat je moet staan. Sterker nog, de kans is groot dat je helemaal niet kan instappen. Zo heb ik vorige week op Zuid een trein aan mij voorbij moeten laten gaan. Ik zag een vrouw die, letterlijk vastgeklemd onder de oksel van een man, angstig op het trapje bij de deuren stond. Ik voelde niet de behoefte opkomen om te kijken of er onder de andere oksel nog ruimte was, bovendien konden de deuren al nauwelijks dicht. De volgende trein bood iets meer ruimte, helaas stond ik naast een dame die wilde pogingen ondernam om mij neer te slaan met haar rugzak. Tip: als je moet staan in een volle trein/bus/tram, verwijder dan de rugzak van uw achterkant en klem het ding tussen de eigen benen.

Na 3 weken reizen via diverse routes en met verschillende vormen van vervoer heb ik een voorlopig ideale route gevonden van en naar het werk: heen via Schiphol en terug via Amsterdam Zuid. Volgende week zijn de werkzaamheden rondom Leiden afgerond, maar ongetwijfeld staan er ergens nieuwe werkzaamheden gepland die mijn reisroutes in de war schoppen. Kan niet wachten totdat ik weer eens met de bus naar Kampen Zuid of Hoogeveen mag. Maar niet heus.

Meer lezen over het heerlijke leven en bijbehorend (openbaar) vervoer in Amstelveen? Dan kan ik u de volgende columns van harte aanbevelen:
Escape Room in Amstelveen
Amstelveen Lij(de)n