Ontheemd

Draaiboek

Er bestaat geen draaiboek voor het rouwproces. Geloof me, ik heb gezocht omdat ik wil weten hoelang deze ellende gaat duren. Of het normaal is dat de tranen zomaar over je wangen gaan stromen als je een boterham zit te eten op de bank. En wanneer je weer in staat bent om volledig te gaan werken. Of wat je moet doen als je bang bent dat je z’n stem vergeet en hoeveel jankdagen er in een rouwproces zijn opgenomen.
Het rouwproces is voor iedereen anders, situaties zijn anders en niet ieder mens is hetzelfde. Mijn verdriet zit ‘m vooral in het feit dat we geen afscheid van elkaar hebben kunnen nemen. Dat we geen laatste woorden hebben kunnen uitwisselen. De dood kwam plotseling en al vind ik het fijn dat Jacco niet heeft geleden, voor mij blijft de situatie onwerkelijk. Alsof het nooit is gebeurd. Iedere dag komt er wel een moment voorbij dat ik hem iets wil vertellen of dat ik bedenk dat we samen naar een concert of tentoonstelling moeten gaan. Dan zit ik al met de telefoon in de handen om hem te bellen of te appen. Om me vervolgens te realiseren dat dat niet meer kan.

Ontheemd

In de periode direct na het overlijden word je geleefd. Er moeten dingen geregeld worden voor de crematie, dus je schiet in een soort van overlevingsmodus. Na de crematie moeten allerlei zakelijke dingen geregeld worden, dus dat doe je. In de eerste weken na zijn overlijden heb ik, voor mijn gevoel, geen tijd genomen om echt te rouwen. Te beseffen wat er nu eigenlijk is gebeurd. Ik verbleef in ons huis in Groningen, omdat de enige logische plek was om te zijn. Bij zijn spullen, in een vertrouwde omgeving. En dan iedere dag iets regelen: verzekeringen, bankzaken, opzeggen of aanpassen van abonnementen etc. Maar nu het grootste deel van het regelwerk achter de rug is, merk ik dat ik me niet meer thuis voel in ons huis. Ontheemd, omdat de persoon die voor mij ‘thuis’ was, er niet meer is. Het huis is te groot, te stil en te leeg. De afgelopen 2 weken ben ik daarom vooral in Den Haag geweest, in mijn eigen kleine en overzichtelijke appartementje.

Rust

Afgelopen weekend was het eerste weekend dat ik in Den Haag ben gebleven. Het geeft rust dat ik niet de lange reis naar Groningen heb hoeven maken. Ik heb behoefte aan rust. Vooropgesteld: ik vind het fijn dat ik word omringd door familie, vrienden en collega’s die oprecht met mij begaan zijn. En ik vind het ook helemaal niet erg om te vertellen wat er is gebeurd en hoe het (nu) met mij gaat, maar niet de hele dag. Ik heb gemerkt dat dat gewoon te vermoeiend is. Daarom werk ik op dit moment om de dag thuis en zet ik vaker mijn telefoon op ‘stil’. Dit geeft mij de broodnodige rust, de tijd om dingen voor mezelf te verwerken en het zorgt ervoor dat ik energie kan opbouwen. Dit betekent niet dat mensen me niet meer mogen vragen hoe het met me gaat, maar dat ik zelf de controle houd over hoe en wanneer.

Toekomst

Rust heb ik ook nodig om na te denken over de toekomst. Ik heb eigenlijk nooit echt nagedacht over de toekomst, er was maar één stabiele factor in mijn toekomst en dat was Jacco. Hij zou er immers altijd zijn. Nu hij er niet meer is, moet ik opeens over zaken nadenken waar ik eigenlijk niet over na wil denken. Wat ga ik doen met het huis in Groningen, wat ga ik doen met zijn spullen, waar wil ik wonen en blijf ik werken in Amstelveen. Plotseling zijn dit vragen die voor mij relevant zijn geworden, omdat ze bepalen hoe mijn nabije toekomst eruit gaat zien. Ik weet het nog niet en ik heb ook geen haast, het eureka-moment zal vanzelf komen. Voorlopig houd ik me aan de Jacco-regel en probeer ik te genieten van het leven. Of zoals mijn zwager het zo mooi verwoordde tijdens de crematie: ‘Mijn broer genoot van de mensen om hem heen en mijn broer genoot van het leven.’ En is dat eigenlijk niet het enige waarom het draait in het leven? Genieten van het leven en de mensen om je heen? Het is niet gemakkelijk, maar ik doe m’n best.

Soort zoekt soort

Geschreven voor een digitaal blad van mijn werkgever!

Ergens heb ik de indruk dat de makers van dit blad denken dat mensen op hun huisdieren lijken. Nu lees ik op de website van Psychologiemagazine het volgende: “Tijgersnuit zeepaardjes vallen op partners met net zo’n lange snuit als zijzelf. Zo werkt het gewoon vaak bij dieren: ze kiezen een partner die op hen lijkt. Qua grootte, gewicht en gezondheid, maar ook qua uiterlijk: het aantal stippen, de breedte van een kraagje, de kleur van een kuif. Een garnaal kiest voor een minnaar met ongeveer even lange grijpertjes, en sommige kikkers gaan voor een wederhelft met hetzelfde gewicht. Ook wij kiezen over het algemeen partners van ongeveer dezelfde aantrekkelijkheid, lichaamsvorm, lengte en leeftijd.”

Verwarrend, want hoe kies je als mens dan een soortgelijk dier? Ik heb geen huisdieren, huisstofmijt en fruitvliegje buiten beschouwing gelaten, maar stel dat ik besluit om een cavia in huis te nemen.
‘Dag beste huisdierenverkoper, hoeveel weegt een cavia? Gemiddeld 1 kilo zegt u? U heeft er niet eentje op voorraad van 75 kilo? Gemiddeld? Of iets anders van dat gewicht?’
En dan zit je opeens thuis op de bank met een schaap, gezellig samen blatend voor de tv. Ik draag haar trui, zij mag mijn bier drinken totdat ze lam wordt. Ik krijg zin in shoarma, zij wordt boos en dus eten we voor de zoveelste keer een gras-hooisalade. Heel erg aanlokkelijk klinkt dit allemaal niet.

Nee, verstandiger is het om een dier uit te kiezen dat goed bij je past. Als je graag zwemt, neem je een goudvis. Kakel je de hele dag, dan ben je een kippen-mens. Een koud type? Dan is iedere reptiel een goede keus. Mensen die graag jagen op klein wild maar ook lekker de hele dag lui op bank/bed/aanrecht willen liggen, kiezen voor een kat. Liever een aanhankelijk, betrouwbaar en loyaal dier? Dan wordt het een hond.

Het uitkiezen van een huisdier lijkt toch best veel op de zoektocht naar een geschikte partner. Soort zoekt soort: zo gek nog niet.

Vier weken

Vier weken. Vier weken is het geleden en ik denk nog steeds dat Jacco ieder moment kan thuiskomen. Als ik ’s ochtends wakker word, verwacht ik dat op de andere helft van het bed een grote hoop mens ligt. Maar dat deel van het bed is keurig opgemaakt en leeg. Bij het voetbal kijken begin ik ongemerkt een gesprek over een mooie pass of goal met iemand die er niet meer is. Of pak ik mijn telefoon om een appje naar Jacco te sturen, om me dan plotseling te realiseren dat dat weinig zin heeft. Kijk ik naar zijn foto’s dan kan ik me niet voorstellen dat ik die vrolijke grijns nooit meer in het echt zal zien.

Dat de werkelijkheid anders is, realiseer ik me op de momenten dat ik dingen moet regelen. Want dat moet, dingen regelen: verzekeringen, bankzaken, het  opzeggen van abonnementen en nadenken over de asbestemming. Nu kan ik maar één ding regelen op een dag want ik heb op het moment het concentratievermogen van een eendagsvlinder, nog even afgezien van het feit dat er een aardig emotionele lading zit aan al die stomme dingen die je moet regelen. Gelukkig hebben sommige bedrijven een nabestaandendesk, die je gemakkelijk door zo’n proces heen helpt. Maar er zijn een hoop bedrijven die digitaal een vies woord vinden en je ze daarom noodgedwongen moet bellen. En dan krijg je niet meteen iemand aan de lijn. Nee, je wordt dan getrakteerd op zo’n idioot keuzemenu, met keuzes in keuzes verstopt en als je na 2 minuten kiezen moet luisteren naar een hopeloos stukje pauzemuziek,  overweeg je de verbinding te verbreken omdat je de wanhoop nabij bent. Ergens denk ik dat dat ook de bedoeling is van die bedrijven; dat de klant de verbinding verbreekt. Serieus, op dit soort shit zit toch geen enkele nabestaande te wachten?  Als je dan eindelijk iemand aan de lijn krijgt, mag je hopen dat het iemand is met voldoende empathisch vermogen die de boel snel voor je regelt. Ergens halverwege de regeldingen kwam ik het bedrijf Closure tegen, dat een deel van het regelwerk van me heeft overgenomen. Dat was wel fijn, fijner was geweest als ik al eerder van het bestaan van dat bedrijf had geweten. Dan was me in ieder geval het contact met Bankgiroloterij bespaard gebleven. Misschien dat ik daar nog eens een aparte blog aan besteed, want het is een verhaal op zich.

Ergens tussen het ongeloof en het regelen in, probeer ik de scherven van mijn leven weer aan elkaar te lijmen. Het gaat langzaam, maar met de hulp van mijn lieve familie en vrienden gaat me dat gewoon lukken. Voor mezelf, maar zeker ook voor Jacco.

Brief aan Jacco

Na het overlijden van mijn schoonmoeder schreef ik op 14 mei een stukje over afscheid nemen. Een tekst die ik nu met heel andere ogen lees, omdat op 19 juli mijn allerliefste, geweldige echtgenoot volkomen onverwacht overleed. En op zo’n vreselijke dag moet je direct gaan nadenken over de uitvaart, terwijl je geen idee hebt wat hij eigenlijk zou hebben gewild.
In de 2e slapeloze nacht na zijn overlijden heb ik een brief aan hem geschreven, een brief die ik tijdens de uitvaart heb voorgelezen. Inmiddels schrijf ik iedere dag aan Jacco: dingen die ik heb meegemaakt, mooie of grappige herinneringen en andere zaken die ik belangrijk vind om aan hem te vertellen.
Omdat niet iedereen bij de uitvaart aanwezig kon zijn, deel ik nu de tekst van de bewuste brief. (in iets aangepaste vorm)
Mijn man was een verhalenverteller en regelmatig een inspiratiebron voor mijn blogs en ik mis hem vreselijk.

Mijn allerliefste Jacco, lieve schat,

Er is nog zo veel dat ik je wil zeggen en over je wil vertellen; over hoe we elkaar hebben ontmoet, over alles wat we samen hebben meegemaakt, over onze laatste momenten samen en over onze toekomst die geen toekomst meer is. Terwijl ik dit schrijf, stromen de tranen over mijn wangen en weet ik dat jij het fijner zou vinden dat ik op zo’n verdrietige dag als vandaag, vooral de mooie verhalen deel. Verhalen die mensen laten lachen, want lachen deed je graag. Het valt me zwaar lieverd, maar ik ga een poging wagen.

Je was een verhalenverteller. Met je ongebreidelde fantasie kon je van de grootste onzin een compleet geloofwaardig verhaal maken. In het prille begin van onze relatie kwam je ooit eens mijn huis binnengelopen met een arm in het verband. Ik, ongerust als ik kan zijn, wilde weten wat er in vredesnaam was gebeurd. Er volgde een gepassioneerd verhaal over hoe je ter aarde was gestort met je fiets, dat een onderdeel van diezelfde fiets in je arm was beland, waardoor er een enorme bloedende wond ontstond die gehecht moest worden in het ziekenhuis. Terwijl ik me stond op te winden waarom je me niet had gebeld, stond jij rustig het verband van je arm af te wikkelen. Je was naar de bloedbank geweest. Om bloed te doneren. Toen dacht ik wel even: ‘waar begin ik aan met deze jongen.’ Maar jouw ontwapende grijns maakte dat ik niet lang boos op je kon blijven.

In je werk als trainer gebruikte je eveneens veel verhalen. Die je ter plekke verzon omdat je vond dat je met een praktijkvoorbeeld lastige materie gemakkelijker kon uitleggen. Je vond het ook geen enkel probleem om bestaande mensen, zoals ik, op te laten draven in jouw verhalen. Zo heb je ooit eens verteld dat ik veel schoenen koop en dat ik enorme stennis heb staan maken bij de kassa omdat ik geen korting kreeg. ‘Maar dat is nooit gebeurd’, zei ik. Jouw reactie: ‘dat weet ik, maar dat hoeven mijn collega’s niet te weten. Als ze het verhaal maar snappen.’

Ook de klokkenverzameling van onze benedenbuurman werd gebruikt als opleidingsmateriaal. Dit verhaal heeft zo veel indruk gemaakt op de cursisten dat ze je een cadeau hebben gegeven. Een spuuglelijke, roze koekoeksklok.
Andere favoriet van je: de getallenreeks van Bert Visscher. Ik mag aannemen dat iedereen  nu weet welke nummers bij de bami gerechten horen.

Ik heb veel met en om je gelachen. Zo stapte je ooit eens, na een avondje stappen met je vrienden, in een aardig beschonken toestand naast mij in bed. Ik had geen zin in dronkenmansgebabbel, dan werden je verhalen nog langer dan ze normaal gesproken al zijn, dus ik deed alsof ik sliep. Je wilde je verhaal toch kwijt en gebruikte je handen om een gesprek te voeren. Linkerhand tegen rechterhand: ‘Slaapt ze ?’ Rechterhand: ‘Misschien…..’ En zo ontspon zich een uitgebreid gesprek tussen jouw handen en terwijl ik lag te schudden van het lachen, viel jij rustig in slaap.

Misschien is trouwens een woord dat je veel gebruikte. ‘Jacco, heb je de planten water gegeven?’ En met een schuldbewuste blik in je ogen zei je dan: ‘Misschien…..?’. Dat betekende dan gewoon ‘nee, dat heb ik niet gedaan.’ Wat dan ook weer niet als een verrassing kwam.

Ik heb zoveel meer verhalen te vertellen, maar niet de tijd om dat nu te doen. Ik hoop dat zo  meteen in de koffiekamer de mensen mooie verhalen over jou met elkaar willen delen.  En dat er vooral veel gelachen wordt.  Dat zou je fijn vinden en ik ook.

Lieffie, we zullen je allemaal enorm gaan missen, maar ik het allermeest.

 

Magie

Sommige werkweken zijn leuker dan de andere, maar de afgelopen week was iedere werkdag er eentje om moedeloos van te worden. Het dieptepunt was wel die dag dat ik verzeild raakte in iets dat men de Magic Estimation (magische schatting) noemt, wat een niet nader te noemen iemand altijd heel monter betitelt als de Tragic Estimation. Wij zijn tegenwoordig heel erg ‘into Agile’ en omdat de Product Owner (producteigenaar) verstek liet gaan,  mocht ik meedoen aan het spelprogramma De Zwakste Schakel. Althans, daar leek het op.

Spelletjes

De inzet was het bemachtigen van schaarse IT-capaciteit voor het 3e kwartaal. Totaal aantal deelnemende issues (kwesties): 60
Een korte samenvatting: Met een man/vrouw of 40 stonden we met de eigen kaarten in de hand rondom een tafel. We moesten ons eigen product inschalen op de maatjes XS tot en met XXL. Daarna mocht men andermans kaarten verschuiven naar een andere plek, meestal de verkeerde kant op. Vervolgens moest je gaan uitleggen waarom jouw kaartje toch echt in eerste instantie op de juiste plek lag en als je mazzel had, werd er gemiddeld. Dit hele gebeuren werd 6 keer herhaald en het hele feest duurde 3 uur lang. Daarna werden we uitgezwaaid en volgde er een Final Call (laatste oproep) met hele belangrijke mensen die, naar ik meen, de kaarten opnieuw hebben geschud.
Uitkomst: twee van mijn kaarten zijn op plek 14 en 22 beland en dat is niet goed, al moet de Big Room Planning (grote kamer planning) nog plaatsvinden.

Niet goed

Snappen jullie het nog? Ik niet en daarom heb ik me iets meer verdiept in het proces rondom de magische schatting. Wat blijkt: zo’n proces mag 30 tot 60 minuten duren en wordt binnen een scrumteam (rugby!) uitgevoerd. Een scrumteam bestaat uit zo’n 5 tot 9 personen en is een multidisciplinair en zelfsturend team. Oftewel, alle benodigde kennis/kunde om een product op te leveren zit in principe in het team.

En wat doen wij? Wij hebben blijkbaar incomplete scrumteams samengesteld waardoor we met 40 mensen staan te vissen in een vijver waarin 1 goudvis rondzwemt. Dat werkt dus niet en levert alleen maar frustratie, onbegrip en het bewandelen van olifantenpaadjes op. En zo draai je heel behendig Agile de nek om. Als dat het uiteindelijke doel is, dan is men daar heel goed in geslaagd.

Hoe is het nu met Marita?

Goed! Ik dreigde donderdag weg te zakken in een diepe poel van moedeloosheid, maar gelukkig was vriend T. daar om mij te redden van de ondergang. Samen een terrasje gepakt, een fles Verdejo soldaat gemaakt en toen zag de wereld er weer een stuk rooskleuriger uit. Drank maakt meer goed dan Agile werken. Waarvan akte.

agile stress

 

 

 

Mamma Mia, honey!

Mensen die mij goed kennen, weten dat ik met enige regelmaat in theaters en filmhuizen te vinden ben. Zo ook de afgelopen week. Op zondag, vanwege het warme weer, het filmhuis opgezocht om Le Grand Bain te bekijken. Een heerlijke feel-good movie, helemaal niets mis mee. Op maandag zat ik bij de buren (Theater aan het Spui) te kijken naar Romana Vrede die een intens mooie voorstelling heeft gemaakt over haar autistische zoon Charlie. De voorstelling speelt ze samen met de mensen van Club Gewalt, een muziektheatercollectief waar ik sinds de ‘chocolade poëzie’ een absoluut zwak voor heb.

Maar ondanks het feit dat ‘Who’s afraid of Charlie Stevens’ een indrukwekkende voorstelling is, het absolute hoogtepunt van de week vond plaats in Utrecht. De studieverenigingen Atlas en Alias gingen samen los op de musical Mamma Mia en aangezien mijn nichtje de regie voerde, moest tante natuurlijk wel even kijken hoe het een en ander had uitgepakt. En man, wat was het een geweldig leuke avond. De voorstelling was vele malen beter dan die vreselijke film. (Meryl Streep, tuinbroek: nee) Soms zaten de zenuwen de spelers wat in de weg, maar dat werd met de nodige zelfspot weg gezongen. Was het altijd zuiver? Nou, nee. Was dat erg? Nee, want het plezier spatte er vanaf en ik word altijd blij van mensen die vol enthousiasme op een podium durven te staan.
De hele voorstelling klopte: het decor, het verhaal, de zang en het dansen. Dat dansen bezorgde mijn zwager nog een kleine hartverzakking, omdat ‘dochter-de-regisseuse’ ook even op het podium verscheen om haar zwoele dansmoves te tonen. En hij vroeg zich al af waarom ze de danspasjes niet thuis in de woonkamer wilde oefenen.

Leukste vertolking? Take a chance on me, door de ontwapende ‘Rosie’ en de ietwat onhandige ‘Bill’. Persoonlijke favorieten? Ja, heb ik! Nu deed iedereen het natuurlijk geweldig, maar ik vond het dynamische duo ‘Rosie & Tanya’ samen prachtig zingen. Het grote succes van ABBA is gestart op het Eurovisie Songfestival in 1974. Zou het niet mooi zijn als Rosie & Tanya volgend jaar Nederland vertegenwoordigen op het Songfestival? Houden we dat hele gebeuren in de Jaarbeurs van Utrecht, dan hebben de dames ook een soort van thuiswedstrijd. Dat kan een mooi feestje worden. Toch?

Ik ga in ieder geval mijn ABBA-elpees opsporen, afstoffen en afspelen op de platenspeler van mijn man. Zal ik Honey Honey even laten zien wie de Dancing Queen bij ons thuis is.

honey honey.jpg

Haantjes

Iemand vertelde mij onlangs dat hij zich in zijn studententijd vaak een vos in het kippenhok heeft gewaand. Oftewel, te veel leuke vrouwen in de buurt waardoor het lastig werd een keuze te maken. Ik kreeg de indruk dat hij ze allemaal wel wilde bespringen. Lijkt me erg vermoeiend, al die testritjes. Waarom niet rustig om je heen kijken, iemand in de mooie diepblauwe, smaragdgroene, reebruine of loodgrijze ogen kijken en gewoon lekker verliefd worden? Of is dat iets dat alleen voor vrouwen, voor mij, zo werkt? Ik kan me niet voorstellen dat als je als vrouw in een hok vol haantjes wordt gestopt, je met al die kerels wilt zoenen. Bij mij betekent zoenen dat de kans erg groot is dat ik met de man in kwestie trouw. En om nu een harem te gaan aanleggen, lijkt me ook niet de bedoeling.

Over haantjes gesproken, ik heb ooit het genoegen gehad om alleen met mannen te mogen werken. Meestal is dat geen probleem, maar nu werd ik opgezadeld met een team van überhaantjes. Toen kreeg ik wel de behoefte om ze allemaal te bespringen, maar niet op een liefdevolle manier. Nee, bij voorkeur met honkbalknuppel en samoeraizwaard de koppen inslaan en eraf hakken. Zoiets.
Ik vraag me nu wel af hoe het voor een man zal zijn als hij in zijn uppie met een groep vrouwen moet werken. Wordt hij dan op alle manieren vertroeteld? Of wordt hij buitengesloten, omdat hij niet mee kan praten over ‘typische’ vrouwendingen als de menstruatiecyclus, lingerie en Tupperware? Als het zo’n woest aantrekkelijke man is, kan het ook nog gebeuren dat er onder de dames een bitchfight uitbreekt om de aandacht van de man in kwestie. Beetje kerel kan dat wel waarderen, vrees ik.

In mijn ervaring zijn teams met alleen haantjes of kippetjes niet de fijnste teams om mee (samen) te werken. Überhaantjes hebben de neiging zich overdreven te profileren ten koste van de andere überhaantjes en kippetjes kunnen nog weleens last hebben van afgunst en jaloezie. Nee, het  beste team blijft wat mij betreft nog altijd het gemengde team. Meer balans en minder gedoe. Mannen en vrouwen lijken meer op elkaar dan we denken. In een team versterken we elkaars goede eigenschappen en verzachten we elkaars minder sterke kanten. Vrouwen worden directer in hun communicatie en mannen blijken ook empathisch te kunnen zijn. Best fijn, al hoop ik niet dat het ‘lekker samen in balans zijn’ gaat leiden (lijden) tot het samen yogaën en in de modder rollen tijdens een Obstacle Run. Er zijn grenzen.

Bij het opruimen van oude bestanden kwam ik bovenstaand stuk uit 2015 tegen. Nooit gepubliceerd, geen idee waarom ik deze tekst zolang op de plank heb laten liggen.