Groepsreis

Als je liever niet alleen op reis gaat of een ander persoon op sleeptouw wilt nemen, dan valt de keuze al gauw op een groepsreis. Een groepsreis is ideaal als je veel wilt zien en zelf zo min mogelijk dingen wilt regelen. Zo kwam het dat ik de afgelopen week met een groep onbekende mensen door Zuid-Italië trok. Vooraf was ik bang dat ik in een groep met ANWB-stelletjes terecht zou komen, maar dat viel gelukkig mee. Er waren maar twee stelletjes en de rest reisde alleen. Wel lag de gemiddelde leeftijd boven de 70, ik was de op een na jongste. Een korte impressie.

De groep

Kijk, in zo’n groep zitten verschillende soorten mensen. Zo heb je de wipkippen. Wipkippen zijn mensen die tijdens een rondvaart van de ene naar de andere kant van de boot wankelen om zoveel mogelijk foto’s te kunnen maken. Ze realiseren zich niet dat de boot daadwerkelijk een rondje maakt, zodat je rustig kan blijven zitten omdat je hoe dan ook alles twee keer te zien krijgt.

Dan heb je nog Kwebbel en Babbel. Dit zijn vaak vrouwen die samen heel gezellig aan het keuvelen zijn en daardoor alle interessante informatie missen die de reisleider met de groep deelt. Vervolgens bestoken ze je met vragen in de wie-wat-waar-waarom-categorie.
‘Waar zijn we?’
‘Italië.’
Verbijsterde blik.

Fotograferen

Fotograferen tijdens een groepsreis is een ramp. De ‘echte’ fotografen hebben een fatsoenlijke spiegelreflexcamera en weten hoe je de beste foto’s kunt maken, de rest knipt in het wilde weg met hun mobieltjes. En doordat ze wild bezig zijn, hebben ze geen oog voor hun omgeving waardoor ik op een deel van mijn foto’s ellebogen, kruinen en smartphones heb staan. De beste foto’s heb ik dan ook gemaakt in de schaarse momenten dat ik alleen was.

Hedendaagse tragedie

Een bevlogen kunsthistorica als reisleidster maakte dat het een interessante en mooie reis werd. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik me nog weinig kan herinneren van San Gennaro en zijn collega-heiligen, de Turken, Grieken, Romeinen en andere overheersers. Wat een blijvende indruk op mij heeft gemaakt, zijn de velden vol dode olijfbomen. Een gevaarlijke bacterie heeft ervoor gezorgd dat de bomen van binnenuit verdrogen en sterven. Miljoenen besmette bomen met als gevolg dat 31.000 mensen hun baan zijn verloren. Met recht een hedendaagse tragedie.

Het was leuk

Je weet nooit met wie je wordt opgescheept, maar mijn reisgenoten waren zonder uitzondering allemaal heel lief en toegankelijk. Fijne gesprekken gevoerd, gelachen, lekker gegeten, gedronken en veel gezien. Ik moest in het begin even wennen aan het feit dat het reisprogramma vastlag, maar het gaf ook wel rust. De reis is zo goed bevallen dat ik overweeg om in het najaar nog een trip te gaan maken. Tenzij tante Corona weer roet in het eten gaat gooien. Of Schiphol.

https://www.src-reizen.nl/reis/napels-en-zuid-italie#PROGRAMMA_ROUTE

Trani

Gemis

Soms kan een oprechte vraag leiden tot een golf van emoties waarvan je dacht dat je die allang had begraven. Het overkwam mij dinsdag. De middag begon goed met een semi-afscheidslunch van het leuke team waarmee ik met veel plezier heb samengewerkt. Slecht nieuws over iemand die me dierbaar is, maakte dat ik me al wat onrustig ging voelen. De tranen kwamen later, toen ik met een ‘nieuwe’ collega een persoonlijk gesprek had. We kennen elkaar nog niet zo lang en al gauw kwam het gesprek op het onderwerp relaties. Ik vertelde over J., over de omstandigheden rond zijn dood en hoe ik me de afgelopen drie jaar door het leven heb geworsteld. En toen stelde ze de vraag. De vraag of ik hem mis. Dat was het moment dat de tranen opwelden. Want ja, ik mis hem.

Men vraagt regelmatig hoe het met mij gaat, maar ik kan me niet heugen dat iemand ooit heeft gevraagd of ik J. mis. Omdat men dat als vanzelfsprekend aanneemt, vermoed ik. Maar ik ben dankbaar dat ze mij deze vraag stelde, want daardoor realiseer ik me dat het grote gemis er nog steeds is. Ondanks de gezellige dingen die ik doe met fijne mensen, is mijn leven zonder J. gewoon minder leuk. Niet dat ik nu depressief door het leven ga, maar het kost me soms moeite om de slingers op te hangen. Het feestje is elders en ik heb niet altijd zin om mee te doen.

Binnenkort vertrek ik naar Zuid-Italië. Voor het eerst sinds lange tijd alleen de grens over. J. neem ik, net als altijd, mee in mijn gedachten. Het gemak waarmee hij contact maakte met andere mensen, zal ik missen. Al strekt het niet tot de aanbeveling om te doen alsof je het mes wil zetten in de spaghetti. Daarvoor heb ik te vaak een geschokte restauranteigenaar  ‘no no no signor’ horen roepen.

Rimpels

Net op het moment dat je denkt in een leuke WhatsApp-groep met gelijkgestemde mensen te zitten, blijk je de enige te zijn zonder een Star Wars-verslaving. Alleen in de winter voel ik enige verwantschap met Chewbacca opkomen, omdat ik dan weinig zin heb om mijn benen te scheren. Maar goed, die groepsapp. Binnenkort begint de nieuwe Star Wars-serie en natuurlijk werd de trailer gedeeld in de groepsapp. Nu heb ik Ewan McGregor altijd een aantrekkelijke man gevonden, maar Obi-Wan heeft toch aardig wat rimpels verzameld in het gelaat en ik meende dit te moeten melden in de groep. Dat had ik beter niet kunnen doen, want volgens een van de heren is ouderdom voor mannen een voordeel. Ik betwijfel dat. De enige andere vrouw in de groep wilde het uitleggen en begon een onsamenhangend verhaal over primaten en vrouwtjes die hun vruchtbaarheid verliezen, maar dat het alfamannetje dan nog wel aantrekkelijk is voor de jongere vrouwtjes. Nu zijn mensen ‘intelligente’ primaten, maar ze had het toch echt over apen.

Tenzij een man geld heeft, zijn de meeste oudere mannen niet aantrekkelijk voor jonge vrouwen. Ik kan me dat tenminste niet voorstellen. Mannen van mijn leeftijd hebben vaak een buik(je), die ze zelf liefkozend het ‘afdakje voor hun gereedschap’ noemen. Ze vergeten dat ook onder een afdakje het gereedschap gaat roesten. Tel daarbij op dat het hoofdhaar zich op miraculeuze wijze verplaatst naar de oren en neusgaten, dan wordt het geheel toch hoogst onaantrekkelijk. In het ergste geval kleden ze zich ook nog heel jeugdig en persen ze zich in een skinny jeans, waardoor de overkapping nog meer in het oog springt. En dan hoop je maar dat dat het enige is dat springt..

De voordelen van ouderdom? Ik zie ze niet.  

Drag

In een tijd waarin negativiteit de boventoon voert, heb ik vooral behoefte aan schoonheid en lichtheid.  Op Instagram worden alleen leuke mensen gevolgd, het Twitter-account is opgezegd en op tv kijk ik tegenwoordig naar RuPaul’s Dragrace. Ik ben over het algemeen geen ‘binge watcher’ maar ik kan echt uren naar dit geweldige programma kijken.

Logischerwijs ben ik halverwege seizoen 13 begonnen met kijken op MTV en dat alleen omdat Kandy Muse ruzie had met Tamisha Iman. Gefascineerd door het feit dat mannen, dressed as girls, ruzie maken als een stel hysterische wijven, moest ik wel blijven kijken. Wie zijn deze mannen en waarom hebben ze voor deze kunstvorm gekozen? Zelfexpressie, entertainment? En wat doen ze eigenlijk bij zo’n Dragrace?

Gelukkig is RuPaul’s Dragrace ook op Netflix beschikbaar en kon ik beginnen met seizoen 1, vanavond heb ik  seizoen 10 afgerond. Een periode van 10 jaar waarin je het programma ziet groeien. Werd de winnaar in het eerst seizoen nog gekroond in de studio zonder publiek, nu is het een live show in een groot theater. Maar de mensen blijven hetzelfde. Mooie én lelijke mannen, maar ook non-binair en transgenders, dik én slank, die zichzelf transformeren in prachtige vrouwen.

Dragrace is een afvalshow, waarin veel van de deelnemers wordt gevraagd. Naast het jezelf leuk kunnen presenteren op de catwalk, moet er ook worden gezongen, gedanst en geacteerd. Een van mijn favoriete onderdelen is de Snatchgame, waarin de deelnemers een bekend iemand moeten nadoen. Maar de verhalen van de mens ‘achter de drag’ zijn het mooist, hoe confronterend deze verhalen soms ook zijn. Want ‘anders zijn’ wordt niet door iedereen geaccepteerd. Een man is een man, een vrouw is een vrouw en wij zijn allemaal hetero. Waarom is het zo moeilijk om iemand te accepteren en te respecteren voor de persoon die hij/zij/hen is? Discriminatie, geweld, verkrachting en exorcisme (!): niemand zou hieraan blootgesteld mogen worden.  

Ondanks de soms verdrietige achtergrondverhalen, geniet ik van de verschillende persoonlijkheden die meedoen aan het programma. Arrogante types, ruig uitziende types die heel lief blijken te zijn, vervelende ‘vrouwenkliekjes’, grappige dames, luide tantes en naaktlopers: het blijft mij intrigeren. In augustus komt een van mijn favorieten, Bianca del Rio, naar Amsterdam en ik heb de kaartjes al in huis. Verheug me er nu al op.

Kluizenaar

Opeens weet je het… je wordt kluizenaar. Was ik in het begin van de pandemie ervan overtuigd dat ik ‘later’ minstens twee dagen in de week naar kantoor zou gaan, inmiddels ga ik liever helemaal niet meer de deur uit nu het openbare leven zich weer normaliseert. Ik realiseer me dat ik gewoon niet dol ben op de aanwezigheid van andere mensen, uitzonderingen daargelaten, en dat ik toch ook een hoop dingen niet heb gemist in de afgelopen twee jaar. Een korte opsomming.

Knaag- en stinkdieren

Nu de meeste coronamaatregelen zijn afgeschaft, wordt er als vanouds volop gebruik gemaakt van de trein. Toen we nog een mondkapje moesten voorbinden, werd er nauwelijks gegeten in de trein. Maar nu? Er wordt enthousiast geknaagd op appels, wortels en ander konijnenvoer. Ik háát het geluid van malende kaken. Ook de snuivers en rochelaars zijn weer terug, net als de stinkerds. Stinkerds zijn mensen die rieken naar frituur, afhaalchinees, hutspot, zweet en/of zware shag. Bah.

Collectanten

Ergens leek het me een goed idee om zelf weer naar de supermarkt te gaan, maar na een paar keer te zijn besprongen door collectanten, begin ik daar niet meer aan. Wat moeten die mensen in mijn aura? Met hun tablets waarop ik meteen mijn gegevens mag invullen zodat ik maandelijks astmatische cavia’s in Peru kan voorzien van zuurstofpompjes. Nee, ik geef graag aan goede doelen maar niet zo. En de boodschappen? Die laat ik weer bezorgen.

Drukte

Alles mag en kan weer, dus gaat de buitenwereld los met teamactiviteiten, donderdagmiddagborrels en andere ongein. Laat ik daar nu heel ongelukkig van worden, zeker als er ook nog een soort van verplichting aan vastzit. Hoe groter de groep, hoe vervelender ik het vind worden. Mensen in groepen zijn druk en ik houd van de stilte. Natuurlijk vind ik het best gezellig om de kroeg in te gaan, maar dan met een (hele) kleine groep mensen. En daarna snel weer naar huis om te genieten van de rust. In campingoutfit, op de bank, met chips en Netflix.

Eigen wereldje

Voor mezelf is het bovenstaande niet verrassend, ik ben altijd al graag op mezelf geweest. Maar het leven bestaat uit deelnemen aan alles wat een ander voor je bedacht heeft: school, familiebijeenkomsten, een baan. Activiteiten waarin je ‘noodgedwongen’ moet omgaan met andere mensen. Nu lukt me dat best aardig, maar soms vind ik het een gedoe. Door twee jaar te moeten thuiswerken, heb ik gemerkt hoe lekker ik het vind om niet constant omringd te zijn door groepen mensen. Man had gelijk toen hij ooit eens opmerkte dat we allebei de neiging hebben om ons terug te trekken in een eigen wereldje, zeker als een van ons er alleen voor zou komen te staan. Samen waren we op onszelf en alleen ben ik een semi-kluizenaar aan het worden. Ik geloof niet dat ik dat erg vind.

Mening

Ieder mens heeft een mening. Je kan een eigen mening hebben, hoewel er ook mensen zijn die de mening van de massa adopteren omdat dat nu eenmaal gemakkelijker is. Meningen kunnen verfrissend zijn, afwijkend, verschillend of verdeeld. Meningen kunnen gehoord worden of genegeerd. Sommige mensen hebben overal een mening over, ook als ze er geen verstand van hebben. Deze groep, die zijn mening niet onder stoelen of banken wenst te steken,  wordt groter. Schreeuwend, opdringerig, betweterig, soms hijgerig en al dan niet anoniem, via de sociale media.

Je hoeft niet altijd je mening te verkondigen, een mening kan je ook voor je houden. Het enige wat je moet doen, is écht luisteren naar een ander. Je hoeft het er niet mee eens te zijn of je kan er alles van vinden, maar soms past alleen de stilte. Wees respectvol, toon begrip en krijg last van plaatsvervangende schaamte. Laten we een beetje lief zijn voor elkaar, er gaat al genoeg mis op deze planeet.  

Rust

Rust, daar hou ik van. Rust in mijn hoofd, rust in mijn omgeving, de rust om in alle rust iets voor mezelf te doen. Ik verlang soms naar vroeger, naar de tijd waarin de smartphone nog niet bestond. De tijd waarin je alleen maar een vaste telefoon had en niemand het vreemd vond als je de telefoon niet opnam. Want je was vast niet thuis en de beller probeerde het later wel weer een keertje opnieuw. Nu verwacht men dat je 24/7 ‘aan’ staat en breekt de pleuris uit op het moment dat je het aangeboden gesprek niet beantwoordt. Je ontvangt appjes, sms’jes en in het ergste geval worden familieleden of vrienden lastiggevallen met de vraag waarom jij niet te bereiken bent. Beste mensen, soms (vaak) heb ik helemaal geen zin een gesprek. Ik praat een groot deel van de werkdag al met mensen  en in mijn vrije tijd heb ik daar helemaal geen zin in. Bovendien neem ik nooit de telefoon op als ik aan het koken ben, als ik zit te eten, tijdens het schrijven, het kijken van een film of het lezen van een goed boek. En als ik me in een openbare ruimte bevind, neem ik zeer zeker de telefoon niet op. Ik snap daar sowieso niets van, dat mensen urenlang privégesprekken op straat of in het openbaar vervoer kunnen voeren. Ik voel me al bezwaard als ik mijn vader in de trein bel om te melden hoe laat hij mij in Groningen kan verwachten, laat staan dat ik gezellig ga zitten keuvelen over niets. Want laten we eerlijk zijn, de meeste gesprekken gaan ook over niets.

Prietpraat

Toegegeven, ik heb domweg niets met gesprekken die volgens het volgende scenario verlopen:
“Hoi, met mij. Hoe gaat het met je?”
“Goed, en hoe gaat het met jou?”
“Ja, ook goed. Regent het bij jou ook?”
Als je het weerpraatje achter de rug hebt, gaat zo’n gesprek vervolgens over Corona, mensen die je niet kent maar klaarblijkelijk heel vervelend zijn, kwalen als aambeien en jicht, Netflix-series, vakantieplannen, kinderen en het werk. Terwijl de ander kwebbelt, zit ik met mijn gedachten elders en hum ik wat voor de vorm. Niet heel aardig van me, ik weet het maar ik raak nu eenmaal gauw verveeld en zelf bel ik het liefst alleen als het echt noodzakelijk is.

Om mezelf de broodnodige rust te verschaffen en ter voorkoming van het moeten voeren van een prietpraatgesprek, zet ik mijn smartphone soms op ‘stil’. Niet altijd, ik wil een ander niet het genoegen ontzeggen op een gesprek met (tegen) mij, maar zo nu en dan. Als het mij uitkomt. Het interesseert me niet  wat een ander daarvan vindt, ik vind het prettig. Mijn leven, mijn recht op rust.

Oubollig

De werkgever heeft een leuk idee. Iedere medewerker mag een top 3 van liedjes indienen, waarmee een top 2022 wordt samengesteld. De meeste collega’s reageren enthousiast, maar er is er toch een enkeling die het een verschrikkelijk idee vindt. Want het zal vast een oubollige lijst worden, omdat dan heel duidelijk wordt dat de gemiddelde leeftijd binnen ons bedrijf aan de hoge kant is. Kortom, het wordt een lijst van oude meuk, samengesteld door bejaarden die terugverlangen naar hun jeugd. Mijn opgetrokken wenkbrauwen vielen bijna van mijn hoofd toen ik het las. Je muzikale voorkeuren worden weliswaar gevormd in je jeugd, maar dat betekent toch niet dat je ‘hedendaagse’ muziek niet weet te waarderen? Iets kan niet je smaak zijn, maar eigenlijk is muziek gewoon tijdloos. Er zijn door de jaren heen zulke mooie dingen gemaakt, dat noem je toch niet oubollig. Kom maar op met die lijst!

Top 2000

Normaal gesproken luister ik tijdens werkuren niet naar muziek, iets met gauw verveeld zijn en daardoor snel afgeleid, maar in deze tijd van het jaar luister ik altijd met veel plezier naar de Top 2000. Het brengt mooie herinneringen naar boven. Een bijna uitgestorven kantoorpand en dan met collega’s dansen op Dancing Queen of samen met een collega losgaan op Ich bin wie Du. En dat er dan nog meer mensen in het pand blijken te zijn die ongerust komen vragen of het wel goed met ons gaat, gezien het kattengejammer. Tja, niet iedereen kan zingen.  

Nu we gedwongen thuis moeten werken, mis ik de verbinding die muziek in deze periode van het jaar brengt en zit ik alleen met mijn herinneringen. Herinneringen aan een concert van Anneke van Giersbergen in Vera (Groningen), Fleetwood Mac in Het Sportpaleis (Antwerpen) en Rammstein in Ahoy. Gisterochtend stond ik in mijn eentje te dansen op More than a Woman van The Bee Gees en zit ik nu mee te zingen met Limburg van Rowwen Hèze. Maar dan met het verkeerde accent. Heerlijk!
Ik ontdek nieuwe muziek, hoor nummers die mij werkelijk niets doen, maar bovenal geniet ik van een lijst met muziek uit 1956 tot en met 2021.

Lijstje

Nog even terug naar het woord oubollig. Het betekende oorspronkelijk koddig, gek of dwaas, maar wordt de laatste jaren vooral als synoniem voor ouderwets en kneuterig gebruikt. Misschien omdat mensen denken dat het woord eigenlijk oudbollig is? Ben ik oud? Mwah. Ben ik bollig? Eh, ja. Maar ben ik ouderwets? Nee zeg! Lever ik bij de werkgever een lijstje van 3 liedjes aan? Nee. Ik zou niet weten welke nummers ik zou moeten kiezen, het aanbod is te groot. Bovendien is de kans aanwezig dat ik met liedjes uit de jaren 80 kom aanzetten en dat die enkeling me dan een oude graftak vindt. Die eer laat ik graag over aan mijn bejaarde collega’s. De boomers.

©enchanted little world

Kerstboom

December vind ik de meest vervelende maand van het jaar en de verplichte gezelligheid kan me ook nooit snel genoeg voorbij zijn. De laatste keer dat ik een kerstboom in huis had staan, was in 2009. De jaren daarna vond ik het niet de moeite waard om een boom neer te planten, we waren immers toch niet thuis met de kerst en het is zo’n gedoe, dat op- en aftuigen. Dus wat bezielde mij om twee maanden geleden een kunstkerstboom met geïntegreerde lampjes aan te schaffen? Het moet een vlaag van verstandsverbijstering zijn geweest. Of probeer ik het voor mezelf nog een beetje gezellig te maken in deze donkere coronatijden? Ik heb werkelijk geen idee.

Gisteravond was ik eindelijk zover om de boom uit zijn doos te bevrijden. Ik trof drie boomonderdelen, een voet voor de boom, drie oogbouten en een stekker aan. Plus twee vellen A2-papier met daarop een werkinstructie in twintig talen. Alsof je een werkinstructie nodig hebt voor het opbouwen van een boom. Enfin, de voet uitgeklapt, de oogbouten in de daarvoor bestemde gaatjes geduwd en het onderste deel van de boom in de voet geplaatst. Terwijl ik liggend op de grond de oogbouten vastdraai, vallen de grote takken alvast in positie. Op mijn hoofd. Ondanks dat het een nepboom is, prikken de harde naalden. Het is verdorie net een echte boom, er liggen zelfs al naalden op de grond.

Nadat ik vloekend en tierend onder de boom ben weggekropen, is het tijd voor het  plaatsen van het tweede en derde onderdeel van de boom en het koppelen van de verlichting. Simpel. Daarna begint het echte werk: het uitvouwen van 767 (!) takjes. Takjes naar links, takjes naar rechts en takjes die liever rechtop staan. Ik ben er al zat van, maar dan moet de boel nog worden versierd. De kerstballen hebben twaalf jaar geleden voor het laatst het daglicht aanschouwd, maar verkeren nog in goede conditie. Ik blijk veel blauwe ballen te hebben, afgewisseld met wat wit, rood, roze en goud. Mijn oude piek blijkt niet te passen, daarvoor is de bovenste tak te dik. Dan pleuren we er wel een vogeltje in, dat blauw is en op 215 centimeter hoogte nauwelijks opvalt. Zilveren slingertjes erin en klaar is Marita.

Ik moet toegeven dat het er gezellig uitziet, zo’n verlichte en versierde boom. Het is alleen wel veel moeite voor drie weken plezier. Begin januari gaan we de boel weer aftuigen. Ben nu al moe.

Vintage bal!

JP

Dinsdagochtend tegen tienen, de werktelefoon gaat. Ik zie wie er belt en ergens bekruipt me meteen het gevoel dat de beller slecht nieuws voor me heeft. Dat klopt: JP is dood. Zomaar, plotseling. Het gesprek met de beller is emotioneel, zij huilt en ik ben van slag. De tranen komen later, op het moment dat meer collega’s met mij contact opnemen. Omdat JP en ik een speciale band hadden, al was ik me dat nooit zo bewust.

JP was een bijzonder mens. Niet altijd gemakkelijk voor zijn omgeving, maar zeker niet voor zichzelf. Een man met een voor velen onleesbare handleiding, die ik in mijn schoot geworpen kreeg toen ik als 24-jarige zijn leidinggevende werd. Gelukkig voor ons beiden begreep ik de gebruiksaanwijzing: zo direct mogelijk communiceren en zo nu en dan een aai over de bol of een draai om de oren. Iedere nieuwe medewerker die bij ons kwam werken, kreeg dat laatste trouwens meteen te horen: ‘Zij heeft mij gemept’. Angstige blikken werden mij toegeworpen en daar had hij dan de grootste lol om.

Ik heb veel teams onder mijn hoede gehad en JP verhuisde vaak met mij mee naar een ander team, omdat dat voor ieders gezondheid de beste oplossing was. Hij hield niet van drukte en lawaai, wat schier onmogelijk is als je moet werken in een kantoortuin, maar hij vond het ook fijn om deel uit te maken van een team. Sociaal bewogen en altijd bereid om een collega te helpen, maar die je op zijn tijd gewoon met rust moest laten of tegen zichzelf in bescherming moest nemen.

Terwijl ik dit schrijf, komen er allerlei herinneringen naar boven drijven. Over de tijd dat we met een klein team op een aparte locatie zaten en JP ’s ochtends voor de koffie zorgde. Over strings, recepten, buschauffeurs, de kapper, T-shirts en kerstbomen.  Over groepsknuffels en het uitdelen van corrigerende tikken. Zoveel mooie herinneringen en ik vind het intens verdrietig dat JP alleen was toen hij stierf.  

Met JP heeft de wereld een goed mens verloren. Rust zacht lieverd, ik ga je missen.