Smartwatch

Ik ben in het bezit van meerdere horloges, maar ze hebben óf een nieuwe batterij óf een nieuw bandje nodig. Voor batterijen en bandjes ging ik altijd naar meneer Kronos in Groningen en ik heb in Den Haag nog geen nieuwe meneer Kronos gevonden. Bovendien zijn alle niet-essentiële winkels dicht, dus het heeft weinig zin om nu naar de perfecte horlogeman (of vrouw) te gaan zoeken.  Maar omdat ik wel graag een deugdelijke horloge om de pols wil hebben en omdat ik door het thuiswerken te weinig beweeg, leek het mij een zinvolle gedachte om een smartwatch aan te schaffen. Eentje zonder al te veel toeters en bellen, een stappenteller zou voldoende zijn. Dacht ik. Mijn favoriete webshop blijkt alleen smartwatches van het uitgebreide soort te hebben en uiteindelijk valt de keuze op een horloge dat leuk bij mijn smartphone past.

Het ding wordt in de laatste week van 2020 bezorgd en het is meteen feest als ikzelf het bandje mag bevestigen. Na tien minuten priegelen en schelden is het bandje eindelijk bevestigd. Ik maak een keuze uit een verscheidenheid aan wijzerplaten en dan ben ik er al zat van. Op oudjaarsdag fiets ik naar het leukste eetcafé van Den Haag om bieroliebollen te kopen en bij thuiskomst blijkt dat het horloge zelf heeft bepaald dat ik heb gefietst en dat ik daarmee een aantal calorieën heb verbrand. Gelukkig kan het ding niet ruiken dat ik oliebollen heb gekocht. Het bemoeit zich ook overal mee. Zit je te lang te werken dan krijg je enge vibraties aan de pols en de mededeling dat het tijd is om te bewegen. Een pluspunt is dat hij (het is echt een hij) met weinig  tevreden is, een paar stappen richting de koelkast levert je al de reactie ‘perfect!’ op. Ik begin het een leuk horloge te vinden, nu nog wat meer bewegen.

Op 4 januari is het ‘eindelijk’ zover; Marita zet het vermoeide lijf aan het werk. In de lunchpauze wandelen naar de bakker en na het werk een wandeling naar de bloemist. Zeventig minuten, 7407 stappen en een regenbui verder en ik herinner me weer dat wandelen niet echt mijn ding is. Ik krijg werkelijk geen energie van een stom blokje om en zeker niet als het miezerig en koud weer is. En ik moet een écht doel hebben: een museum, de bibliotheek, het filmhuis, een terras, strandtent of restaurant. Bovendien vind ik het wel een prettig idee als ik onderweg naar ergens de mogelijkheid heb om naar een toilet te kunnen gaan. Dus zolang het hele sociale leven op zijn gat ligt, blijft deze vrouw met haar smartwatch thuis. Dat moge duidelijk zijn.

Plaatsvervangende schaamte

De eerste lockdown was in mijn herinnering nog maar net gestart toen de eerste wanhoopskreten uit thuiswerkend ambtenarenland al te horen waren. Men kwam plots tot het besef dat er ook thuis gepiest en gepoept moest worden en dat men zelf verantwoordelijk was voor de aanschaf van toiletpapier. Toiletpapier, het populairste hamsterproduct in de maand maart en ook best prijzig als je je billen wenst af te vegen met 4-laags puppypapier. Kortom, men was van mening dat de werkgever maar moest betalen voor toiletpapier en, niet te vergeten, de koffie. Koffie, ook al zo’n duur product.

Nu maak ik sinds begin dit jaar weer deel uit van een ambtenaarsgilde en helaas vonden enkele collega’s dat ook zij recht hadden op een pleepapiervergoeding. Ik kreeg er plaatsvervangende schaamte van. Een paar maanden later kwam men tot de ontdekking dat er ook stroom werd verbruikt en dat het verwarmen van een huis niet niets kost, dus ja daar moest dan toch echt een vergoeding tegenover staan. Nu kan ik natuurlijk niet in de portemonnee van een ander kijken en zullen er ongetwijfeld mensen zijn die het geld goed kunnen gebruiken. Om andere redenen dan het moeten thuiswerken. Persoonlijk lijkt het mij een stuk lastiger om te moeten werken aan de keukentafel, omringd door thuiswerkende partner en je kinderen die online hun schoollessen volgen, dan dat je moet overstappen op 1-laags toiletpapier van het schurende soort.

Ik wil die thuiswerkvergoeding dus niet, want ik vind dat ik niet mag klagen. Het thuiswerken heeft ook voordelen: je hoeft niet te reizen en je kan tussen de bedrijven door iets huishoudelijks ondernemen. Ik heb een dak boven mijn hoofd, heb werk en krijg mijn salaris elke maand keurig overgemaakt op mijn rekening. Er komt brood op de plank en ik hoef ook niet te bezuinigen op de aanschaf van toiletpapier en koffie. Om mij heen zie ik kleine zelfstandigen worstelen om het hoofd boven water te houden, gaan prachtige bedrijven failliet en verliezen mensen hun werk. En wat te denken van de jongeren die in deze tijden geen stageplek kunnen vinden om hun opleiding goed af te ronden? Dus nee, ik mag als ambtenaar zeker niet klagen.

In november heb ik mijn thuiswerkvergoeding ontvangen en deze heb ik overgemaakt aan twee goede doelen op het gebied van gezondheid. Voor mij is dat het enige juiste dat ik kon doen met het geld. Ik voelde me doodongelukkig met die thuiswerkvergoeding, wetende dat anderen het een stuk zwaarder hebben in hun leven in deze Corona-tijden. Wat ik mis in mijn leven is van immateriële aard en dat valt überhaupt niet te vervangen.  Ik hoop dat anderen hun thuiswerkvergoeding daadwerkelijk gaan besteden aan toiletpapier, koffie, het inrichten van een goede werkplek en de gas- en lichtrekening. Een mens mag hopen.

Moeder

Mijn moeder was de leukste, de liefste, de vrolijkste, het spontaanste van allemaal.  Nu zullen veel mensen dat zeggen over hun eigen moeder, maar dat interesseert me niet. De mijne was de leukste en nu moeten we haar missen. Je weet dat er ooit een moment komt dat je afscheid moet nemen van je ouders, maar zo’n moment komt altijd te vroeg. In het geval van mijn moeder kwam dat moment ook behoorlijk onverwacht. Naast al het geregel dat een overlijden met zich meebrengt, proberen we als familie de mooie herinneringen op te halen. Of zoals zo mooi op een condoleancekaart geschreven stond: “Er is niets dat voorgoed verdwijnt, als men de herinnering bewaart.”  De afgelopen dagen hebben we veel gehuild maar ook veel gelachen, omdat mijn moeder nu eenmaal een geweldig vrolijk mens was met veel humor. Ik heb duizenden mooie herinneringen aan mijn moeder, een paar daarvan wil ik graag met jullie delen.

Herinneringen

Als mijn broer en ik uit school kwamen, zat ze klaar met een kopje thee en een koekje. Wij vonden dat fijn, zo’n moeder die er altijd was. Op de camping hadden onze drie achternichtjes ook elke dag een thee-uurtje met tante Geertje, die eigenlijk een derde oma voor de dames was.

De deur stond altijd open, iedereen was welkom. Met Oud & Nieuw zat bij ons het huis altijd vol.

Mijn moeder kon enorm de slappe lach hebben. Het kwam voor dat ze me opbelde omdat ze iets leuks wilde vertellen en dat ik door de schaterlach werkelijk geen idee had wat ze precies had meegemaakt. Wel had ik zelf de slappe lach gekregen.

Toen we klein waren, zette mijn moeder ons rustig voor een film met kannibalen. Als we in de dagen daarna vervelend werden, zei ze altijd: ‘als jullie nu niet ophouden, vreet ik jullie op.’ Dat vonden wij toch best wel heel erg eng.

Mijn moeder was creatief, ze schilderde graag landschappen. En ze hield enorm van zingen. Als mijn vader en ik naar voetballen waren, bleven zij en mijn broer thuis om muziek te maken. Ze kon ook een gemeen stukje mondharmonica spelen, al kan ik me alleen herinneren dat ze ‘Roodborstje tikt’ uit die harmonica kon krijgen.

Mijn broer en ik kennen van geen enkel kinderliedje de oorspronkelijke tekst, want mijn moeder maakte haar eigen teksten.

Mijn moeder had voor veel mensen een bijnaam, van Winnetou tot Mina Rukwind.

Mijn moeder sprak geen Frans, maar stapte rustig in Parijs met tante K. in het kielzog op de metro. Ze wilde kaartjes kopen om naar de ‘Eiffeltower’ te gaan, maar de loketbediende begreep haar pas na het nodige handen-en-voetenwerk. Hij: ‘Aaah, Tour Eiffèl!’. Mijn moeder: ‘ja, wat dacht jij dan, kloothommel.’  

Mijn moeder was stapelgek op haar twee kleinkinderen en ‘kleinhond’ Bo. En alle drie waren ze stapelgek met haar.

Potpourri

Mijn moeder hield van muziek en hield van verschillende genres. Jaren geleden hebben we ooit eens gevraagd welke nummers zij tijdens haar uitvaart gespeeld wilde hebben en ze noemde zoveel nummers op, dat ze zei ‘dou mie moar een potpourri’. Uiteindelijk hebben we een groot deel van haar lievelingsnummers tijdens de uitvaart kunnen draaien, waaronder Blue eyes cryin’ in the rain van Willie Nelson:

“In the twilight glow I see them
Blue eyes cryin’ in the rain
When we kissed goodbye and parted
I knew we’d never meet again

Love is like a dyin’ ember
Only memories remain
Through the ages I’ll remember
Blue eyes cryin’ in the rain”

Loodgieter

Loodgieter. Ik heb het altijd al een ietwat dubieuze beroepsgroep gevonden. Toegegeven, er bestaan prima loodgieters maar het duurt eventjes voordat je die hebt gevonden. Nu kan ik een heel verhaal gaan ophangen over die ene loodgieter die jaren geleden, starend naar de oude riolering die onder ons huis doorliep, de legendarische woorden ‘wel het dat doan’ (wie heeft dat gedaan) uitsprak. *  ‘Geen idee man, we waren er niet bij.’ Maar dan wordt het een hele lange blog, dus voor nu laat ik het bij mijn recente ervaringen met het fenomeen loodgieter.

De mensen die mij kennen of volgen, weten dat ik onlangs een leuk huis heb gekocht. Een oud huis, maar wel eentje dat volledig verbouwd is. Voor de kenners: zo’n Funda-huis. Helaas bleek op dag 1 al dat er ergens iets niet goed zit in het huis. Uit de wastafel komen angstaanjagende geluiden zodra de bovenburen de wasmachine aan hebben staan. Het is net alsof ik in een golfslagbad woon en iemand standje ‘tsunami’ heeft aangezet, met als gevolg dat er kots-en-klots-geluiden uit de badkamer komen. Heel luid. Ik heb een poging gedaan om aan de geluiden te wennen, maar toen de herrie ook in de keuken uit de afvoer kwam, werd het tijd om actie te ondernemen. Dus op zoek naar een loodgieter in mijn nieuwe woonplaats.

Met behulp van Google maak ik een keuze uit de vele loodgieters die Den Haag rijk is. De website van de loodgieter heeft een online formulier en belooft dat je binnen een uur wordt teruggebeld. Uit beroepsmatige interesse vul ik het formulier in en wacht gespannen op een telefoontje. Een uur blijkt een rekbaar begrip en heb ik na drie dagen zelf maar gebeld.
‘O ja, ik zie dat wij u nog moeten terugbellen. Heeft de klus veel haast?’
‘Nee.’
‘De planner belt u morgen voor het maken van een afspraak.’
De planner belde inderdaad de volgende dag en we maken een afspraak voor de maandag tussen 9 en 12 uur. ‘Ze bellen een half uur van tevoren.’

Het is maandag en natuurlijk komt er niemand opdagen tussen 9 en 12. Om kwart over 12 bel ik zelf maar. ‘Sorry, maar de werkzaamheden lopen uit. Maar we komen vandaag echt hoor, we bellen een half uur van tevoren.’ Ergens had ik op dat moment al het gevoel dat er niemand meer zou komen en helaas klopte mijn voorgevoel. Volgende dag maar weer eens gebeld:
‘Oh, is ‘ie niet geweest? We hebben het ook heel druk en er is wat privé-gedoe. Maar we laten we een afspraak maken voor volgende week maandag.’ Dacht het niet en toen ik aangaf dat ik liever iemand anders wilde bellen, gaf de man me groot gelijk. (!)

Na nog een ervaring met een niet-terugbeller, heb ik de buren gevraagd om een betrouwbare loodgieter. En het lijkt erop dat ik nu een betrouwbaar bedrijf heb getroffen. Is het probleem nu opgelost? Nee, maar er is in ieder geval geen sprake van een verstopping. Het lijkt erop dat de pretletters die het huis hebben verbouwd, bij de aansluiting van de nieuwe keuken iets geks hebben uitgespookt. Om te bekijken wat ze precies hebben gedaan, moet de loodgieter in de keuken onder de vloer kijken. Laten die pretletters nou het luik hebben verstopt onder de nieuwe vloer. Kortom, ik moet nog een luik laten zagen. Wordt vervolgd.

* Bert Visscher heeft ook ooit eens zo’n wel-het-dat-doaner over de vloer gehad. Toen ik de show in de Stadsschouwburg van Groningen zag, bracht het de nodige herinneringen naar boven. Hilarisch! https://www.youtube.com/watch?v=80yC2kPHm6o

Weekendje weg

Afgelopen zaterdag stond een ‘diner met matties’ op het programma. Geen deurmatties maar vrienden, voor alle duidelijkheid. Plaats van handeling: Amsterdam. Omdat ik er geen zak aan vind om ’s avonds laat een trein te moeten halen terwijl het nog hartstikke gezellig is, boek ik liever een hotelovernachting. Nu vind ik het sinds het overlijden van J. best spannend om alleen op pad te gaan, al moet ik er al helemaal niet aan denken om met iemand anders te moeten reizen, ongeacht wie het is. Dus dit weekend was een test om te kijken of ik het nog kan, alleen een weekendje weg. En dan is Amsterdam een goede plek om te starten, want het is immers bekend terrein.

Amsterdam ligt net als Den Haag in de rode gevarenzone. En net als thuis krijg je op straat het idee dat die rode zone helemaal niet bestaat. Het was alsof ik niet weg ben geweest, de fietsers en pooierbakken scheuren nog steeds opgefokt rond en ook de bakfietsmokkels zijn helaas nog in groten getale aanwezig, met hun bakfietskindertjes en schoothondjes. Het volk krioelt er lustig op los, alsof Corona een feestje is dat ergens anders wordt gevierd. Alle hulde voor de mensen in de horeca, die er een dagtaak aan hebben om de meute in bedwang te houden. Ieder café, restaurant én museum dat ik heb bezocht, houdt zich strikt aan de regels. Voordat je überhaupt binnen mag komen, word je gedesinfecteerd en vervolgens geregistreerd als een niet-risicogeval. Bij twijfel staat er iemand klaar met zo’n wattenstaaf van anderhalve meter om zo nodig ter plekke een Coronatest op je los te laten. Als alle voorzorgsmaatregelen achter de rug zijn, krijg je een barcode op je voorhoofd gestempeld en mag je eindelijk plaatsnemen aan een tafeltje. Allemaal heel veilig dus.

Ook het matties-dinertje verliep heel veilig, al was het jammer dat de helft van het matties-bestand heeft moeten afzeggen vanwege niet-Corona-gerelateerde omstandigheden. Maar A. en ik hebben het samen heel gezellig gehad en hebben lekker kunnen bijpraten.  Fijn restaurant, goed eten, lekkere wijn; het werd een latertje in De Pijp.

Conclusie van 2 nachten in een hotel in de oude woonomgeving? Ik kan het nog, alleen een weekendje weg.

Trouwdag

We deden eigenlijk nooit veel aan onze trouwdag. Meestal waren we op die dag op vakantie en gingen we lekker uit eten. Net als op alle andere dagen van de vakantie trouwens. Vorig jaar zouden we onze trouwdag vieren in Dubrovnik, maar het lot besliste anders. Ik herinner me dat ik het een ongekend moeilijke dag vond. En dit jaar? Dit jaar zat ik op 3 september bij de notaris om een handtekening onder mijn testament te plaatsen. Altijd handig om te hebben, zo’n testament, als weduwe met een eigen huis in Den Haag.

Het was een grijze en natte dag, afgelopen donderdag. Toen ik het pand van de notaris verliet met een afschrift van het testament in de tas,  bekroop me het gevoel dat ik deze dag toch moest vieren. We zijn bijna 20 mooie jaren samen geweest en al die fijne herinneringen moet je blijven koesteren, al brengt het ook het nodige verdriet met zich mee. Dus op onze 17e trouwdag heb ik gebakjes gehaald bij de bakker en mezelf getrakteerd op een vrolijk boeket bloemen. Jacco draaide op donderdag altijd een avonddienst en ging daarna een vette hap halen. Nu wil ik die traditie niet adopteren, maar op mijn trouwdag vond ik het prima om aan de patatten en de kroketten te gaan. Weliswaar niet van cafetaria De Viersprong en ook niet zo goed, maar met een goed glas wijn valt alles weg te spoelen.

Al met al ben ik de dag goed doorgekomen, maar de moeilijke dagen blijven. De afgelopen periode was sowieso lastig met het regelen van twee verhuizingen. Ik vond het nogal confronterend om in m’n eentje tussen de restanten van een gezamenlijk leven te zitten. Maar langzamerhand begin ik mijn draai te vinden in mijn nieuwe huis en de nieuwe buurt. Ik heb hele fijne buren en binnenkort hebben we onze eerste borrel, bij mij thuis. Gelukkig heb ik voldoende ruimte en kunnen we met z’n vijven gemakkelijk anderhalve meter afstand van elkaar houden. Vanochtend las ik in de krant de volgende quote van een rouwspecialist: “Rouw verwerk je niet, je overleeft het”. Dat klopt en iedere dag wordt het een heel klein beetje gemakkelijker.

Boodschappen

Het doen van boodschappen is in deze Corona-tijd een uitdaging. We worden allemaal geacht om binnen te blijven en als we dan toch naar buiten moeten, minstens anderhalve meter afstand van elkaar te houden. Ik ga alleen naar buiten als er boodschappen gehaald moeten worden, in de praktijk kom ik dus 2 tot 3 keer per week mijn hok uit. Het juiste tijdstip om ongestoord te kunnen winkelen in de supermarkt heb ik nog niet helemaal helder, maar gelukkig houden de meeste mensen ruim afstand van elkaar en komt men alleen naar de winkel. (helaas zijn er altijd uitzonderingen die de regel bevestigen)

Gisterochtend was ik op tijd wakker en liep ik al voor 9 uur in de supermarkt rond. Om snel te kunnen winkelen, hanteer ik het welbekende boodschappenlijstje. Bij voorkeur rekening houdende met de meest efficiënte looproute. Starten met groente & fruit en eindigen met brood. Wat zou het fijn als iedereen dat in deze tijden zou doen, want mijn wandeling stokte al bij de groente. Er was namelijk een meneer die het nodig vond om alle tomaten persoonlijk te begroeten. Tomaatjes vasthouden, peinzend bekijken, wegleggen, weer pakken, hé er zijn ook andere tomaatjes, vastpakken, terugleggen, andere tomaatjes betasten en in de herhaling met het hele ritueel. Ondertussen stond ik op ruim 3 meter afstand te wachten en hield ik nauwlettend in de gaten welke tomaten onaangeraakt waren. ‘Gelukkig’ bedacht meneer zich opeens dat hij ook nog aan de komkommers en courgettes moest friemelen, zodat ik een sprintje naar de tomaten kon maken. Al ben ik er niet zeker van dat ik een doos met onaangeraakte exemplaren heb meegenomen. Volgens mij heeft hij ze namelijk allemaal in de handen gehad.

De rest van mijn aanwezigheid in de supermarkt kenmerkte zich vooral door het proberen te ontlopen van de tomatenbetaster. Die man liep zo chaotisch door die winkel heen, zonder oog te hebben voor zijn omgeving, dat het voor iedereen bijna onmogelijk werd om voldoende afstand te houden.  Ik hoop dat de beste man wel vaste tijden heeft om boodschappen te doen, want dan kan ik de zaterdagochtend om 9 uur van mijn lijstje schrappen.

De tomaten liggen nu in mijn koelkast bij te komen van de aanranding. Straks hak ik ze in stukjes,  voor de pastasaus. Met garnalen, dat bevalt vast beter dan al dat gefriemel.

Rood haar

Nee, ik heb geen hekel aan mensen met rood haar. Man was van de rossige en ik heb ook hele leuke roodharigen in de familie- en vriendenkring. De laatste maanden valt het me echter op dat er zoveel roodharigen in reclamespotjes verschijnen. Zo’n lief knulletje dat geen groente lust en dan getrakteerd wordt op hysterische Italianen die beweren dat risotto met groente heerlijk is. (lijkt me onwaarschijnlijk met zo’n maaltijdpakket, maar wie ben ik) Op dat mannetje heb ik niets aan te merken, maar er zijn een stel reclame-roodharigen die mij enorm op de zenuwen werken. Ik zal mijn top 3 met jullie delen.

Autoglas

Een sterretje in je autoruit is natuurlijk niet fijn, maar gelukkig was de jongedame met lang rood haar er op tijd bij. Sayan fikst het probleem binnen no time en omdat ze goed verzekerd is, hoeft ze niet te betalen. Voor veel mensen het teken om dan moi/doei/de mazzel/houdoe te zeggen en in de auto te stappen, maar niet miss Redhead. Nee, zij blijft dralend staan, alsof ze staat te wachten op een grote beurt. Meid, Sayan vult alleen sterretjes, voor een grote beurt moet je toch echt iemand anders bellen.

Mond gezond

Zo’n vervelende fitgirl met rood haar. Jaaah, ze weet hoe ze haar lichaam gezond moet houden, maar haar mond? Werkelijk geen idee. Vervolgens wijst ze wat vaag achter zich, het witte licht in, en zegt met een verbijsterde blik op haar gezicht dat haar tandarts had gezegd….. Stop! De tandarts?! Wat weet een  tandarts nou van monden en tanden? Als het nou een ijshockeyspeler was geweest, die weet alles van losse tanden en hoe je die al dan niet moet voorkomen. En welke bitjes tegenwoordig in de mode zijn, als je geen losse tanden wilt hebben. Kijk, dat is nou eens advies waar je wat aan hebt.

Vegetarische worst

Onze grootste rookworstenfabrikant maakt normaal gesproken in hun reclames gebruik van echte mensen. Echte opa’s die op echt ijs met hun kleinkind schaatsen en bij thuiskomst door echte oma’s  op echte boerenkool met echte rookworst worden getrakteerd. Voor de vegetarische variant van de worst kon het castingbureau geen echte mensen vinden die hun tanden in die worst wilden zetten, dus werd er animatie ingezet. Een kleine roodharige sproetenkop die de echte worst omruilt voor een nepper en zie het hele gezin eens smullen. Kijk, ik heb grote waardering voor de Vegetarische Slager maar hun vegetarische roockworst is al gruwelijk, dus ik geloof toch echt niet dat deze variant wel te pruimen is. Nee. Echt niet. Wil je me overtuigen, zet dan echte mensen in om de worst aan te prijzen. Misschien wil ik het dan weleens proberen. Al lijkt me dat zeer onwaarschijnlijk.

Bizar

Nu snap ik het leven al een tijdje niet meer, maar de laatste paar weken vind ik echt bizar. Naast dat er het nodige gebeurt in mijn eigen wereldje, verstoort een akelig virus het dagelijkse bestaan op een groot deel van deze planeet. Een week of 3 geleden was Corona een virus dat huishield in China en Italië en dachten wij dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen in Nederland. In diezelfde periode heb ik contact opgenomen met een makelaar omdat ik eindelijk de stap durfde te nemen om het huis in Groningen te verkopen. Twee weken later vroegen de makelaar en ik zich af of het handig was om het huis op de markt te brengen vanwege dat verrekte virus. Toch maar gedaan, want ik heb geen haast en het mocht van mij allemaal nog wel een tijdje duren.

Huis

Gek hoe het dan loopt. Vorige week zaterdag stond het huis op Funda en heb ik de boel schoongemaakt en opgeruimd, voor het geval dat er toch iemand het huis wilde komen bekijken. In Nederland werd het langzamerhand duidelijk dat het virus niet zou stoppen bij de grenzen van Brabant. Op zondag zat ik in een nagenoeg lege trein richting Den Haag, in de veronderstelling dat we op kantoor waarschijnlijk afspraken zouden gaan maken over meer thuiswerken en minder op kantoor, maar onderweg werd al duidelijk dat we allemaal thuis moesten gaan werken.
Op woensdag heeft de makelaar met de nodige voorzorgsmaatregelen 5 bezichtigingen in mijn huis gehouden en op donderdag was de boel verkocht. Reden voor een klein feestje in mijn eentje!

Dubbel gevoel

Ik volg de richtlijnen van het RIVM en houd zoveel mogelijk afstand van de medemens als ik mij echt buiten de deur moet begeven. Tot nu toe ga ik alleen de deur uit als ik boodschappen moet doen. Ik woon in een wijk met kleine ondernemers en ik heb vandaag een rondje winkels gedaan. Ik heb toch het gevoel dat ik die mensen moet helpen om hun zaak draaiende te houden. Dus ben ik thuisgekomen met 3 stukken zeep (heel nuttig), een vetplant (minder noodzakelijk), 2 boeken (voor de vrije tijd), een krant (om depressief van te worden), een pot jam in de smaak Wild Blueberry (lekker en dat terwijl ik zelden jam eet) en een mooie presse-papier (heb ik echt niet nodig, maar het ding is echt heel mooi). Alle winkeliers houden zich  aan de voorzorgsmaatregelen en zijn blij dat je langskomt. En wat koopt natuurlijk.

Een dubbel gevoel heb ik over mijn plannen om een ander huis te gaan bezichtigen. Nu het huis in Groningen is verkocht, wil ik verder met mijn leven en iets anders kopen in Den Haag. Maandag staat een 1e bezichtiging gepland. Aan de ene kant spannend, aan de andere kant voelt het niet goed dat ik naar buiten ga om een huis te bekijken. Al is de kans klein dat ik met veel mensen in aanraking ga komen, ik neem een stok van anderhalve meter mee om iedereen op afstand te houden. Maar goed, een dubbel gevoel dus.

Thuiswerken

Een dag in de week thuiswerken is heerlijk, maar dagen achtereen is echt vervelend. Ik mis het contact met de collega’s, het snel kunnen overleggen en de wandelingen naar de koffieautomaat. Op mijn 30m² ben je snel uitgewandeld en ik word toch wel wat stijf van het vele zitten. We houden contact via de WhatsApp en weten nu dat we, al dan niet met beeld, via Skype kunnen vergaderen. Is fijn maar toch niet hetzelfde.

Tijdens het thuiswerken luister ik naar de radio, om zodoende toch nog wat geluid om me heen te hebben. En op de radio zenden ze hele obscure reclame uit. Zo zit ik nog steeds verbijsterd te luisteren naar een meneer die op licht-erotische toon dingen zegt als ‘ze zuigt aan zijn buik’. Dat soort zinnen leidt toch enorm af van je belangrijke werkzaamheden. Porno op de radio, overdag! Blijkt het over het seksleven van de libelle te gaan. Daarvan gaat de mens tuinieren. Volgens Horny Hornbach. Ik wil geen tuin.

December 2019

Post voor Jacco. Geen idee hoe die jongen ooit op die verzendlijst is terechtgekomen, maar het is van het Leger des Heils. In het venstertje is een sleutelhanger met kerstengel zichtbaar, op de envelop staat dat ‘u iemands engel kunt zijn’. Klopt. Die van mij en van niemand anders. Normaal gesproken zou ik het poststuk weggooien, maar dit gaat retour naar de afzender.

December vind ik al jaren een vervelende maand, maar dit jaar doe ik extra mijn best om me af te sluiten voor alle ‘feestelijke’ uitingen. Ik kan niet zeggen dat dat erg goed lukt. Naast onverwachte kerstpost heb je te maken met versierde straten, winkels vol onnodige hebbedingetjes die je beslist iemand cadeau moet doen en te lange reclame-uitingen op tv. De reclame van de Lidl werkt me enorm op de zenuwen en die van de Jumbo begint inmiddels ook te schuren.  In de afgelopen jaren aanschouwde ik de feestmaand met het nodige sarcasme, maar dit jaar (en alle komende jaren) moet ik het doen zonder mijn mede-december-moppersmurf. Natuurlijk kan ik best in mijn eentje mopperen op alles wat met de kerst te maken heeft, maar met z’n tweetjes mopperen is vele malen leuker. We hebben samen 19 decembermaanden meegemaakt, die trouwens allemaal volgens hetzelfde patroon verliepen.

Eerste kerstdag

‘Mag ik Top 2000 luisteren?’
‘Nee, dat kan mijn apparatuur niet aan.’
‘Ik moet het hele jaar naar jouw takkeherrie luisteren, je kan je best een paar dagen aanpassen.’
‘Waarom?’
‘Daarom.’
Het duurde eventjes , maar morrend ging meneer altijd overstag. Om ieder jaar weer tot de ontdekking te komen dat ‘zijn’ muziek ook in de Top 2000 staat.

’s Ochtends zaten we altijd in campingoutfit op de bank een stuk kerststol weg te werken. In de loop van de middag kleedden we ons met veel tegenzin om, want ergens in het land wachtte een gourmetstel op ons. Onderweg in de auto zongen wij ons moed in, gelukkig staan er genoeg meezingliedjes in de Top 2000.
’s Avonds op de terugweg: ‘Nou, dit hebben we ook weer overleefd.’

Oudejaarsavond

Stokbrood, kruidenboter, rundvleessalade, gehaktballetjes, oliebollen en appelbeignets op de salontafel. Jut en Jul in campingoutfit op de bank. Top 2000 op de radio en de TV zonder geluid aan.
‘Ik ben moe.’
‘Ik ook, is het al 12 uur?’
‘Nee, het is half 11. Nog anderhalf uur, dan is het nieuwjaar.’
‘Zo lang nog? Kunnen we niet alvast in bed gaan liggen?’
‘De familie verwacht om middernacht toch echt een telefoontje van ons. Laten we het nog maar even volhouden.’
‘Zucht.’
We hielden altijd vol en gingen later naar bed dan we zelf verwacht hadden. Want we hadden zo’n mooi uitzicht op het vuurwerk dat in Groningen werd afgestoken. En op de rellen in een nabijgelegen straat.

Dit jaar

Dit jaar is alles anders. Wel een Top 2000 en geen verplichtingen. Wel een campingoutfit en geen gourmetstel. Eigen regie, dat ga ik doen. En dan op 1 januari 2020 kunnen zeggen dat ik december (weer) heb overleefd.

Ik wens iedereen een fijne kerst en een gezond, liefdevol en voorspoedig 2020 toe.